‘Jij vertelt SMOESJES! Jij LIEGT! Het is ALLEMAAL leugens! Ik ga WEG!’

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Vinnig geschuif van kindersandaaltjes over spiegelend zeil. Vervolgens: whoemm, bám!! Joesoef heeft de deur weer eens keihard achter zich dichtgetrokken. Er valt even een stilte in Chadidja’s kamer. Kijkend naar haar voet die ze heen en weer beweegt over het zeil zegt ze: ‘Hij is boos omdat ik zeg dat hij niet naar mij luistert.’

Chadidja’s mimiek is traag. Haar stem klinkt gelaten. Af en toe legt ze haar hoofd op haar handen. ‘Ik heb zóveel problemen in mijn leven’, verzucht ze. Chadidja, van oorsprong Marokkaanse en sinds haar twaalfde woonachtig in Nederland, slaagt er maar niet in om haar tienjarige zoontje Joesoef in het gareel te houden. Ze noemt hem ‘een traumakind’. Zijn vader is erg gewelddadig tegen hem geweest en daardoor poept Joesoef van angst nog steeds één keer per week in zijn broek. Op school heeft Joesoef een grote mond en maakt hij ruzie met de leraren. Laatst nog heeft hij de schooldirecteur in z’n vinger gebeten. Tot overmaat van ramp heeft hij ook nog een longziekte, en moest hij vorig jaar acht maanden lang worden opgenomen in een astmakliniek.

Joesoef

is niet het enige probleem voor Chadidja. Ook haar andere drie zoons Hassan, Hafid en Isma’il kan ze niet aan. Neem Hafid, die is vijftien en ‘met slechte mensen meegegaan’, zoals Chadidja het noemt. Met die jongens heeft Hafid in Utrecht mensen beroofd van hun tassen en portemonnees, waarvoor hij 28 dagen in de jeugdgevangenis heeft gezeten. Chadidja slaat haar oogleden neer als ze dat allemaal vertelt. Zes jaar geleden scheidde ze van haar gok- en drugsverslaafde man die al het geld opmaakte: op een gegeven moment kon ze de huurachterstand niet meer inhalen en dreigde het gas en licht te worden afgesloten. Hij moest door de politie uit huis worden gehaald. ‘Ik zei tegen hem: “Als de kinderen bij jou blijven, gaan ze allemaal kapot.”‘ Als alleenstaande moeder met een deeltijdbaan lukte het Chadidja niet tijd te maken voor haar kinderen. Ook staat ze elke maand € 500 rood. ‘Ik heb nu wel weer een verloofde, maar die woont in België en heeft een uitkering van maar 900 euro.’ Ze slaat haar handen voor haar ogen: ‘En gisteren heb ik gehoord dat ook híj gokverslaafd is.’

Whoemm, daar zwaait de deur weer helemaal open. Joesoef is terug. In zijn kielzog zijn achtjarige broertje Isma’il. ‘Ik wil hem sláán!’, gilt Joesoef naar zijn moeder. ‘Die kankerflikker bemoeit zich met mijn leven! Kijk eens wat hij doet! Hij zit stiekem te lachen! Zie je wel, verdómme!’

Chadidja: ‘Hij doet niks. Jullie gaan nu alletwee naar de slaapkamer.’

Isma’il: ‘Ik durf niet naar die kamer. Joesoef gaat mij slaan.’

Chadidja: ‘Joesoef, als je hem gaat slaan, krijg je nog meer straf.’

Nadat ze twee minuten de kamer uit zijn geweest, komen Joesoef en Isma’il duwend en trekkend weer terug. Chadidja laat ze begaan, met een meewarige glimlach op haar gezicht. Alsof zij het niet zelf is die dit beleeft.

Ernstige stress en verwaarlozing

Buiten ruisen de bomen. Ruime gazons. Tussen de eiken een slingerend klinkerweggetje waar auto’s maar tien kilometer per uur mogen rijden: dit is het terrein van het sanatorium Zeist. Hier en daar gebouwen en gebouwtjes. Vooraan het pad dat naar de ingang van een grote villa leidt, staat een wit bord met zakelijke blauwe letters: ‘De Bellenbergh’. ‘Multiprobleemgezinnen’ worden ze genoemd, de gezinnen die hier vijf dagen in de week wonen om ‘klinische gezinsbehandeling’ te ondergaan. ‘Multiprobleem’ betekent dat deze gezinnen op allerlei gebieden zijn vastgelopen: emotioneel, relationeel, financieel. In De Bellenbergh staat een keur aan hulpverleners voor ze klaar: een kinderpsychiater, een klinisch psycholoog die tevens familietherapeut is, een orthopedagoog, een ergotherapeut, een psychomotore therapeut, activiteitenbegeleiders, gezinsbegeleiders en een maatschappelijk werkster. ‘Wij richten ons op gezinnen waarvoor ambulante behandeling onvoldoende is gebleken’, zegt Bellenbergh-manager Henri Gritter. ‘Dan spreek je over kinderen die stagneren in hun ontwikkeling, en ouders die niet tegen hun taak zijn opgewassen. Vaak hebben ze al heel lang problemen, met als gevolg ernstige stress, sociaal isolement en verwaarlozing van de gezinsleden. Soms is ook sprake van lichamelijke, seksuele of psychische mishandeling.’

De Bellenbergh kent geen verplicht behandelprogramma en ook geen afgebakend therapeutisch kader. Gritter: ‘We werken eclectisch, volgens het competentiemodel: we kijken wat de gezinnen aankunnen. Ze mogen zelf aangeven wat ze hier willen leren.’ De kinderen die in De Bellenbergh zitten, blijven gewoon naar school gaan. De ouders stoppen meestal een tijdje met hun werk, om tijd vrij te maken voor de behandeling. In de weekends gaan de gezinnen naar huis en staat een crisisdienst paraat. De behandeling duurt in alle gevallen een halfjaar: lang genoeg om iets te leren en te kort om ‘gehospitaliseerd’ te raken.

‘Het unieke van De Bellenbergh is dat wij 24 uur per dag contact hebben met gezinnen’, zegt klinisch psycholoog Dis Riemslagh, die als therapeut werkt in De Bellenbergh. ‘Elk gezin heeft twee gezinsbegeleiders als mentor. Er worden afspraken gemaakt over hoe de gezinsleden met elkaar willen omgaan, en dagelijks evalueren de mentoren met de gezinnen. Door die intensieve begeleiding zien we alles wat er in een gezin speelt. Ambulante hulpverleners zien veel minder en focussen meestal op één probleem. Wij kunnen hier ook de gezonde kanten van gezinnen signaleren, hen stimuleren die verder te ontwikkelen, opdat hun oplossingsvaardigheden toenemen.’

Een ware metamorfose

De Bellenbergh heeft twee ‘units’, een op de begane grond en een op de eerste verdieping. Op elke unit is plaats voor drie gezinnen. Een unit bestaat uit drie gezins-slaapvertrekken en een grote ‘leefgroepruimte’ voor gezamenlijke activiteiten, zoals koken, tv-kijken en groepsgesprekken. Op de tweede verdieping zijn twee zelfstandige woonruimtes waar gezinnen naartoe kunnen verhuizen als de behandeling minder intensief wordt. Dat is meestal zes weken voor vertrek. De familie De Vries, die na een verblijf van vier maanden op de beneden-unit nu op de tweede verdieping bivakkeert, telt de dagen met pijn in het hart af. Op 3 oktober gaan ze met ontslag. ‘Ik zie er heel erg tegenop om weer naar huis te gaan’, zegt moeder Dineke. ‘Het is hier zo fantastisch en de begeleiders zijn allemaal zo ontiegelijk lief, dat je gewoon niet meer weg wilt.’ Vader Jan: ‘In het begin sta je niet te springen. Je wordt uit je gewone doen gehaald en moet alles overhoophalen: je eigen jeugd, het verleden van je gezin. De eerste weken lag ik er wakker van. Ik dacht: “Ik kan er niet meer tegen, elke dag die gesprekken en opdrachten.”‘ Moeder Dineke: ‘De psycholoog zei in het begin tegen ons: ‘Er liggen hier in De Bellenbergh allemaal pareltjes verborgen. Raap ze maar op.’ Nou, we hebben heel erg ons best gedaan. Als we wat geleerd hebben, schrijven we dat op in een schriftje, voor als we straks weer thuis zijn. Nu zegt de psycholoog tegen ons: ‘Jullie hebben alle pareltjes die hier liggen, opgeraapt.”

De familie De Vries is, zoals dat heet, een ‘gesloten gezin’. Vader, moeder, dochter Marjan en zoon Willem klitten erg aan elkaar. Ze deden altijd álles samen en leidden een teruggetrokken bestaan in een klein dorpje. Jan en Dineke zijn nogal angstig aangelegd en hebben daardoor niet veel van de grote wereld gezien. Een bezoekje aan de markt is al een grote onderneming voor ze. Dochter Marjan, inmiddels vijftien jaar, werd al snel na haar geboorte ‘symptoomdrager’, zoals ze dat in De Bellenbergh noemen: de problemen van het gezin uitten zich in haar gedrag. Ze wilde niet eten, niet naar school. Dineke hield haar soms maandenlang thuis en liet haar naast zich slapen; Jan kroop dan in het bed van Marjan. De spanningen in het gezin liepen steeds meer op, en Marjan durfde op een gegeven moment nergens meer zonder haar moeder naar toe. Al op haar zevende slikte ze net als haar vader en moeder grote doses angstremmers en antidepressiva. ‘Dat kind stond bol van de angst’, zegt Dineke. ‘Ze was depressief, had geen vriendinnetjes en was versuft door al die medicijnen. Ik wilde haar het liefst in m’n broekzak stoppen, zo bezorgd was ik. Tussen haar twaalfde en vijftiende is ze helemaal niet naar school geweest, tot de gezinsvoogd zei: “Óf Marjan wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting, óf jullie gaan met z’n allen naar De Bellenbergh.” Omdat we Marjan niet alleen wilden laten, hebben we gekozen voor De Bellenbergh.’

Toen de familie De Vries werd opgenomen, zei Marjan dat ze zo graag een gewoon meisje wilde worden. Ze dacht ook weleens aan dood-zijn, aan niet-bestaan. ‘Was ik maar helemaal niet geboren, dan hadden mijn vader en moeder en broer niet zo veel last van mij gehad’, zei ze. De behandelaren vonden een school voor Marjan waar kinderen met geestelijke problemen veel individuele aandacht krijgen. Daar durfde ze heen. Na een afbouwperiode is ze gestopt met de angstremmers, en na de vele therapieën in De Bellenbergh heeft de eens zo kleurloze Marjan een ware metamorfose ondergaan: ze is begonnen met oogschaduw en draagt nu oorbelletjes en kleren met tijgerprint. Ze durft mensen aan te spreken, meer voor zichzelf op te komen, en is voor het eerst van haar leven naar de bioscoop geweest. ‘Marjan had bij de intake het emotioneel functioneren van een zesjarige en heeft nu een groeispurt gemaakt naar het niveau van een twaalfjarige’, zegt psycholoog Riemslagh. Vader Jan: ‘Soms kan ik het nóg niet geloven dat ze alle dagen naar school gaat. Ik heb een heel ander kind gekregen.’

Leren knuffelen

Etenstijd. Chadidja slentert door de gemeenschappelijke keuken. Ze warmt de diepvriesmaaltijden voor haar kinderen op. Isma’il en Joesoef lopen voortdurend van tafel. Na een tijdje schuiven Hassan en Hafid aan. Even zwijgend als lusteloos prikken ze in hun doperwtjes. Isma’il, na één hap: ‘Ik wil niet meer. Ik ga.’ Hassan: ‘Wat nou, kankerbroer, jij gaat niet weg, anders sla ik je verrot. Ik háát je.’ Chadidja: ‘O alsjeblieft, hou eens op jullie.’ Na enkele boze blikken over en weer richt iedereen zijn ogen weer op zijn bord.

Chadidja en haar zoons verkeren nog in de beginfase van de behandeling. Die fase duurt zes weken. In die tijd observeren de gezinsbegeleiders het gezin, om te kijken waar het spaak loopt én wat het gezin goed doet. De begeleiders hebben al geconstateerd dat er meer structuur moet komen in het avondeten van Chadidja en haar kinderen. En dat Hafid eens vaker een compliment moet krijgen voor de dingen die hij goed doet. ‘Dan stráált-ie’, zegt gezinsbegeleidster Inge. ‘Hij is weliswaar zeer gesloten, maar hij heeft juist heel veel aandacht nodig. Achter die boze blik zit een heel aardige jongen.’

‘Het gaat in De Bellenbergh om het herstellen van het vertrouwen tussen ouders en kinderen’, zegt maatschappelijk werkster Lydia. ‘De kinderen zijn extreem bang, kwaad, op hun hoede. We hebben hier nu bijvoorbeeld een jongetje van twaalf dat van angst niet alleen durft te douchen; we bouwen zijn angst nu af door elke keer iets verder van hem af te gaan staan als hij onder de douche staat. Ik kan me dit soort dingen heel goed voorstellen als ik hoor wat deze kinderen allemaal hebben moeten meemaken. Sommigen zijn lichamelijk mishandeld, anderen zorgden jarenlang voor hun ouders en zijn emotioneel en fysiek verwaarloosd. Die ouders konden de energie niet opbrengen om ’s ochtends voor hun kinderen op te staan. Die kinderen werden nooit gewassen, moesten in oude kleren naar school en kregen thuis geen eten. Wat wij hier doen, is vader en moeder helpen weer structuur in hun leven aan te brengen, hun rol als ouder duidelijk te maken. Veel ouders zijn zelf beschadigd en weten niet hoe ze een kind moeten opvoeden. Er zijn ouders bij die nog moeten leren hoe ze hun kind kunnen knuffelen en hoe ze zich in kunnen houden als ze hun kind uit onmacht willen slaan.’

Gezinsbegeleidster Inge: ‘Een kind heeft regelmaat en duidelijkheid nodig. Als je zegt: “Dat mag je wel, dat mag je niet, woensdag afdrogen en donderdag tafeldekken”, dan houdt een kind zich daar ook aan. Ook met de ouders maken we afspraken. We leren ze hoe ze activiteiten voor hun kinderen kunnen bedenken. Veel ouders die in De Bellenbergh terecht komen, doen dat nooit. Of ze zitten te paffen en de andere kant op te kijken. We betrekken de ouders dan bij hun kinderen. Ook iets simpels als het voorlezen van een verhaaltje bij het naar bed gaan, voeren we hier in. De kinderen eventjes twintig minuten aandacht geven voor het slapen gaan, daar worden ze rustig van.’

Eten op contractbasis

Dinsdagmiddag. Gezinsbegeleidster Saskia gaat picknicken met Janna en haar kinderen Cindy (8) en Jeffrey (3). ‘Het eten is een belangrijk onderdeel van de behandeling bij dit gezin’, legt Saskia uit. ‘Janna is te beschermend voor haar kinderen. Ze heeft ze jarenlang ‘klein’ gehouden door ze te voeren met gepureerd voedsel. Ze is vanaf haar zevende seksueel misbruikt door haar vier broers, en daardoor heel bang dat haar kinderen hetzelfde zal overkomen.’ In De Bellenbergh hebben Cindy en Jeffrey vast voedsel leren eten. De behandelaars hebben een schriftelijk contract opgesteld, waarin zeer gedetailleerd is weergegeven hoe het eten dient te verlopen in Janna’s gezin: ‘De kinderen eten minimaal een schep groente, een stukje vlees en een schep aardappels. Verder drinken ze per maaltijd minimaal een vol glas. Cindy schept zelf haar eten op en mag pas weer wat opscheppen als ze alles heeft opgegeten.’ Cindy heeft een ‘vieslijst’ mogen aanleggen: vijf dingen die ze hier niet hoeft te eten. Rode kool, witlof, bloemkool, spruitjes en tortilla’s heeft ze erop gezet.

Als Saskia na afloop van de picknick naar de villa terugloopt, komt Chadidja met grote ogen op haar af gelopen: ‘Heb jij Hafid gezien? Hij is niet hier. Ik ben bang dat hij weer naar die jongens in de stad is.’ ’s Avonds laat komt Hafid terug. Hij wil niet zeggen waar hij is geweest.

Afscheid

De volgende dag staat de familie De Vries in sporttenue in de gymzaal, verderop het terrein. Tijd voor psychomotore therapie. Therapeute Anja geeft ze een lang stuk elastiek dat vol met knopen zit. Ieder heeft een hand aan het touw vast. Zonder het elastiek los te laten, moeten ze zorgen dat ze uit de knoop komen. De gezinsleden overleggen eerst, maar vervolgens storten ze zich met z’n allen bovenop de knoop. ‘Zag je wat jullie deden?’, zegt therapeute Anja na afloop. ‘Jullie begonnen goed, door te kijken en te overleggen. Maar daarna gingen jullie met z’n allen aan het elastiek zitten trekken. Pas op dat je niet ook zo met lastige problemen omgaat. Ook die moet je niet meteen te lijf gaan. Neem eerst afstand om creatieve oplossingen omhoog te laten borrelen.’ Een andere oefening die het gezin De Vries bij therapeute Anja heeft gedaan, is met z’n allen op één krant gaan staan. Dat liet heel veel zien: vader Jan wilde moeder Dineke naast zich hebben, om haar te kunnen vangen als ze zou vallen. ‘Ik vind een beetje afstand ook best wel leuk’, was daarop de reactie van Dineke. Jan: ‘Al met al hebben we in De Bellenbergh geleerd dat we elkaar vroeger te veel in de gaten hielden. Nu doen we ook dingen voor onszelf en zijn we minder bang dat de ander iets overkomt.’

Uiteindelijk breekt dan de grote dag aan: 3 oktober, de familie De Vries gaat definitief naar huis, hun behandeling van een halfjaar zit erop. Ze zijn best zenuwachtig. Zal het thuis net zo goed gaan als hier? Zal Marjan gewoon naar school blijven gaan en geen angst en depressie meer krijgen? Op de beneden-unit vieren ze die middag in ieder geval feest. Alle ouders en kinderen en begeleiders zijn er. De familie De Vries deelt als aandenken potloden uit met kleine bloemetjes erop. Ze krijgen afscheidscadeaus. Er is muziek en een drankje. Om half zes stappen ze in twee volgeladen auto’s, en rollen ze voor het laatst over het slingerende klinkerweggetje naar de uitgang.

Chadidja en haar kinderen zijn dan al vertrokken. Voortijdig, want hun behandeling was amper begonnen. Hassan en Hafid voelden zich niet thuis in De Bellenbergh, en zelf had Chadidja met haar verloofde plotseling trouwplannen gemaakt die ze snel wilde uitvoeren. Al met al zag ze meer heil in een nieuw huwelijk dan in een behandeling bij De Bellenbergh. n

De gezinsleden in dit artikel heten in werkelijkheid anders.

• De Bellenbergh valt onder de afdeling jeugd en ouderen van de geestelijke gezondheidszorg-instelling Altrecht die het midden en westen van de provincie Utrecht bestrijkt.

Inlichtingen: informatiecentrum Altrecht, Biltstraat 50,

3572 bd Utrecht, tel.: 030-2679898,

e-mail: informatiecentrum@altrecht.nl, website: www.altrecht.nl[/wpgpremiumcontent]