Het brein van Steven Pinker

Steven Pinker is een van die zeldzame fenomenen die wetenschappelijke diepgang en gedegenheid weet te combineren met een prettige schrijfstijl en grote toegankelijkheid.

Steven Pinker is een van die zeldzame fenomenen die wetenschappelijke diepgang en gedegenheid weet te combineren met een prettige schrijfstijl en grote toegankelijkheid. Zijn boek The language instinct uit 1994 was dan ook een groot internationaal succes. Het biedt een uitstekende inleiding in het moderne denken over taal. Terloops trekt hij graag af en toe een heilig huisje omver. Het heeft hem de reputatie van bad boy of language opgeleverd. Pinker: ‘Ik heb een aantal controversiële stellingen ingenomen. Zo zijn de meeste grammaticale regels die je op school leert pure onzin. De zogenaamd ongrammaticale zinswendingen die voorkomen in het dialect van de werkende klasse, zouden de officiële taal zijn geweest als de geschiedenis een andere wending had genomen. Op taalkundig niveau is geen sprake van een kwaliteitsverschil, maar sociale factoren bepalen dat dialecten negatief beoordeeld worden. Dat is een algemeen geaccepteerde gedachte binnen de moderne taalkunde, maar het publiek hoort het vaak voor het eerst van mij.’

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Pinker ontkent dat hij zijn imago van bad boy cultiveert: ‘Het is echt een zaak van journalisten. Zij zoeken een invalshoek om hun verhaal spannender te maken en ik val door mijn uiterlijk op in de omgeving waar ik werk. Het stereotype wil dat de medewerkers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) wereldvreemd zijn, altijd vet haar hebben en nooit onder de douche gaan. Ik pas met mijn lange haar en cowboylaarzen niet in dit beeld en dan krijg je snel een etiket opgeplakt.’

Kindermoord verklaard

Tegelijkertijd kan niet worden ontkend dat Pinker een fijne neus heeft voor dingen die commotie veroorzaken. In de Verenigde Staten ontstond enkele maanden geleden veel opschudding nadat twee jonge moeders zich (onafhankelijk van elkaar) hadden afgezonderd om hun kind te krijgen en vervolgens hun baby hadden omgebracht. Pinker bracht prompt de theorie naar voren dat infanticide het best begrepen kon worden vanuit de menselijke evolutie. In situaties waarin de kansen op overleving voor het kind te gering zijn, zou de baby omgebracht worden om de overleving van de groep niet in gevaar te brengen. Moeders zouden zich ook pas aan hun kind gaan hechten als de kans groot is dat het ook

echt zal opgroeien. De kindermoord door de moeder was dus minder vreemd dan men zou denken.

Pinker: ‘Ik heb dit idee niet naar voren gebracht omdat het een goede manier zou zijn om de aandacht op mijzelf of mijn nieuwe boek te vestigen. Het was een reactie op de commentaren die overal in de pers verschenen. Men kon maar niet begrijpen dat deze vrouwen van goede komaf tegen hun moederinstinct in gehandeld hadden. Zij zouden, net als de rest van onze jeugd, bedorven zijn door de rockmuziek waar zij naar geluisterd hadden. Anderen brachten naar voren dat de moeders in hun jeugd seksueel misbruikt moesten zijn. Het eerste is natuurlijk klinkklare onzin en het tweede was niet waar. Ik probeerde daarom te laten zien dat infanticide geen nieuw verschijnsel is, maar in de geschiedenis van de mens al vaak toegepast is. Hiermee wil ik natuurlijk niet zeggen dat het gedrag van deze moeders moreel verdedigbaar is, maar wel dat zij niet gek zijn. Het is een onderdeel van de menselijke mogelijkheden.’

De standpunten van Pinker zijn vooral opvallend op de gebieden waar wensdromen het beeld van de realiteit dicteren: ‘Neem bijvoorbeeld de verschillen tussen mannen en vrouwen. Er zijn feministen die oprecht beweren dat exploitatie van vrouwen, verkrachting en seksueel misbruik allemaal op het conto van de beeldvorming in de media geschreven moeten worden. Dat is natuurlijk grote flauwekul, want onze moderne samenleving is een van de minst seksistische in de geschiedenis. We hebben te maken met het evolutionaire gegeven dat mannen meer uit zijn op seks. Deze visie praat misstanden op geen enkele manier goed, maar is wel nuttig om een nuchtere kijk op de problemen te houden. Het helpt om duidelijk te maken van welke maatregelen men wel of geen succes mag verwachten.’

Biologie verschaft geen excuses

De weerstand die dit soort uitspraken oproept, wordt door Pinker afgedaan als verwarring: ‘Om aan te geven hoe belangrijk de biologie is, geef ik in mijn boek het voorbeeld van een eeneiige tweeling die onafhankelijk van elkaar is opgegroeid, maar die wel op precies dezelfde wijze de zee ingaat: heel aarzelend en met de rug naar het water toegekeerd.’ Zo’n voorbeeld maakt duidelijk dat we niet louter het product zijn van onze opvoeding. Maar stel dat andere tweelingbroers onafhankelijk van elkaar een bank beroven en na afloop alle ooggetuigen met een zware bom het zwijgen opleggen. Op dat moment zou je kunnen zeggen: het zit in hun genen en ze zijn minder schuldig, want die genen hebben ze tenslotte niet zelf uitgekozen.

Pinker: ‘De eerste misdadigers die zich hebben geprobeerd vrij te pleiten op grond van dit soort argumenten zijn al bekend, maar volgens mij halen zij twee verschillende werelden door elkaar. In de wetenschap wordt gezocht naar oorzaken van gedrag. Dit onderzoek levert feiten op en het maakt niet uit of die nu biologisch van aard zijn of niet, want als je de oorzaak zoekt in de opvoeding, is dat net zo deterministisch. In de wereld van het recht en de moraal gaat het er echter om te komen tot een oordeel en dat kan nooit alleen op basis van de wetenschappelijke feiten. Zo kan men op grond van de man/vrouw-verschillen nooit vaststellen hoe wij onze maatschappij zouden moeten indelen. Bij het oordeel over een individuele misdaad, geldt iets soortgelijks. We doen dan net of ieder individu is uitgerust met een vrije wil en dat hij dus verantwoordelijk is voor wat hij doet. Dit beeld van de mens blijkt de werkelijkheid dicht genoeg te benaderen om praktisch bruikbaar te zijn. De door de wetenschap aangehaalde oorzaken zijn dan niet relevant om iemand al dan niet schuldig te achten. Hooguit kunnen we na dit oordeel besluiten om bepaalde factoren mee te laten wegen bij het bepalen van de strafmaat.’

Een slechte jeugd vormt, evenmin als een biologische aanleg, een geldig excuus om anderen kwaad te berokkenen. Pinker: ‘Alleen als iemand ernstig in de war is, kan het voorkomen dat hij niet toerekeningsvatbaar is. Er is bijvoorbeeld een patiënt beschreven die ervan overtuigd was dat zijn familieleden waren vervangen door robots. Hij besloot deze machines te ontmaskeren door een van hen te onthoofden, zodat de elektrische draden en chips zichtbaar zouden worden. Het realiteitsbesef is in zo’n geval zo duidelijk aangetast, dat je niet meer kan volhouden dat hij willens en wetens een misdaad heeft begaan. Maar zo’n geval is natuurlijk van een geheel andere orde dan een man die probeert de straf voor een verkrachting te ontlopen met de bewering dat hij onder invloed van gewelddadige pornografie handelde.’

Het wonder van de sterren

Een biologische bestudering van de menselijke geest heeft geen vergaande politieke of maatschappelijke consequenties. Toch moet Pinker constateren dat de recensenten beduidend meer moeite hadden met How the mind works dan met The language instinct, hoewel beide boeken vanuit dezelfde biologische invalshoek geschreven zijn: ‘De gedachte dat onze hersenen beschikken over een biologische taalcomputer, schrikt mensen niet af. Ze hebben dan het idee dat onze ziel daar handig gebruik van maakt. Als ik echter probeer ons meest centrale wezen te begrijpen aan de hand van de informatieverwerking door de vele miljoenen zenuwcellen, dan steigeren mensen. Men wil het idee van de magie van de geest niet verliezen aan een materialistische verklaring.’

Het probleem is niet dat de huidige cognitiewetenschap de menselijke geest haar raadselachtigheid ontneemt. De kennis van het menselijke brein staat nog maar in de kinderschoenen en er zijn nog talloos veel mysteries op te lossen. Pinker: ‘Het sóórt mysterie is echter wel veranderd. De problemen zijn in principe oplosbaar geworden, ook al zijn de antwoorden die wij zoeken nog ver weg. Sommige mensen willen echter geen afscheid nemen van het idee dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en dat onze geest een extra, mysterieus ingrediënt bevat.’

Pinker gelooft dat deze mensen het nieuwe wonder over het hoofd zien: ‘De wetenschap maakt dingen niet platter, maar zorgt voor verdieping. Vroeger dacht men bijvoorbeeld dat de sterren als kleine lichtjes aan het hemelgewelf geplakt waren om de mens te vermaken. Tegenwoordig weten we dat elke ster miljarden kilometers van ons verwijderd is en vergelijkbaar is met onze zon. De waarheid is spannender.’

Hetzelfde geldt voor de kennis over ons brein, omdat zij duidelijk maakt hoe ongelooflijk complex de dingen zijn die wij achteloos uitvoeren. Pinker: ‘Als ik een pen oppak, dan is dat het resultaat van de gezamenlijke actie van honderden miljoenen zenuwcellen – en dat allemaal omdat ik dat wil!’ Een ander voorbeeld is het zien. Het lijkt simpelweg of onze geest de film van ons netvlies afleest. Maar het zien is het resultaat van tientallen processen in het brein die tegelijkertijd verlopen. Pinker: ‘De eenheid die wij subjectief ervaren is een illusie. Hetzelfde geldt voor het idee dat wij de wereld om ons heen waarnemen als een scherpe foto. In werkelijkheid zien we slechts een uiterst klein stukje van de wereld scherp. Als je je ogen fixeert, dan kun je nauwelijks zien hoeveel vingers ik opsteek, als ik mijn hand net naast het centrum van je blikveld houd. Het idee dat we de hele omgeving in één oogopslag kunnen waarnemen, is het product van snel heen en weer bewegende ogen.’

Deze kijk op de mens heeft bovendien een sterk emancipatoir element. Wie beseft hoe complex lopen, taal, zien of sociaal contact is, krijgt een nieuwe waardering voor de mens als soort. Pinker: ‘Het wonder is niet dat de mensheid een Mozart of Einstein heeft voortgebracht, maar dat een kind van vier jaar op jouw verzoek een speeltje op de plank legt.’ De individuele talenten van mensen zijn relatief onbelangrijk als ze worden afgezet tegen de vaardigheden die wij met iedereen delen.

Pinker: ‘Dergelijke inzichten brengen je de nodige zelfrelativering bij en helpen om je eigen emoties niet al te serieus te nemen. De psychologie heeft wat dit betreft nog meer pijlen op haar boog. Ik laat mijn studenten altijd aangeven of zij denken dat bepaalde karaktertrekken bij hen meer dan gemiddeld tot ontwikkeling zijn gekomen. Bij elke goede eigenschap komt elke keer weer naar voren dat veel meer dan de helft van de studenten beter denkt te zijn dan gemiddeld. We vinden onszelf allemaal geweldig eerlijk, maar in feite kennen we onszelf slecht.’

De raderen van de geest

Het afscheid van de geest als onstoffelijke instantie die een alles bepalende invloed heeft op het doen en laten van mensen, roept wel allerlei nieuwe vragen op. Hoe is het mogelijk dat een enorme hoeveelheid relatief eenvoudige zenuwcellen gezamenlijk een uiterst complexe eigenschap als intelligentie of bewustzijn kunnen voortbrengen? Of, in de woorden van de filosoof Daniel Dennett: hoe krijgt een leger dat louter uit idioten bestaat, zoiets wonderbaarlijks voor elkaar?

Pinker denkt dat het antwoord gevonden kan worden door te laten zien hoe de menselijke geest uit verschillende componenten is opgebouwd. Een simpel voorbeeld is dat we de wereld niet waarnemen als één geheel, maar dat we daarvoor verschillende zintuigen gebruiken, zodat we kunnen zien, horen, ruiken, tasten en proeven. Nu zijn dit allemaal op zich al uiterst complexe processen, maar ook deze kunnen weer in eenvoudiger componenten opgedeeld worden. Om de wereld te bekijken, beschikt ons brein niet alleen over gespecialiseerde modulen (computertjes) om bewegingen, kleuren en vormen waar te nemen. We hebben ook gespecialiseerde hersendelen voor liplezen, het herkennen van gezichten en het aflezen van expressies. Pinker: ‘Elk van deze processen moet verder uiteengerafeld worden tot nog eenvoudiger componenten, net zolang tot je op functies bent aangeland die door individuele zenuwcellen uitgevoerd kunnen worden.’

Wat op die manier uiteindelijk overblijft, zou men kunnen aanduiden als de functionele architectuur van de geest. Relatief simpele informatieverwerkende cellen hebben zich verenigd tot complexere systeempjes die zeer eenvoudige karweitjes aankunnen. Deze systeempjes werken weer samen met andere, om complexere taken uit te voeren. Uiteindelijk komt uit een heel oerwoud van schakelingen en stapelingen, een machine te voorschijn die kan denken, voelen en zich bewust is van zichzelf. Dit is een van de drijvende gedachten achter de moderne cognitieve psychologie en Pinker gebruikt in How the mind works een kleine zeshonderd bladzijden om deze opvatting voor het voetlicht te brengen.

Pinker: ‘De geest is een bouwwerk van duizelingwekkende complexiteit, maar binnen de huidige theorie is geen plaats meer voor een ghost in the machine. Het beeld van de mens wordt hier echter niet armer door. Juist de gedachte dat alles in gang wordt gezet door een onstoffelijke geest, heeft iets simpels. Het is een beetje vergelijkbaar met het stadskind dat denkt dat melk afkomstig is uit de supermarkt.’

Wie de feiten onder ogen wil zien, kan er volgens Pinker niet om heen dat onze geest het product is van onze hersenen: ‘Als je het brein onder een microscoop legt, dan zie je een structuur die complex genoeg is om het denken mogelijk te maken. Bovendien zie je steeds dat ingrijpen in de materie zich direct laat vertalen in psychische gewaarwordingen. We kunnen onze gevoelens bijvoorbeeld veranderen met medicijnen of drugs. Evenzo kan men met een elektrode bepaalde herinneringen of sensaties oproepen. En wie een stuk van zijn hersenen verliest, krijgt onherroepelijk te maken met uitvalsverschijnselen.’

Het is een visie die een zekere grootsheid niet ontzegd kan worden en dit gedachtegoed vormt ook de diepere achtergrond voor de opnieuw opgelaaide belangstelling binnen de psychologie voor de biologische correlaten van gedrag. Pinker: ‘Aanvankelijk voelt deze gedachte misschien onprettig aan, maar ik denk dat we op de lange duur alleen maar winst boeken door een realistische kijk op onszelf. Het is bijvoorbeeld nog maar enkele decennia geleden dat we moeders zonder blikken of blozen de schuld gaven voor elke psychische stoornis die hun kinderen trof. Nu klopt het weliswaar dat ouders hun kinderen door een slechte behandeling diep ongelukkig kunnen maken, maar bij sommige afwijkingen geven erfelijk factoren en de aanleg van de hersenen de doorslag. We hoeven normale moeders niet meer op te zadelen met een vreselijk schuldgevoel.’

‘Een principieel onderscheid tussen mens en computer bestaat niet. Beide kunnen aangeduid worden als informatieverwerkende machines. Het enige verschil is dat de meest geavanceerde computers zo ontzettend beperkt zijn. Volgens sommige schattingen is hun complexiteit vergelijkbaar met het zenuwstelsel van een slak.’ Aan het woord is de Amerikaanse psycholoog Steven Pinker, die onlangs in Nederland was om zijn boek How the mind works onder de aandacht te brengen.[/wpgpremiumcontent]

auteur

Ad Bergsma

Ad Bergsma is psycholoog. Hij werkt als geluksonderzoeker, spreker en auteur.

» profiel van Ad Bergsma

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Evolutie: Fluisterende genen

De vrees dat manipulatie van onze genen kan leiden tot een nieuwe menselijke soort, is ongegrond. He...
Lees verder
Artikel

Evolutie: Fluisterende genen

De vrees dat manipulatie van onze genen kan leiden tot een nieuwe menselijke soort, is ongegrond. He...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Column

Column Roos Vonk: ‘Hypocrisie kan ons allemaal treffen...

We kennen ze allemaal: mensen met stevige oordelen over anderen terwijl ze zelf vergelijkbare fouten...
Lees verder
Column

Column Roos Vonk: ‘Hypocrisie kan ons allemaal treffen...

We kennen ze allemaal: mensen met stevige oordelen over anderen terwijl ze zelf vergelijkbare fouten...
Lees verder
Advies

Wat doen ADD-pillen als Concerta met het brein?

Steven Pinker is een van die zeldzame fenomenen die wetenschappelijke diepgang en gedegenheid weet t...
Lees verder
Artikel

Verschillende hersenen?

Mannen hebben er meer... Structurele eigenschappen ù Mannen bezitten gemiddeld genomen meer hersenm...
Lees verder
Artikel

Experiment: breng je brein in verwarring

Pak voor dit experiment een flinke spiegel, ga op een stoel zitten en klem de spiegel tussen je bene...
Lees verder
Kort

Gezelschap doet je brein groeien

Hoe groter je sociale netwerk is, hoe groter je brein wordt. Dat concludeert onderzoeker Rogier Mars...
Lees verder
Artikel

Hersenscan vindt penis

Steven Pinker is een van die zeldzame fenomenen die wetenschappelijke diepgang en gedegenheid weet t...
Lees verder
Kort

Je geslacht heeft niets te maken met je rekenkunsten

Het hardnekkige vooroordeel dat meisjes geen ‘bèta’s’ zijn, is al vaker door wetenschappers o...
Lees verder