Stephen Suomi: ‘De vroege jeugd is geen kritieke fase’

Ooit liet hij aapjes opgroeien in totaal isolement, met desastreuze gevolgen. Nu richt de Amerikaanse psycholoog Stephen Suomi zich juist op de mogelijkheden tot herstel na een slechte start.

Als jonge onderzoeker deed Stephen Suomi in de jaren zestig en zeventig mee aan een van de meest hartverscheurende psychologische experimenten uit de geschiedenis. Hij promoveerde bij Harry Harlow, die in de jaren vijftig beroemd was geworden om zijn experimenten met ‘surrogaatmoeders’. De zwart-witbeelden van kleine, angstige aapjes die zich vastklampen aan draadstalen poppen die iedere eerstejaars psychologiestudent te zien krijgt, vergeet je nooit meer.

Harlow toonde aan dat baby’s steevast kiezen voor een nepmoeder met een zacht vachtje boven een nepmoeder van gaas, ook al gaf die laatste melk en de zachte moeder niet. Met andere woorden: warmte en fysiek contact – de band tussen moeder en kind – waren minstens even belangrijk voor pasgeborenen als eten, ze waren een primaire ­levensbehoefte. Harlow werd echter ook berucht, omdat de experimenten waarmee hij de invloed van ontberingen in de vroege jeugd wilde testen vaak akelige gevolgen hadden voor de dieren. Die vertoonden voor ons opvallend herkenbare tekenen van angst en stress.

De experimenten die Stephen Suomi met zijn promotor deed worden omschreven als de meest wrede uit Harlows loopbaan. In een poging depressie te creëren werden babyaapjes bij hun moeder weggehaald en in totale isolatie opgesloten in een kale bak

die in een punt naar beneden liep. Harlow noemde dit ‘de wanhoopsput’. Na zes maanden of een jaar eenzaam opgroeien, kwamen de dieren ‘ernstig gestoord’ naar buiten en vertoonden gedrag dat doet denken aan dat van de Roemeense weeskinderen uit de Ceaus,escu-tijd en erger: ze kropen in een hoek, wiegden zichzelf herhaald op en neer, waren niet in staat normaal contact aan te gaan met leeftijdsgenoten. Sommige raakten bij vrijlating tussen normale apen zo in shock dat ze zichzelf doodhongerden. ‘Geen enkele jonge aap bleek psychisch bestand tegen de wanhoopsput,’ vatte Suomi de experimenten samen. Contact met andere apen, en met name een moeder, bleek essentieel voor een gezonde mentale ontwikkeling.

Uw experimenten met de wanhoopsput hebben veel mensen doen huiveren. Hoe kijkt u terug op de begindagen van uw carrière?

‘Laat ik het zo zeggen: ik zou het nooit nog een keer willen doen. Wat de uitkomsten ook zouden zijn. Het zou ook nooit meer mogen in deze tijd, de wetten rond dierenwelzijn zijn aangepast. De wanhoopsput was Harlows uitvinding en zodra hij met pensioen was heb ik die kooien omgesmolten; ik wilde ze nergens meer in het lab. Ze waren niet langer nuttig en de emotionele dingen die ze met de apen en de onderzoekers deden was het niet waard.’

Wat deed het dan met u?

‘Ik vond het niet prettig om te doen. Ik sprak er niet graag over. Ik lag er ’s nachts van wakker.’

Voelde u empathie voor de dieren?

‘Hoe kun je geen medeleven ontwikkelen? Ik bedoel: u heeft de foto’s en filmpjes gezien. Het waren afgrijselijke omstandigheden.’

De kritiek is dat dit onderzoek iets van­zelfsprekends aantoonde: dat sociale dieren psychisch zeer gestoord raken als ze in totale eenzaamheid opgroeien. Waarom deed u het? En bleef u het doen?

‘Je moet begrijpen dat het in die tijd helemaal niet vanzelfsprekend was. Mensen dachten dat dieren geen gevoelens hadden. Het waren reactiemachines. Heel eerlijk: dierenrechten lagen nog niet eens op de tekentafel van iemands geest. We wilden dingen leren over de psychologische ontwikkeling van mensen. Veranderingen in de hersenen en hormonen, de ontwikkeling van het ­sociale gedrag met ouders en leeftijds­genootjes, het leren van concepten; al die dingen volgen precies hetzelfde schema bij resusapen en mensen. Alleen groeien resusmakaken vier keer zo snel op als wij; een aap van tweeënhalve maand oud is vergelijkbaar met een baby van 1 jaar. Een aap van 3 jaar oud is in de puberteit. Een aap die de eerste zes maanden van zijn leven in isolatie doorbrengt, is dus vergelijkbaar met een kind van 2.’

Nu bent u zelf hoofd van een groot primaten­laboratorium. Wat heeft u van die eerste experimenten geleerd?

‘We dachten een hele tijd dat de dieren onherstelbaar waren beschadigd omdat ze geen liefde hadden gekend in die kritieke eerste zes maanden, maar het is ons uiteindelijk gelukt om ze weer normaal te maken. Echt tot het punt waar alle gedragsproblemen teruggedraaid waren en – zolang je ze niet in stressvolle situaties bracht – lukte het hun zelfs ook nog om goede ouders te zijn.’

Er viel dus toch nog iets te beginnen met die ernstig gestoorde aapjes?

‘We probeerden van alles. Volwassen dieren en leeftijdsgenootjes accepteerden de geïsoleerden helaas niet. Resusmakaken zijn xenofoob; ze houden niet van vreemde dingen. En niets is vreemder dan het gedrag van apen die geïsoleerd zijn opgegroeid. De normale apen vielen hen aan. En daar werd de situatie van de geïsoleerde aapjes alleen maar slechter van, want ze konden zich niet verdedigen. Harlow en ik plaatsten ze uiteindelijk samen met jongere, drie maanden oude therapeut-aapjes. Die knuffelen graag en zijn te jong om agressief te zijn. Dat werkte.’

U noemt die aapjes therapeuten?

‘We noemden hen aanvankelijk psychiaters. We zetten ze twee uur per dag samen en in grote lijnen gebeurde er dit: de therapeut-aapjes klampten zich vast aan de angstig opgerolde geïsoleerden. Die begonnen op een gegeven moment terug te klampen. In volgende sessies begonnen de therapeuten met simpel spel, en langzaam maar zeker begonnen de geïsoleerden mee te spelen. We ontdekten dat de gevolgen van een slechte jeugd dus toch niet onomkeerbaar ­waren. De vroege jeugd is geen kritieke fase in de zin van dat het nooit meer goed kan komen als er toen iets verkeerd is gegaan. Het is eerder een sensitieve periode. Een periode waarin je meer open bent voor verandering, positief en negatief. En van die sensitieve periodes zijn er meer in het leven. Wat dacht je van de puberteit, zwangerschap, de overgang? Ook dan staat je hele systeem op zijn kop en heb je de kans om een nieuwe ontwikkeling door te maken.’

Dat klinkt hoopvol.

‘Ik vind van wel, maar ik ben in de basis een optimist. Voor mij suggereert het dat je niet voor het leven getekend hoeft te zijn na een slechte start. Er zijn manieren om de littekens te verzachten en soms helemaal weg te krijgen.’

U ontdekte ook dat er aangeboren kwets­bare persoonlijkheden zijn onder de apen.

‘Er zijn drie verschillende persoonlijkheidstypes: de uptight monkeys, de laid-back monkeys en de jumpy monkeys. De uptight monkeys, ongeveer 15 tot 20 procent van de populatie, zijn verlegen, nerveus en geremd. Ze hebben meer kans om later in het ­leven kenmerken van depressie te ontwikkelen in stressvolle tijden. Overigens komt dit overeen met het percentage mensen dat een gen heeft dat hen gevoelig maakt voor depressie. De laidback monkeys zijn in de meerderheid, zij wennen relatief snel aan onbekende of stressvolle omstandigheden en gaan makkelijk nieuwe dingen uitproberen.’

En de jumpy monkeys?

‘Zo’n 5 tot 10 procent van de populatie; ze zijn impulsief en agressief, nemen onnodige risico’s en kunnen hun bevrediging niet uitstellen. In het wild hebben de impulsieve mannetjes een grote kans om te overlijden voor ze vruchtbaar zijn; ze doen domme dingen, dagen veel sterkere apen uit, komen tussen een moeder en haar kind. De vrouwtjes zijn agressief en streng ­tegen hun eigen kinderen; het zijn on­geschikte moeders. In het lab zijn het comazuipers; types die drinken tot ze erbij neervallen. Bij mensen zijn dit de antisociale persoonlijkheidstypes; in mijn land eindigen ze vroegtijdig in het mortuarium of de gevangenis. Het verschil tussen persoonlijkheidstypes is overigens al zichtbaar in de eerste weken van het leven en blijft het hele leven vrij stabiel.’

Een moeilijke jeugd, in combinatie met een kwetsbare persoonlijkheid, maakt je kwets­baar voor ongemakken later in het leven.

‘Absoluut. Een moeilijke jeugd sowieso. Stress in de vroege jeugd is een goede voorspeller van probleemgedrag in de toekomst. Aan de hand van het niveau van stresshormoon cortisol bij zes maanden oude apen, kunnen we bijvoorbeeld precies voorspellen welke van hen geneigd zijn later in hun leven naar de drank te grijpen. Tijdens onze happy hours hebben de apen ongelimiteerd toegang tot een alcoholische drank, een ander smaakvol drankje of kraanwater. De apen die gestrest waren toen ze een half jaar oud waren drinken stukken meer dan anderen.

Je kunt ook neurotisch of impulsief worden door stress en slechte hechting in je jeugd. Als je ontspannen babyaapjes de eerste zes maanden van hun leven laat opgroeien in groepen met leeftijdsgenootjes en zonder moederfiguur, worden ze later ook nerveus en angstig in nieuwe situaties en sneller agressief.’

Ik begrijp de relevantie, maar ook dit soort experimenten klinkt niet zo prettig: aapjes die alcohol krijgen of worden weggehaald bij hun moeders.

‘Je moet niet vergeten dat jonge aapjes er ook in het wild vrij regelmatig alleen voor komen te staan. En de alcohol kregen ze maar een uur per dag en altijd op vrijwillige basis. Onze experimenten dragen bij aan kennis die de gezondheid en het welzijn van de mens enorm kunnen bevorderen.’

Uit uw onderzoek blijkt dat een neurotisch aapje het nog best ver kan schoppen.

‘Er lijkt een voordeel aan te zitten. Een nerveus vrouwtje dat zich in een onstabiele, stressvolle situatie bevindt, heeft een grote kans dat ze haar kinderen slecht behandelt. Maar in een stabiele situatie is ze juist een betere, meer op­lettende moeder dan de andere. In ons onderzoekscentrum bestond de apen­familie met de hoogste rang uit de meest nerveuze vrouwen die ik ooit in mijn ­leven heb gezien!’

Uw werk lijkt ons telkens te herinneren aan het belang van moederschap. Kunnen moeders een kind echt maken of breken?

‘Moeders – en bij mensen ook andere hechtingsfiguren – kunnen cruciaal zijn. Als genetisch kwetsbare apen opgroeien in slechte omstandigheden, ontwikkelen ze later meer kenmerken van depressie. Hebben ze een goede moeder, dan zijn er later in het leven geen problemen. Sterker: apen met een “slecht” gen dat hen kwetsbaar maakt voor depressie, maar die zijn opgegroeid bij een goede moeder, drinken minder alcohol, hebben minder stress, en maken meer goede stoffen aan in de hersenen dan andere apen. Moeders kunnen een buffer vormen voor risicokinderen.’

Stephen Suomi (68) is hoofd van het Laboratory of Comparative Ethology bij het National Institute of Child Health and Human Development in het Amerikaanse Bethesda, Maryland. Hij studeerde psychologie aan de Stanford-universiteit en de universiteit van Wisconsin. In 1971 promoveerde hij bij de beroemde psycholoog Harry Harlow op experimenten naar de effecten van sociale isolatie op de ontwikkeling van resusmakaken. Na Harlows pensioen nam Suomi zijn positie over en werd hij hoogleraar in Wisconsin. In 1983 begon hij zijn werk in Bethesda. Suomi werd verkozen tot ­Fellow van de American Association for the Advancement of Science vanwege zijn bijdrage aan het begrip van de ­effecten van socialisatie op de psychologische ontwikkeling van primaten.[/wpgpremiumcontent]

auteur

Dagmar van der Neut

Nieuwsgierigheid is een van mijn belangrijkste drijfveren. Ik wil snappen hoe dingen werken. Hoe kan het dat…? Hoe zit het in elkaar? Waarom?

» profiel van Dagmar van der Neut

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Werkende moeder, ongezonder kind

De kinderen van zowel parttime als fulltime werkende moeders bleken vaker langer dan twee uur per da...
Lees verder
Kort

Werkende moeder, ongezonder kind

De kinderen van zowel parttime als fulltime werkende moeders bleken vaker langer dan twee uur per da...
Lees verder
Branded content

Waarom je jezelf een coach moet gunnen

Een coach helpt je een verandering in gang te zetten, waarbij je ook nog eens nuttige inzichten opdo...
Lees verder
Branded content

Waarom je jezelf een coach moet gunnen

Een coach helpt je een verandering in gang te zetten, waarbij je ook nog eens nuttige inzichten opdo...
Lees verder
Artikel

3 redenen om dit boek over liegen te lezen

'Wat zit je haar goed!' is het nieuwe boek van Annemiek van Kessel. Het bevat 69 vragen over liegen ...
Lees verder
Artikel

3 redenen om dit boek over liegen te lezen

'Wat zit je haar goed!' is het nieuwe boek van Annemiek van Kessel. Het bevat 69 vragen over liegen ...
Lees verder
Artikel

De evolutie van de hysterische verlamming

Verstijven van angst, lijkt het onhandigste wat je kunt doen als je wordt aangevallen: het geeft de ...
Lees verder
Advies

Hoe kan ik een negatief zelfbeeld loslaten?

Ooit liet hij aapjes opgroeien in totaal isolement, met desastreuze gevolgen. Nu richt de Amerikaans...
Lees verder
Artikel

De jeugd van Paula van der Oest: ‘Wat mijn vader deed, was...

Paula van der Soest groeide op in een harmonieus gezin. 'Ook al vertrok mijn vader toen ik zes was. ...
Lees verder
Column

Spiegelbeest: Spelen verbetert de hersenen

Ooit liet hij aapjes opgroeien in totaal isolement, met desastreuze gevolgen. Nu richt de Amerikaans...
Lees verder
Artikel

‘Ik was natuurlijk een buitenbeentje’

Ooit liet hij aapjes opgroeien in totaal isolement, met desastreuze gevolgen. Nu richt de Amerikaans...
Lees verder
Kort

Sociale activiteit houdt jong

Kinderen verzorgen is goed voor het ouder wordende brein.
Lees verder
1685