Hoe vaak begint een sprookje niet met : ‘Er was eens een boer die drie zonen had. De oudste twee waren flinke kerels, maar de jongste werd het sufferdje genoemd.’ De jongste heeft geen gelukkig leven: omdat hij klein en tenger is, kan hij niet tegen de oudere broers op. De benjamin houdt het thuis dan ook snel voor gezien en trekt vrolijk de wijde wereld in. Door alle avonturen die hij daar meemaakt, is hij meestal nog het beste af van allemaal.

Dit beeld van montere, rebelse jongste die een eigen weg zoekt om onder het juk van zijn dominante oudere broers en zussen uit te komen, wordt nu min of meer bevestigd door onderzoek van de Amerikaanse wetenschapshistoricus Frank Sulloway. In zijn in 1996 verschenen omvangrijke studie Born to rebel, dat dit voorjaar in Nederland is verschenen onder de titel De rebel van de familie, stelt Sulloway de vraag: hoe is het mogelijk dat kinderen uit hetzelfde gezin qua persoonlijkheid net zo weinig of nog minder op elkaar lijken dan op kinderen uit een ander gezin? Hij vond het antwoord in de plaats die elk kind inneemt in de kinderrij. Sulloway gaat uit van de darwinistische visie dat in

Log in om verder te lezen.