‘Liefde is onvolmaakt,’ verzucht Sybille Labrijn. Dat is de onromantische conclusie die ze heeft getrokken, nadat ze als psycholoog vele stellen met relatieproblemen voorbij heeft zien komen. Ze schreef er een boek over: De groeistuipen van de liefde. Daarin behandelt ze uitgebreid de ­zeven crisisperioden waar iedere relatie doorheen moet. Labrijn: ‘Hoe goed je relatie ook mag zijn, vroeg of laat beland je in een van die crises. Crises zijn een gegeven, je kunt ze niet uit de weg gaan.’ Dat klinkt niet erg prettig, maar bij nader inzien is het toch ook een hele opluchting: die heftige ruzie, waarbij de deuren knallen en het huis op z’n grondvesten staat te trillen van losgewoeld venijn, hóórt dus gewoon bij je relatie, en hoeft helemaal niet het begin van het einde te zijn. Labrijn: ‘Als je goed omgaat met de crisis, verdiept de liefde zich zelfs, in plaats van dat je uit elkaar groeit.’ En dan bedoelt Labrijn niet dat je veel kunt veránderen aan je relatie. ‘Vergeet het maar! We denken ­altijd wel: als ik het maar goed doe, als ik maar de goeie partner vind, als ik maar op de juiste manier communiceer, dan kan ik mijn relatie kneden in de richting die ik wil. Dat is een illusie. Een relatie hebben betekent vooral dat je het een beetje moet zien uit te houden met elkaar in de periodes dat het minder gaat. En dat je ervan geniet als het wél goed gaat.’

TEST
Doe de test »

Durf je je te binden in relaties?

De zeven crises hoeven niet per se in een vaste volgorde te worden doorlopen; er kunnen zich zelfs meerdere tegelijk aandienen. En een bepaald type crisis kan gerust een tweede keer voorkomen. En een derde keer. Labrijn: ‘Als één type crisis wel erg vaak terugkomt, dan zit je in een bepaald patroon. Als je daar niet uitkomt, is het misschien raadzaam om ervoor in therapie te gaan. Of te besluiten dat deze relatie het toch niet voor je is. Als je het gevoel krijgt dat je bij je partner niet jezelf kunt zijn, als je je op de ander afreageert en weinig respect voor hem hebt, dan kun je misschien beter stoppen. Realiseer je wel dat je dezelfde problemen bij een volgende partner vaak opnieuw tegenkomt. Het percentage tweede huwelijken dat verbroken wordt, is een stuk groter dan het percentage eerste huwelijken dat op de klippen loopt. De helft van de mensen die zijn gescheiden, kan die breuk levenslang niet verwerken. Weet dus wat je doet. In therapie zeg ik: “Realiseer je dat je, om van een nieuwe relatie een succes te maken, precies dezelfde eigenschappen nodig hebt als om je oude relatie uit het slop te halen.”’

We zijn geneigd onze partner de schuld te ­geven als we ons ongelukkig voelen, benadrukt Labrijn. ‘Een vriendin van mij deed dat ook vaak. Nu ze bij haar man weg is, merkt ze dat ze zich soms nog steeds slecht voelt – alleen kan ze het nu niet meer aan hem wijten. Veel mensen maken die toeschrijvingsfout. Dat heeft te maken met de romantische verwachting die we in onze cultuur hebben van relaties: onze partner hoort ons gelukkig te maken, en als we niet gelukkig zijn, is dat dús de schuld van onze partner. Ik zou zeggen: draai het om, zorg eerst zelf maar eens voor je geluk. Geef, investeer, initieer. Doe je best om een leuke partner voor de ander te zijn.’

Maar goed. Je hebt een relatiecrisis, en wil er zo verstandig mogelijk mee omgaan. Lees wat je eraan kunt doen (en wat niet), en gebruik de onderstaande oefeningen om je relatie weer op de rails te krijgen. Het mag dan een onaangename tijd zijn, als daarna de zon weer gaat schijnen, zul je je sterker met elkaar verbonden voelen dan ooit tevoren.

Crisis 1: De verliefdheid voorbij

Wat is er aan de hand?

Je realiseert je dat je partner niet volmaakt is. De ‘roze bril’ gaat af: plotseling zie je de onprettige eigenschappen van je partner, en de verschillen tussen jullie beiden. Dat leidt tot twijfels over de relatie: is dit wel degene met wie je verder wilt?

Waaraan merk je het?

– Je ziet de tekortkomingen van je partner, en voelt je teleurgesteld of geïrriteerd.

– Je loopt aan tegen tegengestelde verlangens.

– Je krijgt ruzie over kleinigheden.

– Je ziet elkaar minder en weet niet meer precies van elkaar waar je mee bezig bent.

– Doordat de ander je niet meer op een voetstuk plaatst, word je opeens weer geconfronteerd met je eigen fouten en onvolkomenheden.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘De kern hierbij is dat je elkaar accepteert en elkaar in je waarde laat. Verliefd zijn was een fase van opgaan in elkaar; nu moet je leren op eigen benen te staan, je eigen leven weer oppakken. Niet te veel op jezelf, maar ook niet te veel versmelten; het gaat om het vinden van de juiste balans.

Dit is een fase waarin je je behoeften op elkaar afstemt, verschillen moet accepteren of moet constateren dat je die verschillen te groot vindt. Je moet een keus maken: wil ik écht verder met deze persoon?

Seksueel verandert er ook het een en ander. De tijd dat het vasthouden van zijn hand je al in vervoering kon brengen, is voorbij. Nu breekt de fase aan dat je elkaar moet gaan vertellen wat je wel en niet prettig vindt op seksueel gebied, en ook hier zul je tegen verschillen aanlopen.’

Oefening

Ga ontspannen zitten of liggen, sluit je ogen en ontspan. Stel je voor hoe je eruitziet op een geluksdag: wat heb je aan, hoe gedraag je je, hoe kijk je tegen jezelf aan? Hoe ziet je partner eruit op deze perfecte dag? Hoe voelt het om met hem/haar samen te zijn?

Stel je nu op dezelfde manier een dag voorwaarop alles tegenzit. Hoe zie je er nu uit? Waarop heb je kritiek bij jezelf? En bij je partner?

Labrijn: ‘Deze oefening relativeert de extreme opvattingen die je over je partner hebt. Het hangt soms erg van je eigen stemming af hoe je naar de ander kijkt. Maak de ander niet te veel verantwoordelijk voor jouw gevoel.’

Crisis 2: De sleur van het samenleven

Wat is er aan de hand?

Je woont samen, je bent elkaar vertrouwd en neemt elkaar voor lief. De hoge toppen en diepe dalen van het begin zijn voorbij, en de gezapigheid samen vliegt je soms naar de keel.

Waaraan merk je het?

– Je hebt het gevoel niets meer te kunnen kiezen.

– Je aandacht verslapt; je hoort niet meer wat je partner zegt.

– Je krijgt het gevoel: ‘Is dit alles?’

– Je bent niet meer echt blij.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘Maak je partner niet verantwoordelijk voor de sleur. Denk evenmin: “Ik ken hem als mijn broekzak.” Dat is een denkfout, je kent jezelf niet eens helemaal. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken aan elkaar. Blijf nieuwsgierig naar de ander, blijf meeleven. Probeer zelf het leven leuk te maken door je passies op te zoeken. Vraag je af hoe je die zou kunnen delen met je partner. Hou je van zeilboten? Zouden jullie misschien samen een bootje kunnen gaan opknappen?’

Oefening

Ga in gedachten terug naar je kindertijd. Pak het fotoboek erbij om je geheugen op te frissen. Waar speelde je mee? Wie waren je vriendjes? Waar was je goed in? Wat wilde je worden als je groot was? Schrijf het allemaal op. Welke (bijna) vergeten passies kun je weer integreren in je leven? Welke zou je willen delen met je partner?

Crisis 3: Knellende familiebanden

Wat is er aan de hand?

Vroeg of laat loop je in je relatie aan tegen ‘oud zeer’ uit je eigen gezinsachtergrond. Bijvoorbeeld: je gelooft niet werkelijk dat je partner echt van je kan houden. Of je hebt niet geleerd gezonde grenzen te stellen.

Als er kinderen komen, treedt er een aard­verschuiving op in je relatie. Je krijgt nieuwe verantwoordelijkheden, meer taken, minder tijd voor elkaar. Stellen zonder kinderen voelen zich soms bekneld door de band met hun (schoon-)­ ouders. Die kunnen heel claimend zijn, of zich juist te weinig interesseren voor je.

Waaraan merk je het?

– Je bent veel vaker moe en sneller geïrriteerd dan vroeger.

– Je hebt meningsverschillen over de taakverdeling thuis.

– Je hebt meningsverschillen over de opvoeding van de kinderen.

– Je voelt allerlei verplichtingen jegens je (schoon-)familie.

– Je partner vraagt zich hardop af met wie hij eigenlijk is getrouwd: met jou of met je moeder?

– Je herkent in je relatie de huwelijksproblemen van je ouders.

– Je hebt weinig zelfvertrouwen: je stelt je dienstbaar op, uit angst dat er anders niet van je gehouden wordt.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘Ook als de kinderen klein zijn, moet je tijd voor elkaar blijven maken. Blijven praten. Niet in de vader- en moederrol blijven hangen. Wees je bewust dat je ook maatje, minnaar en vriend van elkaar moet zijn. Wat betreft de schoonfamilie: oordeel niet te snel en neem de tijd om ze te leren kennen, dan vallen ze vaak reuze mee. Geef ze erkenning voor de goede dingen die ze hebben gedaan. Accepteer dat je niet in staat bent ze te veranderen, maar dat je wel je eigen houding kunt veranderen.

Zelfvertrouwen moet je zelf leren opbouwen, dat kan je partner niet voor je doen. Stap één daarbij is teruggaan naar je jeugd. Hoe deden je ouders tegen je, wat zeiden ze over je? Hoe kwamen ze daarbij? Zijn ze zelf als kind misschien ook zo behandeld? Inzicht kan je helpen te begrijpen waarom ze bepaalde fouten hebben gemaakt in de opvoeding. Dan zal het ook makkelijker zijn om ze erkenning te geven voor wat ze wél goed hebben gedaan. Focus vervolgens op je eigen sterke kanten, ontwikkel je talenten. Als je goed kunt schilderen, laat die verfkwasten dan niet in de kelder liggen, maar gebruik ze!’

Oefening

Wat waren de tien ‘geboden’ en tien ‘verboden’ in de opvoeding bij jullie thuis? Schrijf ze op. Was slaan geoorloofd? Mocht er worden gerookt in het bijzijn van de kinderen? Kregen de kinderen veel aandacht? Hoe zou je je eigen geboden en verboden willen opstellen wat betreft de opvoeding? Bespreek dit met je partner.

Crisis 4: Verleiding

Wat is er aan de hand?

Jij of je partner voelt zich aangetrokken tot een ander. Wat doe je met die gevoelens? En hoe ga je om met jaloezie, gekwetstheid en geschonden vertrouwen?

Waaraan merk je het?

– Je partner gedraagt zich ineens anders, zonder dat je je vinger erop kunt leggen: sommige ontrouwe partners worden vrolijker, anderen juist prikkelbaarder.

– Je partner is minder vaak aanwezig.

– Je partner vertelt minder wat er in hem of haar omgaat.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘Probeer vooral jezelf te blijven als je partner zich aangetrokken voelt tot een ander. Laat je niet opslokken door rancune of jaloezie, en doe jezelf niet beter voor dan je bent. Laat je woede en frustratie er zijn, maar leg niet álles op het bordje van je partner. Als je zelf vreemdgaat: pas “de regel van twee” toe. Dat houdt in dat je alle dingen die je in je nieuwe relatie doet, ook met je eigen partner doet. Anders bloedt het sowieso dood, omdat je samen niks leuks meer meemaakt. Je oude partner zal zich bovendien tekortgedaan voelen. De vraag is of de nieuwe partner je meer kan bieden dan de oude. Heb je geen onrealistische verwachtingen?’

Oefening

Ga ontspannen zitten of liggen, sluit je ogen, richt je aandacht naar binnen en vorm je een beeld van je ideale geliefde. Wat doen jullie? Hoe behandelt hij je? Hoe voel je je bij hem? Waarom haalt hij het beste in jou naar boven? Op welke essentiële punten is je leven nu anders? Welke problemen laat je achter? Kom vervolgens rustig terug, en open je ogen. Stel jezelf nu de volgende vraag: kan ik de inspiratie die mijn droompartner mij gaf, ook uit mezelf halen?

Crisis 5: Onheil

Wat is er aan de hand?

Iedereen krijgt problemen en verdriet te verwerken in het leven. Het verlies van een dierbare. Ontslag. Een auto-ongeluk waardoor je gehandicapt raakt. Je bent verdrietig, kwetsbaar, en je hebt je partner meer dan ooit nodig. Maar het geduld van de ander heeft ook zijn grens.

Wat gebeurt er met je?

– Je moet sterk zijn: de boel regelen, onder controle krijgen.

– Je moet tegelijkertijd gevoelens van rouw toelaten.

– Als het onheil jou treft: je bent erg op jezelf gericht, bent er weinig voor je partner.

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

– Je voelt je eenzaam omdat je beseft dat je partner je verdriet niet weg kan nemen.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘We hebben allemaal het onbewuste verlangen dat onze partner ons beschermt tegen onheil. Maar sommige dingen moet je helemaal alleen dragen of zelf oplossen. Durf onder ogen te zien dat de ander niet alles voor je kan doen.’

Oefening

Een schrijfoefening om je probleemoplossend vermogen te prikkelen. Beschrijf een probleem uit je huidige situatie. Wat maakt juist dit zo problematisch? Wat wil je voorkomen? Wat wil je bereiken? Wat is volgens jou de beste oplossing? En volgens je partner? Hoe zouden je ouders met dit probleem omgaan? En je held(in)? Hoe zou je met dit probleem omgaan als je een kluns was? En als je wijs en geniaal was?

Crisis 6: Nu of nooit

Wat is er aan de hand?

Tijdens de midlifecrisis realiseer je je opeens wat je nog wilt doen in je leven en wat je hebt gemist. Je vraagt je opnieuw af of deze partner wel ‘de ware’ is, maar dit keer is het nu of nooit: dit is je laatste kans om het roer om te gooien.

Waaraan merk je het?

– Je voelt een diep verlangen om een totaal ander leven te leiden: een struisvogelfarm beginnen in Australië!

– Je werk valt je fysiek zwaarder.

– Je bent bang voor het ouder worden.

– Je hebt het gevoel dat je partner je wel erg ‘for granted’ neemt.

– Je seksleven is een beetje ingedut.

Wat is eraan te doen?

Labrijn: ‘Probeer te lokaliseren waar de onvrede precies zit in je leven. Wat heb je achtergehouden in jezelf, in je relatie? Vraag je af wat je nog wilt realiseren. Denk niet dat je partner daarbij een blok aan je been is, maar bekijk hoe je het samen met je partner zou kunnen doen.’

Oefening

Schilderopdracht: neem een enorm stuk papier (bijvoorbeeld een stuk behang), ga erop liggen en laat iemand je lichaamsomtrek tekenen. Vul deze contouren in met je ‘eigenschappen’: pak voor iedere eigenschap een andere kleur (vinger)verf, en begin te schilderen. Ga intuïtief te werk. Verdeel de eigenschappen naar proportie: ben je een liefdevol persoon, kleur dan een heel groot vlak rood en zet erbij ‘liefdevol’. Misschien een klein vlakje geel ernaast met: ‘haatdragend’. Bedenk zoveel mogelijk eigenschappen en geef ze hun eigen plek. Vergeet je schaduwkanten niet.

Als je klaar bent: kijk naar jezelf op papier. Welke eigenschappen zie je terug in je relatie? Welke houd je achter? Zijn er eigenschappen onevenredig vertegenwoordigd in je relatie? Wat zou er gebeuren als je andere eigenschappen meer tevoorschijn zou laten komen?

Crisis 7: De balans opmaken

Wat is er aan de hand?

Het grootste deel van je leven is achter de rug: je kunt het niet meer veranderen. Je vraagt je af of je tevreden bent met hoe het is gegaan tussen jou en je partner. Nu het einde nadert, wordt de behoefte sterker om je te verzoenen.

Waaraan merk je het?

– Je denkt vaak aan het verleden, en bent je relatie aan het reconstrueren.

– Je voelt verdriet en woede over wat je hebt gemist tussen jou en je partner.

– Je bent meer naar binnen gekeerd.

– Je hebt tijdelijk minder zelfvertrouwen.

Wat is er aan te doen?

Labrijn: ‘Je verleden kun je niet veranderen, maar wel hoe je je verhoudt tot je eigen geschiedenis. Probeer vrede te vinden met hoe het is gelopen. Geniet van wat goed is gegaan. Accepteer wat niet is gelukt, neem verantwoordelijkheid voor wat je zelf slecht hebt gedaan in je relatie. Leg de schuld van je eigen onbehagen en ongeluk niet buiten jezelf, en realiseer je wat je eigen aandeel is geweest in de loop der dingen. Probeer te komen tot vergeving, en te ­ervaren wat de zin is van wat er in je relatie is gebeurd.’

Oefening

Maak een ‘geluksalbum’: neem een leeg plakboek en schrijf dit vol met goede, mooie, gelukkige, waardevolle herinneringen. Plak er foto’s bij, en bespreek je geluksalbum met je partner.

Labrijn: ‘In onze cultuur staan we uitgebreid stil bij alles wat er niet deugt in onze relatie. Maar wie actief op zoek gaat naar gelukkige momenten, zal ervaren dat de ene goede herinnering de andere oproept. Blijdschap en geluk werken heel aanstekelijk, dat is het mooie.’

Meer lezen?

De groeistuipen van de liefde. Overwin de zeven crises in je relatie, Sybille Labrijn, Uitgeverij Aramith