Het liefdesleven van vriendin Lotte doet denken aan een verhaal uit een Bouquetreeksroman. Het begon in groep acht met haar kalverliefde voor meester Hans, wiens naam ze oneindig vaak in haar schriften schreef. Een paar jaar later viel ze als een blok voor de dj van de plaatselijke discotheek. Na deze tijdelijke bevlieging kreeg ze verkering met onze klasgenoot Bram, een zachtaardige jongen die al snel werd ingeruild voor een populairder exemplaar uit de eindexamenklas. Langzamerhand ontvouwde zich voor mijn ogen een patroon: Lotte had een zwak voor mannen met aanzien. Gingen we op ski­vakantie? Dan richtte ze haar pijlen op de ski­leraar. Kregen we les van een leuke hoog­leraar? Dan wierp ze hem onder het hoorcollege smachtende blikken toe.

Hoe clichématig ook, Lotte staat niet alleen in haar voor­liefde voor machtige mannen. Zouden figuren als Woody Allen en Salman Rushdie – beiden toch niet bepaald moeders mooiste – ook zulke prachtige vrouwen hebben gehad als ze geen gevierd filmmaker of schrijver waren geweest? Kennelijk kunnen mannen hun lelijkheid compenseren met iets veel begeerlijkers dan een aantrekkelijk uiterlijk: status.

Burger King-uniform

Het bekendste psychologische experiment naar partnervoorkeur werd eind jaren tachtig gedaan door de Amerikaanse psycholoog David

Log in om verder te lezen.