Als ik soms – gehaast en gestrest door al mijn volwassen zorgen – langs een basisschool fiets, betrap ik mezelf op een steekje jaloezie. Hoe heerlijk zou het zijn om een weekje te mogen ruilen met die vrolijk knikkerende en rennende kinderen, zonder me druk te hoeven maken over vergaderingen, deadlines en prestaties, en rustig een uur te kunnen besteden aan een taart van zand en stokjes.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Maar met al mijn idyllische beelden zie ik toch iets over het hoofd. Als kind heb je zo je eigen zorgen. Je bent je gymspullen vergeten, of je verslaapt je en komt te laat in de klas. Je begrijpt de les niet, de juf is boos op je, een klasgenoot lacht je uit, je moet een slecht rapport aan je ouders laten zien. Of je mag niet meedoen met een spelletje op het schoolplein, en je voelt je buitengesloten. Stress zit vooral in kleine, dagelijkse zorgen, en dat zijn er meer dan we denken.

Kinderen krijgen er bovendien steeds meer bronnen van stress bij, blijkt uit onderzoek. De Amerikaanse onderzoeker Nancy Ryan-Wenger vergeleek onlangs oorzaken van stress voor kinderen in de afgelopen dertig jaar, en zag elk decennium nieuwe stressoren opduiken in de lijst. Sinds deze eeuw maken kinderen van zeven tot twaalf jaar zich bijvoorbeeld voor het eerst druk over te veel huiswerk, een te druk programma en liefdesproblemen.Veel kinderen vertonen dan ook, net als volwassenen, spanningsklachten.

Buikpijn op pakjesavond

Uit onderzoek van het Trimbos Instituut blijkt dat basisschoolleerlingen gemiddeld één of meer stressklachten per week hebben, zoals hoofdpijn of buikpijn. Ook de ggd signaleerde een aantal jaar terug bij kinderen veel klachten die niet waren terug te voeren op een lichamelijke oorzaak, en dus waarschijnlijk met stress te maken hadden.

Omdat de ggd zelf weinig kon met deze klachten, gaven ze de aanzet tot een lesprogramma om basisschoolkinderen te leren hoe ze met stress kunnen omgaan. Gezondheidswetenschapper Gerda Kraag ging aan de slag en ontwikkelde Jong geleerd, oud gedaan, een programma van acht lessen voor kinderen van tien tot twaalf jaar, waarop ze onlangs promoveerde aan de Universiteit van Maastricht.

Hoofddoel van de cursus is om kinderen in elk geval meer bewust te maken van de stress die ze ervaren. Vaak herkennen kinderen de signalen die hun lichaam geeft namelijk nog niet goed. Buikpijn op pakjesavond vinden kinderen vooral vervelend; ze zien niet in dat het misschien wel met spanning te maken heeft. Kraag: ‘Kinderen noemen het zelf geen stress, maar hebben het over hoofdpijn of een slecht humeur. Ze leggen nog geen verband tussen het lichamelijke gevoel en een spannende of vervelende gebeurtenis.’

De eerste les van het programma leert kinderen daarom wat stress precies is. Kraag: ‘We vertellen ook dat het voor iedereen anders is: bij iemand met hoogtevrees roept de hoge duikplank angst op, terwijl een ander kind het juist leuk spannend vindt. En dat je lichaam je duidelijk maakt dat je gespannen bent, maar dat je die signalen dan wel moet kunnen herkennen.’ Buikpijn, hoofdpijn, je moe of verdrietig voelen, snel boos zijn, zweten, het kunnen allemaal tekenen van stress zijn, leren de kinderen.

Maar uit zichzelf weten kinderen nog niet goed wat ze met die gevoelens van stress aanmoeten. ‘De meeste kinderen denken dat er niets aan te doen is,’ zegt Kraag. ‘Ze gebruiken dan ook vooral vermijdingsstrategieën, zoals er zo min mogelijk aan denken, of wachten tot het probleem vanzelf weer overgaat.’

Training

Voorkom een burn-out

  • Vind balans tussen veerkracht en draaglast
  • Stel prioriteiten en leer 'nee' zeggen
  • Functioneer optimaal met een gezonde dosis stress
bekijk de training
Nu maar
€ 65,-

Juist in deze levensfase is het belangrijk om goed te leren omgaan met stress, bepleit Kraag. ‘In onze jeugd – en dan met name in de puberteit – ontwikkelen we onze patronen van omgaan met stress en spanning. En die vroege patronen blijken weer te voorspellen hoe goed we er als volwassene tegen bestand zijn.’ De kunst is dus om al vroeg de juiste vaardigheden aan te leren, vóórdat die vaste patronen zich ontwikkelen. Niet alleen als kind, maar ook als volwassene ben je zo beter opgewassen tegen spannende tijden.

Kinderen van tien tot twaalf jaar staan sowieso voor een pittige periode: ze krijgen de Cito-toets voor hun kiezen, maken binnenkort de overgang naar de middelbare school, en staan op het punt te gaan puberen. Allemaal gebeurtenissen waarop ze hun nieuwe vaardigheden meteen toe kunnen passen.

Boze gezichten trekken

Hoe leren kinderen dan het beste met spanning om te gaan? Kraag: ‘We leren ze drie stappen: Stop, Denk en Doe. Als een kind zich bijvoorbeeld onrustig voelt, herkent het dat eerst als symptoom van stress. Vervolgens denkt het na over wat er aan de hand is en wat eraan te doen is. En dan is het zaak om actie te ondernemen tegen de stress.’

Dat kan al heel simpel met ontspannings­oefeningen. Bijvoorbeeld bewust worden van spanning in je schouders, en ze vervolgens ontspannen. Of proberen controle te krijgen op je gevoelens, zonder de oorzaak van stress weg te nemen. Als je met boosheid reageert op spanning, kun je bijvoorbeeld tot tien tellen, boze gezichten trekken als je alleen bent, of even weggaan totdat het is gezakt.

Een andere manier is steun zoeken bij anderen, zoals je ouders of een vriendje. Kraag: ‘Je hoeft niet alles in je eentje op te lossen en te verwerken. Dat beseffen kinderen vaak niet. In de les laten we ze nadenken over wie er belangrijk voor ze zijn, en bij wie ze zouden kunnen aankloppen. Wat natuurlijk niet betekent dat je die ander het probleem voor je laat oplossen.’

Kinderen kunnen ook onnodig hard zijn voor zichzelf. Bijvoorbeeld door te denken dat ze een tien moeten halen voor een proefwerk. Ze leren dat het dan helpt om zich af te vragen: hoe erg is het als ik geen tien haal? Kraag: ‘Soms werkt Stop, Denk, Doe niet, en lukt het ook niet om te ontspannen. Bijvoorbeeld als je net verhuisd bent naar een andere stad, en niet lekker in je vel zit. Ook dan is het belangrijk om niet te streng te zijn voor jezelf, en bijvoorbeeld iets leuks te gaan doen.’

Omdat stress voor ieder kind weer anders is, maken de leerlingen in de laatste les hun persoonlijke stressplan. Ze schrijven op waar ze stress van krijgen, en wat daar goed bij helpt, zoals een ontspanningsoefening die ze prettig vinden – maar ook welke onredelijke gedachtes ze vaak hebben als ze gespannen zijn.

Herhalingslessen

De cursus slaat goed aan, blijkt uit een effectstudie waaraan 49 basisscholen uit Limburg meededen. De leerlingen waren zich na de cursus en vijf herhalingslessen duidelijk beter bewust van stress-symptomen, en hadden hun emoties rond stress beter onder controle. Een verrassend goed resultaat, omdat er bij gezonde kinderen meestal helemaal geen effecten worden gevonden.

Kraag: ‘Het programma geeft een aanzet voor een proces dat doorgaat. In de laatste les maken we ook duidelijk dat stresshantering een kwestie van oefenen is, en dat het ook heus een keer niet lukt. Hopelijk klopt de titel van de cursus: Jong geleerd, oud gedaan. Als je kinderen leert om zich bewust te zijn van stress en ze manieren geeft om ermee om te gaan, dan bereid je ze voor op komende uitdagingen. En dat is weer goed voor hun welzijn in de toekomst.’

Wat maakt kinderen gespannen?

Sinds de jaren zeventig zijn pogingen gedaan om stress bij kinderen in kaart te brengen via vragenlijsten. In eerste instantie alleen met stresscategorieën die door volwassenen waren bedacht, maar later mochten kinderen ook zelf aangeven waar ze stress van kregen.

De Amerikaanse onderzoeker Nancy Ryan-Wenger stelde in de jaren zeventig een lijst samen met 54 factoren die stress veroorzaken. Per decennium keek ze vervolgens welke nieuwe stressoren er opdoken.

In de oorspronkelijke lijst uit de jaren zeventig ging het vooral om gewone ontwikkelingskwesties, zoals een boze ouder, ruzie thuis of je buitengesloten voelen. In de jaren tachtig komen er meer dagelijkse beslommeringen bij: kinderen noemen bijvoorbeeld te laat zijn met je huiswerk, of ouders die je op de huid zitten. In de jaren negentig verschijnen stressfactoren die zijn samen te vatten als ‘bedreigingen voor het zelf’, variërend van gepest worden en denken over de dood tot terrorisme, natuurrampen en verkeersongevallen.

Vanaf deze eeuw wreken zich vooral de steeds hogere eisen die aan kinderen worden gesteld: als nieuwe stressoren noemen ze ‘te veel te doen hebben’ en ‘te veel huiswerk’. Zelfs sport en spelletjes worden nu soms als stressvol ervaren. Bovendien duiken voor het eerst liefdesproblemen op in de lijst.[/wpgpremiumcontent]