Het artikel ging over waarnemingen bij chimpansees en bonobo’s in het wild, waarbij in totaal 152 dodelijke gevechten onder chimpansees waren geteld, maar slechts één onder bonobo’s. En die laatste vechtpartij was niet eens rechtstreeks waargenomen, dus of het echt was gebeurd, was twijfelachtig.

Het artikel wakkerde het vuurtje aan onder een slepende discussie over de natuurlijke instincten van aap en mens. Aanvankelijk was de opvatting namelijk dat onze naaste verwanten vreedzame vegetariërs waren; een idee dat innig was omarmd door antropologen die niets wilden horen over agressieve instincten bij de mens.

Toen onderzoeker Jane Goodall in de jaren zestig wereldkundig maakte dat chimpansees elkaar soms doden, ontstond er dus een crisis. Ineens was het idee van de vreedzame mens, afstammeling van Rousseau’s nobele wilde, niet houdbaar meer. Maar het leek eenvoudig om haar waarnemingen van tafel te vegen: Goodall had haar apen bananen gevoerd. Alles wat ze vervolgens gezien had, was dus het gevolg van menselijke invloed. Geef apen bananen en het draait uit op vechten, zo luidde de simpele conclusie.

Deze discussie had eigenlijk allang afgelopen moeten zijn, want Goodall was binnen een paar jaar al gestopt met voeren. Bovendien zijn er tegenwoordig volop veldonderzoekers die dodelijke competitie tussen chimpansees hebben gezien zonder de apen ooit gevoerd te hebben. Het debat bleef echter maar doorzeuren, zodat er behoefte kwam aan een studie die alle tot nu toe bekende gevallen van apengeweld op een rijtje zette. De conclusie was dat chimpansees van nature gewelddadig zijn en dat de mens daar weinig invloed op heeft.

Het is veelzeggend dat we in zulke ideologisch geladen debatten verzeild raken. We zien mensapen bijna als voorouders, en natuurlijk hebben we een voorkeur voor hoe die zich hebben gedragen. Geen mens die erbij stilstaat dat onze naaste verwanten zelf ook een lange evolutie hebben doorgemaakt. Misschien zijn ze sinds de tijd dat we van hen zijn afgescheiden – zes miljoen jaar geleden – wel net zoveel veranderd als wij. Het heersende idee is dat wij zijn geëvolueerd, terwijl zij zijn blijven stilstaan. Maar in feite kennen chimpansees en bonobo’s een grotere genetische diversiteit dan de mens. Ze hebben in die tijd kenmerken ontwikkeld – zoals de weerstand tegen het aidsvirus bij West-Afrikaanse chimps – die wij heel goed zouden kunnen gebruiken.

Dit kwam naar voren toen onderzoekers in Japan onlangs vaststelden dat chimpansees beter dan mensen zijn in bepaalde computerspelletjes, vooral competitieve spelletjes waarbij de speler moet raden hoe een tegenstander zal reageren. Ik heb vaak gezien hoe goed chimps zijn in het onderkennen van andermans strategieën, en nu weten we dus dat ze daar soms sneller en beter in zijn dan wijzelf. Tijdens hun lange evolutie hebben ze zich mogelijk gespecialiseerd in geslepen competitie. Dat zou ook kunnen verklaren waarom ze, vergeleken met veel andere soorten, zo ongelooflijk gewelddadig kunnen zijn.[/wpgpremiumcontent]