Afgelopen voorjaar verloor ik mijn vader, die vier kinderen heeft van twee vrouwen. In de dagen voor zijn begrafenis logeerden we bij zijn weduwe: mijn broer, halfbroer, halfzus en ik. We kozen samen de kist uit, praatten tot diep in de nacht en dronken veel te veel wijn. Sindsdien hecht ik nog meer aan mijn bonusbroer en -zus. Dankzij hun verhalen leek het zelfs of de relatie met mijn overleden vader, die ik tussen mijn 9de en 19de niet heb gezien, zich met terugwerkende kracht enigszins herstelde. Mijn oudere, volle broer had dezelfde ervaring. Dat heeft me nieuwsgierig gemaakt: waar komt de bijzondere band van halfbroers en halfzussen vandaan? Wat kunnen halfbroers en -zussen aan elkaar hebben?

De Californische psychologe Anne Bernstein is een van de weinige wetenschappers die daar uitgebreid onderzoek naar hebben gedaan. Aan de telefoon vanuit Californië vertelt ze: ‘Halfbroers en -zussen die een moeder delen, zullen elkaar eerder beschouwen als broer en zus. Dat vergroot namelijk de kans dat ze samen opgroeien en dezelfde opvoeding krijgen. Daarnaast is de relatie beter wanneer er zo weinig mogelijk leeftijdsverschil is.’ De factoren die Bernstein noemt (zie hiernaast) lijken voor de hand liggend, maar toch heb ik er

Log in om verder te lezen.