Je kind komt thuis van school, je vraagt hoe zijn of haar dag was, en tijdens het enthousiaste maar wat lange en gedetailleerde antwoord ben je met je aandacht afgedwaald naar je eigen agenda van die dag. Bijvoorbeeld aan de mails die je nog moet beantwoorden, de boodschappen voor het avondeten, je andere kind dat je zo moet ophalen van sport.

Hoe wordt je kind een doorzetter?

Succes heeft meer te maken met volharding dan met intelligentie, blijkt uit recent onderzoek. Hoe ku...

Lees verder

Je knikt, glimlacht, je reageert zelfs op wat je kind zegt (‘Goed bezig, leuk!’) Maar toch heb je niet helemaal gevolgd wat er nu zo bijzonder was aan zijn of haar schooldag. En kon je niet echt delen in de blijdschap van je kind omdat je er met je aandacht niet volledig bij was.

Als je geluk hebt, is je kind zelf aandachtig en niet geneigd om je te pleasen en zal het je corrigeren: ‘Mama/papa, je luistert niet echt! Je lacht wel maar volgens mij heb je het niet begrepen! Ik had je toch al verteld dat… had je dat niet gehoord?’

Herkenbaar? Uit onderzoek uit 2010 blijkt dat moeders gemiddeld 13,7 uur per week aan hun kinderen besteden en vaders 7,2 uur. Maar heb je enig idee hoeveel minuten van dit uur of deze uren die je dagelijks met de kinderen doorbrengt je werkelijk de aandacht bij ze had? Over het belang van mindful opvoeden.

Spiegeling

Kinderen leren zichzelf kennen door aandacht, ook wel ‘spiegeling’ genoemd, van hun ouders en andere verzorgers. Ouders imiteren de emotionele gezichtsexpressies en geluiden van hun jonge baby zonder dat zij dat zelf doorhebben. Zij lezen zeer aandachtig de gezichtsuitdrukkingen van hun kind, volgen de bewegingen en het gebrabbel, en proberen zo te begrijpen wat hun kind wil.

Deze aandacht van ouders (en andere opvoeders) is even belangrijk voor de overleving van een kind als voeding en zuurstof. Daardoor leert het zichzelf te ervaren als een geïntegreerd geheel. Het leert zijn centrum te voelen, zijn zelf, van waaruit zijn interactie met de buitenwereld ontstaat, en waarnaar hij kan terugkeren wanneer hij verzadigd is van nieuwe indrukken of wanneer zijn ouders even geen tijd voor hem hebben.

Kinderen proberen de aandacht van hun ouders ook te trekken naar dingen die hen opvallen door te wijzen, en als ze al kunnen praten: ‘Kijk!’, ‘Luister!’, ‘Voel!’, ‘Proef!’ te zeggen. Dit proces van gedeelde aandacht voor iets noemen we joint attention, gedeelde aandacht, en is een belangrijke indicator voor een gezonde ontwikkeling. Autistische, depressieve en verwaarloosde kinderen blijken niet zo vroeg en zo vaak dingen aan te wijzen.

Als ouders met hun kinderen samen aandacht aan iets besteden, helpt dit de kinderen om hun aandacht te intensiveren. Want als een ouder er werkelijk aandacht aan besteedt, is het kennelijk belangrijk, begrijpen ze. Zo stimuleren ouders hun kinderen om nog vaker, beter of langer te kijken.

Geëvolueerde ouders

Als ouders hun kinderen weinig spiegelen – doordat ze niet zoveel aandacht besteden aan wat die voelen, zeggen en doen, en niet of slechts oppervlakkig meekijken als hun kinderen dingen aanwijzen – kan dat het tegenovergestelde effect hebben. Dan leren die kinderen zichzelf minder goed kennen en ervaren zich minder als heel; zijn minder gecenterd en besteden korter en oppervlakkiger aandacht aan dingen die hen opvallen.

De manier waarop wij onze kinderen opvoeden is door natuurlijke selectie gevormd. Opvoedingsstijlen die de kans dat een kind overleefde tot volwassenheid vergrootten werden vaker doorgegeven aan de volgende generatie. Wij zijn dus geëvolueerde ouders.

Doordat moeders hun baby’s in het begin van het leven zo vaak en lang moesten voeden en daarbij weinig anders konden doen, waren moeder en kind in onze evolutionaire geschiedenis kwetsbaar voor aanvallers van buitenaf. En dus afhankelijk van de vader, grootouders, broertjes en zusjes en de grotere gemeenschap voor bescherming en voeding. Mensen voedden hun kinderen dan ook op in groepen. Daar komt de uitdrukking vandaan: It takes a village to raise a child.

In de huidige westerse maatschappij is er van dit opvoeden als groep weinig over. We wonen met een enkel gezin in een huis in plaats van allemaal samen. Met name in de stad is er weinig sociale cohesie en sociale controle. In plaats van dat de grootouders, andere familieleden, vrienden of buren voor ze zorgen, gaan de kinderen naar een crèche of een betaalde oppas terwijl de ouders aan het werk zijn.

6 simpele mindfulness oefeningen

Wat houdt dat nu eigenlijk in, mindful zijn? En hoe kan je het leren? Ga alvast aan de slag met deze...

Lees verder

Doe-modus

Doordat de zorg voor onze kinderen zo’n veelomvattende taak is, kan het verworden tot een reeks van to do’s waar we met onze aandacht niet volledig bij zijn. Dit wordt wel de doing mode of doe-modus genoemd. We zijn dan bezig met dingen klaar te krijgen, op te lossen en doelen te bereiken. We zijn ons bewust van de discrepantie tussen hoe dingen zijn en hoe ze zouden moeten zijn en van alles wat nog niet af is en gedaan moet worden.

In de doe-modus kunnen we efficiënt dingen doen die we goed kennen en die weinig bewust aandacht van ons vragen. Zoals onze kinderen eten geven, het huis schoonmaken, naar ons werk reizen. De doe-modus is doorgaans een soort automatische piloot, het is onze ‘standaard instelling’.

Terwijl we de dingen doen zijn we met onze aandacht vaak elders, zoals bij het resultaat van wat we aan het doen zijn. Terwijl je bijvoorbeeld naar je werk fietst, denk je al aan wat je die dag op het programma hebt staan. Of terwijl je je kinderen naar school brengt, denk je eraan of ze op tijd zullen zijn of wie ze straks op zal halen. De doing mode krijgen kinderen al jong, van ouders en op school, aangeleerd: ‘Opschieten, anders kom je te laat’, ‘Als je je huiswerk afhebt, krijg je een ijsje’, ‘Niet staan dromen’.

Waar het echt om gaat

Maar er is nog een andere staat van zijn: de being mode, zijnsmodus. Daarmee worden we allemaal geboren. We verbinden ons met het huidige moment, waarin we de dingen ervaren zoals ze op dat moment zijn. We zijn open en accepterend tegenover prettige, neutrale en onprettige gevoelens (van onszelf en anderen), proberen de ervaring niet te veranderen en ervaren een gevoel van kalmte, stilte en gecenterd zijn. Kinderen handelen van nature vanuit deze zijnsmodus. Terwijl we met ze naar school lopen staan ze bij elk bloemetje stil, niet bezig met tijd of doel van de wandeling, maar van dit moment en deze plek.

Sinds ik zelf leerde over deze twee states of mind maak ik niet alleen to do-lijstjes (op zo’n gele post-it) maar ook to be-lijstjes (op een roze of blauwe post-it). Om me eraan te herinneren waar het echt om gaat in het leven. Bijvoorbeeld:

To do:

  • Verjaardagscadeau voor Jonas kopen
  • Eva naar zwemmen brengen
  • School bellen over huiswerk dat kwijt is
  • Vragen of Doris bij Anna wil logeren
  • Doris helpen met tas pakken
  • Cakejes bakken met Jonas voor school

To be:

  • kalm
  • aandachtig
  • geduldig
  • in contact/samen
  • ervan genieten terwijl het bezig is

Overigens is het afvinken van je to do’s een heel nuttige bezigheid omdat het een bekrachtigingscentrum in je brein activeert. Dus elke keer dat je een vinkje zet, een bolletje inkleurt, een to do doorstreept, beloon je jezelf: goed zo! Het gaat echter om de balans tussen de doe- en de zijnsmodus. En om de wijze waarop we onze taken doen en onze doelen proberen te bereiken.

Mindful opvoeden

Opvoeden lijkt een to do-lijst geworden, iets waar we succesvol in moeten zijn zoals in onze carrière. Waarbij succes te veel is gedefinieerd in termen van uiterlijke kenmerken. Zoals bijvoorbeeld schoolopleiding, zelfstandigheid, schoonheid, prestaties, sociale vaardigheid. En waarbij we onze kinderen vergelijken met die van anderen, die het er beter afbrengen volgens die lat.

We worden beïnvloed door foto’s uit Linda of Margriet, van happy families aan de paas- of kerstdis. Iedereen lacht en is mooi, slank, goedgekleed, opgemaakt en lijkt net terug van de kapper. Het huis is licht, keurig opgeruimd. Het eten ziet er prachtig uit en staat allemaal op tijd op de feestelijk gedekte tafel.

Als ik terugdenk aan de kerstmaaltijden in mijn ouderlijk gezin dan komen er ook heel andere herinneringen naar boven. De kalkoen was te laat in de oven gezet en dus ongaar. Mijn vader trok een gesmolten plastic zak met ingewanden uit de kalkoen toen deze eindelijk op tafel stond, en het was niet de bedoeling dat daarom gelachen werd. Wij kinderen (vijf!) ruzieden of giechelden zo dat we een voor een door mijn vader zonder eten naar boven werden gestuurd. En mijn ouders bleven (ik denk diepongelukkig) met zijn tweeën aan de kersttafel over.

Zij hadden ongetwijfeld ook hun verwachtingen van hoe een kerstdiner eruit moest zien. Hoe sfeervol het moest zijn, hoe de kalkoen moest smaken en wie daarvoor verantwoordelijk was, en hoe de kinderen zich moesten gedragen. Mijn vader en moeder waren met kerst duidelijk in een doing mode waarbij zij een discrepantie ervoeren tussen hoe het zou moeten zijn en hoe het was.

Eieren verven

Wat zou er zijn gebeurd als mijn ouders een cursus mindful opvoeden hadden gevolgd en hadden geleerd over de being mode? Als zij hadden kunnen kijken naar die tafel vol ruziënde en giechelende kinderen, de kalkoen die te laat gaar was en waarin een plastic zak met ingewanden zat. Maar ook de onvervulde verwachtingen die zij van elkaar hadden (over wie die kalkoen had moeten bakken en de kinderen in het gareel had moeten krijgen), hun eigen onvermogen?

Hoe zou het zijn geweest als zij elke poging hadden opgegeven om de ervaring anders te laten zijn dan die was? Of als mijn moeder werkelijk met aandacht die kalkoen had gebakken, en zich bewust was geweest wat zij nodig had om die aandacht aan die kalkoen te kunnen geven, wat zij nodig had van haar man, van haar kinderen, van haar werk?

Of als mijn vader in staat was geweest werkelijk met aandacht naar mijn moeder te kijken, en gezien had dat zij liever schilderde dan kalkoen bereidde. Dat zij zo moe was van het zorgen voor die vijf kinderen naast haar meer dan fulltime baan, drukke sociale leven en hobby’s, dat hij haar geen groter plezier had kunnen doen dan zelf de kalkoen in de oven te schuiven?

Ik heb veel gelukkiger herinneringen aan de paastafel, hoe mijn moeder, volgens gebruik van mijn Poolse overgrootmoeder, samen met ons de eieren verfde. Ik herinner me de geur van het smeltende was van de krijtjes waarmee we op de warme eieren tekenden. Hoe de krijtjes over de warme, ronde oppervlakte gleden, en hoe we die daarna in de verschillende verfbadjes dompelden, verrukt over de witte lijntjes die dan ontstonden tussen het waskrijt en het gekleurde verfbad. Aan de geur van het azijnbad waar ze daarna in gingen. Hoe we ze dan poetsten met boter zodat ze prachtig glommen. Nog steeds verf ik elk jaar, nu met mijn eigen kinderen, de paaseieren volgens dit oude gebruik bij wijze van mindful opvoeden.

Spelen in de regen

In de zijnsmodus zien we onze kinderen, onze partner, ons gezinsleven, onszelf als ouders en opvoeders zoals ze en we werkelijk zijn. We proberen onze ervaringen (en onze kinderen, onze partner, onszelf) niet te veranderen. Een manier om dit te oefenen is met het weer. Als we ’s morgens het huis uit gaan hebben we geen invloed op hoe warm of koud het is. Of de zon schijnt. Of het regent of waait.

In plaats van ons te verzetten tegen de omstandigheden (hoofd naar beneden en schouders opgetrokken als het regent, waait of koud is) kunnen we een houding cultiveren van openheid tegenover en acceptatie van het weer op dit moment. Hoe voelt de regen op je gezicht, de wind om je hoofd, de kou op je huid? Dus het weer ervaren precies zoals het is, op dat moment, loslaten dat het anders zou moeten zijn dan het is.

Deze houding kan ik regelmatig oefenen op Vlieland, waar ik vaak mijn vakanties doorbreng in een tent. Als het dagenlang slecht weer is geweest, hoor ik ouders in het toiletgebouw tegen hun kinderen verzuchten: ‘Volgend jaar gaan we naar Frankrijk.’

Zij zijn niet meer in het moment, de huidige vakantie, aanwezig met hun kinderen. Maar al de volgende aan het plannen, die dan beter moet worden dan deze. Kinderen denken niet zo. Zij ervaren het weer zoals het is, en spelen in het toiletgebouw als het buiten te nat is en in de tent te koud. Dat kunnen wij volwassenen van hen leren!

Susan Bögels is hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en is directeur van UvA minds en UvA minds You. Ze doet onderzoek naar mindful opvoeden en mindfulness bij kinderen, publiceert hierover en geeft trainingen. Dit is een voorpublicatie uit haar nieuwe boek Mindful opvoeden in een druk bestaan, Ambo/Anthos, € 18,99

Mindful opvoeden

Van de volgende oefeningen leer je om tijdens een dagelijkse routinehandeling de volle aandacht aan je kind te geven.

Oefening 1: Inzoomen

Routinehandelingen doen we doorgaans (deels) automatisch, omdat ze weinig aandacht meer nodig hebben: ze zijn ingesleten. Daardoor kunnen we ondertussen iets anders doen, bijvoorbeeld televisiekijken tijdens het aardappelen schillen.

Kies een routinehandeling die je meestal minimaal één keer per dag met of voor je kind doet. Doe deze handeling een week lang elke dag een keer met volle aandacht, alsof je dit voor het eerst doet. Het kan gaan om voeden, naar school brengen, vragen hoe de schooldag geweest is, aan- of uitkleden, tandenpoetsen, haren kammen, brood smeren, eten opscheppen, welterusten zeggen… De handeling mag niet te lang duren, dus als je iets kiest wat langer duurt, neem dan alleen de eerste paar minuten.

Richt je aandacht op je kind, op jezelf, en op het contact tussen jullie. Laat de ervaring zijn zoals die is, het gaat alleen maar om bewustzijn van dit moment, precies zoals het is. Om een routinehandeling bewust waar te nemen kan het helpen om iets te vertragen. Ga tussentijds niet wisselen tussen verschillende routinehandelingen.

Oefening 2: Gedeelde aandacht

Merk de momenten op waarop je kind je vraagt om samen ergens aandacht aan te besteden: ‘Papa/mama, kijk!’, ‘Luister naar dit liedje’, ‘Kijk naar dit filmpje’, ‘Je raadt nooit wat ik voor mijn proefwerk had’. Naar welke zaken wil je kind samen met je kijken? Wanneer je besluit om er samen naar te kijken probeer je ook werkelijk je volledige aandacht erbij te hebben, en doe dit iets langer, dieper of vaker dan je normaal gewend bent om te doen.