‘Ik weet niet meer wat we hier komen doen,’ zegt Rob. Hij kijkt naar Julia. Ze zitten elk in een eigen stoel, maar dicht bij elkaar. Als hij zou willen kon hij zo zijn hand uitsteken en de hare pakken. ‘Wat ik wel weet is dat ik een mooie vrouw heb waar ik veel van houd.’

Julia lacht. Ze vermijdt het om Rob aan te kijken en te laten merken hoe gevleid ze is. Rob blijft serieus voor zich uit kijken om duidelijk te maken dat het hem ernst is, met dat mooie en dat houden van.

‘Vandaag ga ik wel héél makkelijk mijn geld verdienen,’ zeg ik vrolijk, maar daarop stokt het gesprek. Te veel tevredenheid is funest voor psychotherapie. Tijd om een stinkende wond te openen. ‘De vorige keer ging het over de taakverdeling in huis. Is dat inmiddels geregeld?’

Nou, niet dus. Julia en Rob zijn niet zo jong meer, ze lopen allebei tegen de veertig, maar ze hebben wel twee jonge kinderen. En met de kinderen kwamen de zorgen: het huis is eigenlijk te krap, het geld is eigenlijk op, Rob doet thuis eigenlijk niets en Julia doet eigenlijk alles, terwijl ze liever zou willen werken.

‘Ik heb geen moment voor mezelf,’ zegt Julia. ‘En als ik dan bij de gratie Gods eindelijk twee seconden over heb, dan kan ik alleen maar slapen.’

‘Wat dacht je van mij? Denk je dat ik het leuk vind om in mijn eentje kostwinner te zijn? Ik had me mijn leven heel anders voorgesteld,’ zegt Rob. Nu zijn we bij de kern. Julia rolt met haar ogen om zoveel zelfmedelijden en Rob staart verwijtend naar dat luie secreet in de stoel naast hem.

Stellen met jonge kinderen, weinig geld en drukke banen behoren tot de ongelukkigste mensen op aarde. Pas als de kinderen wat groter zijn, als er meer geld komt en rust, wordt het leven aangenamer.

‘Jullie zijn allebei ongelukkig,’ zeg ik. ‘Julia, je wilt je graag ontplooien, maar je hebt geen tijd. En Rob, je wilt minder werken, maar daar is geen geld voor. En het ergste is nog dat jullie geen verantwoordelijkheid nemen voor je situatie. Jullie verwijten de ander dat jullie leven niet op orde is, maar zelf doe je niets om te veranderen.’

Ze kijken elkaar aan. ‘Als ik minder ga werken, ben ik meer thuis,’ zegt Rob. ‘En dan kun jij een baan zoeken. Maar weet je, is dat het punt wel? Ik had juist gedacht dat we meer sámen zouden zijn. Daarom ben ik met je getrouwd.’

Julia slikt, maar ze zegt niets. Als ze zou willen zou ze zo Robs hand kunnen pakken, maar dat doet ze niet.

Bij het afscheid nemen geeft Rob me een hand en Julia zegt dat ze het een fijn gesprek vond. En dan, zomaar ineens, omhelst ze me. Een gemeende hug is het, die eigenlijk niet voor mij bestemd was.