De rivaliteit tussen broertjes en zusjes

Conflicten tussen kinderen uit eenzelfde gezin zijn onvermijdelijk. Er is zelfs een term voor: sibling rivalry, de rivaliteit tussen broertjes en zusjes. En die rivaliteit is zo oud als de mensheid zelf, want de oudste zoons van Adam en Eva – Kaïn en Abel – sloegen in het oudtestamentische Bijbelverhaal elkaar al letterlijk de hersens in.

TEST
Doe de test »

Hoe positief betrokken ben je bij je kind?

Al die conflicten tussen broers en zussen zijn er natuurlijk niet voor niets. Kinderen moeten onderling een schaars goed delen, namelijk de aandacht van hun ouders. Eeuwenlang was die nog meer van levensbelang dan nu. Meer aandacht voor je broertje betekende misschien wel dat jij in tijden van schaarste minder voedsel kreeg, of dat je ouders je broertje eerder zouden redden bij gevaar.

De geboorte van een nieuw broertje of zusje betekende sowieso dat er nog een mond bij kwam en menig kind is om die reden van de moederborst verstoten. Broers en zussen waren letterlijk elkaars rivalen, soms zelfs op leven en dood.

Thuis oefenen

Het hoort er dus gewoon een beetje bij, al dat gekibbel. Maar er zijn natuurlijk grenzen, want het kan de sfeer in huis behoorlijk bederven. En dat is niet het enige nadeel. Uit onderzoek aan de Amerikaanse Penn State universiteit blijkt dat broertjes en zusjes die veel conflicten met elkaar hebben, een grotere kans lopen op een gebrekkige sociale ontwikkeling, agressief gedrag en zelfs een criminele carrière. Wanneer er juist sprake is van een stabiele relatie tussen broers en zussen, blijkt het succes op school groter en de algehele mentale gezondheid beter.

Sibling rivalry heeft gelukkig dus ook nut. Kinderen moeten leren hun emoties te reguleren en conflicten te hanteren. En met wie is het beter oefenen dan met iemand die je elke dag ziet en van wie je weet dat hij of zij de volgende ochtend gewoon weer naast je zit aan de ontbijttafel? Wanneer een kind al die ruzies met kinderen uit de buurt of op school zou hebben, zou uiteindelijk niemand meer met hem willen spelen.

Broertjes en zusjes oefenen hun sociale vaardigheden dus vooral onderling. Tot grote vermoeienis van hun ouders.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Afkijken

Over ouders gesproken: we gaan zelf ook niet altijd vrijuit. Onbewust voeden we de rivaliteit soms meer dan nodig is. Zodra we bijvoorbeeld ons ene kind als lichtend voorbeeld stellen aan ons andere kind, voeden we natuurlijk de conflicten tussen die kinderen. Je zult de ouders de kost moeten geven die dingen zeggen als: ‘Als je zus de afwas heeft gedaan, is het wél schoon.’

En vechten jij en partner vaak in het bijzijn van de kinderen heftige ruzies uit, dan heeft ook dat effect. Imitatie en social referencing, waarbij kinderen van hun omgeving afkijken hoe je met lastige zaken omgaat, zorgen ervoor dat we onze kinderen ongemerkt meegeven hoe je onderlinge problemen moet oplossen.

Bronnen o.a.: M.E. Feinberg e.a., Siblings are special. Initial test of a new approach for preventing youth behavior problems, Journal of Adolescent Health, 2012 / P. T. Davies e.a., Children’s vulnerability to interparental conflict. The protective role of sibling relation-ship quality, Child Development, 2018
Steven Pont schrijft columns en boeken over opvoeding, het gezin en de ontwikkeling van
kinderen. Kijk voor meer informatie op stevenpont.nl

Dit kun je als ouder doen:

  • Geef elk kind ook exclusieve aandacht. Ga alleen met je dochter of zoon iets leuks doen. En laat de andere ouder dat ook doen.
  • Leef als ouders voor hoe je op een goede manier met conflicten omgaat.
  • Laat zien dat je je eigen broers en/of zussen respecteert. Ook als je gebrouilleerd bent met een van hen, kun je met respect over hem of haar praten.
  • Leer je kinderen hoe je problemen op een goede manier oplost, bijvoorbeeld door rustig te luisteren en je te verplaatsen in het standpunt van de ander.

En als het dan toch knalt…

  • Grijp niet te snel in, geef ze eerst de kans om er samen uit te komen.
  • Speel niet voor rechter, je hoeft niet steeds te zeggen wie gelijk heeft en wie niet.
  • Wees duidelijk over wat aanvaardbaar gedrag is en wat niet. Slaan, vloeken en dingen stuk maken is bijvoorbeeld nooit acceptabel, zelfs niet als je denkt gelijk te hebben.
  • Stimuleer ze om veel samen te spelen, bijvoorbeeld door daar zelf het initiatief voor te nemen en mee te spelen.