Ik herinner me nog bijna lijfelijk de plakkerige onmacht als ik én spartelende kleuter én fietsje én boodschappentas alsnog naar huis probeerde te slepen, bezweet en beschaamd, terwijl hij de boel bij elkaar schreeuwde. Ik voelde me een volkomen mislukte ouder.

Zo leer je je emoties begrijpen

Komt die snauw voort uit irritatie of is het vermoeidheid? Wat gaat er schuil achter dat knagende ge...

Lees verder

Om mezelf een paar handvatten te geven ging ik op Gordoncursus. Luisteren naar kinderen heette het bijbehorende boek. Maar ik ontdekte al snel dat het net zo goed was: luisteren naar jezelf. Want zo makkelijk was het nog niet, om echte ik-boodschappen te geven en mijn behoeften uit te spreken, in plaats van te zeggen wat ik van hém verlangde (‘“ik wil dat jij” is een jij-bak,’ zei de juf streng). Bovendien ontdekte ik dat ik nog wel wat te leren had in het accepteren van negatieve gevoelens. Niet alleen van hem, maar ook van mezelf.

In de cursusmap zat een slordig uitgeprinte miniposter met een stuk op vijftig smileys erop, die verschillende emoties uitdrukten – van ‘verward’ tot ‘gefrustreerd’ tot ‘bezorgd’. De bedoeling was om jou en je kind te helpen om gevoelens te herkennen en erover te praten, in plaats van ze op te potten tot het moment van ontploffing. Die poster heeft nog jaren tegen de keukendeur gehangen, hoe lelijk ik ’m ook vond. Niet omdat mijn zoon er veel aan had, maar omdat het mijzelf hielp om vaker adem te halen en mezelf voordat ik reageerde de vraag te stellen: wat voel ik eigenlijk?

Hoe voel je je nu? Als het aan Marc Brackett ligt, emotie-expert en hoogleraar in Yale, dan is dat misschien wel de vraag die er het allermeest toe doet. Tegelijk is het een van de vragen die we het minst stellen. Zonde, legt hij uit in dit nummer, want: ‘We zijn het meest kwetsbaar voor de impact van onze emoties als we er niet in slagen ze te detecteren.’ Irritatie die te weinig aandacht krijgt, bouwt op tot boosheid. En dat razende jongetje van mij voelde zich diep van binnen vooral onmachtig en verdrietig over de scheiding van zijn ouders – alleen kreeg hij door zijn razernij niet de troost die hij eigenlijk nodig had, maar een gevecht dat ons allebei afmatte.

Bracketts ‘Mood Meter’ op pagina 3 is eigenlijk een verfijnde uitwerking van de miniposter die ooit op mijn deur hing. Zie het als een uitnodiging om te ontdekken wat je voelt, welke behoeften daarachter schuilgaan en om welke acties dat vraagt. Uitscheuren en ophangen is een goed begin.