Het begon met een duidelijk verhaal. Karin Jonassen had in de volle wind de kozijnen staan schilderen op een wankel keukentrapje. Dat ze de week erna pijn in haar linkerheup had, verbaasde haar niet. De dokter stelde vast dat er een ontsteking zat, en met medicatie en fysiotherapie was ze er binnen een paar maanden weer van af.

Maar niet veel later kwam de pijn terug. Gek genoeg ook in de rechterheup. Bezocht ze een museum, borrel of winkel, dan moest ze halverwege gaan zitten. Karin: ‘De pijn trad steeds eerder op, hield langer aan en werd almaar erger. Op den duur kwam ik nergens meer.’

De huisarts kon niets vinden. Een zoektocht langs artsen en fysiotherapeuten volgde, foto’s en scans werden gemaakt en second opinions belegd. Het leverde niets op. ‘Wij kunnen niets meer voor u doen,’ kreeg Karin te horen. Haar klachten waren ‘medisch onverklaarbaar’.

‘Daar hoorde ik “het zal wel tussen je oren zitten” in,’ zegt Karin. ‘Dat maakte het alleen maar erger. Die pijn was er altijd – er moest toch iets mis zijn?’

Overbescherming

‘Er was ook iets mis,’ zegt gezondheidspsycholoog Annemarieke Fleming. ‘Of liever gezegd: er was iets ontregeld. Niet in haar heupen, Maar in haar brein. De pijn die deze vrouw voelt, en met haar de 10 tot 20 procent van de Nederlanders die chronische of steeds terugkerende pijn hebben, is honderd procent echt. Karins pijn wordt alleen niet meer gegenereerd door de weefsels in haar heupen – het niveau waarop de meeste huisartsen, fysiotherapeuten en specialisten zich richten – maar door de bedrading in en naar haar hersenen.’

Log in om verder te lezen.