De methode wordt ingezet bij allerlei soorten klachten: EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing). En met verbluffende resultaten. Neem Wouter (10), een sportieve jongen vol bravoure. Tot hij tijdens een natuurkundeproef een metalen kogel tegen zijn kaak krijgt. Vanaf dat moment is Wouter een schim van zichzelf. Behalve dat hij permanent hoofdpijn heeft en niet meer kan judoën en hockeyen, is hij schichtiger, huilerig en geeft hij sneller op. Hij ligt soms dagen in bed.

Genezen door EMDR

In een paar sessies van je trauma af: het kan met EMDR. Deskundigen breken zich het hoofd over een m...

Lees verder

Als hij op school bij een ‘potloodgevecht’ met klasgenoten een potlood tegen zijn hoofd krijgt en daar-door zwaar van slag is, denken zijn ouders: hier is iets anders aan de hand dan alleen een fysieke blessure. Ze gaan naar een EMDR-therapeut.

Een luttele vijftien minuten kost het de therapeut om Wouter van zijn klachten af te helpen. ‘Ongelooflijk,’ zegt zijn vader drie maanden later over het resultaat. ‘Het lijkt wel magie. Hij heeft weer een heel andere mindset.’ Wouter zelf is vooral blij dat hij van de hoofdpijn af is.

De therapeut die hem behandelde, is Ad de Jongh, bijzonder hoogleraar angst- en gedragsstoornissen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij liet Wouter in gedachten teruggaan naar het moment dat de meeste spanning opriep, vroeg hem zich te concentreren op wat hij zag, dacht en voelde, en bewoog toen snel zijn vingers van links naar rechts voor Wouters gezicht, die de beweging met de ogen moest volgen. ‘Het gevoel werd minder,’ herinnert Wouter zich, ‘maar het beeld in mijn herinnering werd ook vager.’

Zo zijn er wereldwijd vele voorbeelden van geslaagde EMDR-behandelingen.

Tegen wat helpt EMDR precies?

Ad de Jongh introduceerde EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) in Nederland. Als tandarts en net afgestudeerd psycholoog wilde hij weten hoe hij patiënten van hun tandartsangst kon afhelpen en stuitte op EMDR. ‘Dat was toen nog een soort hocuspocus-therapie waar nogal schamper over werd gedaan in de wetenschappelijke wereld.’ Bedacht door een autodidact, Francine Shapiro, die in 1989 tijdens een wandeling merkte dat haar nare gedachten in heftigheid afnamen als ze naar de heen en weer zwiepende takken keek.

De Jongh volgde een opleiding bij Shapiro en probeerde de therapie uit op een patiënt. ‘Het resultaat was zo verbluffend dat ik besloot er verder onderzoek naar te doen.’ Een kleine dertig jaar later is er internationaal veel onderzoek naar EMDR gedaan en staat de werking ervan bij traumabehandeling onomstotelijk vast, of het trauma nu veroorzaakt is door een eenmalige schokkende gebeurtenis zoals een verkeersongeluk, of door bijvoorbeeld jarenlang seksueel misbruik. Voor posttraumatische stress-stoornis (PTTS) is het zelfs de eerste-keusbehandeling. Maar ook voor depressie en fobieën is de werking van EMDR-therapie aangetoond.

Wat gebeurt er bij EMDR in het brein?

Bij een spanningsvolle gebeurtenis maken hersenen noradrenaline aan, zegt De Jongh. ‘Daardoor wordt de herinnering steviger opgeslagen.’ Haal je die herinnering op, dan komt deze tijdelijk in het werkgeheugen terecht, waar hij veranderlijk is. ‘Door de patiënt op dat moment taken te laten doen, kun je de lading van de herinnering halen.’ Zijn collega Suzy Matthijssen, klinisch psycholoog en boegbeeld van het Altrecht Academisch Angstcentrum, vult aan: ‘Doordat je wordt afgeleid, ben je niet in staat om de emotie vast te houden die aan die herinnering kleeft. De herinnering verliest daardoor aan lading en wordt zo, minder beladen, opgeslagen in het langetermijngeheugen.’

Overigens blijken verticale oogbewegingen ook te werken. Net als tellen, rekenen, mindful ademhalen of Tetris spelen. ‘EMDR 2.0’ noemt De Jongh de variant waarbij hij het werkgeheugen extra belast door verschillende taken tegelijk te laten uitvoeren. Niet te verwarren met de tikjes of piepjes die sommige therapeuten gebruiken maar die bewezen minder effectief zijn. ‘Patiënten moeten echt geholpen worden door een geschoolde EMDR-practitioner,’ adviseert De Jongh.

De werkgeheugentheorie wordt ondersteund door neurologisch onderzoek van onder anderen Linda de Voogd, postdoc aan de New York University. In 2018 legde ze 24 proefpersonen in een breinscanner en gaf hun schokjes bij het zien van vierkantjes op een scherm, waardoor ze er ‘angstig’ voor werden. Deelnemers moesten daarna EMDR-achtige oogbewegingen maken. De Voogd ontdekte op hersenscans dat de oogbewegingen bij de meesten de activiteit verminderden in de amygdala (de ‘angst-alarmbel’ in ons brein). Ze vermoedt dat oogbewegingen zo veel energie kosten dat er niet genoeg overblijft voor de amygdala.

Werkt EMDR ook bij angsten over de toekomst?

Bij de behandeling van PTSS gaat het vrijwel altijd om het kaltstellen van traumatische herinneringen. En ook bij angststoornissen is dat vaak het geval. Maar het hoeft niet per se een herinnering te zijn, ontdekte Iris Engelhard, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Klinisch psycholoog Suzy Matthijssen legt uit: ‘Alle mentale voorstellingen waar lading op zit, of die nou echt gebeurd zijn of zelf bedacht, of ze in het verleden hebben plaatsgevonden of zich in de toekomst afspelen – je kunt die lading eraf halen. Bij fobieën als vliegangst laat je patiënten ‘flashforwards’, rampscenario’s, in gedachten nemen.’

Met die flashforward-techniek kun je volgens De Jongh mensen ook efficiënter helpen. ‘In plaats van alle angst-herinneringen apart op te halen en te bewerken, behandel je in één keer het ingebeelde angstbeeld of rampscenario dat daaruit voortkomt.’

Er worden overigens EMDR-behandelingen aangeboden die discutabel zijn. Lang werd gedacht dat ook verslaving – en dan met name de craving, de hunkering – goed behandelbaar was met EMDR. Maar een onlangs verschenen studie laat zien dat het geen effect heeft. ‘Vermoedelijk omdat de verslavingsstoornis een complexe aandoening is,’ zegt hoogleraar De Jongh. ‘En bijvoorbeeld langdurig drankgebruik heeft op zichzelf ook weer allerlei belonende effecten op het brein.’

Wat is brainspotting, de nieuwe therapie die op EMDR lijkt?

Brainspotting werd bedacht door de Amerikaanse therapeut David Grand. Hij gaat ervan uit dat iemands kijkrichting verbonden is met de plek in zijn hersenen waar zijn mentale probleem (of dat nu een trauma is of andere blokkade) is opgeslagen: de zogenaamde brainspot. ‘Waar we kijken, bepaalt hoe we ons voelen,’ is een gevleugelde uitspraak van Grand.

De therapeut lokaliseert zo’n spot door te observeren waar de patiënt heen kijkt als hij aan zijn probleem denkt en of hij dan bepaalde reflexen vertoont zoals knipperen met de ogen, een tic, wiebelen of kuchen. Hij moet zich op die plek in de ruimte én op zijn gevoel blijven concentreren, waardoor de lading vanzelf zou verminderen.

Er zijn al aardig wat therapeuten die brainspotting aanbieden, maar het effect is nog lang niet bewezen. Het wetenschappelijk onderzoek dat gedaan is, rammelt. Patiënten in dat onderzoek mochten bijvoorbeeld zelf kiezen of ze brainspotting of EMDR wilden volgen. Er was geen controlegroep, en brainspotting bleek ook niet beter te werken dan EMDR.

Hoe betrouwbaar is VSDT, die andere nieuwe aanpak?

Visual Schema Displacement Therapy, kortweg VSDT, lijkt ook op EMDR. Terwijl de patiënt aan een nare herinnering denkt, volgt hij de hand van de VSDT-therapeut, die een denkbeeldige cirkel trekt in zijn gezichtsveld. De patiënt geeft aan waar op de cirkel het gevoel het hevigst is. Hetzelfde doet hij voor een fijne herinnering. Net als bij EMDR wordt hij afgeleid: door zelf op bepaalde momenten te knipperen en te zuchten – en door de therapeut die op een zeker moment ‘whoosh!’ roept en met de hand swipet: van de nare herinnering op de cirkel naar de prettige.

Psycholoog Matthijssen merkt dat VSDT populair is: ‘Er zijn therapeuten die het gewoon al toepassen, zonder dat er een officieel, wetenschappelijk onderbouwd protocol is. Totaal onverantwoord.’ Wel stemmen de resultaten van haar eerste onderzoeken naar VSDT hoopvol. Gezonde proefpersonen die aan nare herinneringen moesten denken, bleken tot haar eigen stomme verbazing meer baat te hebben bij VSDT dan EMDR. Ook in een tweede studie.

En de paar patiënten die ze VSDT gaf omdat EMDR niet genoeg aansloeg, hadden er eveneens baat bij. Op dit moment start daarom een grotere klinische studie onder patiënten. Ze laat filmpjes zien van de patiënten die ze behandelde. Een man die zich een loser bleef voelen na een trauma, kan dat gevoel na tien minuten niet meer terughalen. Die ‘whoosh’ deed het hem: ‘Daar schrok ik van. Het zorgde voor een soort adrenalineboost, een bijna euforisch gevoel.’

Weten we al waarom VSDT werkt?

VSDT is bedacht door het Engelse echtpaar Speaksman, net als Shapiro autodidacten, die vaste gast zijn in een Brits tv-programma. Suzy Matthijssen zag ze aan het werk en was verbaasd over hun resultaten. Bijna als practical joke wilde ze er research naar doen. ‘Maar ook met het idee: EMDR is óók ooit begonnen als een hocuspocus-therapie.’ Ze stelde in samenwerking met het echtpaar een voorlopig protocol op.

‘Hoe het werkt, zijn we nu aan het onderzoeken door steeds iets uit het protocol te manipuleren,’ ze. Een van de hypothesen is dat ook hier het werkgeheugen zwaar wordt belast, maar ook ‘contraconditionering’ zou een rol kunnen spelen: het swipen van een negatieve herinnering naar een positieve. Ook de surprise-factor van de ‘whoosh’ zou effect kunnen hebben, denkt Matthijssen. ‘Het brein maakt dan noradrenaline aan.’ Dezelfde stof die bij stressvolle gebeurtenissen maakt dat beladen herinneringen stevig worden opgeslagen, zorgt er tijdens VSDT (en EMDR) dus voor dat juist de minder beladen herinnering wordt opgeslagen.

Mogelijk ligt een gezamenlijk mechanisme ten grondslag aan VSDT en EMDR. ‘Wij zijn niet per se geïnteresseerd in weer een nieuwe therapie,’ zegt hoogleraar De Jongh, die ook betrokken is bij het onderzoek. ‘Wel in wat we kunnen leren van VSDT om EMDR effectiever te maken.’

Of andersom, merkt Matthijssen fijntjes op. En ze laat een video zien van een jonge vrouw die na seksueel misbruik succesvol was behandeld met EMDR. ‘Ze had geen herbelevingen meer, maar één ding bleef: ze kon geen aanraking verdragen van haar borsten of billen.’ De jonge vrouw leest op het filmpje een brief voor die ze na de VSDT-behandeling aan Matthijssen schreef. Ze heeft voor het eerst sinds de therapie gevreeën: ‘Ik had geen flashbacks, geen spanning. Ik kon ervan genieten. De VSDT heeft mijn leven veranderd.’