‘Het leven is een reis waarin je groeit en jezelf onwikkelt: er is een startpunt en er is een punt in de toekomst waarop je de best mogelijke persoon bent die je kunt worden.

Je dromen waarmaken hoeft niet

Rentenieren aan de Engelse kust, de wereld rondreizen in een VW-busje, je eigen restaurant beginnen....

Lees verder

Waar ben je op deze reis? Hoe dicht ben je bij de best mogelijke persoon die je ooit zou kunnen worden?’

Net begonnen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 bestemming bereikt

De bovenstaande vraag werd gesteld aan deelnemers in een Amerikaans onderzoek uit 2012. Beantwoord hem zelf ook eens door een kruisje te zetten ergens op deze lijn. Neem nu iemand in gedachten die ongeveer hetzelfde potentieel heeft als jezelf. Het mag iemand zijn met een ander beroep, andere doelen en ambities, maar het best haalbare voor deze persoon moet ongeveer vergelijkbaar zijn. Probeer die persoon ook te plaatsen op de lijn.

Gemiddeld gaven de onderzoeksdeelnemers – stu­denten – zichzelf een 5,5 op deze lijn. Ze vonden dus dat ze nog behoorlijk wat potentieel te verwezenlijken hadden. Bij de beoordeling van een vergelijkbare studiegenoot was het gemiddelde 6,3: in hun ogen hadden doorsnee medestudenten al wat meer van hun mogelijkheden gerealiseerd en was hun toekomstige potentieel dus iets lager.

Iets vergelijkbaars bleek uit een studie waarin deelnemers werd gevraagd hoeveel gewicht ze zouden toekennen aan hun prestaties uit het verleden, hun huidige prestaties, en hun potentieel in de toekomst, om een goed beeld van zichzelf te schetsen. Gemiddeld vonden ze dat alle drie de aspecten ongeveer eenderde moesten wegen. Werd dezelfde vraag gesteld over iemand anders, dan kenden ze meer gewicht toe aan diens huidige prestaties en minder aan toekomstige.

Raar, nietwaar? Anderen beoordelen we heel nuchter op wat ze tot nu toe hebben laten zien, terwijl we onszelf nogal wat krediet geven voor kwaliteiten die nog ontwikkeld moeten worden. We hebben het idee dat allerlei goede, belangrijke dingen die we nu niet doen, later vast nog van de grond gaan komen: de later-illusie – een illusie, want het lijkt alsof dingen die ons nu te zwaar vallen om aan te beginnen, later op magische wijze makkelijker worden. Dat is niet alleen maar wishful thinking. Het komt ook doordat we op een andere manier naar de toekomst kijken dan naar het nu. Als je je niet bewust bent van dat verschil, kan dat er makkelijk toe leiden dat je je potentieel juist helemáál niet ontwikkelt, omdat je altijd het idee houdt dat dat ‘later’ nog wel komt.

Bij mij is dat anders

Wanneer we moeten inschatten wat iemand waard is, is het in feite rationeel om het meeste gewicht toe te kennen aan wat iemand daadwerkelijk heeft laten zien. Bij het beoordelen van het potentieel van anderen gaan we er – meestal terecht – van uit dat prestaties uit het verleden en heden iets zeggen over wat iemand heeft te bieden.

Maar wanneer we onszelf beoordelen, zien we dat anders; dan laten we onze nog niet verwezenlijkte mogelijkheden zwaarder wegen. We beoordelen andere mensen op wat ze al hebben laten zien, terwijl we onszelf meer bekijken in termen van waar we naartoe willen. We kennen onze eigen bedoelingen en plannen ook beter, dus het is begrijpelijk dat we die meewegen. Maar we doen dat niet op een eerlijke manier: we zijn te optimistisch. Bij het maken van plannen stellen we ons het gunstigste scenario voor, en vergeten gemakshalve dat het in het verleden vaak anders liep. Of we denken vooral aan die keer dat het bíjna was gelukt. Waar anderen gewoon presteren op het niveau dat bij hun kunnen past, hebben we bij onszelf het idee dat er ‘eigenlijk’ meer in zit.

Het idee dat er in de toekomst nog veel moois uit ons zal komen is goed voor ons welbevinden, onze motivatie en onze gezondheid. Het geeft vertrouwen, veerkracht en optimisme. Maar er is ook een keerzijde, bijvoorbeeld wanneer het gaat om onze slechte gewoontes, zwakke prestaties of – in morele zin – dubieuze keuzes. Want als we nog zo sterk in ontwikkeling zijn, dan zullen we die zwakheden later toch zeker wel kunnen oplossen en rechtzetten, met de kwaliteiten die we dan hebben ontwikkeld.

Dat levert een perfecte smoes op om moeilijke beslissingen en veranderingen voor ons uit te schuiven. Waar we een ander een slappeling vinden omdat-ie het niet gewoon dóét, zijn we er bij onszelf van overtuigd dat het allemaal goed komt. Later. Waar we anderen beoordelen op hun feitelijke gedrag en prestaties, kijken we bij onszelf meer naar onze goede bedoelingen, ook al zijn die nog niet gerealiseerd.

Later is het makkelijker

Door onze rooskleurige kijk op ons potentieel lijkt het alsof lastige veranderingen ons later minder zwaar zullen vallen. Er is nog een tweede factor die bijdraagt aan dat idee. Afkicken van een verslaving, minder snoepen of drinken, een ongelijkwaardige relatie verbreken, beter voor jezelf opkomen en andere ongemakken die je zou moeten verdragen om ‘een beter mens’ te worden: het voelt alsof de onprettige gevoelens die daarmee gepaard gaan – en die ons er nú van weerhouden om die stap te zetten – op een later moment minder zullen zijn.

Als we denken aan iets wat nog ver weg is, is het net alsof we dan domweg minder zullen voelen – niet alleen in negatieve, maar ook in positieve zin. Denk aan het marshmallow-dilemma waarmee kleuters in een onderzoek uit de jaren zestig werden geconfronteerd: nu één marshmallow of later een handvol. Het plezier dat je nú aan die ene kunt beleven, lijkt groter dan het plezier dat je later kunt hebben. Reëel is dat natuurlijk niet, want je bent later nog dezelfde persoon met dezelfde genoegens en ongenoegens.

De marshmallow-studie weerspiegelt een algemeen dilemma dat we vaak tegenkomen in het leven: de keus tussen een klein pleziertje nu of een groter plezier later. Of tussen nu jezelf iets ontzeggen en ongemak verdragen, om later iets waardevols te bereiken. Je zou denken dat we als volwassenen het kleuterige snaaigedrag, de hebben-is-houden-mentaliteit, wel ontgroeid zijn, maar niets is minder waar. We hebben nog altijd een klein kind in ons dat alleen aan de korte termijn denkt en elke onprettige ervaring wil vermijden. Het belangrijkste verschil is dat volwassenen een trits aan smoezen en drogredenen hebben om hun kleutergedrag recht te praten. Die komen er vaak op neer dat we het ‘later’ goed gaan doen. Voor een moeilijke verandering vinden we ieder moment geschikt, als het maar niet nu is.

Uitstelgedrag

Met de gedachte dat ‘later’ een beter moment is, en andere zelfbedachte sprookjes, beschermen we het beeld van onszelf als zinnige, redelijke, autonome mensen. Door tegelijkertijd het zinnige, redelijke, autonome gedrag voor ons uit te schuiven, hoeven we het ongemak daarvan niet te dragen: stoppen met een ongezonde liefhebberij, vegetariër worden, de pijn van een mislukte relatie, de angst om af te gaan of de inspanning om vaste gewoontes te veranderen. Maar het uiteindelijke resultaat is averechts, zelfs als het doel enkel zou zijn om je zo vaak en zo lang mogelijk lekker te voelen. Immers, al die tijd dat je iets naars voor je uitschuift, of doorgaat met iets prettigs wat slecht voor je is, zit het je ergens op de achtergrond toch dwars.

Bovendien is het uiteindelijke aanpakken vaak lastiger naarmate je er langer mee hebt gewacht. Want iedere stap die je zet in je bestaande patroon, bestendigt het patroon. De totale hoeveelheid negatieve gevoelens is dus groter dan wanneer je gewoon meteen aan de slag gaat.

Ikzelf was 35 toen ik stopte met roken, en daarna dacht ik: tjee, dat had ik net zo goed tien jaar eerder kunnen doen. Want als je er eenmaal doorheen en van af bent, besef je dat de moeite die je daarvoor moest doen niet kleiner is geworden met het uitstel. Tien jaar eerder was het dezelfde moeite geweest. Alleen was ik dan tien jaar langer rookvrij en gezond geweest. Hetzelfde geldt voor andere slechte gewoontes of, meer algemeen, momenten van niet trouw zijn aan je eigen waarden: je kunt net zo goed meteen die stap zetten. Want al die tijd dat je het niet doet, leef je onder de maat. Je bent niet de beste versie van jezelf. Waarom zou je dat pas later worden, als het nu al kan?

TEST
Doe de test »

Welk type ondernemer ben je?

Uitzoomen

Om te ontsnappen aan de later-illusie is het nodig de verschillen te begrijpen in hoe we kijken naar later en nu. Twee heb ik er al genoemd: het lijkt alsof we later minder zullen voelen en alsof we later meer tijd zullen hebben. Beide hangen samen met een derde verschil: we denken op een meer abstracte manier over de lange dan over de korte termijn. Denk je aan de toekomst, dan zie je het grote plaatje: waarden die belangrijk voor je zijn, je doelen, idealen, en globale kenmerken van situaties. Op korte termijn wordt je blik meer vertroebeld door details. Je denkt meer aan hóé je het moet aanpakken en minder aan het doel. Ook ben je hedonistischer en pragmatischer ingesteld wanneer je aan het hier en nu denkt: is het niet te moeilijk, niet te veel gedoe, is het wel ‘leuk’? Je laat je meer leiden door specifieke, niet-wezenlijke kenmerken van de situatie.

Een gevolg daarvan is dat we betere – meer verstandige, morele en altruïstische – keuzes maken wanneer een probleem verder weg ligt, in de toekomst. We laten ons dan meer leiden door waarden en morele principes die belangrijk voor ons zijn, en minder door de details eromheen. Vandaar ook dat we vaak vol enthousiasme plannen maken voor later, om ons er vervolgens helemaal niet aan te houden wanneer het moment van uitvoering nabij is – want op dat moment zijn alle hindernissen weer in beeld.

Wie een situatie bekijkt vanuit zijn toekomstige zelf gaat op een meer globale manier denken, waardoor zijn keuzes wijzer, volwassener en socialer worden. Het wordt dan makkelijker je eigen waarden erop toe te passen, je laat je minder afleiden door de details eromheen, zoals de Israëlische onderzoekster Tal Eyal aantoonde. Ongemak is zo’n detail. Bedenk: alles wat je later wilt, dat wil je nu al. Je ziet alleen maar op tegen de moeite die het kost.

Een oneerlijke strijd

Het feit dat we globaler denken over de toekomst veroorzaakt nog een verschil tussen later en nu. Als het gaat om de keus tussen hier en nu iets plezierigs of makkelijks doen, of je plezier en gemak opzij zetten om aan een hoger doel te werken, is de vergelijking in feite heel oneerlijk. Pleziertjes die dichterbij zijn, zijn duidelijker en beter voorstelbaar dan genoegens die verder weg liggen.

Als mensen bijvoorbeeld kunnen kiezen tussen nu meteen een tripje naar Parijs in een driesterrenhotel, of over een jaar dezelfde trip maar dan een vijfsterrenhotel – in feite een soort marshmallow-dilemma voor volwassenen – kiezen ze vaak voor het reisje nu, ook al is het hotel minder goed [*]. Dat doen ze ook wanneer ze er echt zeker van kunnen zijn dat het doorgaat. Door de meer globale manier van denken over de toekomst is het beeld van een reisje over een jaar minder concreet en levendig. Als mensen worden aangemoedigd om op een even gedetailleerde manier aan het toekomstige tripje te denken – door bijvoorbeeld te denken aan wat ze gaan doen als ze in dat hotel in Parijs zijn – dan kiezen ze eerder voor de beste optie, ook al ligt die verder in de toekomst. Je kiest dus eerder voor het beste alternatief wanneer je op een vergelijkbare, even concrete manier nadenkt over de twee opties.

Dit kun je toepassen wanneer je bijvoorbeeld geneigd bent om een avond voor de tv te gaan hangen terwijl je ‘eigenlijk’ nog ergens aan zou moeten werken. Het avondje voor de televisie lonkt, je hebt bijvoorbeeld gezien welke film er komt en welke snacks in huis zijn die er perfect bij passen. De beloning van het werken aan de klus is verder weg, dus vager. Om de race tussen de twee alternatieven gelijkwaardiger te maken, moet je denken aan concrete uitkomsten die je bereikt als je aan het werk gaat. Bijvoorbeeld hoe het zal zijn wanneer je goed beslagen ten ijs komt in een overleg, wanneer je waardering krijgt voor je werk, of wanneer je slaagt voor dat examen. Je vergelijkt dan concreet met concreet.

Omgekeerd kan ook: in plaats van je directe beloning op een concrete manier te bekijken, kun je uitzoomen en er globaler naar kijken. Niet ‘dat ene avondje voor de buis’, maar: hoe is je leven als je dat elke dag doet? Je vergelijkt dan globaal met globaal.

Aan het begin van dit artikel zei ik: we zijn geneigd te veel te vertrouwen op ons toekomstige potentieel, terwijl we dat wat ons te doen staat net zo goed meteen kunnen doen. Het leuke is: wanneer we dat doen, kunnen we onszelf extra ontwikkelen en méér potentieel voor onszelf creëren. Wanneer je meteen al tot daden overgaat en niet wacht tot ‘later’, maak je je potentieel natuurlijk niet ‘op’. Integendeel, je ontwikkelt jezelf en je zult dat blijven doen. Elke verleiding die we weten te weerstaan, elke verplichting die we onszelf weten op te leggen, draagt eraan bij dat we beter worden in het weerstaan van verleidingen, en het volharden in de dingen die belangrijk voor ons zijn, ook op andere terreinen. En dus: dat we steeds meer de regie krijgen over ons eigen leven.

Om de richting te bepalen kan het helpen eens te denken over waar je over vijf jaar wilt zijn. Wat zijn je belangrijkste idealen, wat wil je hebben bereikt? Wat voor mens wil je zijn? Zet dit zoveel mogelijk om in concrete actiepunten en hou je eraan, ook als het niet goed uitkomt. Voel je tegenzin, vraag jezelf dan af: ‘Zou ik dit op een later moment wél doen?’ Is het antwoord ja, doe het dan nu. Je wílt het!

Morgen begin ik écht

Smoezen en drogredenen waarmee we belangrijke dingen uitstellen:

Ik kan er best mee stoppen als ik het echt wil. Ik ga nog wel een keer stoppen met drinken/roken/drugs/vlees eten/mijn ongelukkige relatie/te hard werken/te veel op internet zitten. Ik ben er ‘niet echt’ aan verslaafd, zoals anderen, dus ik hoef ‘niet echt’ te stoppen.

Ik moet me eerst voorbereiden, ik ben er nog niet aan toe. Bijvoorbeeld een boek schrijven, een eigen bedrijf starten, naar een hogere functie solliciteren of een studie beginnen.

Nu is geen goed moment. Morgen begin ik met lijnen. Na de kerst is een goed moment: met nieuwjaar. In de zomer is een goed moment, dan heeft je lichaam geen vetreserves nodig. Maar in de vakantie wil ik lekker eten, dus na de vakantie is toch beter. Of, hetzelfde verhaal in een andere probleemcategorie: het is nu even niet zo’n goed moment om zuiniger te doen, maar het gaat wel lukken als … deze dure periode achter de rug is, als ik eenmaal een andere woning of baan heb, als het eenmaal zomer is (minder gasverbruik), als het eenmaal winter is (minder uitjes), als ik eenmaal samenwoon (is goedkoper), als ik eenmaal alleen woon (zonder mijn verkwistende partner).

Later heb ik meer tijd (en meer geld, en ruimte, en rust). Ik maak eerst die kleine klusjes af, en dan begin ik eraan – aan een grotere klus, zoals het uitmesten van de zolder, kledingkast of mailbox. Als die kleine klusjes eerst uit de weg zijn, dan heb ik meer rust en ruimte (in mijn hoofd, agenda, huis, garage) om aan de grotere te beginnen. Later heb ik ook meer tijd voor mijn partner of gezin, of mijn hobby, tijd om te mediteren of gewoon tijd voor mezelf. Tijd is iets waarvan we steevast het gevoel hebben dat er later meer van zal zijn. Dat is opmerkelijk wanneer je bedenkt dat er met iedere dag minder tijd over is voor de rest van je leven.

Bronnen: E. Williams e.a., Being all that you can be (…), Personality and Social Psychology Bulletin, 2012 / K. Kassam e.a., (2008). Future anhedonia and time discounting, Journal of Experimental Social Psychology, 2008 / T. Eyal e.a., Judging near and distant virtue and vice, Journal of Experimental Social Psychology, 2008 / (*) H. Kim e.a., Similar psychological distance reduces temporal discounting, Personality and Social Psychology Bulletin, 2013

Niet morgen, maar nu

Van uitstel komt afstel. Zo motiveert je jezelf om de dingen wél hier-en-nu te doen:

  1. Kijken naar je eigen gedrag, zoals je dat ook bij anderen doet, maakt het beeld van jezelf eerlijker en realistischer. Doe alsof u een buitenstaander bent en kijk niet naar uw bedoelingen, plannen, wensen en motieven, maar naar wat u doet.
  2. Wees lief voor je toekomstige zelf. Probeer je toekomstige zelf te zien als iemand om wie je geeft en met wie je het beste voorheeft. Zie je ergens tegen op, bedenk dan: als ik het uitstel, hoe staat het er dan over een maand voor, of over een jaar? Verplaats je in je eigen schoenen op dat latere moment: hoe ga je je dan voelen? Is er nu al iets te doen om ervoor te zorgen dat het er dan beter uitziet?
  3. Heb je het idee dat er later meer tijd zal zijn voor een klus of activiteit? Stel jezelf voor dat het niet later is, maar nu. Zou je er tijd voor hebben als het nú moest gebeuren? Nee? Oké, dan is dat over een paar maanden waarschijnlijk nog steeds zo.
  4. Maak gedachten over nu en later vergelijkbaar. Moet je jezelf een hier-en-nu-pleziertje ontzeggen, probeer dan om je de latere beloning zo concreet mogelijk voor te stellen. Bijvoorbeeld het resultaat van dat harde werk, alles wat mogelijk is wanneer je vrij bent van die verslaving of obsessie, of wat het kan opleveren als je voor jezelf opkomt. Verplaats jezelf in gedachten naar dat moment en denk aan de details.
  5. Omgekeerd kan ook: globaler kijken naar het hier-en-nu. In plaats van ‘ach, dat ene extra glaasje wijn’ bijvoorbeeld bedenken: ‘Hoeveel drink ik in een week als ik dit elke dag doe?’ Dat maakt gedachten over nu en later vergelijkbaar, waardoor de strijd eerlijker is.
  6. Houd het langetermijndoel in gedachten. Wanneer je blootstaat aan verleiding – bijvoorbeeld luieren, eten, overspel plegen – vertaal dan al het mogelijke gedrag in termen van dat hogere doel. Puffen, hijgen en zweten bij het sporten? Denk dan: ‘Ha, mijn lichaam is hard aan het werk; ik werk aan mijn gezondheid!’

Spanning en ongerief bij het stoppen met drinken, roken, facebooken of een andere verslaving? Denk dan: ‘Hoe slechter ik me voel, des te duidelijker is het dat dit nodig was en goed voor me is.’ Denk aan de bevrijding waar u naartoe werkt. En kosten taken moeite en inspanning, bedenk dan: ‘Als ik dit volbreng, train ik mijn zelfdiscipline/ autonomie/ doorzettingsvermogen/ zelfbeheersing; hoe vaker ik dit doe, hoe sterker het wordt.’