Jaap Seidell: ‘Water drinken wordt weer hip’

Obesitas is de cholera van deze tijd, zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. De schuld ligt niet bij de mensen die eraan lijden, maar bij de ziekmakende omgeving. En dat terwijl er verbluffend simpele manieren zijn om de samenleving een stuk gezonder te maken. ‘Geef mensen een mooie waterkaraf en ze gaan minder cola drinken.’ Tekst: Anne Pek Foto’s: Brigitte Kroone

Als kind kreeg Jaap Seidell (57) op zaterdagavond een handje chips en een glaasje cola. ‘Daar keek ik op vrijdag al naar uit. Nee, op woensdag.’

Tegenwoordig kennen veel gezinnen dagelijks zo’n verwenmoment. Met als gevolg dat de overgewichtscijfers afgelopen decennia zijn geëxplodeerd. Inmiddels heeft bijna de helft van de Nederlanders overgewicht, en telt iedere schoolklas wel een regelrecht obees kind.
Dat zijn dramatische cijfers, die obesitasonderzoeker Seidell met zorg volgt. Toch noemt de universiteitshoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam zichzelf een hoopvol man. In Het voedsellabyrint, het boek dat hij samen met psychologe Jutka Halberstadt schreef en dat vorige maand verscheen, schetst hij een beeld van hoe we als maatschappij met heel diverse, vaak verbluffend simpele maatregelen ons gewicht weer in het gareel kunnen krijgen.
Een aantal van die ideeën zijn inmiddels al in uitvoering. Zo verschijnen door ons hele land nieuwe kraanwatertappunten op straat. ‘Water drinken wordt weer hip,’ voorspelt Seidell. En dat is snelle winst, want: ‘Wie zijn dorst heeft gelest, stopt met drinken. In die zin werkt dorst echt anders dan honger. Na een flesje water grijpen we minder snel naar calorierijke dranken.’

Dat is inderdaad een hoopvolle ontwikkeling. Toch schetst u in uw boek wel degelijk een zorgelijk beeld. U ziet een sterke tweedeling ontstaan in de maatschappij.

‘Dat klopt. De laatste jaren lijken de obesitascijfer niet meer te groeien, maar dat komt vooral doordat hoger opgeleiden meer zijn gaan letten op wat ze eten en hoeveel ze bewegen. Neem Amsterdam-Zuid, de welvarende buurt waar ook de vu staat. Daar vind je meerdere EkoPlaza’s en verantwoorde winkels van Marqt. Daar wonen ook de mensen die superfoods kopen en in ieder geval in het weekend veel tijd aan koken besteden. De foodies, zeg maar. In deze buurt is maar 10 procent van de kinderen te dik, en dat cijfer lijkt stabiel.
Maar in de achterstandswijken neemt overgewicht nog steeds toe. In wijken die hemelsbreed maar een paar kilometer hiervandaan liggen, is maar liefst 30 procent van de kinderen te dik. Wat je ziet, is dat de supermarkten daar ook een heel ander aanbod hebben. Geen koelschappen vol sushi, maar drie flessen cola voor de prijs van één, en extra grote zakken chips.’

Toch denk ik dan: dat iets in de schappen ligt, betekent niet dat je het ook moet kopen.

‘Onderschat marketeers niet. Ze weten precies wat ze moeten doen om hun producten aan de man te brengen. Vooral op kinderen gerichte marketing werkt geweldig: drankjes met Cars op de verpakking, toetjes van Paula de Koe, snoep bij de kassa. Dan doet de zeurterreur meteen zijn werk.’

Ik zeg ‘nee’ als mijn dochter in de winkel met zulke producten komt aanzetten.

‘Dan heeft u een zogeheten autoritatieve ouderschapsstijl. Dat betekent dat u wel betrokken en begripvol bent, maar ook streng: u stelt duidelijk regels en grenzen, en legt uit waarom u iets niet goed vindt. Van kinderen van autoritatieve ouders weten we dat ze minder snoepen, en slanker en gezonder zijn.
Maar ook wat dat betreft zien we een tweedeling. Ik doe met mijn promovendi veel onderzoek naar ouderschapsstijlen en wat we zien, is dat de meeste ouders tegenwoordig de permissieve stijl hanteren. Ze onderhandelen meer met hun kinderen en vinden dingen sneller oké. Ook met het idee: ik kom net uit mijn werk, de kinderen zijn hangerig van een dag crèche of school, laten we de strijd maar even niet aangaan. Dat gebeurt ook bij dingen als gamen en tv-kijken. Ouders hebben steeds meer moeite om grenzen te stellen. Ze hebben er de energie niet voor, en ze hebben het ook niet geleerd.’

Kunnen ze op eetgebied nog wel streng zijn voor zichzelf?

‘Daar heeft bijna iedereen moeite mee. En verkopers maken daar gebruik van. Ze kennen onze kwetsbare momenten. Bijvoorbeeld bij kiosken en benzinestations, van die plekken waar je komt als je na een lange werkdag weer naar huis gaat. Je hebt de hele dag al keuzes moeten maken en je moeten beheersen, en dan heeft de trein ook nog eens vertraging of je ziet de file voor je opdoemen. En dan bestel je koffie en zegt de caissière: “Wilt u er nog iets bij? We hebben dit in de aanbieding.” Mensen zijn heel gevoelig voor aanbiedingen, supermarkten halen daar 70 procent van hun omzet mee. Dus wat denk je als je afrekent: twee repen voor de prijs van een, laat ik dat maar doen, ik hoef ze niet allebei meteen te eten. Maar dat gebeurt natuurlijk wél, want ja, je staat in de file.
Daarnaast nemen mensen steeds minder tijd voor een maaltijd. Voor de bereiding ervan, en voor het samen aan tafel zitten. Er moeten nog zoveel andere dingen gebeuren; de een moet sporten, de ander vergaderen, De Wereld Draait Door begint zo… En dan zou jij de moeite nemen om groenten te snijden en koken, terwijl je al weet dat de kinderen er een lang gezicht boven trekken? In dat gedoe hebben veel mensen geen zin meer. Dan nemen ze liever gemaksproducten.’

Toch blijft u hoopvol.

‘Ja, want dingen kunnen veranderen. Toen ik opgroeide, rookte 80 procent van de mannen. Mijn ouders hadden zo’n glaasje met sigaretten op tafel staan, ik kleide ieder jaar een asbak voor Vaderdag. Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen? Roken is niet meer cool. Te veel drinken begint ook al minder cool te worden. En je hoort steeds vaker: “Zitten is het nieuwe roken.” Meer bewegen wordt de norm.’

Dus straks is het raar om een patatje te eten op straat?

‘Dat zou best eens kunnen. Ik zie het hier om me heen al veranderen. Veel van mijn studenten lopen met een waterflesje rond. Ze nemen de trap in plaats van de lift. Ik doe dat ook, en ik werk op de vijfde etage. Verder vergader ik regelmatig lopend met collega’s – gaan we wandelen in het Amsterdamse Bos.
En die bewustwording zie ik ook buiten de traditionele gezondheidshoek, bij de mensen die aan de knoppen draaien als het gaat om het sturen van gedrag. Stadsplanners, verkeerstechnici, onderwijsmensen. Ik hoor dat bedrijven op de Zuidas parkeerplaatsen schrappen; hun werknemers kunnen best met de fiets of de tram komen. Ik zie dat steden auto- en scooterverkeer aan banden leggen. En ik kom steeds vaker op scholen die verjaarstraktaties afschaffen, omdat ze alleen maar gedoe opleveren – “Dit kind mag geen gluten, dat kind geen noten” – en de jarigen net zo blij zijn met een lied en een mooi versierde muts.’

In uw boek steekt u de loftrompet over schooltuintjes.

‘We zien overal hoe goed die uitpakken. Kinderen vinden tuinieren leuk en bovendien komen ze op die manier buiten en gaan ze bewegen. Niet vreselijk intensief natuurlijk, maar wel laagdrempelig – iedereen kan onkruid wieden.
En dan krijgen ze ook nog eens zelfverbouwde groenten mee naar huis. Die ze éten! Want als je net worteltjes uit je eigen tuin hebt opgegraven, ga je echt geen snickers kopen. Daardoor ontdekken zij en hun ouders dat ze dus best groenten lusten. Goed nieuws, want wist je dat maar 1 procent van de Nederlandse kinderen voldoende groente eet? Gemiddeld krijgen ze maar veertig gram per dag naar binnen. Dat zou minstens vier keer zoveel moeten zijn.
Nog een mooi voorbeeld van iets kleins wat grote gevolgen kan hebben: een project waarin moeders leren glas te graveren. Ze versieren een waterkaraf met de namen van hun kinderen en die gaat na afloop mee naar huis. Er wordt daarna meetbaar meer water gedronken in die gezinnen. Zonder dat dat nou expliciet aan de orde was geweest tijdens die graveerlessen.’

Er is geen praatje gehouden over het gevaar van frisdrank?

‘Nee. Want dat weten we ook uit onderzoek, dat het geen zin heeft een diëtiste voor zo’n groep te zetten die zegt: frisdrank is slecht en te veel vruchtensap ook, jullie moeten water drinken. Alleen maar zenden werkt niet.
Daarom luisteren we tegenwoordig veel meer. En dat levert belangrijke inzichten op. Want dan hoor je dingen als: ik kom uit een land waar kraanwater niet veilig is, zodra je geld hebt voor iets anders koop je dat. Zo’n karaf kan dat dus veranderen. Hij krijgt een mooie plek op tafel en als de kinderen thuiskomen pakken ze geen frisdrank meer, maar nemen ze water uit moeders karaf.’

In uw boek schrijft u ook dat mensen met overgewicht meer hebben aan een zelfhulpgroep dan aan begeleiding door artsen en diëtisten.

‘Inderdaad. Obesitas is een serieus medisch probleem, maar dat betekent niet dat we het ook medisch moeten behandelen. Je moet dikke kinderen bijvoorbeeld niet onder schooltijd naar het ziekenhuis laten komen en in de kelder op een hometrainer zetten. Je moet ze iets bieden waaraan ook kinderen zonder overgewicht graag zouden deelnemen.
Ook voor volwassenen geldt: stigmatiseren werkt niet, dreigen met dingen als premieverhoging heeft geen zin. Mensen hebben er meer aan als je ze helpt uit te zoeken hoe het zover is gekomen, en wat ze kunnen veranderen in hun leven om gewicht kwijt te raken. Vaak blijkt dan dat er andere problemen achter zitten. Wonen in een onveilige buurt waar ze niet lekker naar buiten kunnen. Te weinig geld om verse groenten en fruit te kopen. Gewoon niet weten hoe ze groenten moeten bereiden.’

Overgewicht is dus geen kwestie van desinteresse en onwil?

‘Nee! Ik moet de eerste nog tegenkomen die zegt: ik vind het heel tof dat ik te zwaar ben. Maar momenteel heerst in de maatschappij wel een beetje het beeld dat obesitas een keuze is.
Wat dat betreft zijn er overeenkomsten met hoe er midden negentiende eeuw tegen de problemen van de onderklasse werd aangekeken. Dat toen in de Amsterdamse volksbuurten zoveel mensen stierven aan ziektes als cholera, werd als een kwestie van eigen schuld gezien. Moesten ze maar wat hygiënischer leven. Tot armendokter Samuel Sarphati zei dat het probleem niet in de mensen zat maar in hun omgeving: dat hun buurten geen riolering, schoon drinkwater en vuilophaaldienst hadden. Hij nam allerlei initiatieven om daar verandering in te brengen en in de decennia daarop steeg de gemiddelde levensverwachting in Amsterdam met wel vijftien jaar.’

Vandaar dat het nieuwe onderzoeksinstituut waarbij u nu betrokken bent, het Sarphati Instituut gaat heten?

‘Ja. Want je zou obesitas de cholera van deze tijd kunnen noemen. We moeten de schuld niet meer leggen bij de mensen die eraan lijden, maar kijken naar ziekmakende structuren. Hoe verander je die? In het Sarphati Instituut willen we onderzoekers, beleidsmakers en praktijkmensen samenbrengen, zodat ze van elkaar kunnen leren. Dat biedt de beste kans op verandering.’

Jaap Seidell (57) is betrokken bij meerdere publieksinitiatieven op het gebied van gezond eten, waaronder ‘het vinkje’ op verantwoorde supermarktproducten. Momenteel werkt hij aan de oprichting van een nieuw onderzoeksinstituut, waarin overheid, wetenschap en bedrijfsleven gaan samenwerken in de strijd tegen welvaartsziekten: het Sarphati Instituut. Seidell studeerde humane voeding in Wageningen en promoveerde in 1986 op obesitas. In 1999 vroeg de Vrije Universiteit Amsterdam hem hoogleraar voeding en gezondheid te worden en de nieuwe opleiding gezondheidswetenschappen op te zetten.
Onlangs verscheen van Jaap Seidell en Jutka Halberstadt Het voedsellabyrint. Een weg uit het doolhof van eetadviezen en -trends, Atlas Contact, € 17,99

auteur

Anne Pek

Gezondheid is zoveel meer dan niet ziek zijn. Het is ook lekker in je vel zitten, zin hebben in dingen, ermee kunnen omgaan als het even tegenzit. Als wetenschapsjournalist volg ik gretig het onderzoek naar alles wat ons geestelijke en fysieke welzijn beïnvloedt, en al sinds 2005 schrijf ik voor Psychologie Magazine over gezondheid in die brede zin.

» profiel van Anne Pek

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Kater adé

Obesitas is de cholera van deze tijd, zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. De schuld ligt niet bij ...
Lees verder
Interview

Jaap Seidell: ‘Water drinken wordt weer hip’

Obesitas is de cholera van deze tijd, zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. De schuld ligt niet bij ...
Lees verder
Artikel

Even opladen – 4 tips

Alle indrukken verwerken, je lijf en je hoofd tot rust brengen, je even terugtrekken en opnieuw opla...
Lees verder
Artikel

Even opladen – 4 tips

Alle indrukken verwerken, je lijf en je hoofd tot rust brengen, je even terugtrekken en opnieuw opla...
Lees verder
Artikel

PMS’ers zijn vaker opgewekt

Obesitas is de cholera van deze tijd, zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. De schuld ligt niet bij ...
Lees verder
Artikel

Het kind dat niet kwam

Voor veel kinderloze vrouwen is dat geen bewuste keuze – het overkomt ze. En je daar definitief bi...
Lees verder
Artikel

Zuurstof houdt jong

Naast vitaminepillen, sport en hersengymnastiek is er weer iets nieuws om veroudering tegen te gaan:...
Lees verder
Artikel

De Toptoets: een moeilijke toets voor makkelijk lerende kind...

'Wil je ver komen, dan moet je talent hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor prestaties op sportief geb...
Lees verder
Artikel

8 challenges om te doen met je kind: lukt het jullie?

Wie kan met zijn oren wapperen? Of met zijn ogen dicht zijn navel aanwijzen? 8 trucjes om te probere...
Lees verder
Artikel

Lessen van Nadal

Obesitas is de cholera van deze tijd, zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. De schuld ligt niet bij ...
Lees verder