Het begon toen Isabel 12 was en borsten kreeg. ‘Ik vond het zo eng dat ze groeiden. Ik was bang dat er allemaal woekeringen in zaten. Het enge van kanker is het onvoorspelbare, en dat alles wat cellen heeft kanker kan krijgen. Die ziekte heeft voor niets of niemand ontzag en het komt zó veel voor… Er zijn mensen die heel gezond leven en die toch rond hun dertigste dood neervallen. Dat zijn voor mij de meest beangstigende verhalen. De complete willekeur van wie ziek wordt en wie niet.’

Training

Goed zoals je bent

  • Leer jezelf accepteren
  • Omarm je imperfecties
  • Met boek van Brené Brown
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

De angst die haar jeugd binnensloop, heeft zich stevig in haar leven genesteld. Isabel is nu 35 en -biologe. Als ze eind 2008 al een paar jaar aan haar promotieonderzoek werkt, belandt ze in de Ziektewet. Ze kan zich niet concentreren op haar werk omdat ze voortdurend met iets anders bezig is. ‘Eigenlijk ben ik de hele dag door bang. Als ik een plekje op mijn huid zie, denk ik allereerst aan huidkanker. Bij keelpijn denk ik meteen aan keelkanker. En mijn grootste zorg is borstkanker.’

‘Als ik ongerust ben, ga ik ziektes googelen. Dat is stom, het maakt me juist ongeruster. En ik moet ook niet kijken naar medische programma’s op tv. Oktober is vreselijk; overal kom

Heel snel douchen

Tussen eind 2008 en medio 2010 voer ik een reeks gesprekken met Isabel. Soms gaat het beter met haar, soms slechter. Het liefst zit ze in de hoek van ons vaste café, zodat anderen ons niet kunnen horen. Isabel heeft halflang bruin haar, draagt meestal kleren in donkere tinten en heeft zilveren sieraden om hals en vingers. Praten gaat haar gemakkelijk af. Bij de eerste ontmoeting steekt ze meteen van wal over haar zorgen en angsten, nog voordat onze koffie is gebracht.

Het is duidelijk dat haar hoofd overloopt. Een paar weken eerder heeft ze haar huisarts voor het eerst verteld wat haar dwarszit. Tot dan toe durfde ze dat niet omdat ze zich schaamde. ‘Toen ik de spreekkamer inliep, zei hij: “Wat kijk jij getergd, zeg.”‘

De huisarts heeft haar doorverwezen naar een therapeut. ‘Nu krijg ik cognitieve gedragstherapie. Hypochondrie maakt zo’n groot deel uit van mijn leven dat ik er wel iets aan móést doen. Ik voelde me iedere dag slechter. Zat steeds meer alleen thuis. Ik vond het almaar moeilijker om met vrienden af te spreken omdat ik niet wist hoe ik me op de dag zelf zou voelen. Er zijn tijden dat ik niet wil douchen omdat ik bang ben dat ik dan een knobbeltje zal ontdekken. Dan moet ik met mezelf afspreken dat ik heel snel douche en nergens naar ga speuren.’

Bang voor de dood

Als 7-jarige al was ze bang voor de dood en vergiftiging. Van de lagere school herinnert ze zich dat een jongen de klas uit werd gestuurd: ‘Achteraf hoorde ik dat hij ergens in het gebouw rattengif had gevonden. Dat heeft hij in de schoolmelk gedaan en de flessen terug in de koelkast gezet. Toen ik die dag melk kreeg, wilde ik ‘m niet drinken. De fles was al open. Het voelde gewoon niet goed. Ik zei dat tegen de meester en kreeg toen melk uit een dichte fles. De kinderen die uit de open flessen hebben gedronken, belandden in het ziekenhuis. Ik werd heel bang voor gif. Die angst ging zó ver, dat ik niet meer bij vriendjes thuis wilde eten.’

Omdat ze indertijd had voorvoeld dat er iets mis was, denkt ze nog steeds dat haar zesde zintuig klopt. ‘Wie zegt dat ik niet ook gelijk heb als ik denk dat ik een ziekte heb? Statistieken zeggen me niets. Als er weer uit een of ander onderzoek blijkt dat de kans dat je een bepaalde ziekte oploopt één op de tienduizend is, denk ik: dan kan ik net zo goed die ene zijn die ziek wordt.’

Hypochonders berusten

Hoe zou ze reageren als ze daadwerkelijk een ernstige ziekte krijgt? ‘Ik schrik van die vraag. Ik denk dat ik heel erg bang zou zijn. Maar ik heb ergens gelezen dat hypochonders die echt ziek worden, berusten in hun situatie. Ze zijn dan verlost van hun angst. Er is duidelijkheid.’

Ook al zat de angst voor kanker er al vroeg in, toch kwam Isabel er als kind niet mee in aanraking: ‘De enige herinnering daaraan uit mijn vroege jeugd is dat een broertje van een klasgenoot overleed aan keelkanker. En op school was er een meisje dat oogkanker had en genas. Tja, thuis hadden we het wel veel over ziekten. Mijn moeder werkte als verpleegster in een ziekenhuis. Ik was nog maar heel jong toen we al spraken over dingen als orgaandonatie.’

Ze denkt dat haar ouders wel in de gaten hadden dat ze tobde, maar er werd nooit over gesproken. ‘En vrienden wisten het wel wanneer het niet goed met me ging, maar ze hadden geen idee waarom. Ik heb het er ook nooit over willen hebben. Ik wil andere mensen niet belasten met mijn angsten.’

Irrationele gedachten

In de medische handboeken staat dat kinderen angsten van hun ouders overnemen, zegt ze, maar dat was bij haar niet aan de orde. ‘Mijn vader en moeder hebben totaal geen angst voor ziektes, terwijl mijn moeder toch al jaren een ernstige auto-immuunziekte heeft. Ze bagatelliseert het en wil niet dat ik er dramatisch over doe. Haar toestand zal alleen maar verslechteren, maar ze maakt er geen issue van.’

In veel stresssituaties kan Isabel zichzelf wel geruststellen, maar niet als het om ziektes gaat, en zeker niet in tijden dat ze zich slecht voelt. ‘Mijn angsten en irrationele gedachten vormen een onderlaag die altijd aanwezig is en door de ratio wordt bedekt. Als ik me terneergeslagen voel, krijgen de negatieve gedachten een kans om door die bovenlaag heen te breken. Dan heb ik de kracht niet om ze met rationele argumenten in toom te houden.’

Angst voor ziektes

Haar angst voor ziektes gaat gepaard met vliegangst en hoogtevrees. ‘Die vliegangst komt volgens mij voort uit mijn angst voor het moment vlak voordat je doodgaat. Ik ben heel bang voor de dood. Niet om dood te zijn, wel om dood te gaan. Voor een doodsstrijd waar je zo van in paniek raakt…’

Toch vindt ze dat de dood bij het leven hoort. ‘Omdat ik geloof dat je maar één leven op aarde hebt, moet je alle stadia van het leven meemaken. Ik wil niet zomaar ergens midden in mijn leven doodgaan. De paniek dat de dood komt voordat ik eraan toe ben, houdt me in de greep.’

Leven zonder plezier

Na een halfjaar therapie heeft haar therapeute geconstateerd dat Isabel depressief is. ‘Nu slik ik antidepressiva. Die pillen hebben invloed op de serotoninehuishouding in de hersenen en bestrijden angst en depressie.’ Kort daarna pakt Isabel het werk aan haar proefschrift weer op, maar al snel komen er deadlines en daar krijgt ze het benauwd van. ‘En tussen mij en mijn vriend gaat het almaar slechter. Hij weet niet wat hij met mijn hypochondrische angsten aan moet en dat vind ik moeilijk.

Ik had ook een sessie bij de therapeute die er behoorlijk heeft ingehakt. We gingen in kaart brengen hoe mijn angst ontstaat en hoe die steeds groter kan worden. Een simpel pijntje in mijn borst groeit binnen de kortste keren uit tot een obsessie. We hadden het ook over mijn beste vriendin, die kanker heeft gehad. Zij is zo sterk, terwijl ik bang ben voor iets wat ik helemaal niet heb. Het was gênant om dat in te zien.’

Isabel heeft net een tv-programma gezien over mensen die preventief lichamelijke onderzoeken laten doen. ‘Er kwam een arts in voor die zei: “Als je niet rookt en niet drinkt en macrobiotisch eet, leef je misschien langer, maar er is geen bal aan.” Die arts heeft groot gelijk.’ Soms zakt ze een avond door: ‘Even ontladen. Maar de volgende dag voel ik me altijd schuldig omdat ik weet dat te veel alcohol hartstikke slecht voor me is.’

Er liggen twee ijsbonbons op het schoteltje dat de serveerster ons brengt. Het spreekwoord op mijn snoeppapiertje luidt: ‘De pot verwijt de ketel.’ Op dat van Isabel: ‘…moet pijn lijden.’ Ze lacht: ‘Ja, die is echt voor mij bedoeld, hè.’

Relatie verbroken

Anderhalf jaar na ons eerste gesprek vertelt Isabel dat ze de relatie met haar vriend heeft verbroken. Ze is opgelucht. Ook in het algemeen gaat het beter met haar. ‘Hypochondrie hoort bij mij, dat geloof ik echt, maar ik heb er nu minder last van. Ik laat me een stuk minder door mijn angst beheersen. En als dat door de pillen komt, wat dan nog? Waarom zou je niet een stofje toevoegen dat je lijf mist en waardoor je je beter gaat voelen? Ik noem de antidepressiva mijn happy pills.’

Ook de cognitieve gedragstherapie, nu nog maar eens in de drie weken, heeft haar goed gedaan. ‘Ik ben weerbaarder geworden en ik heb geleerd mijn angsten af te leiden. Nog steeds voel ik iedere dag wel iets in mijn lichaam dat me alarmeert. Maar vaak ga ik wandelen als een angst de kop opsteekt. Dan heb ik het gevoel dat de wind mijn hoofd leeg waait en de zorgen meeneemt. En ik weet nu dat een bobbeltje geen kanker hoeft te betekenen. Veel waarschijnlijker gaat het om een ontstoken talgklier. Het klinkt zo simpel, maar blijkbaar heb je soms hulp van buitenaf nodig om iets in te zien.’

Is Isabel haar angsten voorgoed meester? Dat zal volgens haar blijken op het moment dat ze er emotioneel niet goed aan toe is. ‘Als grote tegenslagen mijn pad kruisen: dan komt de echte test.’

Isabel heet in werkelijkheid anders en wilde niet herkenbaar op de foto.

Een half miljoen hypochonders

Hypochondrie is een angststoornis, die onder mannen en vrouwen ongeveer evenveel voorkomt. Hypochonders vertalen lichaamssignalen in ernstige, vaak dodelijke ziekten. Ze zijn niet gerust te stellen door artsen en al helemaal niet door statistieken. In de toptien van ziektes waarvoor ze bang zijn, staat kanker bovenaan.

Psychologe Anja Greeven schat in haar recente proefschrift dat 1 tot 5 procent van de Nederlanders lijdt aan hypochondrie; bij een gemiddelde van 3 procent is dat zo’n half miljoen. Exacte gegevens zijn onbekend omdat hypochonders vaak aankloppen bij een huisarts of medisch specialist in plaats van een psycholoog of therapeut; ze denken immers een ernstige lichamelijke aandoening te hebben. Er zijn ook hypochonders die zich uit angst of schaamte nooit bij een arts melden.

Volgens deskundigen zijn de oorzaken van hypochondrie te vinden in genetische aanleg, opvoedingspatronen en/of iemands mate van emotionele stabiliteit. Cognitieve gedragstherapie wordt gezien als effectiefste behandelvorm, al dan niet in combinatie met antidepressiva. De therapie richt zich op het gedrag van de patiënten. De therapeut spreekt bijvoorbeeld met hen af hoe vaak ze een arts bezoeken en hoe vaak ze hun lichaam onderzoeken op afwijkingen. Ook leren ze de signalen van hun lichaam positiever te interpreteren.

Dit artikel is een ingekort en bewerkt hoofdstuk uit het zojuist verschenen boek Hypochonders van Paloma Bourgonje (Querido, € 18,95).