Later, toen ik meer ging beseffen dat het toch echt heel erg over was, dacht ik: was die liefde dan een grote leugen, was het niet echt? Als het zomaar kan verdwijnen, was het dan allemaal een schijnvertoning?

Nu, vele jaren later, kan ik niet meer goed meevoelen met iets wat me toen zo naar de keel vloog. Hoezo? denk ik nu: het kan toch gebeuren dat iemand gewoon heel veel van je houdt en dat het weer overgaat? Helemaal niet vreemd, ik ben zelf ook weleens hoteldebotel geweest van mannen waar ik nu mijn schouders over ophaal – zo gaan die dingen nu eenmaal. Het betekent echt niet dat die liefde toen minder was; het kan de totale overgave zijn, de diepste toewijding, en toch voorbijgaan, heus. Met de emotionele afstand van vele jaren vind ik dat nu heel gewoon. Gevoelens komen en gaan, alles stroomt, en als je mekkert dat liefde die voorbij is nep was, zit je je puberaal aan te stellen.

We weten ook dat je razend kwaad kunt zijn en dat dat weer overgaat, of teleurgesteld over iets waar je toch aan went, of extatisch over iets waar je óók aan went. We vinden al die gevoelens niet opeens onecht omdat ze overgaan. Waarom zou dat voor liefde dan anders zijn?

Toch is de verlatene altijd diep geschokt: als het zomaar over is, was het dan wel echte liefde? En de verlater denkt in feite ook zo, zoals mijn vriendin: die wordt verliefd op een ander en concludeert daaruit dat ze blijkbaar geen echte liefde voelde voor de vorige. Beiden stellen de onechtheid van liefde dus vast aan het feit dat het over is.

Misschien is dat het sprookje van eeuwige liefde. Dat is deel van onze cultuur, het is geen natuur: volgens onder anderen Helen Fisher, antropologe die zich in de kwestie heeft verdiept, is seriële monogamie – trouw zijn aan één persoon voor een heel aantal jaren, en dan naar de volgende – voor de menselijke soort waarschijnlijk het meest natuurlijk en adaptief. Maar het voelt niet fijn als je op je bruiloft je ja-woord geeft met ‘tot de volgende zich aandient’ in plaats van ‘tot de dood ons scheidt’. We willen ¬geloven in eeuwige liefde en in lang en gelukkig leven.

Wie weet ben je er ook het snelst overheen – en is dat dus óók adaptief – als je voorbije liefde degradeert tot onecht. Daardoor kun je er uiteindelijk in berusten dat het over is: ach ja, we hielden ook niet van elkaar, niet écht.