Dat de naoorlogse samenleving sterk is veranderd, is duidelijk, maar wat dat betekent voor gezinnen en families, is nauwelijks bekend en duidelijke cijfers ontbreken. De Londense psychologe Val Gillies bestudeerde de literatuur over familiebanden en ontdekte twee stromingen. Aan de ene kant zijn er de pessimisten, die beweren dat families als los zand aan elkaar hangen. Daartegenover staan de positieven, die beweren dat mensen eindelijk zijn bevrijd van die knellende familiebanden. Deze twee stromingen treden volgens Gillies zo prominent op de voorgrond, dat er weinig oog is voor de derde stroming die stelt dat er in de loop der jaren weinig is veranderd in de hechtheid van familiestructuren.

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Uit eigen onderzoek weet Gillies dat maatschappelijke ontwikkelingen weinig hebben veranderd aan het familiegevoel en dat mensen nog steeds veel waarde hechten aan de band met hun familie. Want zolang mensen kinderen groot brengen in gezinsverband, behoudt de familie haar bestaansrecht. Bovendien willen mensen nog steeds graag deel uitmaken van een groter geheel, en waar kan dat beter dan bij je familie? Bij een belangrijke gebeurtenis als de geboorte van een kind of het overlijden van een grootouder, halen familieleden herinneringen op en bekijken ze foto’s van vroeger. Zo zijn er

verschillende momenten in je leven waarop je jezelf onderdeel van je familie voelt.

Een andere reden waarom de band binnen families blijft bestaan, is dat we in ons leven behoefte hebben aan rollen en regels. Moest je vroeger altijd de oudste en dus de wijste zijn, dan ben je dat elke keer weer als je met je familie samen bent. Was je altijd de jongste die het lievelingetje was, dan komt dat gevoel bij elk familiefeest terug, al heb je in het dagelijks leven een totaal andere rol. Rituelen als kerst hebben in dit opzicht een belangrijke functie. Ze bevestigen elke keer weer de rollen en regels binnen een familie. En dat terugkeren naar die oude rol doen we maar al te graag, omdat het ons een vertrouwd en daardoor veilig gevoel geeft.

Hoe zit het eigenlijk met de aard en sterkte van Nederlandse familiebanden? De universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Tilburg en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (nidi) hopen straks antwoord te kunnen geven op die vraag. Twee jaar geleden zijn ze een grootscheeps en langlopend onderzoek begonnen onder tienduizend Nederlandse families. De respondenten zijn tussen de 18 en 79 jaar oud en beantwoorden om de paar jaar allerlei vragen over hun familie. Van een aantal van hen worden ook familieleden als broers, zussen, ouders, kinderen en partners ondervraagd. De eerste resultaten van deze zogeheten Netherlands Kinship Panel Study (nkps) zullen in de loop van 2004 worden bekendgemaakt. De onderzoekers hopen een verklaring te vinden voor de verschillen tussen families, en willen uitzoeken wat de consequenties van familiebanden voor het individu zijn. De resultaten van de nkps zijn behalve voor de wetenschap ook van belang voor de overheid, die er bijvoorbeeld achter kan komen of we in onze vergrijzende samenleving nog steeds bereid zijn om voor onze ouders te zorgen.

De ondervraagden moeten antwoord geven op vragen als: Hoe vaak kom je met de familie samen? Logeren jullie bij elkaar? Steun je elkaar financieel? Ben je trots op je familie? Houd je elkaar op de hoogte van de belangrijkste gebeurtenissen? Vind je dat familieleden voor elkaar horen klaar te staan?

Pedagoog Peter Cuyvers, directeur van adviesbureau voor gezinszaken Family Facts, kent soortgelijke onderzoeken uit het buitenland. ‘De kracht van familiebanden kun je natuurlijk niet exact meten’, zegt hij, ‘maar naar mijn mening is het los-zand-verhaal absolute onzin, net als dat van de individualisering. De kracht die families bij elkaar houdt, is vrijwel een natuurconstante en die zal nooit veranderen. Hoe je het ook wendt of keert, families functioneren nu eenmaal op basis van twee factoren die de familieband definiëren: de feitelijke afstand en de emotionele afstand. Hechte families zijn dus families die dicht bij elkaar wonen en veel contact hebben. Bij de meeste families is dat nog steeds het geval.’

Uit Duits onderzoek weet Cuyvers dat voor de meerderheid van de bevolking familie nog steeds de basis van het sociale netwerk is. Binnen drie generaties wonen families daar niet meer dan een halfuur rijden van elkaar en hij vermoedt dat het in Nederland niet anders is. ‘Alleen academisch opgeleiden laten een grotere mobiliteit zien. In de grote steden klagen tweeverdieners met kinderen dat ze geen gebruik kunnen maken van het familienetwerk, maar om daar gebruik van te kunnen maken, moet je nu eenmaal wel bij elkaar in de buurt wonen.’

Alleen voor de babyboomers, de generatie die volwassen werd in de jaren zestig, geldt volgens hem een ander verhaal. ‘Het spraakmakende deel van die generatie heeft zich afgezet tegen hun ouders. Om zich te bevrijden van hun laag-burgerlijke afkomst, moesten ze zich losmaken. Die generatie heeft de grootste emotionele en fysieke afstand tot familie die we ooit historisch hebben kunnen meten.’

Cuyvers is ervan overtuigd dat juist deze groep gelooft dat de maatschappij sterk individualiseert. En hoewel cijfers vaak ontbreken, worden cijfers die er wel zijn volgens hem stelselmatig verkeerd geïnterpreteerd. ‘Het klopt dat eenderde van de huishoudens uit alleenstaanden bestaat, maar dat zijn slechts 2,5 miljoen mensen op een bevolking van 16 miljoen. Door die cijfers verkeerd te brengen, creëer je het beeld dat de maatschappij individualiseert. Maar meer dan tachtig procent van de mensen leeft nog altijd in gezinsverband. En een deel van de alleenstaanden heeft of al een gezin gehad of gaat er nog een vormen. Dus ik durf wel te voorspellen wat de uitkomsten van het nkps zijn. Familiebanden zijn nog net zo sterk als vroeger.’ n

Hanneke en PJ wonen met hun dochters Lucy (6) en Flo (3) in Amsterdam. Hun familie komt uit Brabant, waar Kerstmis boven alles een familiefeest is. Kerst vieren ze daarom altijd bij hun ouders.

Dick (72) – vader van Hanneke

‘Het is tegenwoordig moeilijk om alle kinderen bij elkaar te krijgen. We hebben drie kinderen en zeven kleinkinderen en als de hele ploeg bij elkaar komt met kerst, is dat hartstikke leuk.’

Ger (69) – moeder van Hanneke

‘Wij Brabanders zijn echte familiemensen. Kerst, daar verheug ik me op, al is de sfeer heel anders dan vroeger. De kinderen wonen ver weg tegenwoordig. Ze komen wel, al gaan ze niet meer mee naar de mis.’

Hanneke (40)

‘Mijn moeder komt uit een grote Brabantse familie en de moeder van PJ ook. Tot mijn dertiende moest ik elke zondag met de hele familie naar mijn opa en oma. Brabantse gezelligheid heette dat. Maar al die familie bij elkaar was ook een vorm van status. Hoe meer kinderen er kwamen, hoe meer auto’s er voor de deur stonden, hoe beter je het als moeder had gedaan. We zijn nu helemaal niet meer zo’n close familie. Mijn ouders zie ik wel veel en zeker met kerst. Ik geloof dat mijn vader stiekem best zo’n Brabantse dynastie zou willen hebben.’

Willy (58) – moeder van PJ

‘Kerstavond vier ik altijd met de kinderen. Zelf kom ik uit een groot gezin. Met kerst gingen we met z’n allen naar de mis. Daarna kwam je elkaar tegen op straat. Dat was echt een kerstsfeer. De volgende dag sliep je uit en dan ging je ’s middags weer naar de kerk. En het leukste was dat je elkaar dan op straat allemaal weer tegenkwam.’

PJ (34)

‘Vroeger splitsten Hanneke en ik ons nog wel op met kerst. Zij naar haar ouders, ik naar de mijne. Maar sinds we kinderen hebben, doen we dat niet meer.’

Basistraining

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar de patronen in je relatie
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Met inspirerende video's en artikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Ellis groeide op als enig kind, Pieter komt uit een Molukse familie met veel broers en zussen. Ze hebben een tweeling van zeven en een dochter – Yani – van elf. Ze hebben hun eigen invulling aan de kersttraditie gegeven en vieren kerst het liefst thuis, met vrienden.

Chris (7)

‘Ik vind kerst gezellig. Er is altijd lekker eten. Als ik groot ben – en mijn ouders leven nog – dan nodig ik mijn vader en moeder en mijn zussen allemaal uit voor kerst.’

Pieter (47)

‘Als kind woonde ik in een Moluks kamp. Daar leefde je veel meer in een gemeenschap. Iedereen bezocht elkaar en je kwam vaak bij elkaar thuis. Thuis vind ik die sfeer terug als we koekjes bakken voor kerst. Kerstmis vier ik met Ellis en onze drie kinderen, ook een gemeenschap, al is het een kleine.’

Ellis (37)

‘Ik heb heel weinig familie. Zelf ben ik geadopteerd en ik heb geen broers of zussen. Met Pieter heb ik er een aangetrouwde familie bij gekregen en heb ik voor het eerst echt dat familiegevoel. We gaan wel naar de familie, maar niet per se op een kerstdag. Het liefst vier ik het thuis met onze kinderen en wat vrienden.’

Kenmerken van de hechte familie

De Amerikaanse familietherapeut Peter Gerlach heeft een lijst opgesteld met eigenschappen waaraan volgens hem hechte, goed functionerende families voldoen:

onvoorwaardelijke liefde en respect voor elkaar;

familieleden zijn trots op zichzelf, op elkaar en op de familie als geheel;

familieleden zijn geen ‘klonen’ van elkaar, en respecteren de individuele verschillen;

er is voldoende vriendelijk lichamelijk contact;

van fouten kun je leren. Ze worden niet afgestraft met spot en woede;

er zijn duidelijke rollen en regels;

iedereen accepteert zijn eigen en elkaars grenzen en tekortkomingen;

kinderen worden geprezen. Er wordt van ze gehouden omdat ze uniek zijn;

de nadruk ligt op problemen oplossen, in plaats van elkaar de schuld geven en ruzie maken;

humor en plezier hebben zijn belangrijk;

er wordt gesproken over en gerouwd om de overledenen in de familie;

het uiten van zowel positieve als negatieve emoties is belangrijk.[/wpgpremiumcontent]