Voordat smartphones in beeld waren, zat het leven vol saaie momenten. Trage middagen waarop de regen tegen de ruiten tikte en je echt niet wist wat je nou eens moest gaan doen. Loze uren in files, in treinen, op perrons. Colleges en lezingen waarbij je vruchteloos tegen de slaap vocht.

TEST
Doe de test »

Ben je snel verveeld?

Nu hoef je je plots geen moment meer zelf te vermaken. Op het eerste oog lijkt het een vooruitgang dat de online wereld verveling op afstand houdt, zeker in deze tijden zonder evenementen en feestjes. Zo aangenaam is dat gevoel immers niet wanneer de minuten en uren tergend langzaam wegtikken.

Sterker nog: verveling kan ronduit gevaarlijk zijn voor onze gezondheid. Mensen die zich vaak vervelen lopen meer risico op angst, depressie en verslaving. En op eetproblemen, zo bleek uit Amerikaans onderzoek waarin 139 personen een veelgebruikte vragenlijst naar emotioneel eetgedrag voorgelegd kregen.

Aan de standaardvragen over woede, angst en depressie hadden de wetenschappers vragen over verveling toegevoegd. Het bleek een schot in de roos: vooral verveling zette de deelnemers aan tot meer eten, ook al verveelden ze zich maar een beetje.

Verveling kan zelfs leiden tot levensbedreigende situaties. Bijvoorbeeld in het verkeer, zo toonde onlangs Brits onderzoek onder ruim vijftienhonderd automobilisten. Degenen die zich doorgaans snel verveelden deden dat ook achter het stuur, en waren de voorgaande jaren aanzienlijk vaker geflitst en betrokken geweest bij ongelukken.

Oorzaak: de verveelde rijders waren sneller afgeleid door bijvoorbeeld praatjes met hun passagiers. Ook trapten ze vaker (onbewust) het gaspedaal wat dieper in, en maakten ze meer gedachteloze foutjes. Zoals wegrijden met de handrem er nog op of, nog veel riskanter, een rood stoplicht niet opmerken.

Het zit in onszelf

Het is verleidelijk om het op de omgeving af te schuiven als we ons vervelen. Of zoals met de pandemie nu: op de coronamaatregelen of de lockdown. Verveling zit echter minstens zoveel in onszelf als in onze omgeving.

Het is een kwestie van aandacht en bewustzijn, concludeerde neurowetenschapper en verveelspecialist John Eastwood van de York-universiteit in Canada. Hij analyseerde een groot aantal onderzoeken en ontdekte dat verveling optreedt als:

  1. onze aandacht niet wordt gevangen door iets wat zich om ons heen of in onszelf afspeelt; en
  2. we ons realiseren dat we moeite hebben om ons te focussen; en
  3. we dat lamlendige gevoel toeschrijven aan de omgeving.

Dat verklaart waarom we ons dus ook stierlijk kunnen vervelen wanneer we op de automatische piloot het eten bij een peuter naar binnen lepelen. Als je dat tig keer hebt gedaan vangt die bezigheid niet meer je volledige aandacht. En andersom kun je uitermate worden geboeid door een aflevering van Dr. Phil of Rail Away.

Hoe snel je je verveelt zit in twee aspecten. Aan de ene kant: hoe groot je behoefte is aan opwinding, vernieuwing en uitdaging om je heen. Dat onderdeel ligt waarschijnlijk besloten in onze genen; iedereen heeft zo zijn eigen uitgangswaarde, een punt vanaf waar hij geprikkeld wordt, zegt de Canadese neurowetenschapper James Danckert.

Wie een hoge prikkelbehoefte heeft, raakt sneller gewend aan prikkels – dingen verliezen dan snel hun nieuwswaarde, concludeerde Danckert uit een onderzoek waarin hij proefpersonen in de mri-scanner schoof.

Voor mensen met een grote behoefte aan prikkels is het in deze tijden dus zaak om een uitdagende baan te vinden, of telkens kleine veranderingen door te voeren, waardoor ze geboeid en gemotiveerd blijven.

Training

Mindfulness

  • Leer omgaan met stress
  • Krijg meer aandacht voor het nu
  • Met notitieboek en Gids voor een Langzaam Leven
Bekijk de training
Nu maar
€ 125,-

Je fantasiewereld verkennen

Verveling zit ’m namelijk niet alleen in die grotere of kleinere behoefte aan externe prikkels, maar ook in de vraag hoe goed je jezelf kunt vermaken.

In de kunst om een situatie die je saai vindt en waarin de verveling toeslaat, zodanig te bewerken – of dat nu écht gebeurt of alleen in je hoofd – dat deze meer interessant, stimulerend, plezierig of opwindend wordt.

Roger Mannell, emeritus hoogleraar psychologie aan de Canadese Waterloo-universiteit, noemt het de self-as-entertainment-trek. Het is fijn om jezelf te kunnen vermaken, omdat het je een stuk beter bestand maakt tegen geestdodende situaties: je bent op die momenten gewoon je eigen animator.

Mensen die dat goed kunnen, houden zichzelf moeiteloos bezig op een manier die voldoening geeft. Voor hen bestaat er niet zoiets als ‘te veel’ vrije tijd, zegt Mannell.

Ze zetten hun tanden alvast in een nieuw project, bellen een vriend op, dromen weg bij de gedachte aan een nieuwe reisbestemming, of bedenken een variant op ‘Noem alle dieren die beginnen met een…’

Dat is de reden dat het voor kinderen heel gezond is om zich af en toe te vervelen. Het stimuleert hen om hun fantasiewereld te verkennen, en zélf te leren ontdekken wat hun plezier geeft, al zal het ene kind daarbij wat meer aanwijzingen of attributen nodig hebben dan het andere.

Zelfvermaak is een vaardigheid die je kunt ontwikkelen, en waarvan je een leven lang profiteert. En dat zou weleens precies de vaardigheid kunnen zijn die de nare bijeffecten van verveling op afstand houdt.

Verveling blijft dan immers kortstondig en heeft niet de kans om te beklijven in die chronische, met narigheid samenhangende variant.

Dagdromen

Dat kortstondige verveling heel gunstig kan uitpakken, bewijst onder meer een recent onderzoek van twee Britse psychologen, die deelnemers toepassingen lieten bedenken voor een kunststof bekertje. Degenen die eerst een kwartier lang telefoonnummers moesten overschrijven uit een telefoonboek leverden meer ideeën dan de anderen.

Hoe erger de ‘verveelprikkel’, hoe creatiever de ideeën, concludeerde het psychologenduo uit hun vervolgproef waarbij ze de saaiheidsfactor opvoerden: sommige deelnemers moesten het telefoonboek lézen.

Deze lezers scoorden vervolgens het hoogst op de creativiteitstest; hoger nog dan de overschrijvers en degenen die niet eerst een saaie klus hadden moeten doen.

Die hoge scores kwamen niet door de verveling an sich, aldus het tweetal, wél doordat verveling de deelnemers aanzette tot dagdromen. Die dagdromen werkten op hun beurt creatieve gedachtenspinsels in de hand: hoe passiever de bezigheid en hoe sterker de verveling, des te groter dat dagdroomeffect.

Het is de manier waarop mensen verveling verlichten die creativiteit bevordert, aldus de onderzoekers. Het zet ze ertoe aan om nieuwe dingen te ontdekken, op onderzoek uit te gaan.

Heel verstandig dus dat personen met creatieve beroepen, zoals schrijvers, zichzelf dwingen tot afzondering, ook al weten ze dat de verveling dan onvermijdelijk zal toeslaan.

Ze weten ook dat ze dat onaangename gevoel even moeten uitzitten om tot nieuwe inzichten te komen. De Britse neuropsycholoog Ian Robertson, auteur van Het winnaareffect, vergelijkt verveling met braakliggende landbouwgrond: die moet een tijdje met rust worden gelaten voordat er weer nieuwe gewassen op kunnen groeien.

Pijnlijk, maar nuttig zetje

Niet alleen creatievelingen plukken de vruchten van een fikse dosis verveling op zijn tijd. Voor iedereen geldt dat verveling precies het ietwat pijnlijke zetje kan zijn dat ons met onze neus op de feiten drukt. Klaarblijkelijk boeien onze omgeving en onze omstandigheden ons niet meer voldoende. Verveling is dus ook een stimulans om onszelf een nieuw doel te stellen.

Het wrange is alleen: mensen die vatbaar zijn voor verveling, vooral degenen die zichzelf niet kunnen vermaken, zijn slecht in staat om die blik naar binnen te werpen.

In een onderzoek stelde neurowetenschapper Eastwood vast dat verveelde personen meer moeite hebben om gevoelens te herkennen en benoemen, en dat ze een armere fantasiewereld hebben. Ze wéten simpelweg niet wat ze diep van binnen willen.

Je zou kunnen zeggen dat ze boffen dat ze leven in een tijd waarin instant bevrediging van de prikkelbehoefte vrijwel altijd binnen handbereik is. ‘Maar die overdaad aan prikkels werkt als een drug waarvan we steeds meer willen,’ legt Eastwood per mail uit.

Om de haverklap checken van sociale media levert geen werkelijke voldoening op. ‘Want door altijd maar afleiding buiten jezelf te zoeken raak je uiteindelijk meer en meer verwijderd van je echte verlangens en passies – en van die hogere vorm van voldoening.’

Bronnen o.a.: S. Heslop, Driver boredom, Traffic Psychology and Behavior, 2014 / J. D. Eastwood e.a., The unengaged mind, Perspectives on Psychological Science, 2012 / J. Danckert, Descent of the doldrums, Scientific American Mind, 2013 / T. Goetz e.a., Types of boredom, Motivation and Emotion, 2013 / S. Mann e.a., Does being bored makes us more creative? Creativity Research Journal, 2013

 

Vijf soorten verveling

De ene verveling is de andere niet, ontdekte Thomas Goetz, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Konstanz.

Ontspannen verveling: je verveelt je, maar niet al te erg. Het is neutrale verveling die zowaar best aangenaam kan zijn – bijvoorbeeld als je na een drukke werkdag op de bank ploft om gedachteloos naar een duffe real life soap te kijken.
Lamlendige verveling: een wat onaangenaam en onrustig, maar tegelijkertijd ook lusteloos gevoel. Je gedachten dwalen af, je wilt eigenlijk wel iets doen maar weet niet wat, en je onderneemt ook geen actie.
Zoekende verveling: een onaangenaam en nogal geagiteerd gevoel. Wat je aan het doen bent interesseert je niet en je zoekt naar afleiding. Dat kan je aanzetten tot risicovol gedrag, zoals sms’en achter het stuur, maar het kan ook leiden tot creatieve ingevingen.
Reactieve verveling: je voelt je zeer onprettig en bent enorm rusteloos, op het agressieve af. Je zit vast in een situatie en zou het liefst ontsnappen, maar dat kan niet. Grote kans dat je probeert die rusteloosheid af te reageren door te friemelen of met je voeten te bewegen.
Apathische verveling: je voelt je zeer onprettig, maar hebt niet de drang daar iets aan te veranderen. Doordat je aandacht geregeld wegzakt, zul je eerder fouten maken. Dit soort verveling is behoorlijk slecht voor de gezondheid en is zelfs enigszins te vergelijken met het gevoel van depressie.