Ex Jehovah’s Getuigen Frances: ‘Ik kon niet langer zwijgen’

Ze groeide op bij de Jehovah’s Getuigen, net als haar man, kinderen en beste vrienden. Maar een paar jaar geleden kreeg Frances Peters (59) twijfels. ‘Ik besefte steeds meer: hier zit iets helemaal fout.’ Een nieuw leven beginnen werd onvermijdelijk.

‘Er werd bij de Jehovah’s Getuigen een lezing gegeven over het omgaan met angst en schuldgevoel. Ik herkende veel. Als kind leefde ik al sober en volgens de strikte regels van de Jehovah’s Getuigen. Altijd was er de druk om te voldoen aan hun ideaalbeeld, gekoppeld aan de angst dat je niet goed genoeg was. We gingen zo min mogelijk om met andersgelovigen en staken al onze tijd in de organisatie.

Training

Goed zoals je bent

  • Leer jezelf accepteren
  • Omarm je imperfecties
  • Met boek van Brené Brown
bekijk de training
Nu maar
€ 87,50

Door die lezing besefte ik hoe vaak ik handelde uit plichtsbesef, angst en schuldgevoel. Ik schrok ervan, en tegelijkertijd besefte ik dat mijn kinderen zich ook zo ontwikkelden.
Door onze manier van leven hoorden ze er op school nooit helemaal bij. Ze mochten geen verjaardagen vieren, maakten nooit knutselwerkjes voor feestdagen en deden niet mee aan vieringen. Ik herkende het gevoel van “anders zijn” uit mijn eigen jeugd en wist nog hoe erg ik dat vond.
Hoe kon ik voorkomen dat ze net zo schuldbewust en onzeker werden als ik? In de bibliotheek begon ik te lezen over het ontwikkelen van zelfvertrouwen, kritisch denken en meningsvorming. Hoe meer ik las, hoe meer ik besefte: hier zit iets helemaal fout. Hoe kon ik mijn kinderen stimuleren om eigen keuzes te maken als ik dat zelf niet eens durfde?’

Uitverkoren

‘Mijn man Martin is net als ik opgegroeid als Jehovah’s getuige. Zijn ouders waren ervan overtuigd dat in 1975 Armageddon zou komen: de hemelse strijd tussen God en Satan en zijn demonen. Daarna zou voor de uitverkorenen – ons volk dus – het paradijs aanbreken. Martin stopte op zijn 15de zelfs met het gymnasium om meer te prediken voordat het te laat was.
Mijn vader was niet gelovig en mijn moeder was tegen zijn zin in toegetreden tot de organisatie. Ze hield wel altijd haar eigen kijk op de dingen. “In de Bijbel staat dat geen mens weet wanneer het einde komt. God is er voor iedereen met een goed hart. Als het zover is, beschermt hij je wel,” zei ze om me gerust te stellen.’ Vlak voordat Martin op zijn 19de naar Hengelo vertrok om daar als “dienaar in de bediening” te gaan prediken, kregen we verkering. Na een halfjaar ging ik hem achterna. Ik trok in bij een gastgezin en werkte halve dagen op de administratie van een fabriek, de rest van de tijd zette ik me in voor de Jehovah’s Getuigen. We trouwden en het was een gelukkige tijd. We hadden geen rooie cent, maar onze geloofsgenoten hielpen ons met alles: onderdak, kleding, fietsen, warme maaltijden. We voelden ons gedragen, de wereld klopte en wij hadden een doel. Onze kinderwens stelden we zelfs elf jaar uit om te kunnen prediken. Ik was 31 toen ik mijn eerste kind kreeg. Drie jaar later volgde de tweede.’

Eerste barstjes

‘Toen ik me na die lezing zorgen ging maken over de ontwikkeling van mijn kinderen, begonnen de eerste barstjes te ontstaan in mijn overtuigingen. Voorzichtig bespraken Martin en ik die vragen en twijfels. Martin werd ook steeds kritischer op de “waarheden” die de organisatie verkondigde – waren die wel zo absoluut? Soms liet hij me iets lezen of legde hij me dilemma’s voor en wachtte dan mijn reactie af. Ik vond dat ongemakkelijk, maar ook interessant.
Martin was diep geraakt toen een lid van onze gemeente na zijn dood alsnog werd uitgesloten omdat hij een bloedtransfusie had geaccepteerd. Martin vond het zo respectloos dat hij wilde helpen om het besluit terug te draaien. Ik steunde hem, maar durfde me niet zo uit te spreken als hij.
Ondertussen las ik veel over beïnvloedingsprocessen; daarin herkende ik ontstellend veel, ze speelden ook binnen onze organisatie. Ik begon me af te vragen hoe vrij we eigenlijk waren in onze gedachten en keuzes. Je kon een bloedtransfusie accepteren, maar werd dan wel uitgesloten. Dat was toch een soort “vrijheid onder schot”? Tegelijkertijd bleef ik mezelf voortdurend corrigeren: zo mocht ik niet denken, wie dacht ik wel dat ik was?
Martin twijfelde of we onze kinderen wel moesten laten dopen. Ze zaten voor hun puberteit en hadden er de leeftijd voor. “Voor die tijd wil ik dingen hebben uitgezocht. We moeten zeker weten dat dit goed voor ze is,” zei hij. Ik was het met hem eens, want als ze eenmaal gedoopt waren, konden ze van ons worden gescheiden als wij ooit zouden worden uitgesloten. Dat wilden we koste wat kost voorkomen. Het werd dus zaak om te bepalen waar onze toekomst lag: in de organisatie of daarbuiten.’

Misbruik

‘In 2002 stelde Martin voor om samen een documentaire te kijken over seksueel misbruik binnen de organisatie. Dat zou systematisch genegeerd worden. Eigenlijk durfde ik niet, want we mochten alleen kijken naar dingen die ons aanmoedigden. Maar Martin stond erop.
Wat ik zag, maakte me woedend. Ik kende ook meisjes die misbruikt waren, maar ik had altijd gedacht dat zij een uitzondering waren. Uit de documentaire bleek dat het veel vaker voorkwam en het systematisch in de doofpot werd gestopt. Slachtoffers is niet alleen verboden om naar de politie te gaan, ze werden zelfs binnen de organisatie ter verantwoording geroepen. Volgens de Bijbelse twee-getuigenregel is er namelijk alleen een zaak als er twee ooggetuigen van een zonde zijn – wat bij seksueel misbruik natuurlijk vrijwel nooit voorkomt. Door die regel hadden misbruikslachtoffers het recht niet om iemand te beschuldigen.
De documentaire maakte een ongekende felheid in me los. Als het wáár was dat de organisatie haar kinderen op deze vreselijke manier in de steek liet, dan wilde ik er niet meer bij horen.
Vanaf dat moment begonnen we ook met anderen over onze twijfels te praten. We voerden verhitte discussies met vrienden en familieleden over het misbruik, maar zij waren het niet met ons eens. Dat kon ik niet bevatten. Waarom zagen de mensen die ik zo hoog had zitten het zo anders?
Martin werd direct ter verantwoording geroepen toen de organisatie lucht kreeg van onze mening; hij werd uit zijn functie ontheven en mocht niet meer voorbidden. Ook mochten we thuis geen Bijbelstudie meer geven. Het was een keiharde klap.
We besloten voortaan voorzichtiger te zijn met onze uitspraken, want het was niet onze bedoeling om mensen voor het hoofd te stoten. Dit was ons volk, onze hele familiegeschiedenis, ons complete sociale leven. Maar zwijgen konden we ook niet meer. Er was geen weg terug.’

Disrespectvol

‘We kregen het heel, heel moeilijk. Door de meeste geloofsgenoten werden we gemeden alsof we een besmettelijke ziekte hadden. Ze kwamen niet meer bij ons op bezoek en nodigden ons niet meer uit, kinderen kwamen niet meer spelen. Er waren ook leden die probeerden ons weer in het gareel te krijgen: ze huilden, dreigden en zeiden de lelijkste dingen over ons, waar de kinderen bij waren. Ik voelde me vaak schuldig ten opzichte van de kinderen, ook al wist ik dat mijn intenties goed waren. Tegelijkertijd bleef ik ook bang dat ik me vergiste. Ik had jarenlang in de organisatie geloofd en daar kwam ik nu van terug. Hoe wist ik zeker dat ik het nu wél bij het rechte eind had?
We kregen bezoek van de kringopziener, die ons met de Bijbel in de hand veroordeelde. Bijna huilend van de spanning kwam ik voor mezelf op: “In de Bijbel staat dat je God meer moet gehoorzamen dan mensen. Ouderlingen zijn ook mensen, dus als er dingen gebeuren die niet mogen, dan moet ik dat toch bespreekbaar maken?” Glimlachend antwoordde hij: “Maar als het de eenheid van de organisatie niet dient, of disrespectvol is naar de leiding, dan ligt het anders. Als je kritiek hebt, verlaat je God en daarmee beschadig je je broeders en zusters. En je weet wat daarvan de consequenties zijn.” Ik wist precies wat hij bedoelde: dan zouden we worden uitgesloten.’

Laatste vergadering

‘Onze beider families drongen erop aan dat we stopten met “stoken”. Ze vonden het lastig dat we voor zo veel onrust zorgden. “Als je je gewoon had onderworpen aan de wil van God, was dit niet gebeurd,” zei mijn oudste zus. Ik was er stuk van. Mijn beste vriendin, die ik al dertig jaar kende, wilde me niet meer zien. Ik had haar een brief gestuurd waarin ik uitlegde waar ik mee worstelde; ze gaf me “uit liefde” direct aan bij de ouderlingen. Mensen noemden ons “arrogant” en “kinderen van Satan”. Toch wilden we ons niet laten uitschrijven, want dan zou het onze familieleden verboden worden nog langer met ons om te gaan. We hoopten nog steeds dat we de relaties konden herstellen.
Uiteindelijk werd de situatie zo onaangenaam dat ik er lichamelijk ziek van werd, na elke vergadering kwam ik misselijk thuis. Er was geen afscheid of afsluiting, we besloten gewoon niet meer te gaan.’

Van god los

Ze groeiden op in een gesloten geloofsgemeenschap, volgden hun ouders daarin. Tot de vraagtekens kwa...

Lees verder

Stom geweest

‘De eerste tijd daarna voelde het alsof ik geen bestaansrecht meer had. Ik was mijn vertrouwen in mensen helemaal kwijt. Ik gaf vaak over van de spanning, maar bleef lezen om beter te begrijpen wat er gebeurd was. Toen ik las over de eigenschappen van sektarische groepen, herkende ik tot mijn schrik negentig procent van alle criteria. Ik kon niet anders dan concluderen dat dit ook ons was overkomen. Dat besef was ontzettend heftig. Hoe kon ik zo stom zijn? Mensen zouden vast denken dat er iets mis was met mij: hoe konden ze ooit begrijpen dat ik mezelf zó lang zó had laten beïnvloeden?
Martin en ik hebben onze excuses aangeboden aan de kinderen. We vonden het onze verantwoordelijkheid dat ze hierin verzeild waren geraakt. Ik wilde ze zo goed mogelijk door deze periode heen loodsen; dat hield me overeind.
Inmiddels besef ik dat de organisatie schuldig was – niet ik. Als je opgroeit in een sektarische groep kun je je niet op een gezonde manier ontwikkelen. Er is geen ruimte voor het opbouwen van een eigen identiteit, de groepsidentiteit is jouw identiteit. Ik had geleerd dat het hebben van eigen behoeften, zelfs eigen gedachten, arrogant en egoïstisch was. Kritisch denken voelde als een opstand tegen God zelf.’

Tv, disco en uitslapen

‘Pas tweeënhalf jaar na die laatste vergadering werden we officieel uitgesloten door de Jehovah’s Getuigen. Dat gebeurde toen Martin een blog had geschreven over wat ons was overkomen. We werden uitgenodigd om te verschijnen voor een intern gerechtelijk comité, maar bedankten voor de vernedering: “Wij erkennen jullie niet. Als jullie willen praten, kom je maar naar ons.” Twee keer kwamen ze op bezoek, daarna kwam er iemand aan de voordeur om te vertellen dat we waren uitgesloten.
We voelden ons opgelucht en bevrijd. Inmiddels hadden we weer contact met familieleden die niet gelovig waren en enkele anderen die waren uitgetreden. We genoten van de vrijheid die we hadden om ons eigen leven te leiden en belandden in een verlate puberteit. We konden alle boeken lezen die we wilden, keken tv-programma’s over de evolutie en hadden veel meer vrije tijd. We konden zelfs uitslapen op zondag. Ik begon aan een opleiding tot coach en ging voor het eerst in mijn leven naar de discotheek, waar ik tot diep in de nacht danste.
Martin en ik moesten onszelf en onze relatie helemaal opnieuw definiëren: wie waren we zonder de strenge regels van de organisatie? We maakten ruzie met de felheid van twee tieners, maar legden het daarna altijd weer bij. We leerden elkaar helemaal opnieuw kennen en zijn op een nog dieper niveau van elkaar gaan houden.’

Nieuwe vrienden

‘Vijf jaar na ons vertrek zette ik voor het eerst zonder schuldgevoel een kerstboom op, iets waar ik ontzettend van genoot. We vierden mijn 50ste verjaardag met taart en enkele nieuwe vrienden; het was heel onwennig en bijzonder om zo in het middelpunt te staan. Onze kinderen gingen uit, kregen verkering en hadden alle ruimte om hun eigen weg vinden – precies zoals ik dat altijd voor ze had gewild.
Eerlijkheid en zuivere intenties zijn nog steeds de belangrijkste drijfveren in mijn leven, maar ze hebben een totaal andere invulling gekregen. Ik geloof nog altijd in een goddelijke bron van leven, maar ik vind het een bevrijding om niet meer te hoeven claimen dat ik de absolute waarheid ken. Ik voel me comfortabel met twijfel en bekijk dingen graag van meer kanten. Doordat ik al mijn zekerheden durfde los te laten, kon ik worden wie ik écht ben.’ //

auteur

Laura van der Burgt

» profiel van Laura van der Burgt

Dit vind je misschien ook interessant

Column

Tijd alleen

Op tafel een nonchalante bos bloemen losjes in een vaas. Naast de bank een dienblad vol sierkaarsen....
Lees verder
Column

Tijd alleen

Op tafel een nonchalante bos bloemen losjes in een vaas. Naast de bank een dienblad vol sierkaarsen....
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Artikel

Leven met hoogsensitiviteit #nofilter

Flauwekul en aanstellerij. Of in het beste geval: een modeterm. Dat is wat vaak gezegd wordt over ho...
Lees verder
Artikel

Leven met hoogsensitiviteit #nofilter

Flauwekul en aanstellerij. Of in het beste geval: een modeterm. Dat is wat vaak gezegd wordt over ho...
Lees verder
Advies

Ik kan het aftakelen van mijn moeder niet accepteren

Ze groeide op bij de Jehovah’s Getuigen, net als haar man, kinderen en beste vrienden. Maar een pa...
Lees verder
Verhaal

Imposter syndroom: ‘Wat ik kan, kan toch iedereen’

Hoogopgeleid, capabel, succesvol en tóch bang dat iedereen op een dag ontdekt dat je eigenlijk niks...
Lees verder
Artikel

Slangenangst

Ze groeide op bij de Jehovah’s Getuigen, net als haar man, kinderen en beste vrienden. Maar een pa...
Lees verder
Advies

Hoe krijg ik nieuwe vrienden?

Ze groeide op bij de Jehovah’s Getuigen, net als haar man, kinderen en beste vrienden. Maar een pa...
Lees verder
Advies

Bang om alleen in huis te zijn

Ze groeide op bij de Jehovah’s Getuigen, net als haar man, kinderen en beste vrienden. Maar een pa...
Lees verder
Interview

Nasrdin Dchar: ‘Ik móést iets aan die angsten doen

Hij is eigenlijk een doemdenker, maar daar wil hij niet meer aan toegeven. Acteur Nasrdin Dchar over...
Lees verder