De brief is nooit opengemaakt – godzijdank. Hij heeft hem wel bewaard, al die tijd, en haalt hem nu tevoorschijn uit een tas vol herinneringen aan Srebrenica. Foto’s zitten er in de tas, krantenknipsels, zijn blauwe baret. En die brief. ‘Graag overhandigen aan mijn ouders als mij iets overkomt,’ staat er in bijna kinderlijk handschrift op. ‘Tja, dan ben je 21 en zit je in een kamertje in Srebrenica je afscheidsbrief te schrijven,’ zegt veteraan Johan de Jonge (34) gelaten.

In 1995 is De Jonge, die toen werkte als geneeskundig militair voor de vn, een week gegijzeld geweest door Servische militairen. ‘Het was mijn droom om militair te worden,’ vertelt De Jonge. ‘De spanning, de vrijheid, de kick: dat trok me. Maar je weet, zeker op die leeftijd, niet waaraan je begint. Je bent voorbereid op peace keeping en daar heb je een rooskleurig beeld van; je komt daar om mensen te helpen. Maar dan blijkt dat je geen enkele medewerking krijgt. Je voelt constant dreiging om je heen, je wordt gericht beschoten, collega’s komen om het leven.’

Hij noemt hem, heel afstandelijk, ‘die Serviër’. En die Serviër zei op de tweede dag dat De Jonge met twintig collega’s

Log in om verder te lezen.