chronische hoofdpijn

‘In het begin heb ik het zelf nog niet eens door. Maar mijn omgeving vaak wel. Ik word prikkelbaar. Kortaf. Pas als mijn nekspieren en mijn schouders helemaal vast gaan zitten, weet ik dat het gaat gebeuren. Kort daarna begin ik vreselijk te ­gapen en een kwartiertje later komt het. Eerst een prikje achter mijn linkeroog, een brandend, wat zangerig gevoel. Dat brandende gevoel wordt steeds erger en breidt zich uit over de linkerkant van mijn gezicht. Mijn linkerneusgat begint te lopen, mijn linkerwang begint te trekken, mijn linkeroog wordt rood en begint te tranen. Vroeger werd ik heel agressief. De pijn is zo erg dat ik overal op sloeg. Alles ging stuk. In de muur zit nog een barst. Ik schopte een keer een scheur in mijn hak. En schelden, ja, dat kan ik wel, ja. Het is alsof iemand van binnenuit probeert met een biljartkeu mijn oog uit te steken.’

Jochem van der Molen (30) heeft al vanaf zijn zestiende verschrikkelijke hoofdpijnen. In het begin kwamen ze elke dag om tien uur

’s ochtends. Heel vreemd vond hij dat. Hij begon om kwart over negen dan maar alvast met preventief pijnstillers slikken. ‘Ik kocht hele sloffen paracetamol,’

Log in om verder te lezen.