We ontmoeten nu eens deze en dan weer die, gaan van de koffie bij familie naar een fuifje met vrienden. Ons gezelschap wisselt voortdurend. Weinig dieren gedragen zich zo flexibel, maar ik ben op bezoek in Florida om precies zo’n dier te zien.

Terwijl de wolken in de verte steeds somberder kleuren, stappen we op het bootje. Het is rond 35 graden en supervochtig. Bijna elke avond valt er een grote plas regen, waardoor alles hier groeit als kool. Onze gastvrouw is een vroegere studente van me, Annie Weaver, die 293 dolfijnen persoonlijk kent. Ze toont mijn vrouw en mij een dik album met foto’s van rugvinnen, het lichaamsdeel dat ze het meest te zien krijgt.

Die vinnen verschillen per dolfijn in grootte en vorm, ook door de aanvallen die ze verduren – zowel van haaien als elkaar – waardoor er soms happen uit hun vin zijn of een deel er los bijhangt. Annie heeft elke dolfijn een code gegeven en kent meestal ook het geslacht. Ik vraag haar hoe, en ze lacht: als een dolfijn zich in het water omdraait met een enorme erectie kan er geen twijfel bestaan.

Dolfijnen hebben een fission-fusion-­levensstijl (‘uit elkaar/bij elkaar’). Je ziet ze vaak in hun eentje zwemmen, maar ook in paren, trio’s, of groepjes van een dozijn, steeds in wisselende combinaties. Ze gedragen zich net als wij en onze naaste verwanten, bonobo’s en chimpansees, die ook nooit als complete groep verschijnen.

Annie wijst ons een paartje mannen dat samen zwemt. Als een van de twee ooit in zijn eentje rondtrekt kun je er van op aan dat hij op zijn donder zal krijgen van andere mannetjes, die snel gebruikmaken van de afwezigheid van zijn maatje. De twee mannetjes zwemmen perfect synchroon. Ze komen samen op om te ademen en duiken dan weer samen onder, terwijl wij met ons bootje naast hen varen. Ze kennen de boot goed en zijn er niet bang voor.

We komen ook een moeder met een kleuter tegen – een piepklein vinnetje boven het water – waarvan Annie de precieze geboortedatum weet. Haar werk is zo bekend in de streek dat ze de dolphin lady wordt genoemd en telefoontjes krijgt van iedereen die iets nieuws ziet, zoals een pasgeboren dolfijntje.

Terwijl de eerste druppels vallen en we ons terug naar huis spoeden – waar Annie uitzicht heeft op springende dolfijnen en duikende pelikanen – vertelt ze over haaien die een jonge dolfijn grepen, en de neiging van dolfijnen om zich met plantenslierten te versieren als deel van hun baltsgedrag. Dat laatste is uniek voor deze populatie. Dolfijnengemeenschappen hebben zoveel culturele verschillen dat deskundigen allang hebben opgegeven het gedrag van ‘de’ dolfijn te beschrijven.

En dan was er ook nog een vrouwtje dat na zeven jaar afwezigheid opdook alsof er niets aan de hand was. Ze werd door de rest behandeld alsof ze erbij hoorde, zoals ook Annie en ik meteen onze band herstelden hoewel we elkaar nog langer niet hadden gezien. Wij mensen vinden dat doodnormaal; ­eigenlijk is het best speciaal.[/wpgpremiumcontent]