Kennis

‘Kennis is alles wat ik heb. Daar haal ik alles uit: mijn schrijven, mijn koppigheid, mijn idioterie, mijn dwaasheid, mijn vreugde, mijn talenten. Kennis is voeding voor mij. Zoals een lichaam voedsel moet hebben om in leven te blijven, zo heeft mijn geest kennis nodig. Ik wil altijd kennis tot me blijven nemen.

Mij gaat het om het besef dat de wereld gedifferentieerd is. Alles wat er is, elk molecuul op aarde, kun je eindeloos bestuderen. Zo kom je steeds meer te weten over iets; kennis is dus oneindig groot. Je moet de wereld prismatisch bekijken, vind ik: één witte lichtstraal breekt aan de andere kant van het prisma uiteen in een ontelbaar aantal kleuren.

De manier waarop veel moslims hun geloof belijden, vind ik het tegenovergestelde van kennis. Hoe meer kennis ik tot me neem, hoe meer ik tot de conclusie kom dat de wereld ondefinieerbaar is. Maar voor hen staat kennis gelijk aan alleen maar kennis van de islam, dus wat er in de Koran staat en wat Mohammed zou hebben gezegd. Daar ben ik ook mee opgevoed: ik moest dingen aannemen over onze godsdienst, ik mocht niets in twijfel trekken. Terwijl dingen aannemen juist het tegenovergestelde is van kennis.

Als kind was ik nieuwsgierig en ging ik de Koran lezen. Kwam ik tegen dat god de mensen heeft geschapen naar zijn evenbeeld. Hoe kan dat dan? dacht ik, als je homo bent of lesbienne, of ongelovige, dan zal god je straffen; maar god heeft ons toch naar zijn evenbeeld geschapen? Dan moet hij toch álle mensen in zichzelf verenigen?

Al snel kwam er een rebel in mij, en zo ben ik altijd gebleven. Ik heb uiteraard een prijs moeten betalen voor mijn rebellie. Mensen hebben me erom afgekeurd. Zoals mijn ouders, met wie het contact een tijd verbroken is geweest vanwege mijn afvalligheid. Maar uiteindelijk zijn veel mensen teruggekomen van hun afwijzing. Ook mijn vader en moeder. “Hafid blijft toch onze zoon,” zeiden ze. Weet je, een mens wordt niet gekenmerkt door één ding. Een dronkelap is niet alleen maar een dronkelap, hij is veel meer dan dat. Een homo is niet alleen maar een homo, net zomin als een schrijver alleen maar een schrijver is. Het is misschien makkelijk voor mensen om anderen te brandmerken, het geeft ze duidelijkheid en houvast, maar het is het tegenovergestelde van kennis.’

Onafhankelijkheid

‘Deze waarde ligt in het verlengde van kennis: je moet onafhankelijk zijn, niet zomaar geloven wat anderen beweren. Je moet niet zeggen: “Mijn vader deed het altijd zo, en zo doe ik het nu ook.” Nee, ga op onderzoek uit en maak maar fouten. Je moet zelf achter dingen komen, het zelf ervaren.

Als ik een dier uit een kudde was, dan zou ik het afgedwaalde dier zijn. Ik houd er gewoon niet van links en rechts van mijn schouders iemand te hebben. In de bioscoop moet ik ook altijd aan het gangpad zitten; midden in de rij word ik claustrofobisch.

Van kind af aan houd ik niet van groepshandelingen. Toen ik zeven was en voor het eerst op schoolreisje moest, had ik er al een bloedhekel aan. Op de middelbare school heb ik geweigerd mee te gaan naar de Efteling. Die heb ik dus nooit gezien. Ik heb ook een diepe afkeer van groepssport. Voetbal, verschrikkelijk! Wat ik doe, doe ik op mezelf. Binnen zo’n groep heb ik het gevoel dat ik mijn identiteit verlies.

Toch wil dat niet zeggen dat ik totaal onafhankelijk van ménsen ben. Ik kan niet zonder contact met mensen. Ik heb mensen nodig om me te voeden en mijn denken te laten beïnvloeden.’

Creativiteit

‘Met creativiteit bedoel ik niet alleen schrijven, schilderen of potten bakken. Creativiteit is voor mij het gebruik van je verbeelding in de ruimste zin des woords. Alleen al door hier met jou te zitten praten ben ik scheppend aan het denken. Ik moet constant mijn gedachten ordenen, en daarmee schep ik iets nieuws.

Het mooie van de mens is dat onze hersenen in staat zijn een situatie te creëren zonder de fysieke stimuli te hoeven ervaren. We hoeven alleen maar iets te lezen of te horen of te bedenken, en we komen al terecht in de situatie waar het over gaat. Eigenlijk is dat een vorm van hallucinatie – fascinerend vind ik dat. Michelangelo heeft hier ooit iets treffends over gezegd: “Men beeldhouwt niet met de handen, maar met het hoofd.” Het ontstaat dus allemaal in onze hersenen; onze handen geven er alleen vorm aan.

Eigenlijk zit de essentie van de mens ’m in het feit dat we die verbeelding hebben. Anders zouden we robots zijn, automaten. En verbeelding is veel meer dan gevleugelde paarden en Sinterklaas, hè. Het gaat veel dieper. Verbeelding stelt ons bijvoorbeeld in staat tot empathie: om met iemand te kunnen meeleven heb je je verbeelding nodig om je te kunnen voorstellen wat een ander doormaakt. Verbeelding is ook dat we ons niet alleen bewust zijn van onszelf, maar ook dat we ons bewust zijn van het feit dat we ons bewust zijn van onszelf. De onbegrensde verbeelding: dat is wat ons mensen zo bijzonder maakt.’

Humor

‘Humor is een vorm van creativiteit en een van mijn basisbehoeften. Ik heb het nodig om alles wat ik tot nu toe in dit interview heb gezegd, niet al te serieus te nemen. Ik vind humor zeer belangrijk. Alle grote schrijvers, van Shakespeare tot Nabokov, hebben humor. Bij hen moet ik soms echt schaterlachen. Humor is een vorm van orgasme: lachen is bevrijdend. Ik ben geen neurowetenschapper, maar ik weet zeker dat als je lacht, er stoffen in je hersenen vrijkomen die je je goed doen voelen.

Ik vind het erg belangrijk dat de mensen met wie ik omga, humor hebben. Ik zou nooit kunnen vallen op een vrouw zonder gevoel voor humor. Je hoort het ook altijd als je vrouwen vraagt op welk type man ze vallen. Stuk voor stuk zeggen ze: “Hij moet gevoel voor humor hebben.” Humor windt hen op, het is een soort seksualiteit.

Humor komt, denk ik, voort uit mededogen. Het leed van anderen, ons eigen leed, de eindigheid van ons leven: humor is er om ons daarmee te helpen, om ons uit te lachen. Humor trekt af en toe aan onze broekspijpen, waardoor we van een afstandje naar onszelf kunnen kijken en om onszelf kunnen lachen. Daarmee worden het leed en het verdriet verzacht dat onlosmakelijk verbonden is met ons leven.’

Liefde

‘Liefde is voor mij niet alleen verbonden met vrouwen. Ik heb ook grote hartstocht voor boeken, muziek en films. Als ik een film zie van Martin Scorsese wil ik meteen ál zijn films zien, om zijn werk beter te begrijpen. Er zijn mensen die dat manisch van me vinden, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik zie het niet als een ziekte, het is gewoon bittere noodzaak voor mij om me hierin te verdiepen, het voedt me. Als ik een compositie van Carl Orff hoor, moet ik per se alle belangrijke uitvoeringen kopen en beluisteren en vergelijken. Als ik Metamorphosen van Ovidius lees, houd ik er een woordenboek Latijn naast en lees ik er simultaan vijf vertalingen bij, om te onderzoeken wat hij nou precies bedoelt. Vergelijk het maar met een lied dat je door verschillende zangers laat zingen, of een gerecht dat je door verschillende koks laat maken: het klinkt en smaakt bij iedereen weer anders. Kennis nemen van die verscheidenheid maakt je rijker, gelaagder.

Maar goed, ook al is liefde dan de drijvende kracht in het leven, toch maak ik er wat vrouwen betreft een puinhoop van. De liefde heeft een zoete glimlach, en misschien engelenvleugels, maar ook scherpe klauwen die bijtende wonden kunnen achterlaten. Neem van mij aan dat het niet een en al goedheid is in de liefde.

Het opmerkelijkste van alles is misschien wel dat de vrouwelijke lezers van mijn boeken altijd zeggen dat ik me zo goed kan inleven in vrouwen. “Volgens mij ben jij in een vorig leven een vrouw geweest,” zeiden een paar vrouwen zelfs. Ik snap wel dat ze dat zo ervaren. Ik hóúd namelijk echt van vrouwen, omdat ze geen man zijn. Ik zet ze graag neer op papier, en dat voelen ze.

Maar zodra er in mijn leven dus liefde in het spel is, of seks, wordt het ineens moeilijker. Laatst ging ik met een vriendin uit eten. Ze ging buiten een sigaret roken en sprak daar met een paar vrouwen die ook aan het roken waren. Eentje vroeg haar of ik de schrijver Hafid Bouazza was. Ja, antwoordde mijn vriendin. Zei die vrouw die ik nog nooit in mijn leven heb gezien: “Hij is niet makkelijk, hè?” Ik bedoel maar: een vrouw die alleen via mijn werk of de televisie iets van me weet, weet meteen al dat ik geen makkelijke man ben. Ook mijn beste vriendinnen zeggen het: “Hafid, je bent geweldig, maar ik zou niet met je kunnen samenleven.”

Ik snap het niet zo goed, want ík vind mezelf niet moeilijk. Misschien is het probleem dat ik compromisloos ben, maar ik ben ook vaak op de verkeerde vrouwen gevallen. Als ik verliefd word op een vrouw wil ik haar kunnen bewonderen om iets – en dan bedoel ik niet dat ze goed kan koken of lopen, maar dat ze iets hééft, zoals humor. Toch bleek dat tot nu toe niet voldoende te zijn om de liefde in stand te houden. Op de een of andere manier heb ik altijd vrouwen gehad bij wie ik niet pas: hun karakter, hun zienswijze, hun leefwijze, het sloot allemaal niet goed aan bij mij.

Liefde is voor mij de moeilijkste waarde om mee om te gaan, maar toch moest ik haar kiezen van mezelf. Zonder liefde gaat het niet. Ze is de voortstuwende kracht achter alles. Kennis, onafhankelijkheid, creativiteit en humor: het zijn allemaal aspecten van liefde. Liefde omvat alles waar ik het tot nu toe over heb gehad.’[/wpgpremiumcontent]