Ouders leggen het leven van een kind vast vanaf de geboorte tot de dag dat ze het huis verlaten. Met foto’s, video’s en babydagboeken proberen ze herinneringen aan hun oogappel te documenteren. Maar eigenlijk is er geen mooier beeld van de ontwikkeling van een kind te zien dan in de tekeningen die het maakt. ‘Het leuke is dat je die kunt bewaren en bespreken, iets dat met gedrag niet kan,’ zegt creatief therapeut Theresa Foks-Appelman. ‘Je kunt samen met je kind een half uur naar een tekening kijken, heel systematisch, en dan ga je steeds meer zien.’

Foks-Appelman bestudeert al jarenlang kindertekeningen en schreef het boek Kinderen geven tekens. ‘Er wordt veel onzin over kindertekeningen verteld,’ zegt ze. ‘Ik heb weleens ouders bij me gehad met een tekening vol woeste krassen van hun zoontje. De juf had gezegd dat die tekening op veel verborgen agressie duidde en die ouders maakten zich zorgen. Maar soms tekenen kinderen het tegenovergestelde van hoe ze zich op dat moment voelen, iets wat ze zouden willen zijn. Een kindertekening kun je nooit buiten de context beoordelen. Je moet het kind kennen en je dan afvragen: kan er een andere betekenis achter zitten?’

Veelzeggende details

In het ontdekken van de wereld maken kinderen enorme stappen door. Tekenen is een van de manieren om tot uitdrukking te brengen wat er in hun hoofd omgaat. En soms gaat daar wat mis. Om alarmerende signalen in tekeningen te kunnen herkennen, is het nodig te weten wat de functie en betekenis van een normale kindertekening zijn.

Een van de eerste grote onderzoeken naar kindertekeningen werd gedaan door de Amerikaanse psychologe Rhoda Kellogg. Ze verzamelde sinds 1928 meer dan een miljoen kindertekeningen die wereldwijd waren gemaakt, legde de artistieke ontwikkelingen vast en classificeerde de vormen die algemeen voorkwamen. Als eerste beschreef ze de ontwikkeling van basiskrabbels, eivormige structuren en de ontwikkeling van de menstekening.

Op de emotionele betekenis van het tekenen ging Kellogg nauwelijks in. Pas in de jaren vijftig en zestig werden kindertekeningen ruim ingezet om de emotionele staat van kinderen te bepalen. Onderzoekers die zich richtten op de symboliek van kindertekeningen kregen uiteindelijk forse kritiek omdat een wetenschappelijke basis daarvoor ontbrak. Tegenwoordig krijgt vooral de cognitieve ontwikkeling van kindertekeningen aandacht.

De meeste ouders zijn niet gewend om gedetailleerd naar de kunstwerkjes van hun kinderen te kijken. Maar wie eenmaal oog krijgt voor de details kan zo’n tekening ook beter duiden. Een kind dat een huis opeens in perspectief tekent, laat zien dat het de wereld om zich heen voortaan van verschillende kanten bekijkt.

Over de hele wereld maken alle kinderen dezelfde ontwikkeling door in hun tekenwerk. De leeftijd waarop veranderingen zich voltrekken, kan evenwel variëren. ‘De leeftijdsgrenzen zijn flexibel,’ zegt Foks-Appelman. ‘Het ene kind gaat lopen met 8 maanden, het andere met 18 maanden; dat geldt ook voor ontwikkelingen in tekenen.’ Pas als je als ouder heel duidelijk ziet dat een ontwikkeling niet klopt, is het terecht dat je je zorgen maakt. ‘Als een kind van 5 of 6 alleen maar krast – dat komt voor. Krassen mag, ook op die leeftijd, maar een kind moet dan toch ook in staat zijn een poppetje te tekenen.’

De krabbelperiode: 1+

De meeste kinderen beginnen met tekenen als ze rond de 18 maanden zijn. Met de eerste woordjes komen ook de eerste krabbels. Die lijken vaak niet meer dan wat willekeurige strepen op papier, maar er zit wel degelijk vorm in.

Na de eerste krabbels maakt een kind zijn eerste eivormige tekening. Vanaf een jaar of 2, 3 gaat het niet meer over de randen van het papier heen en zijn er een cirkelachtige vormen te ontdekken. 2- en 3-jarigen blijven oefenen met ronde lijnen tekenen en op een dag is hun motoriek zodanig ontwikkeld, dat ze met vaste hand een cirkel kunnen trekken.

Tekeningen met betekenis: 3+

Vanaf een jaar of 3 tekent een kind cirkels met strepen: er ontstaan zonnetjes. In het begin verschijnt zo’n zon nog op een willekeurige plek op het papier. Maar tegen het vierde levensjaar krijgt de zon vaak zijn eigen plek boven aan het vel. Voor het eerst gaan kinderen benoemen wat ze hebben gemaakt. Een krabbel krijgt opeens een naam: ‘Kijk, mam, dat ben jij.’

Kleur en kleurplaten: 4+

Kinderen van deze leeftijd willen zich graag aan regels houden. Ze weten hoe het hoort en hoe het moet, en dus kleuren ze het dak van een huis rood en een boom groen. Vanaf een jaar of 4 gebruiken ze het papier bewuster en zetten ze kleuren en vormen met aandacht neer.

Kleur wordt steeds belangrijker. Ze gaan zelf kleuren mengen met krijt of vingerverf. Ook kleurplaten zijn favoriet rond 3 à 4 jaar. ‘Sommige ouders denken dat inkleuren de fantasie van de kinderen niet genoeg prikkelt,’ zegt Foks-Appelman. ‘Toch heeft het inkleuren van een tekening een bijzondere betekenis, bijvoorbeeld op motorisch gebied. Een kind moet het potlood zodanig kunnen vasthouden en zodanig kleuren in een bepaalde richting, dat het binnen de lijnen blijft.’

Op intellectueel gebied moet het kind in staat zijn de figuren te herkennen, zegt ze. Dat geldt voor de voorstelling als geheel – waar gaat de tekening over? – en in detail: wat staat er allemaal op en welke kleuren horen daarbij?

De onzichtbare werkelijkheid: 7+

Vanaf een jaar of 7 zijn kinderen zich heel bewust van hun specifieke uiterlijk. Ze tekenen zichzelf en anderen meer naar de realiteit. Kregen tot deze leeftijd alle vrouwen nog lang haar en alle mannen een hoed (bij islamitische kinderen respectievelijk sluier en snor), vanaf nu worden personen naar de realiteit getekend.

Op deze leeftijd tekenen kinderen ook dingen die je normaal gesproken niet kunt zien, zoals stoelen in een huis die dwars door de muren zichtbaar zijn, of de inhoud van een koffer. ‘Kinderen tekenen nu wat ze weten,’ zegt Foks-Appelman. Volgens haar past dat in de fase van leergierigheid en de wens om de onzichtbare werkelijkheid te ontdekken. Een kind kan zich op deze leeftijd heel goed voorstellen dat iets wat het niet ziet, er toch is.

Kinderen beginnen nu te experimenteren met perspectieven. Ze tekenen de wereld van bovenaf en huizen ook van de zijkant. Dat hun tekeningen perspectivisch niet kloppen, vinden ze niet erg. Ze tekenen wat ze in hun hoofd hebben; niet wat ze zien.

Mensfiguren beginnen vanaf deze leeftijd ook te bewegen. Ze lopen, zwaaien of fietsen bijvoorbeeld en staan niet alleen maar statisch op het papier. Er verschijnen schietende cowboys en rennende indianen. Het hele vel wordt gebruikt om een verhaal in beeld te brengen, waarbij de verschillende gebeurtenissen over het papier worden verspreid.

De zichtbare werkelijkheid: 9+

Kinderen vanaf een jaar of 9 tekenen niet meer de werkelijkheid zoals ze die in hun hoofd hebben; in plaats daarvan willen ze de werkelijkheid zo goed mogelijk uitbeelden. Een belangrijke ontwikkeling in hun tekeningen is de ‘overlapping’. Voor het eerst kunnen ze figuren tekenen die voor een achtergrond staan en mensen die deels achter elkaar schuilgaan.

De tekenstijl verandert en neemt vaak af in originaliteit. Kinderen gaan de tekenstijl van hun vriendjes en vriendinnetjes overnemen. Ze worden steeds kritischer en verscheuren soms een tekening omdat die niet lijkt.

Puberteit: 12+

Als ze een jaar of 10, 12 zijn, worden kinderen zich echt bewust van hun artistieke tekortkomingen. De werkelijkheid zoals ze die in hun hoofd hebben, komt niet op papier zoals ze willen. Na de basisschool, waar ze vaak met plezier zaten te tekenen, krijgen ze technische tekenlessen op de middelbare school. ‘Juist omdat pubers meer kritiek op zichzelf hebben, kan het zijn dat het plezier in spontaan tekenen minder wordt,’ zegt Foks-Appelman.

Niet alleen de echte wereld, ook de getekende wereld wordt groter. Pubers tekenen vaak sciencefiction-, surrealistische of ideale werelden. Veel kinderen gaan over tot het natekenen van stripfiguren waarmee ze hun eigen wereld vaak relativerend of spottend in beeld brengen.

Wie goed kan tekenen, hoort niet alleen goedkeurende woorden van ouders maar krijgt ook lof van docenten en medeleerlingen. Kinderen met talent gaan er vaak mee verder. Wie geen of minder tekentalent heeft, zoekt naar andere expressiemogelijkheden, zoals dans, muziek of toneel.

Meer weten over de betekenis van kindertekeningen?

– Theresa Foks-Appelman, Kinderen geven tekens, Eburon, €19,90[/wpgpremiumcontent]