actueel

Komende winter dreigt in België een elektriciteitstekort: twee kerncentrales liggen dan al een halfjaar stil. Er is een noodplan, met een oproep aan huishoudens om beperkt gebruik te maken van stroomslurpers zoals droogtrommels en vaatwassers. En, zo zegt een woordvoerster van netbeheerder Elias: ‘We zouden aan de mensen kunnen vragen: kook een halfuur later of vroeger.’

Gaat zo’n oproep werken? Niet als je kijkt naar wat er in de winter van 1979 in het Groninger Huizinge gebeurde. Door hevige sneeuwval was het dorp vele weken lang afgesloten van stroom. Er was geen heet water, verwarming of televisie. Gelukkig had een van de inwoners een generator die genoeg energie kon opwekken voor alle dorpelingen. Die moesten dan wel hun stroomverbruik beperken. Dat betekende: slechts één lamp aan, alleen de koude kraan gebruiken, de thermostaat op maximaal 18 graden en de gordijnen dicht om de warmte binnen te houden. Zo gezegd, zo gedaan.
Toch ging het al snel mis: de generator begaf het. Veel dorpelingen hielden zich namelijk niet aan de afspraken. Ze zetten de thermostaat op een behaaglijke 21 graden, keken gewoon naar de televisie en deden meer lampen aan. Zelfs toen na reparatie van de generator inwoners werden aangewezen om te

controleren of iedereen niet te veel energie verbruikte, begaf de generator het opnieuw – om dezelfde reden.
Wat in Huizinge gebeurde, en wat in België gaat gebeuren, is volgens hoogleraar psychologie Paul van Lange van de Vrije Universiteit een perfect voorbeeld van een sociaal dilemma. De keuze tussen a) gedrag dat op korte termijn gunstig is voor jezelf (lekker warm voor de televisie kruipen) maar op de lange termijn het gemeenschappelijk belang schaadt (het hele dorp zonder stroom); en b) gedrag dat jezelf op korte termijn weinig oplevert (in de kou zitten), maar op lange termijn voor iedereen vrucht afwerpt (in ieder huis tenminste een beetje licht en warmte).

Zwartrijden

Veel prangende wereldproblemen zijn te vangen in sociale dilemma’s, zegt Van Lange. Neem bijvoorbeeld de overbevissing van de zeeën, de vernietiging van het tropisch regenwoud of het onvermogen van landen om gezamenlijk de uitstoot van co2 te beperken. Op korte termijn is er voor individuen of individuele landen financieel gewin, maar op langere termijn zijn we allemaal de klos als we deze problemen niet het hoofd kunnen bieden.
Sociale dilemma’s behelzen ook meer persoonlijke alledaagse keuzes, zoals die tussen het openbaar vervoer of de auto om naar het werk te gaan, of de keuze voor vlees of vegetarisch vanavond op je bord. Ook wie besluit geen kaartje te kopen voor de trein, heeft te maken met een sociaal dilemma. Van Lange: ‘Op korte termijn is het gunstig voor jezelf om geen kaartje te kopen, maar als te veel mensen dat doen, moeten de spoorwegen op lange termijn een andere inkomstenbron gaan zoeken.’

Gericht op de korte termijn

Dat de weegschaal bij te veel sociale dilemma’s doorslaat naar de egoïstische kant is volgens psycholoog Van Lange een reële angst. ‘Biologisch gezien zijn we niet geneigd over onze horizon heen te kijken. Dat is niet onze natuurlijke instelling. We zijn als mensen vooral gericht op de korte termijn. Dat komt heel duidelijk naar voren uit onderzoek.’ Om te bestuderen hoe mensen zich bij sociale dilemma’s gedragen ontwikkelden wetenschappers allerlei experimentele situaties, zoals resources dilemmas, bronnenkwesties. Proefpersonen mogen om beurten geld of punten pakken uit een gemeenschappelijke pot, die slechts geleidelijk weer wordt aangevuld. Rationeel gezien is het voor ieder individu natuurlijk het slimste om zo veel mogelijk voor zichzelf uit de pot te graaien; maar als iedereen dat doet, raakt de pot sneller uitgeput dan dat hij wordt aangevuld en eindigt iedereen met lege handen.
Deze experimentele situatie is volgens Van Lange vergelijkbaar met bijvoorbeeld de overbevissing van de zeeën. Het tempo waarin vis wordt gevangen is hoger dan het tempo waarin soorten zich kunnen voortplanten om hun populatie in stand te houden.

Hoe ouder, hoe altruïstischer

Uit het onderzoek naar sociale dilemma’s blijkt dat er verschil is in hoe vaak mensen egoïstische keuzes maken. Wat maakt dat de ene persoon het grotere belang voor ogen heeft terwijl de andere vooral voor zichzelf kiest? Van Lange: ‘Mensen verschillen in hun korte- of langetermijnoriëntatie en in de mate waarop ze op het collectief zijn gericht. Ook blijkt uit onderzoek dat mensen die meer vertrouwen hebben in anderen en over een positiever mensbeeld beschikken, vaker “prosociale” keuzes maken, keuzes die goed zijn voor het collectief.’ In het stereotiepe beeld dat dat vooral vrouwen zijn, zit een kern van waarheid, zegt Van Lange. ‘Maar het sekseverschil wordt vaak overschat.’

Belangrijker is volgens hem het leeftijdsverschil – een ‘sterke tendens’ die volgens hem zichtbaar werd door in zijn onderzoek grote groepen mensen van verschillende leeftijd te volgen. Mensen blijken minder vaak egoïstische keuzes te maken naarmate ze ouder worden.

Koelkast in woongroep

Psychologisch onderzoek geeft ook bruikbare aanwijzingen voor manieren waarop mensen zijn te bewegen tot een keuze in het belang van de groep. Van Lange: ‘Uit onderzoek blijkt dat mensen in kleinere groepen vaker prosociale keuzes maken. De dinner party size, de vier of vijf mensen die je voor een etentje zou uitnodigen, is de ideale groep om mee samen te werken.’ Vier mensen maken namelijk meer prosociale keuzes dan acht, en vertrouwen elkaar meer. Wordt de groep nog groter, dan neemt het aantal prosociale keuzes nog verder af, ook al is die afname steeds minder sterk. Van Lange: ‘Als een architect van studentenwoningen mij om advies zou vragen, zou ik zeggen: maak de woongroepen niet te groot, dat beperkt de kans dat koelkasten geplunderd worden.’
Er zijn nog meer maatregelen die hun werkzaamheid hebben bewezen, zegt de psycholoog. ‘Wat goed werkt bij milieukwesties is de toekomst dichterbij brengen, bijvoorbeeld door mensen te herinneren aan hun kinderen. Wat voor wereld willen we voor hen achterlaten?’

Ook voorbeeldgedrag is belangrijk. ‘Bij sociale dilemma’s laten mensen zich ook sterk leiden door wat anderen doen. Als één wielrenner doping gebruikt, dan doen anderen dat ook eerder. Hetzelfde geldt voor het hamsteren van schaarse producten: als een enkeling hamstert, is er niets aan de hand. Maar als iedereen hamstert, ben je in het nadeel als je achterblijft.’

Een andere slimme strategie is het verminderen van de anonimiteit. Van Lange: ‘Mensen maken nu eenmaal socialere keuzes als ze het idee hebben dat anderen hen kunnen zien.’ Hij refereert aan een experiment op de universiteit van Newcastle: boven de pot waarin iedereen geld moest stoppen wanneer hij koffie of thee pakte, werd een poster van een paar ogen opgehangen. Dat werkte: mensen deden vaker geld in de pot dan wanneer er een andere poster hing. Zelfs papieren ogen dwingen dus tot socialer gedrag. Van Lange: ‘In Huizinge moesten inwoners hun gordijnen op een gegeven moment openlaten. Al kostte dat warmte – zo kon iedereen zien wat er binnen gebeurde.’
Het is de vraag welke aanpak in België het best zal werken. Maar als niet elke Belg individueel zijn steentje bijdraagt, dupeert hij het collectief. Want, zo laat de netbeheerder dreigend weten, in uiterste nood zullen honderdduizenden huishoudens tegelijk van de stroom worden afgeschakeld.

Meer lezen over sociale dilemma’s?
www.socialdilemma.com
P. van Lange e.a., Social dilemmas: Understanding human cooperation, Oxford University Press, 2014, e-book e 69,85[/wpgpremiumcontent]