Het duurde even deze winter, maar toen werd het toch nog koud. Slecht nieuws voor de uitbottende hortensia’s in de tuin, maar fijn voor de statistieken. Want hoe lager de temperaturen, hoe meer gas er in Groningen uit de bodem moet worden gehaald. Productiegroei, joehoe!

Onzekerheid maakt hebberig

Hoe houd je je kinderen bescheiden, in een materialistische wereld vol mobieltjes, spelcomputers en ...

Lees verder

Toen ik deze redenering enkele jaren geleden tegenkwam in de krant, wankelde er echt een poot onder mijn wereldbeeld. Ook door de woordkeus. De economische groei was dat jaar gedrukt, las ik, door de zachte winter. Gedrukt. Het klonk alsof het Centraal Bureau voor de Statistiek vond dat de winter onze economie actief had tegengewerkt. Volgende ronde iets meer sneeuw s.v.p., om de nationale jaarrekening te pimpen.

Dat gasverbruikbericht was mijn persoonlijke afhaakmoment. Sindsdien haal ik mijn schouders op over groeicijfers – stijgende én dalende. En ik ben zeker niet de enige. Zie de recente stroom kritische boeken over onze economische dogma’s. Welvaart zonder groei van de Britse hoogleraar duurzaamheid Tim Jackson, The economics of enough van de eveneens Britse econome Diane Coyle – ik noem maar twee recente titels. Boodschap: groei als doel is zó vorige eeuw.

Minder is het nieuwe meer

Als je dan eenmaal hebt besloten dat meer niet per se beter is, is het nog maar een klein stapje naar de gedachte dat minder het nieuwe meer is. De kringloopwinkel kreeg de laatste jaren aan mij een trouwe klant – van het brengende soort. Elke keer dat ik er een doos afgaf, voelde ik een gelukspiekje. Mijn huis zoveel leger, en dan anderen ook nog eens blij gemaakt met mijn boeken/kleren/cd’s. Weer een stapje in de richting van de Verlichting.

Tot ik recentelijk in een Brits tijdschrift een stuk tegenkwam dat mijn nieuwe levensinstelling weer aan het wankelen bracht. Wegdoen is het nieuwe hebben, was vrij vertaald de boodschap. Wat de auteur precies schreef kan ik helaas niet herhalen – ik heb het tijdschrift weggedaan 🙂 – maar het kwam erop neer dat jan-met-de-pet inmiddels zo veel bezit dat de avant-garde noodgedwongen op ander statusgedrag is overgegaan. Die laat zich tegenwoordig niet meer voorstaan op wat hij bezit, maar op wat hij afschuift. Kijk mij eens onthecht zijn.

Het zette me aan het denken. Is ‘niets nodig’ ook maar een mode? Zou het zelfs kunnen dat het enige wat er bij mij en mijn soortgenoten is veranderd, de vaart is waarmee we onze aanschaffen weer de deur uit werken? We zijn helemaal niet minder gaan kopen, we danken het alleen eerder af. Weliswaar heel verantwoord via kringloopwinkels en milieupunten, maar dan nog.

Hypocriete statusshow

Zat het zo? Was mijn nieuwe ‘economie van het genoeg’ gewoon een zoveelste hypocriete statusshow?

Niks van waar, dacht ik eerst. Mobieltjes zijn een mooie graadmeter van ons consumentisme en ik had er in twaalf jaar tijd pas twee afgedankt. De eerste omdat-ie na vijf jaar de geest gaf en de tweede omdat hij oud en…

TEST
Doe de test »

Ben je een materialist?

Nee, dacht ik toen, nu ook eerlijk zijn! De tweede dankte ik niet af omdat-ie oud en kapot was. Zelfs niet omdat-ie me niet meer beviel. Integendeel, ondanks de nodige krassen vond ik hem na vier jaar trouwe dienst nog steeds prachtig. Sierlijk en gestroomlijnd, als wijlen de Citroën-DS. Ook wel de Snoek, de Shark of de Déesse genoemd. Moet ik meer zeggen? Je kon hem ook zo lekker open- en dichtdoen. Geen gepruts met knopjes als je een gesprek wilde beëindigen, maar een elegant klapje. Zoals Betty Draper in Mad Men haar poederdoos sluit.

Toch heb ik dit mobieltje drie jaar geleden ingeruild voor een ander. Ja, omdat de baas me toen een nieuwe aanbood. Maar er speelde meer. Ik schaamde mij. Want kort tevoren had een kennis ‘Heb je die nog steeds?’ geroepen toen ik hem in een café tevoorschijn trok. Het was alsof ze me erop wees dat ik mijn rok in mijn panty had gepropt. Ik liep al tijden voor gek en iedereen had het gezien behalve ikzelf. Dat gevoel. Betrapt.

Ik voel hoe mijn wangen van schaamte beginnen te gloeien nu ik dit opschrijf. Dat ik mijn tijdloos mooie mobiel toen niet heb verdedigd! Dat ik hem heb laten vallen omdat iemand met minder smaak en meer geld alles wat geen touch screen had, achterlijk vond. Karakterloos. Laf.

Het ergste is nog wel dat mijn dochter dat haarfijn aanvoelt. De goddelijke poederdoos is naar haar gegaan en de eerste tijd kon ze haar geluk niet op, maar nu ze in groep acht zit, begint bij haar de statusschaamte ook op te spelen. Onlangs liet ze na door te bellen dat ze veilig was aangekomen omdat ze zich – zo biechtte ze later op – geneerde: ‘Iedereen had een Blackberry of een iPhone.’ Dan hoef ik niet meer aan te komen met ‘onzin’ en ‘verwend gedoe’, want ze is niet achterlijk. Ze weet precies waaraan zij haar achterlijke telefoon te danken heeft. Inmiddels heeft ze me al de belofte afgetroggeld dat ze voor ze naar de middelbare school gaat, een ‘normaal’ mobieltje krijgt.

Opscheprondje

Is Less is more alleen leuk zolang je ermee kunt opscheppen? Drijft statusgedrag zelfs de doorsnee consuminderaar?

Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik geneigd was om in elk geval voor mezelf die vragen met ‘ja’ te beantwoorden. Je moet wel zeer autonoom zijn, vrees ik, om geheel ongevoelig te blijven voor de keurende blikken van anderen. Zodra zij gaan denken dat jij nog met die spullen rondsjouwt omdat je gewoon niet doorhebt dat ze oud en uit zijn, of dat je geen geld hebt voor iets beters, is voor de meeste mensen de lol er toch af.

Wat dat betreft vond mijn dochter een interessante oplossing voor haar statusprobleem. Toen anderen tijdens een opscheprondje op het schoolplein vroegen wat voor telefoon zij had, antwoordde ze stralend: ‘De Samsung Shark Classic.’ ‘O, wow!,’ reageerde een vriendinnetje, ‘die ken ik, die is cool!’

Een leerzame ervaring, vonden we toen we er ’s avonds thuis over waren uitgelachen. Je oude spullen met onbewogen ponem als designklassiekers presenteren. Een groot deel van je gehoor trapt er gewoon in.

Hoewel, bedachten we al doorfilosoferend, is erin trappen wel het juiste woord? Wie zegt dat je staat te liegen als je je bezit met liefde als klassieker presenteert? Wat je eigenlijk zegt, is: ik doe niet mee aan de mode, want ik heb smaak.

En toen we dat hadden bedacht, wist ik ineens ook wat de oplossing is voor mijn wegdoen-is-het-nieuwe-hebben-dilemma. Meer aan alle materie gaan hechten! Want onthecht zijn is de oplossing niet. We moeten zo veel van onze spullen gaan houden dat we ze gewoon niet voor iets anders willen inruilen. Liefde voor Schoonheid zal de wereld voor een milieuramp behoeden.

Had ik daar ten tijde van mijn Déesse-verraad maar over nagedacht. Als ik toen al had geformuleerd wat er allemaal zo prachtig aan was, had ik hem nooit zo harteloos laten vallen. Maar ik kan het nog goedmaken. Ik kan hem weer in gebruik nemen als mijn dochter haar felbegeerde ‘normale’ mobiel heeft bemachtigd. Alleen nog even oefenen op het gezicht dat ik er dan bij ga trekken.