Helpt EMDR nu zelfs tegen liefdesverdriet?

De therapie die je met oogbeweging van nare gevoelens afhelpt, wordt al jaren toepast bij trauma’s. Maar volgens behandelaars en onderzoekers is deze aanpak ook effectief bij verslaving, eetstoornis of liefdesverdriet. Is EMDR het duizenddingendoekje van de psycholoog?

Stella (40) slaapt al maanden slecht. Ze verlangt naar haar ex-minnaar Hans. Stella is getrouwd en heeft vier kinderen, maar Hans gaf haar in de acht maanden die hun affaire duurde pas écht het gevoel dat ze ertoe deed. Ruim een jaar geleden liet hij haar weten toch voor zijn vrouw te kiezen. Sindsdien voelt ze zich waardeloos, heeft ze huilbuien en stuurt ze hem dagelijks berichtjes, die hij niet beantwoordt.

In de spreekkamer haalt Stella’s therapeut Sabine Tjon Pian Gi een, voor deze problematiek, ongebruikelijke behandeling van stal. Ze vraagt Stella een beeld voor ogen te nemen dat de fijnste tijd met Hans representeert. Stella: ‘Ik zie ons samen wandelen in het bos, hij houdt mijn hand vast en fluistert lieve woordjes in mijn oor.’ Het beeld roept een gevoel van innige liefde bij haar op. Tjon Pian Gi: ‘Waar in je lichaam voel je dit het sterkst?’ Stella: ‘In mijn buik.’ De therapeut vraagt Stella het beeld vast te houden en ondertussen haar vingertoppen te volgen. Gedurende een seconde of twintig beweegt Tjon Pian Gi haar vingers vlot van links naar rechts voor Stella’s gezicht. Stella begint te huilen. Tjon Pian Gi: ‘Wat komt er in je op?’ Stella: ‘Ik mis hem zo.’
Tjon Pian Gi past eye movement desensitization and reprocessing toe. EMDR is een techniek die doorgaans niet bij liefdesverdriet, maar bij traumaverwerking wordt ingezet. Een patiënt haalt zich bijvoorbeeld een traumatiserende roofoverval voor de geest en voelt de angst weer opkomen; dan start de behandelaar de vingerbewegingen. Na een paar vingerzwaai-series begint de herinnering zijn heftige lading te verliezen. Lichte trauma’s kunnen vaak in één zitting van zo’n anderhalf uur worden verholpen.

De lading vervaagt

De laatste jaren zien behandelaars en onderzoekers ook heil in EMDR als het gaat om ander psychisch leed: van liefdesverdriet tot zelfmoordneigingen en van seksuele problematiek tot verslaving. Is EMDR inderdaad het duizenddingendoekje van de psychologiepraktijk? Hoe komt het dat de behandeling zo effectief is?

Toen EMDR zijn intrede deed in Nederland, werd het door veel psychologen gezien als het raadselachtige zusje van hypnose en dus als kwakzalverij. Voortrekkers verklaarden de helende werking met een pseudo-neurologische theorie: de snelle horizontale oogbewegingen zouden communicatie tussen de linker- en rechterhersenhelft stimuleren. Dat zou het ophalen van nare herinneringen vergemakkelijken en de verwerking van het trauma op gang helpen.

Hoogleraar experimentele psychopathologie Marcel van den Hout was aanvankelijk sceptisch: ‘Aanhangers deden buitensporige claims over de effectiviteit, terwijl de theoretische onderbouwing uiterst krakkemikkig was,’ verklaart hij. ‘Met communicatie tussen de hersenhelften heeft de geneeskracht in elk geval niets van doen. Verticale vingerbewegingen, die de verbinding tussen de hersenhelften ongemoeid laten, bleken net zo effectief als vingerbewegingen van links naar rechts.’
Van den Houts scepsis begon af te brokkelen toen studie na studie uitwees dat EMDR echt zou helpen bij trauma’s. Hij raakte geïntrigeerd en besloot mee te zoeken naar een gedegen verklaring. ‘Een traumatisch beeld zit met veel emotionele lading opgeslagen in ons langetermijngeheugen. Als we zo’n herinnering ophalen, wordt het geheugenspoor plastisch; dan is die herinnering te veranderen. Door tegelijkertijd een herinnering voor de geest te houden en de vingerbewegingen te volgen, raakt het werkgeheugen overbelast. Het lukt dan niet om die geactiveerde herinnering met dezelfde emotionele toeters en bellen vast te houden en opnieuw op te slaan in het langetermijngeheugen. Het beeld vervaagt en verliest zijn lading.’

Geluksgevoel loskoppelen

Door die empirische en theoretische onderbouwing is EMDR ingeburgerd als behandeling van een psychisch trauma. Maar volgens pioniers in de psychologie houden de mogelijkheden daar niet op. Ze onderzoeken of de therapie ook de relatie tussen een herinnering en positieve emoties kan helpen doorbreken. Dat is wat Tjon Pian Gi probeert te bewerkstelligen bij Stella, die lijdt onder de gelukzalige herinneringen aan haar tijd met Hans. Terwijl ze terugdenkt aan hun boswandeling, voert Tjon Pian Gi nog een aantal sets vingerbewegingen uit. Langzaam veranderen Stella’s associaties. ‘Het was zo fijn met hem’ gaat over in ‘Ik ben ook wel een beetje boos eigenlijk’, en later: ‘Ik ben eigenlijk veel meer waard dan de shitzooi waar ik nu in zit.’ Glimlachend rondt ze de sessie af.

Realistisch over verslaving

Niet alleen bij liefdesverdriet, ook bij eetstoornissen en verslaving zijn het vaak positieve associaties die problemen veroorzaken. Bijvoorbeeld de gedachte aan die eerste slok wijn en de heerlijk zorgeloze roes die daarop volgde. In Nederland loopt momenteel een grootschalig onderzoek naar EMDR bij verslaving. Therapeut Hellen Hornsveld werkt daaraan mee, maar past de techniek in afwachting van de resultaten nu al toe. ‘Bijna alle andere verslavingsbehandelingen zijn gebaseerd op impulsbeheersing, dus het rationeel controleren van je gevoelens en gedrag. Door EMDR komen gevoel en ratio juist met elkaar in overeenstemming. Als je de prettige associaties met een verslavend middel doorbreekt, wordt de aantrekkingskracht ervan kleiner. Zo maak je ruimte voor gevoelens die meer kloppen met de realiteit van een destructieve verslaving.’

Tandartsfantasie

Wetenschappers zien nóg een onontgonnen terrein voor EMDR. Dat van beelden die mensen niet werkelijk hebben doorleefd, maar hebben verzonnen. Zoals fantasiebeelden en doemscenario’s. Hoogleraar angst- en gedragsstoornissen Ad de Jongh, die EMDR in Nederland introduceerde (zie het kader hierboven), behandelt mensen met tandartsvrees. Soms komt hun angst voort uit een traumatische ervaring, maar vaak zijn het fantasieën die hun de stuipen op het lijf jagen.
Zoals bij de man die De Jongh eerder heeft gefilmd tijdens de therapie. De patiënt vertelt uitgebreid over de slapeloze nachten die een aanstaand tandartsbezoek hem bezorgen. Hij is bang dat de tandarts zijn voortanden trekt en ziet zich al lopen met een gapend gat in zijn mond. De Jongh vraagt hem dat beeld vast te grijpen en start de vingerbewegingen. Bij de eerste paar intermezzo’s beschrijft de cliënt zijn angstige associaties, maar langzamerhand krijgt hij daar steeds meer moeite mee. De verwarring is van zijn gezicht te lezen wanneer hij stamelt dat hij het beeld dat hem eerst uit zijn slaap hield nu niet meer voor zich kan zien.
De Jongh is niet verbaasd, hij ziet dit vaker. ‘Het lijkt erop dat traumatische beelden die mensen daadwerkelijk hebben gezien alleen maar vervagen, terwijl dit soort verzonnen beelden door EMDR volledig verdwijnt.’ Vier maanden na de therapie ontving de psycholoog een mail van de man die inderdaad van zijn tandartsvrees af is. ‘Ik probeer me dat beeld nog weleens voor de geest te halen, maar het lukt niet,’ schrijft hij. ‘Alsof ik niet eens meer weet wat ik zoek.’
Hoewel hij vaker dit soort positieve berichten krijgt, veert De Jongh toch weer op bij het herlezen. ‘Zie je dat! Het is toch prachtig dat wij mensen op zo’n manier kunnen helpen?’

Sneller dan praten

In zijn enthousiasme ziet De Jongh nog tal van mogelijkheden voor het behandelen van fantasiebeelden, bijvoorbeeld bij seksuele problemen. ‘Angstfantasieën spelen daar vaak een rol, zoals bij mannen die bij voorbaat al bang zijn dat ze geen erectie zullen krijgen. Die verwachting veroorzaakt vervolgens problemen in de werkelijkheid.’ Tot zijn spijt wordt EMDR bij dergelijke angsten nog nauwelijks uitgeprobeerd of onderzocht.
En er valt volgens de hoogleraar nog veel meer te ontdekken. ‘Psychische klachten waar je niet mee geboren bent, zoals slaapstoornissen, depressies, woedeaanvallen of rouwproblemen, zijn gestoeld op herinneringen, fantasiebeelden van bijna-ongelukken of rampgedachten over toekomstige ellende – en dus zijn ze te behandelen met EMDR.’ De Jongh windt zich op over de conservatieve aanpak van collega-psychologen. ‘Volgens de eed van Hippocrates moeten artsen up-to-date blijven en behandelen volgens de huidige regelen der kunst. Maar bij psychische problemen bestaat de therapie nog te vaak uit praten, in feite een negentiende-eeuwse manier van behandelen.’
Hoogleraar Marcel van den Hout pleit voor een pragmatisch compromis. ‘Je moet EMDR in principe alleen toepassen als de effectiviteit netjes bewezen is voor het probleem, bij een trauma dus.’ Maar omdat de geijkte behandelingen lang niet altijd soelaas bieden bij angst, seksuele problematiek of verslaving, kan de therapeut volgens Van den Hout in sommige gevallen van dat principe afwijken. ‘Als hij vastzit met een moeilijke patiënt en op basis van de theorie redenen heeft om aan te nemen dat EMDR kan werken, ja, dan kan hij het uitproberen. Maar pas na overleg met de patiënt zelf en met zijn collega’s. En als hij zijn bevindingen rapporteert, draagt hij misschien bij aan solide bewijs voor nieuwe toepassingen van EMDR. Bijvoorbeeld bij het smachten naar een ex.’

Bij toeval ontdekt

In 1979 werd bij de Amerikaanse literatuur-promovenda Francine Shapiro een tumor ontdekt. De diagnose was voor haar aanleiding om te gaan nadenken over haar gevoelsleven. Tijdens een wandeling merkte ze dat de nare gedachten die ze had gehad, minder heftig waren geworden. Ze merkte dat haar ogen spontaan diagonaal op en neer schoten als ze nare herinneringen terughaalde. Ze dacht iets op het spoor te zijn en experimenteerde bij studiegenoten en kennissen of zij ook baat hadden bij oogbewegingen tegen gevoelige herinneringen. Die eerste proefkonijnen bleken de oogbewegingen niet spontaan te kunnen maken. Shapiro gidste hen daarom met haar vingers.
Hetzelfde deed ze vervolgens in een wetenschappelijke setting bij traumapatiënten. Die experimenten bevestigden haar vermoedens: ook bij hen verloren akelige herinneringen de heftige lading. In 1989 publiceerde Shapiro de resultaten van haar eye movement desensitization and reprocessing. De therapie blijkt niet alleen met visuele stimuli effectief te zijn; EMDR werkt ook met piepjes die afwisselend in het linker- en rechteroor klinken of met klopjes op het linker- en rechterbeen.
In 1992 bezocht de net afgestudeerde psycholoog Ad de Jongh een EMDR-workshop bij Shapiro aan de Stanford-universiteit. Hij introduceerde EMDR in Nederland. In 2003 werd de therapievorm opgenomen in de richtlijnen voor geestelijke gezondheidszorg als een behandeling van eerste keus voor PTSS, posttraumatische-stressstoornis.

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Ik stemde in met seksueel misbruik door mijn broer

Lees verder
Artikel

Eerste hulp op de achterbank

Voor kleine kinderen is vakantie niet altijd een feest, zegt ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. Op...

Lees verder
Advies

Mijn ex zit nog steeds in mijn hoofd

Lees verder
Artikel

Einde oefening?

Lees verder
Artikel

Het is mijn schuld dat de baby kapot is

Lees verder
Advies

Ik heb liefdesverdriet

Lees verder
Advies

Zijn mijn trauma’s de oorzaak van mijn problemen?

Lees verder
Artikel

‘Heerlijk om eindelijk verdriet te kunnen voelen’

Lees verder