Het was een black racer, zo genoemd omdat hij met een noodgang over de grond of omhoog in een kleine boom kan verdwijnen. Elke keer als ze in de tuin werkt en een slang ontdekt krijgt mijn vrouw een hartaanval, dus ze was blij met dit nieuws. Ik niet zo, want dit soort slangen pakt andere slangen. Veel mensen in het Zuiden van de VS hebben ze graag in de tuin: ze eten kleinere slangen, waarvan er vele giftig zijn. De black racer zelf is dat niet.

Op het veldstation waar ik werk hebben we al jaren een black racer van ruim twee meter, die we Bob hebben gedoopt, alhoewel niemand het geslacht kent. De chimpansees houden niet van Bob en gaan in volle alarmfase zodra hij langskomt: ze geven luide blaffen – ‘Waaw!’ – die een kilometer ver dragen en gaan allemaal op een verhoging zitten. Laatst vonden we een afgelegde huid van Bob die we naar de apen brachten om te zien hoe ze daarop zouden reageren. De meeste

waren weinig onder de indruk van de lege huid. Maar het was natuurlijk precies de alfaman, die normaal zo stoer en dominant is, die als een bange schijterd in een paal klom en van een afstand toekeek.

Waar komt die angst voor slangen vandaan? Sommige experts denken dat hij aangeboren is, maar dit is slechts ten dele waar. Er zijn proefjes gedaan met resusapen, zowel apen die uit het wild kwamen en dus bang voor slangen waren, als apen die in een laboratorium waren geboren en nog nooit een slang hadden gezien. De laatste groep toonde helemaal geen angst.

Daarna liet men deze apen op een televisiescherm objecten zien zoals slangen, konijnen en bloemen, en kregen ze alarmkreten te horen terwijl ze keken naar die beelden. Binnen korte tijd ontwikkelden de apen angst voor de slangen en gaven zelf ook alarmkreten zodra ze die zagen op het scherm. Maar angst voor bloemen of konijnen ontwikkelden ze nauwelijks, terwijl toch dezelfde procedure werd toegepast. De conclusie is dat angst voor slangen is aangeleerd, maar dat het wel veel gemakkelijker wordt geleerd dan angst voor andere objecten. Alsof er in het hoofd van de apen aan het beeld van een slang al een voorgevormde waarschuwing vastzit, die dan alleen nog maar hoeft te worden bevestigd door soortgenoten.

Dat is hoe het in de natuur gaat. De oudere generatie raakt in paniek bij het zien van een slang en de jongere generatie wordt gelijk zo bang dat ze het beeld nooit meer kwijtraakt. Als gevolg daarvan is een slangenhuid soms al voldoende om angst op te roepen. Maar er zijn ook moedige apen die de rest laten zien hoe je met een slang kunt omgaan. Zodra ze er een zien gaan ze op zoek naar een lange stok, waarmee ze dan het dier kwellen en in de lucht gooien. Dus net als mensen zijn ook apen in staat hun ophidiofobie te overwinnen.[/wpgpremiumcontent]