We krijgen speeksel in onze mond zodra we een lekker hapje zien. Bij thuiskomst tuiten we onze lippen omdat we onze dagelijkse welkomstzoen verwachten. We rekenen erop dat de bakker ’s morgens bij het brood kopen aardig tegen ons doet, en we gaan ervan uit dat onze vakantie naar dat zwoele eiland een groot succes zal zijn.

Hebben we een vrije wil?

Ik wilde olijven kopen. Bij het versvak in de supermarkt bleken die in de aanbieding: drie bakjes vo...

Lees verder

Ons hele leven is doordrenkt van allerlei verwachtingen – van minuscule, alledaagse tot grote, allesomvattende. Hoe mindful we tegenwoordig ook proberen te zijn, het grootste deel van ons leven zijn we bezig met wat komen gaat.

‘Het brein is één grote verwachtingsmachine,’ heeft de beroemde filosoof Daniel Dennett eens gezegd. Al die verwachtingen zijn bittere noodzaak, want als we helemaal niets verwachtten, zouden we ten onder gaan in de chaos die het leven anders zou zijn.

Dingen verwachten helpt ons bij het inspelen op de toekomst, waardoor we het leven soepeler en sneller kunnen laten verlopen. Dat speelt al bij iets heel alledaags als fietsen: dat kunnen we dankzij onze verwachtingen. Doordat we verwachten dat we anders zullen omvallen, laten we ons wiel niet te veel naar één kant hellen.

De kleur van je pen

Verwachtingen sturen ons leven, en net als bij fietsen zijn we ons daar meestal niet van bewust. Op een dag dat de zon schijnt, bijvoorbeeld, hebben we al een andere verwachting dan wanneer het bewolkt is. Zo bleek uit een Amerikaans onderzoek onder sollicitanten dat ze eerder werden aangenomen op dagen dat de zon scheen: een zonnige dag stemt de sollicitatiecommissie positiever, waardoor die de sollicitant in een gunstiger daglicht plaatst en hogere verwachtingen van hem of haar heeft.

Zelfs de kleur van de pen waarmee je schrijft, verandert je verwachtingen al: docenten die met een rode pen een tekst moesten corrigeren, streepten vaker onterecht dingen als fout aan en gaven 10 procent lagere beoordelingen. Corrigeerden ze met een blauwe of zwarte pen, dan waren ze een stuk objectiever. Puur de rode kleur van de pen maakt dus dat we meer fouten verwachten… en zien.

Maar niet alleen een kleur, ook een enkel woord, in het voorbijgaan gelezen of gehoord, kan al voldoende zijn de verwachtingen over onszelf op onbewust niveau te veranderen, en daarmee ook ons gedrag. Zo is in onderzoeken aangetoond dat mensen na horen of lezen van het woord ‘oud’ langzamer gaan lopen omdat ze van zichzelf minder souplesse verwachten.

Door het woord ‘schoon’ gaan mensen zichzelf als deugdzamer zien, met als gevolg dat ze zich moreler gaan gedragen. Op een vergelijkbare manier blijken woorden die met macht te maken hebben, ons geestelijk scherper te maken.

Ook de verwachtingen van anderen kunnen een sterke invloed uitoefenen. In de psychologie is al langer bekend dat wat een leraar van zijn leerlingen verwacht, enorm bepalend is voor hun schoolprestaties. Dat wordt het Rosenthal-effect genoemd, naar de beroemde Harvard-psycholoog Robert Rosenthal.

In een klassiek geworden experiment overhandigde Rosenthal leraren iq-scores van de kinderen uit hun klas, maar stiekem had hij de uitslagen verwisseld: achter de namen van slimme kinderen had hij lage scores gezet, en achter de namen van de lager scorende kinderen hoge iq-punten.

Wat bleek: de minder intelligente kinderen behaalden in de periode die volgde betere schoolprestaties dan de intelligente kinderen. Reden: de leraar verwachtte door de vervalste iq-scores meer van de eerste groep kinderen, en had onbewust meer aandacht aan hen besteed.

Vroege kindertijd

Behalve dat onze omgeving in het hier en nu onze verwachtingen ongemerkt kan sturen, dragen we ook verwachtingen in onszelf mee die al lang in ons systeem verborgen liggen. Dat kan heel diep zitten, vooral als het gaat om verwachtingen die in onze vroege kindertijd zijn gevormd: toen hadden we alleen nog maar een impliciet geheugen, zonder woorden.

Training

In 3 stappen naar je droombaan

  • Ontdek wat je passie is
  • Krijg meer energie en inspiratie
  • Verdien geld met wat je leuk vindt
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Vroeg ontstane verwachtingspatronen kunnen zó verankerd zijn geraakt, dat het automatische aannames zijn geworden over jezelf en de wereld. Vaak zonder dat je het doorhebt kunnen ze veel invloed op je leven hebben. Dat werkt via het psychologische mechanisme van de self-fullfilling prophecy: je gaat je gedragen naar je eigen voorspelling van hoe iets zal verlopen, waardoor je zelf in de hand werkt dat het precies loopt zoals je had verwacht.

De Engelse kinderpsycholoog Graham Music noemt in zijn opvoedboek Nurturing natures daarvan een mooi voorbeeld: als je een vader had die meestal naar je glimlachte als hij je zag, ga je dat ook van andere mensen verwachten, waardoor je hen positiever tegemoet treedt en zij eerder naar je zullen glimlachen.

Ingesleten verwachtingen

Ook het omgekeerde komt voor, legt Music uit: een kind dat weinig aandacht van zijn ouders krijgt, gaat verwachten dat mensen geen interesse in hem zullen hebben, en stelt zich vervolgens zo op naar anderen dat die ook geen interesse in hem krijgen.

Zo zijn er natuurlijk meer van dit soort ingesleten verwachtingen die een leven een bepaalde richting op sturen: wie denkt dat hij alles zelf en alleen moet kunnen, zal niet zo snel hulp vragen aan anderen en misschien minder bereiken in zijn leven. En wie verwacht dat ze altijd faalt, zal niet zo snel iets nieuws uitproberen.

Dat is in sterke mate te zien bij depressieve mensen: zij verwachten bitter weinig van het leven en richten hun aandacht vooral op wat er niet goed aan is. Daardoor hebben ze geen oog meer voor alle dingen die wél goed gaan. Ze doen negatieve voorspellingen en zien die ook uitkomen, wat hen bevestigt in hun sombere kijk op de wereld.

Negatieve verwachtingen plagen soms ook de hele maatschappij: doordat we bijvoorbeeld collectief verwachten dat wiskunde niets is voor meisjes, nemen meisjes vaak geen wiskunde in hun pakket. Daarover zegt hoogleraar psychologie Lydia Krabbendam van de Vrije Universiteit, die onderzoek deed naar de manier waarop verwachtingen ons gedrag beïnvloeden: ‘Als een jongen zijn wiskundetoets niet haalt, wijten de ouders het slechte resultaat al snel aan luiheid, maar als een meisje het niet haalt, wordt al snel gezegd: je kunt het niet, laat dat vak maar vallen.’

Zelf sturen

Maar er is hoop. Het mooie van verwachtingen is dat het, met enige inspanning, mogelijk is om ze bij te sturen, waardoor je je leven een andere richting op kunt duwen.

Daarvoor is het allereerst nodig je bewust te worden van je negatieve ingebakken verwachtingen. De volgende stap is: ze positiever formuleren. Dat heeft een gunstig effect op jezelf: verwacht je bijvoorbeeld dat je invloed kunt uitoefenen op je baan, dan bedenk je meer projecten en bereik je meer. Of ga je ervan uit dat de ontmoeting met je nieuwe schoonouders goed zal aflopen, dan ben je minder angstig en sta je meer open voor ze – en zij trouwens voor jou.

Want met onze eigen verwachtingen beïnvloeden we ook het gedrag van anderen, zo blijkt uit onderzoek. Mensen voelen andermans verwachtingen haarfijn aan en gaan zich daarnaar gedragen. Zodra je dus begint te verwachten dat anderen open en warm tegen je zullen zijn, krijg je dat eerder van hen terug.

Hoe pak je het aan?

Zullen we dan vanaf nu dus maar gigantisch hoge verwachtingen het universum in slingeren, zoals fans van de omstreden methode The Secret doen, en vervolgens rustig achteroverleunen en wachten tot ze als bij toverslag bewaarheid worden? Nee, zo werkt het ook weer niet.

Slechts één keer je verwachting uitspreken zal niet zoveel effect hebben op je eigen gedrag; je moet jezelf aan je positievere verwachtingen blijven herinneren, anders ga je er niet echt naar leven. Daar komt bij: een Ferrari of de hoofdprijs uit de lotto verwachten is jezelf kwetsbaar maken voor teleurstelling, en je hebt bovendien geen invloed op zo’n verwachting.

Volgens neurowetenschapper Wolfram Schultz van de Cambridge-universiteit, die onderzocht hoe verwachtingen ons brein veranderen, doen we er goed aan zo weinig mogelijk verwachtingen te hebben die niet uitkomen, en zo veel mogelijk die wél uitkomen. Hoge verwachtingen die in gruzelementen vallen, geven namelijk een heftige reactie in het brein die vergelijkbaar is met de reactie op fysieke pijn.

Hoe brengen we het advies van Schultz nou concreet in praktijk? Richt je bewust op beloningen waarvan je zeker weet dat ze gaan komen, adviseert hij, dan creëer je sowieso positieve gevoelens bij jezelf. Ruik dus aan die goddelijke espresso die ’s ochtends uit de koffiemachine stroomt, en verheug je op het kopje koffie dat je zo dadelijk gaat drinken. Succes gegarandeerd.

Maar heb je te maken met iets waarvan de uitkomst onzeker is, matig dan je verwachtingen. Wil je bij het inchecken voor die ellenlange vlucht een ruimere plaats bij de nooduitgang, ga er dan niet voetstoots van uit dat je hem ook krijgt – dan ben je namelijk extra blij als je er wél komt te zitten, en heb je niet urenlang de p in als je toch belandt op die krappe stoel 42e.

De kracht van verwachting

Je verheugen op leuke of lekkere dingen die zeker gaan komen is in principe een fluitje van een cent: je hoeft er alleen maar je aandacht op te richten. Maar verwachtingen over grotere dingen in je leven positiever maken is niet een kwestie van even een knopje omzetten.

Iemand die bijvoorbeeld al heel lang tegen zichzelf heeft gezegd dat hij twee linkerhanden heeft, is die gedachte niet zomaar kwijt; die is onderdeel van zijn zelfbeeld geworden. Toch is het wel mogelijk om te werken aan je eigen verwachtingen. ‘Gewoon, door vaak positieve verwachtingen te herhalen voor jezelf, dan beklijven ze steeds beter,’ zegt hoogleraar Krabbendam.

Haar filosofie: met het expliciet uitspreken van je positieve verwachtingen stimuleer je jezelf nieuwe dingen te leren. ‘Vooral omdat het je ervan bewust maakt dat je door oefening beter kunt worden.’

Drie positieve effecten

Uit haar eigen onderzoek en dat van anderen blijkt dat positieve verwachtingen drie effecten hebben, aldus Krabbendam. ‘Ten eerste ga je er eerder nieuwe dingen door oefenen, omdat je erin gelooft dat oefening je beter maakt, in plaats van dat je denkt dat er toch niets te winnen valt.

Maar het doet nóg iets met je: je gaat met meer aandacht oefenen, opzoeken hoe iets moet, en geeft niet zo snel op – omdat je beseft dat als iets niet lukt, het niet betekent dat je het niet kunt, maar dat je er juist beter in kunt worden. Ook krijg je een sterkere neiging uitdagingen aan te nemen: je zegt tegen jezelf dat uitdagingen je de kans bieden ergens beter in te worden, en dat als het nu niet lukt, het niet betekent dat je het nooit zult kunnen.’

Dat klinkt allemaal aanlokkelijk, maar feit blijft: aan je verwachtingen werken kost inspanning. Krabbendam geeft een voorbeeld: ze wilde leren inparkeren. Een vaardigheid waarvan ze altijd dacht dat ze het niet zou kunnen. ‘Maar door bewust positieve verwachtingen voor mezelf uit te spreken heb ik het nu wel geleerd.

Elke keer dat ik het deed, zei ik tegen mezelf dat ik er beter in kon worden, zolang ik maar zou blijven oefenen. Als je je maar vaak genoeg bewust bent van je positieve verwachtingen, komt er geheid een dag dat je beter bent geworden in wat je je had voorgenomen.’

Bronnen o.a.: D. Redelmeier, S. Baxter, Holiday review. Rainy weather and medical school admission interviews, Canadian Medical Association Journal, 2009 / J. Bargh e.a., Automaticity of social behavior: Direct effects of trait construct and stereotype activation on action, Journal of Personality and Social Psychology, 1996 / G. Music, Nurturing natures. Attachment and children’s emotional, sociocultural and brain development, Psychology Press, 2011

Pas op voor teleurstellingen

Het positief bijsturen van onze verwachtingen verhoogt ook het dopamineniveau in ons brein. Dopamine stimuleert allerlei hersengebieden, waaronder de prefrontale cortex, waardoor we helderder kunnen denken. Kortom, door positieve verwachtingen op te roepen, kunnen we onze hersenen beter voor ons laten werken.
Maar pas op met ál te positieve verwachtingen… Hoge verwachtingen die niet uitkomen, veroorzaken een dramatische dopamine-afname, en met als gevolg een reactie in het brein die lijkt op die bij fysieke pijn. Dat effect treedt al in milde vorm op wanneer je voor het stoplicht staat en het rode licht duurt veel langer dan je dacht, of wanneer je in een winkel snelle service had verwacht en het blijkt eindeloos te duren.
Daarbij geldt: hoe belangrijker iets voor je is, hoe meer last je zult hebben van dopaminedaling. Jezelf al helemaal zien werken in de droombaan waarnaar je net hebt gesolliciteerd, is een riskante onderneming. Word je alsnog afgewezen, dan voelt dat als een mokerslag die dagenlang nadreunt. Beter voor het brein is het om je verwachtingen wel positief, maar ook weer niet te rooskleurig te maken. Zeg van tevoren tegen jezelf dat je ermee kunt leven als die baan niet doorgaat, maar dat je het ronduit geweldig zou vinden als je werd aangenomen.

Je ruikt wat je verwacht

Zelfs onze neus laat zich beïnvloeden door onze verwachtingen. Een team van Britse en Zwitserse onderzoekers toonde aan dat alleen al het lezen van een woord onze waarneming van een stinkgeur kan veranderen. Ze lieten mensen een zweetgeur ruiken terwijl die een woord moesten lezen. Was dat een ‘prettig’ woord, bijvoorbeeld ‘cheddar’, dan vonden de proefpersonen de lucht veel minder vies ruiken dan wanneer ze een woord lazen waarbij ze negatieve associaties hadden, zoals ‘lichaamsgeur’.
Ruik je dus iets vies, denk dan even aan een woord dat een lekkere geur suggereert en je hebt minder last van de stank. Tip voor mensen die nogal transpireren: draag een T-shirt met een afbeelding van een roos en stuur de verwachtingen van je omgeving de positieve kant op.
Bron: I. de Aroujo, E. Rolls e.a., Cognitive modulation of olfactory processing, Neuron, 2005

Zomaar een kilo lichter

Puur iemands verwachtingen hebben al invloed op zijn of haar lichamelijke gezondheid, zo ontdekten onderzoekers van Harvard. Ze vertelden kamermeisjes in hotels dat hun werk een vorm van sport was die goed was voor de gezondheid. ‘Door uw werk doet u allerlei belangrijke spieroefeningen en verbruikt u calorieën,’ zeiden de onderzoekers. ‘Met een kwartier bedden verschonen verbrandt u 40 calorieën, met stofzuigen 50 en met badkamers schoonmaken 60. Daarmee voldoet u ruim aan de officiële richtlijnen voor bewegen.’
Vier weken later bleken de vrouwen een kilo lichter te zijn en een betere bloeddruk te hebben. Terwijl een vergelijkbare groep kamermeisjes aan wie niets over hun sportieve beroep was verteld, niet was afgevallen en geen betere bloeddruk had gekregen.

Wat was er de oorzaak van dat de eerste groep was afgevallen? Waren ze door het sportverhaal enthousiast geworden en buiten hun werk meer gaan sporten? Waren ze wellicht harder gaan werken? Anders gaan eten? Er gezondere gewoontes op na gaan houden? Nee, niets van dat al, zo bleek bij navraag. Volgens de onderzoekers was het puur de kracht van de geest geweest: de positieve instelling van de vrouwen had hun lichaam gezonder gemaakt. De wetenschappers weten niet welk mechanisme daarvoor verantwoordelijk was.
Bron: A. Crum, E. Langer, Mind-set matters: Exercise and the placebo effect, Psychological Science, 2007