Grofweg een op de tien Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met angst en een op de zestien met een stemmingsstoornis. Geen wonder dus, dat veel psychische aandoeningen herkenbaar zijn voor ons. De schrijver van dit stuk is licht claustrofobisch, veel mensen zijn een tikje dwangmatig, weleens somber of bang voor spinnen.

Training

Van angst naar lef

  • Leer hoe angst in je lichaam en brein werkt
  • Maak een persoonlijk stappenplan voor het overwinnen van angsten
  • Met technieken om paniekgevoelens weg te nemen
Bekijk de training
Nu maar
€ 45,-

Maar er bestaan ook stoornissen met een erg laag ‘dat heb ik ook!’-gehalte, omdat ze extreem weinig voorkomen. Vaak zijn het uitingen van meer bekende aandoeningen zoals schizofrenie of manische depressie, die ook voorkomen in het internationale handboek van psychiatrische stoornissen, de DSM. De kans dat je een van deze stoornissen hebt, is gelukkig klein – je kunt dit stuk dus met een gerust hart lezen.

Capgras-syndroom

Mensen met het syndroom van Capgras denken dat hun familie, vrienden en bekenden zijn vervangen door dubbelgangers. Capgras kan veroorzaakt worden door hersenletsel, maar is ook weleens waargenomen bij de ziekte van Alzheimer of schizofrenie.

Sommige wetenschappers denken dat de verbinding in de hersenen is verstoord tussen het gebied voor gezichtsherkenning en het gebied waar de bijbehorende emotie ontstaat: je ziet je geliefde, maar krijgt geen warme gevoelens.

En omdat juist die gevoelens zo essentieel zijn voor het herkennen van een persoon, concluderen patiënten dat het dus wel om een dubbelganger moet gaan.

Het gevoel van vervreemding kan zich uitbreiden tot bijvoorbeeld huisdieren of plaatsen, zoals het eigen huis. Deze stoornis kan soms behandeld worden met antipsychotica.

Tripofobie

Tripofobie is de angst voor dicht bij elkaar staande kleine gaatjes, zoals je wel ziet in planten, sponzen of honingraten. Een tripofoob wordt fysiek onwel bij het aanzicht van zulke gaatjes, of krijgt een paniekaanval.

Sommige experts zeggen dat dat wordt veroorzaakt door een onbewuste associatie met giftige planten en insecten, die vaak een gaatjespatroon hebben.

Zo bekeken heeft de fobie dus een evolutionair nut. Uit onderzoek blijkt dan ook dat relatief veel mensen griezelen van gaatjespatronen. Gedragstherapie kan uitkomst bieden.

Exploderend hoofd- syndroom (EHS)

Slaapstoornis waarbij iemand vlak na het inslapen angstig wakker schrikt van explosies of andere harde geluiden en lichtflitsen – alsof het hoofd explodeert.

Omdat de meeste mensen er pas na hun vijftigste last van krijgen, leggen onderzoekers het verband met een veranderend slaappatroon: de eerste slaapfase, het inslapen, wordt rond die leeftijd namelijk langer.

Sommige experts denken dat EHS een afwijking is in de hersenen, andere zoeken de oorzaak in angst en stress, of in een slecht functionerend middenoor.

EHS is een ongevaarlijk en soms tijdelijk verschijnsel. Stoppen met alcohol, ontspanningsoefeningen en slaapmedicatie kunnen helpen de klachten te verminderen.

Gevangenispsychose

Bij deze psychische aandoening geven mensen bijna-juiste antwoorden op vragen. Ze zeggen bijvoorbeeld dat de zon groen is of dat 1 + 1 samen 3 is.

De Duitse psychiater Sigbert Ganser observeerde het syndroom voor het eerst in 1898 bij gevangenen. Hij ging ervanuit dat het geen echte afwijking was, maar een manier om onder straf uit te komen.

Toen moderne wetenschappers deze gevallen achteraf analyseerden, concludeerden zij dat de meeste mensen met het gevangenissyndroom, ook wel Ganser genoemd, wel degelijk iets ‘echts’ hadden, zoals hersenletsel, een persoonlijkheidsstoornis, depressie of psychosen.

Afhankelijk van de oorzaak kan het syndroom behandeld worden met psychotherapie of antipsychose-medicatie.

Wandelend lijk-syndroom

Mensen met Cotard of het wandelend lijk-syndroom denken dat ze hun organen, bloed of lichaamsdelen verloren zijn, dat hun ziel verdwenen is of dat ze overleden zijn. Ze kunnen zelfs in paniek vragen waarom ze nog niet begraven zijn.

Deze zeldzame stoornis – voor het eerst omschreven in 1882 door Jules Cotard – begint met somberheid en de angst van alles te mankeren. Dat kan zo verslechteren dat iemand chronisch depressief wordt en zijn grip op de werkelijkheid verliest.

Tegen deze aandoening worden antidepressiva, maar ook wel elektroschokken toegediend. Zonder behandeling kan Cotard daadwerkelijk tot de dood leiden: patiënten plegen zelfmoord om uit de uitzichtloze situatie te komen. Soms hongeren ze zichzelf uit – doden hebben immers geen eten nodig.

Koro

Er zijn psychische aandoeningen die cultureel bepaald zijn: zo komen eetstoornissen vrijwel alleen voor in de westerse samenleving.

Koro – de angst dat je geslachtsdelen verschrompelen en verdwijnen, met de dood als gevolg – doet zich veelal voor in culturen waarin vruchtbaarheid een hoge status heeft, maar de kennis over seks beperkt is. Het verschijnsel wordt doorgaans aan magie toegeschreven.

Dit soort paniekaanvallen komen vaker voor bij mannen en beginnen meestal met het daadwerkelijk krimpen van de penis bij kou of stress. Patiënten raken er vervolgens van overtuigd dat dat krimpen niet meer stopt.

Om verdwijning te voorkomen, binden ze hun penis soms vast aan andere dingen. Aanvallen zijn tijdelijk en duren een paar uur tot een aantal dagen. Koro wordt ook wel genitaal retractie-syndroom genoemd.

Zoantropie

Mensen met zoantropie denken dat ze in een dier zijn veranderd. Een (weer)wolf meestal, maar er zijn ook gevallen bekend van patiënten die geloofden dat ze een insect of zelfs een niet-bestaand dier waren geworden.

In de spiegel zien ze daadwerkelijk dierlijke eigenschappen, zoals voelsprieten of klauwen, en die waan kan een uur tot tientallen jaren duren. De oorzaak is volgens psychiaters te vinden in onderliggende stoornissen als schizofrenie of een psychotische depressie, en in die hoek moet ook de behandeling gezocht worden.

Zoantropie is zeer zeldzaam – de literatuur beschrijft 56 gevallen sinds 1850 – en moet niet verward worden met Otherkins. Dat is een spirituele subcultuur van mensen die zich meer identificeren met dieren, elfen of draken dan met mensen. Zij zien in de spiegel dat ze niet echt een dier zijn.

Mechanofilie

Mensen met mechanofilie hebben (seksuele) gevoelens voor mechanische objecten zoals auto’s, fietsen, wasmachines of robots.

De Amerikaanse mechanofiel Edward Smith had seks met meer dan duizend auto’s – hij masturbeerde bijvoorbeeld op het zachte leer van de autostoel – en een Engelsman werd ooit veroordeeld omdat hij betrapt werd op onzedelijke handelingen in het openbaar met een fiets.

Hoewel er veel gevallen van deze ‘fetisj’ – een seksuele obsessie met een bepaald object of lichaamsdeel – bekend zijn en er bijvoorbeeld ook speciale pornofilms voor bestaan, is er weinig serieus onderzoek naar gedaan.

Wellicht omdat er geen noodzaak is tot behandeling, zolang de patiënt tenminste begrijpt dat het object zijn gevoelens niet deelt en hij daar vrede mee heeft.

Taijin kyofusho

Bij ons is deze fobie onbekend, maar in Japan komt hij veel voor: de angst dat anderen je raar of vies vinden vanwege je verschijning, lichaamsgeur of gedrag.

Wie aan taijin kyofusho lijdt, gaat sociale situaties vermijden en wil de deur niet meer uit. Onze westerse sociale fobie lijkt er erg op, maar er is een subtiel cultuurverschil: waar wij vooral onze eigen pijn door afwijzing vrezen, zijn Japanners bang om ánderen in verlegenheid te brengen of te beledigen. Dat komt doordat de groep belangrijker is dan het individu.

Cognitieve gedragstherapie helpt, in de vorm van gesprekken waarin men zichzelf leert accepteren en gaat oefenen met anders kijken naar de negatieve overtuigingen.

Trichotillomanie

Bij deze aandoening is iemand geobsedeerd door het uittrekken van het eigen haar. Niet alleen hoofdhaar, maar ook wimpers, schaamhaar en elke andere vorm van lichaamsbeharing.

Vaak wordt het gedaan om spanning te verminderen in stressvolle situaties. Deze obsessie gaat vaak gepaard met eet-, stemmings- of persoonlijkheidsproblemen.

Trichotillomanie wordt een probleem als mensen uit schaamte voor hun kale plekken sociale situaties gaan vermijden en bijvoorbeeld niet meer naar hun werk gaan.

In combinatie met trichofagie ofwel het Rapunzel-syndroom, de onbedwingbare neiging om op haar te zuigen of kauwen, kan het zelfs levensbedreigend zijn. Er zijn gevallen bekend van patiënten die overleden aan een haarbal in de maag.

De manie is te behandelen met cognitieve gedragstherapie en ontspanningsoefeningen of, afhankelijk van de onderliggende problemen, met medicijnen als antidepressiva of antipsychotica.

Trumanshow-syndroom

Mensen met het Trumanshow-syndroom denken dat ze de hoofdrol spelen in een realityprogramma. De aandoening is vernoemd naar de film The Truman Show (1998), met Jim Carrey als verzekeringsagent Truman, die gaandeweg ontdekt dat zijn leven een televisieshow is, dat zijn huis en stad decors zijn met verborgen camera’s en dat zijn geliefden, vrienden en collega’s acteurs zijn.

TSD is een heel eenzame stoornis: niemand meent wat hij zegt, want iedereen om je heen is acteur. De film zelf veroorzaakt het syndroom natuurlijk niet, maar hij kan al bestaande wanen of paranoïde angsten van mensen aanwakkeren. De beste behandeling lijkt dan ook antipsychotica te zijn.

Bronnen o.a.: M. Veerbeek e.a., GGZ in tabellen, Trimbos Instituut, 2015 / B. E. Sharples, Unusual and rare psychological disorders, a handbook for clinical practice and research, 2017 / S. Drob e.a., The diagnosis of Ganser Syndrome in the practice of forensic psychology, Am. Journal of Forensic Psychology, 2000