‘Hoe reageren jullie in conflicten?’ vraagt cursusleider Peter van der Roest aan de groep. ‘Ga je in de aanval, bevries je, of loop je ervan weg?’ Ik bevries, denk ik. Van ruzies en boze mensen schrik ik altijd een beetje, inclusief van mijn eigen boosheid. Bang dat het nooit meer goed komt, durf ik weinig actie te ondernemen in dergelijke situaties.

Niet dat ik in mijn leven veel ruzies heb meegemaakt. Bij ons thuis werd nooit met deuren gesmeten of gescholden, meningsverschillen werden in alle redelijkheid opgelost. En in mijn volwassen leven ga ik ze dus zo veel mogelijk uit de weg. Geen overbodige luxe om me eens een middagje bezig te houden met ruziemaken. In de cursus Ken je kracht doen we dat door letterlijk met elkaar te vechten – compleet met bokshandschoenen.

Bij spanning en conflicten vallen we meestal terug op automatische reacties, legt Van der Roest uit. We schieten bijvoorbeeld meteen in de verdediging, zonder goed te luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. Daardoor lopen conflicten vaak onnodig uit de hand, of kosten ze te veel energie.

Fysiek vechten heeft volgens Van der Roest veel overeenkomsten met verbaal vechten. ‘Je hebt vaak dezelfde automatismen en vechtstijl. Als je veel oefent met vechtkunst, leer je bovendien je kracht en agressie beter kennen. Zo kun je je boosheid beter doseren, en omgaan met die van anderen.’

Tijd om te oefenen. We krijgen een paar felrode bokshandschoenen aan. Een beetje onwennig wachten we op instructie. Gaan we elkaar nu echt slaan?

Dat valt mee, gelukkig. We beginnen met fase één van het uitvechten van een conflict: het aftasten. Met kleine stootjes in de lucht en op elkaars bokshandschoenen peilen we hoe sterk en fel onze tegenstander is. Bij een conflict is dit de fase waarin je kijkt of de ander bereid is tot een gesprek.

Meteen maken we allemaal een cruciale fout: we wijken geen centimeter als de ander aanvalt. Nee, we gaan juist verbetener terugmeppen. ‘Zo ben je met twee personen tegelijk in de aanval, en dat is niet effectief,’ zegt Van der Roest. ‘Beter is het om af en toe bewust achteruit te gaan.’ Dat heeft voordelen in gevechten en conflicten, leren we: je maakt dan ruimte om te luisteren. Ondertussen kun je energie sparen, en wachten op een goed moment om een tegenstoot te plaatsen.

Na het aftasten volgt de fase van de dialoog, waarbij we echte stootjes uitdelen op het voorhoofd en op de buik. Eerst oefenen we hoe hard we kunnen stoten. Mijn oefenpartner en ik worden er een beetje giechelig van. We durven allebei nauwelijks te slaan, bang om de ander pijn te doen. Dit is zeker herkenbaar uit het dagelijks leven, vinden we allebei.

Maar tijdens de tweegevechten stoot ik wel. En niet zo’n beetje ook. Ik voel me steeds meer in mijn element met die bokshandschoenen. Überhaupt zijn het de deelnemers die gewoonlijk passief zijn in ruzies, die zich nu het meest enthousiast uitleven.

Wat Van der Roest opvalt aan mijn vechtstijl, is dat ik veel initiatief neem en plezier heb in het aanvallen. Maar bij een felle aanval van de tegenstander raak ik snel overweldigd, en ik kan mijn timing wel wat verbeteren. Het overweldigd raken herken ik wel bij ruzies: als iemand plotseling fel naar me uithaalt, sta ik al snel met mijn mond vol tanden. Het plezier in het aanvallen is nieuw voor me deze dag…

De laatste fase is het aangeven van grenzen, als de tegenstander te hard in de aanval gaat. We oefenen nog wat door, en gaan ook aan de slag met onze leerpunten. Als de bokshandschoenen weer uit gaan, voel ik een steekje van teleurstelling: ik had nog best even door kunnen gaan.

Het belangrijkste inzicht waarmee ik de cursus verlaat, is dat conflicten minder eng zijn dan ik dacht. Sterker nog, ik verheug me zelfs stiekem een beetje op het volgende conflict. Kom maar op, deze keer stoot ik terug!

[/wpgpremiumcontent]