‘Ik hield onvoorwaardelijk van hem, en opeens bleek hij gevaarlijk’

De vader van Claudia werd op haar 14de veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Hij had iemand beschoten en verwond omdat hij zich bedreigd had gevoeld.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

‘Mijn ouders waren gescheiden en omdat het niet boterde met mijn moeder woonde ik vanaf mijn puberteit bij mijn vader. Mijn vader is van Italiaanse afkomst, en het was één mooi avontuur met hem. Hij was een man van de wereld, maar ík was zijn prinses. Ik wist dat hij beroepsgokker was en dat hij een pistool in mijn kledingkast verstopte. Dat viel soms op mijn hoofd wanneer ik een trui pakte. Mijn vader zei dat hij het nodig had om zich te verdedigen in zijn restaurant.

Op een dag kwam ik thuis na school en zag dat alles overhoop was gehaald. Ik dacht aan een overval. Ik belde de politie, en die vertelde alleen dat ik de volgende dag meer zou horen. ’s Morgens hoorde ik de sleutel in het slot en dacht dat mijn vader thuiskwam. Mijn slaapkamerdeur werd ingetrapt en twee rechercheurs richtten een pistool op mij. Ze waren onaardig en beweerden dat ik coke snoof, net als mijn vader.

Ze ondervroegen me en dreigden dat ik hem voorlopig niet zou zien. Weg was mijn beeld van de wereld en van mezelf: ik hield onvoorwaardelijk van mijn vader, en opeens bleek hij gevaarlijk. Toen ik in de Bijlmerbajes kwam was ik in shock: mijn vader, de man van de maatpakken, droeg een joggingbroek. Onze gesprekken waren oppervlakkig, omdat we elkaar niet bezorgd wilden maken.

Jarenlang had ik een minderwaardigheidscomplex. Ik dacht dat ik het niet waard was om van te houden en wantrouwde iedereen. Mijn bevrijding kwam op mijn 39ste, toen ik in het tv-programma Het mooiste meisje van de klas over mijn jeugd vertelde. De volgende dag werd ik niet verguisd, maar juist omhelsd. Ik had een lans gebroken voor alle kinderen van gedetineerden, kreeg ik te horen. Zijn daad keur ik af; maar hij blijft mijn pappie, die me troostte en liedjes zong.’

Claudia Schoemacher schreef het autobiografische boek ‘Kind van de onderwereld’ (Nieuw Amsterdam, 2010, 10,99) en maakte een tv-programma over kinderen van gedetineerden, ‘Je ouders in de lik’

‘Ik fantaseerde hoe ik hem kon doodmaken’

W. had een stiefvader die zijn moeder en andere vrouwen mishandelde. Huiselijk geweld was toen nog niet strafbaar. Inmiddels is zowel zijn stiefvader als zijn moeder overleden.

‘Een jaar nadat mijn vader was overleden kreeg mijn moeder een nieuwe vriend. Ik was toen 12. Erik deed zijn best om ons in te palmen. Bij mij lukte dat, bij mijn zusje niet. Ze kreeg gelijk: deze man bleek minder aardig dan hij zich had voorgedaan.

Erik gaf me de aandacht die ik van mijn vader niet had gekregen. Hij waardeerde me en nam me op sleeptouw. Dat was genoeg om me om te kopen. Na een jaar ging hij drinken en werd hij gewelddadig. Elke avond sloeg hij mijn moeder, zodra wij op bed lagen.

Ik zag het als mijn taak hem ’s avonds rustig te houden door samen leuke dingen te doen; zo kon ik mijn moeders pijn uitstellen. Ik was doodsbang en verward. Ik fantaseerde hoe ik hem kon doden met mijn zakmes. Maar ik hield ook van Erik. Toen hij na een ruzie bij ons wilde weggaan heb ik hem zelfs gesmeekt te blijven. Hij bleef voor mij, en daar voelde ik me schuldig over.

Uiteindelijk vertrokken we toen Erik een keer niet thuis was. Na een maand kwamen we terug. Erik was definitief weg, maar had de boel kort en klein geslagen. Op mijn kamer na. Hij had zelfs mijn rondslingerende kleren netjes in de kast gelegd.

Alhoewel deze ellende maar een jaar heeft geduurd heeft het mijn hele leven beïnvloed. Ik ging conflicten uit de weg. En zodra iemand boos werd, nam ik de schuld op me. Ik heb mijn ervaringen uiteindelijk van me af geschreven in een boek.

Ik neem mijn moeder kwalijk dat ze ons te jong betrok bij haar slachtofferschap. Ze had ons moeten beschermen door Erik de deur te wijzen. Zeker toen ze erachter kwam dat wij niet het eerste gezin waren dat hij zo had behandeld. Ik ben niet zijn vlees en bloed, maar toch heb ik een leven vóór en na Erik. ’

TEST
Doe de test »

Wat zijn de gevolgen van opgroeien bij een narcistische ouder?

‘Mijn poppen waren van joodse meisjes geweest’

De vader van Jeanne zat bij de landmacht van de NSB.

‘Vlak voor de oorlog kwam mijn vader thuis in een uniform. “Papa werkt nu bij de politie”, werd ons verteld. Ik was bang voor zijn stamplaarzen. Pas wanneer hij ze uitdeed, was hij weer mijn vader. Kinderen wilden niet meer met me spelen, en ik dacht dat ze me niet meer leuk vonden. Ondertussen werd ik overladen met speelgoed. Later begreep ik dat de poppen van joodse meisjes waren geweest.

We gingen op Dolle Dinsdag naar Duitsland [veel NSB’ers vluchtten op 5 september 1944 het land uit omdat de bevrijding op komst leek]. Ik hoopte er nieuwe vrienden te maken, maar ook daar moesten ze niets van ons hebben. Ik realiseerde me dat er iets verschrikkelijks was met ons gezin.

Na de bevrijding begon de ellende pas echt. Op school wilde niemand naast me zitten, en op Koninginnedag mocht ik niet op de versierde kar. Wanneer je voortdurend denkt dat je er niet mag zijn, gaat dat in je karakter zitten. Thuis werd gezwegen, ook toen mijn vader terugkwam uit de kampen. In 1948 verhuisden we naar Den Haag. Daar had ik een leuke tienertijd, omdat niemand wist uit wat voor gezin ik kwam.

Twaalf jaar geleden las ik met mijn broer mijn vaders dossier. Mijn ouders waren allebei al overleden. We dachten dat mijn vader alleen lid was geweest, maar toen zagen we dat hij een joods gezin had afgevoerd. Ik was woest: mijn vader was een moordenaar, hij had levenslang moeten krijgen.

Over mijn moeder lazen we dat ze zes maanden voorwaardelijk had gekregen omdat ze had geholpen. Hoe kon ze? Ik had haar altijd op een voetstuk staan, en dacht dat ik mijn sociale karakter van haar had.

Dankzij de Werkgroep Herkenning zag ik in dat ik níét fout ben en dat ik niet alles hoef te pikken om aardig gevonden te worden. Mijn geloof heeft me ook geholpen. Als God mensen vergeeft, dan moet ik mijn ouders toch ook kunnen vergeven?’

www.werkgroepherkenning.nl: hulp aan familieleden van mensen die in de Tweede Wereldoorlog sympathiseerden met de Duitse bezetters

‘Ik verzon dat hij in het buitenland woonde. Of dood was’

De vader van Djamila zit sinds haar 14de vast in een Aziatisch land voor een drugsgerelateerd delict. Hij is ter dood veroordeeld, maar het hoger beroep loopt nog.

‘Ik was 10 toen ik bij mijn vader thuis een raar zakje poeder zag liggen. Ik wist niet wat het was, maar voelde dat het niet klopte. Een jaar later werd mijn vader opgepakt. Er werd niet gesproken over waarom hij negen maanden vastzat.

Op mijn 14de werd hij weer opgepakt. Mijn moeder vertelde ons dat het ernstiger was dan de vorige keer en dat hij in Azië zat. Het ergste waren toen de krantenfoto’s van mijn vader met handboeien om. Ik zie de blik in zijn ogen nog voor me. Ik was boos. Hoe kon hij zeggen dat hij van ons hield? Waarom had hij dan niet aan ons gedacht voordat hij weer de fout in ging?

Naar buiten durfde ik niet. Iedereen in het dorp wist ervan. Die schaamte bleef. Ik verzon dat mijn vader in het buitenland woonde, of dood was. Soms wenste ik hem dood. Dan was het tenminste concreet geweest. Omdat ik als klein meisje drugs had ontdekt bij mijn vader voelde ik me schuldig.

Misschien had ik hem kunnen behoeden voor deze ellende? Pas op mijn 18de deelde ik dat geheim met mijn moeder. Dat ik niet ontspoord ben, heb ik aan haar te danken. Een relatie aangaan vind ik moeilijk. Ik ben bang teleurgesteld te worden wanneer ik me aan iemand bind.

Twee jaar geleden zocht ik mijn vader op in Azië. Ik voelde toen zijn liefde. We knuffelden, maakten lol, en hij was voor het eerst open. Onze band is beter dan ooit en dat geeft rust. Ik snap nu dat je soms in situaties terechtkomt waardoor je stomme dingen doet. De kans dat hij ooit weer in Nederland komt, is klein. Toch geeft hij de moed niet op. Ik denk dat wij hem op de been houden.’

‘Sinds ik geen geheim meer heb, ben ik een ander mens’

De vader van Piet was NSB’er en werd vlak voor de bevrijding gefusilleerd. Hij zou hebben meegewerkt aan militaire spionage, maar uiteindelijk bleek hij zijn aandeel niet te hebben voltooid.

‘Op Dolle Dinsdag vertrokken we naar Duitsland, maar al snel daarna ging mijn vader terug naar Nederland. Toen wij ook terugkeerden, kregen we te horen dat hij was gefusilleerd. Ik was 8 en had geen idee wat ‘gefusilleerd’ betekent.

Mijn moeder werd kaalgeschoren, op een kar rondgereden en in een kamp gestopt. Toen ze eenmaal was vrijgelaten hertrouwde ze al snel en verhuisden we naar een andere stad. Ze zette een streep onder ons verleden. Als kind durfde ik niet op te vallen.

Toen ik gescout werd door een bekende voetbaltrainer ging ik er niet op in, want ik was bang dat ze in mijn verleden zouden spitten. Toen ik op mijn 13de naar mijn vader vroeg, vertelde mijn moeder dat hij brieven had geschreven in de gevangenis. Er stond in dat hij het vreselijk vond dat wij moesten boeten voor wat hij had gedaan.

Hij smeekte mijn moeder om zijn verhaal door te vertellen, om mensen te laten inzien hoe het níét moet. Maar mijn moeder zweeg, en ik ook. Ik heb mijn kinderen alles pas verteld toen ze ouder waren, want ik gunde ze een zorgeloze jeugd.

Mijn dochter Bettina is schrijfster en wilde ook de goede kanten van haar opa ontdekken. Mede door mijn gesprekken met haar durfde ik na zestig jaar mijn mond open te doen. Dat was bij de presentatie van haar roman Porselein. Wat een opluchting: ik werd niet veroordeeld en had eindelijk mijn vader terug.

Hij heeft foute keuzes gemaakt, maar ik begrijp zijn situatie nu beter. Sinds ik geen geheim meer heb, ben ik een ander mens. Ik treed op de voorgrond en mijn driftbuien zijn verdwenen. Ik adviseer iedereen die vastzit in hetzelfde harnas om erover te praten. Wat niet verwerkt is, gaat gisten, en dat breng je over op je kinderen.’

Piets dochter Bettina Drion schreef twee romans over nazaten van NSB-ouders: Porselein (2011, € 12,50) en Scherven (2013, € 16,95, beide uitgeverij Marmer)

Help een kind het verleden te begrijpen

Loyaliteit hoeft geen blinde verering te zijn Kinderen voelen het als er een taboe ligt op een gebeurtenis. ‘Dan hangt er een donkere wolk boven het gezin, waar ze niet aan mogen komen,’ zegt Else-Marie van den Eerenbeemt, familietherapeut, docent, publicist en onderzoeker van ouder-kindrelaties. ‘Een kind is trouw aan de ouders, dus zwijgt het met ze mee. Uit liefde, schaamte en loyaliteit.’

Zwijgen over wat er is gebeurd belemmert de emotionele ontwikkeling van een kind, zegt Winie Hanekamp, landelijk coördinator bij Exodus Nederland (www.exodus.nl). Deze organisatie biedt professionele ondersteuning aan gedetineerden, oud-gedetineerden en hun familieleden.

‘Veel mensen kiezen ervoor hun kinderen te beschermen door ze in onwetendheid te laten,’ zegt Hanekamp. ‘Maar kinderen die niet weten waarom een ouder wegblijft, gaan gissen. Ze denken dat die ouder dood is. Of dat zijzelf de reden zijn waarom hij of zij er niet is. Op korte termijn kan zwijgen een oplossing lijken, maar uiteindelijk traumatiseert de leugen meer dan de waarheid.’

Het kind in kwestie durft daardoor niemand meer te vertrouwen; het denkt dat iedereen een dubbele agenda heeft, zegt Van den Eerenbeemt. ‘Het feit dat je hebt meegekregen dat praten gevaarlijk is, maakt dat je niet over gevoelens kunt praten. Zelfs niet met dierbaren. Transparantie en openheid zijn dus noodzakelijk.’

Op latere leeftijd komt het voor dat kinderen met een geheim er behoefte aan hebben afstand te nemen van hun ouders. Ze doen dat omdat ze bang zijn dat ook aan hen iets slechts kleeft. Van den Eerenbeemt: ‘Hun identiteit staat onder druk. Wie ben ik eigenlijk? Wat heb ik van mijn vader of moeder meegekregen? Ben ik wel zo schuldeloos?’ Volgens Hanekamp ligt daar een taak voor de samenleving, namelijk: ‘Ophouden met stigmatisering. Beseffen dat deze kinderen, buiten hun schuld om, ook worden gestraft.’

Kinderen kunnen beter niet volledig breken met hun ouders, is de ervaring van Hanekamp. ‘Ze doen er beter aan in contact met hen te blijven, om te leren begrijpen waarom hun leven zo is gelopen.’ Familietherapeut Van den Eerenbeemt is het daarmee eens: ‘Kinderen kunnen naar de andere kant van de wereld verhuizen, maar het verleden dragen ze altijd met zich mee. Het is beter te proberen hun erfgoed te corrigeren. Kinderen die vroeger misbruikt zijn worden vaak dokter, en kinderen wier ouder in de gevangenis heeft gezeten, willen rechten of politicologie studeren.’

Dat fenomeen is ook terug te zien bij sommige geïnterviewden op de vorige pagina’s, zegt ze: Claudia helpt kinderen met gedetineerde ouders, Jeanne is vrijwilliger bij de Werkgroep Herkenning, en Djamila werkt in de jeugdpsychiatrie. Van den Eerenbeemt: ‘Ik ken ook nsb-kinderen die in een joods verzorgingstehuis of op een joodse begraafplaats werken. Zo zetten ze het onrecht van het verleden om in het recht voor de toekomst.’

Het helpt bij de verwerking wanneer het kind onderscheid kan maken tussen de ouder thuis en die in de buitenwereld. ‘Een vader kan verschrikkelijke dingen hebben gedaan, maar thuis enorm toegewijd zijn geweest. Mensen moeten proberen die twee zaken uit elkaar te halen,’ zegt Van den Eerenbeemt. ‘Dat is geen gemakkelijke klus, en daar hebben ze hulp bij nodig.’

Volgens haar is het nodig dat kinderen beseffen dat loyaliteit geen blinde verering is. ‘Dat ze informatie mogen inwinnen over hun vader zonder dat het verraad is of dat het ten koste gaat van hun trouw. Integendeel zelfs. Ze zoeken juist de verbinding op met hun vader wanneer ze onderscheid maken tussen wie hij was als ouder en wie hij daarbuiten was.’

Vervolgens kunnen kinderen beter in kaart brengen hoe hun leven is beïnvloed door het verleden. Van den Eerenbeemt: ‘Wanneer er verzoening is – en dan bedoel ik niet verzoening met zijn daad maar met wie hij was als vader, kunnen ze hem terug op zijn sokkel plaatsen. Wanneer ze hun vader weer als vader kunnen zien zal dat een bevrijdend gevoel geven.’