Misschien schrap je gezellige avondjes met vrienden als eerste uit je agenda in stressvolle perioden. Of vermijd je een praatje met de buurvrouw in het trappenhuis. Want ja, al dat geklets kost maar tijd. ‘Niet doen,’ zegt neuropsychiater en hoogleraar Theo Compernolle, auteur van onder andere Stress. Vriend en vijand. ‘Want juist sociale steun vergroot je veerkracht, waardoor je meer aankunt in stressvolle tijden. Zo kan een sterk sociaal vangnet zelfs helpen een burn-out te voorkomen.’

Training

Voorkom een burn-out

  • Vind balans tussen veerkracht en draaglast
  • Stel prioriteiten en leer 'nee' zeggen
  • Functioneer optimaal met een gezonde dosis stress
bekijk de training
Nu maar
€ 65,-

Dat komt doordat mensen van nature kuddedieren zijn, legt Compernolle uit. ‘Om goed te functioneren hebben we ook nu nog een “stam” nodig: een sociaal netwerk van familie, vrienden, buren en collega’s. Zo’n stam geeft een gevoel van verbondenheid: je weet dat je er niet alleen voor staat, dat er mensen voor je zijn als je ze nodig hebt.’
Connecties op social media tellen hierbij trouwens niet mee. Al zijn het er honderden, waarschuwt Compernolle: ‘Als je met een druk op een knop vrienden kunt worden en kunt ontvrienden, wat is dat dan waard? Het gaat om echte relaties, met mensen in wie je geïnvesteerd hebt en die in jou investeren.’

Emotioneel en praktisch

Dat kan de vaste vriendengroep zijn waarmee je naar de kroeg gaat of de hartsvriend(in) met wie je al twintig jaar je leven bespreekt. Maar net zo goed de handige buur die je gootsteen helpt ontstoppen, maar met wie je verder geen diepe band hebt. Volgens Theo Compernolle bestaan er namelijk twee typen sociale steun. ‘Aan de ene kant de emotionele: mensen die naar je luisteren in moeilijke perioden en die laten zien dat ze van je houden en in je geloven, zoals je beste vriend of partner.  Maar praktische steun is minstens even onmisbaar: wie helpt als het dak lekt of je kind ziek is? Als je voor dat soort situaties een goed vangnet hebt, kan dat veel stress schelen.’

Dat hoeven niet dezelfde mensen te zijn. Aan die kroegvriend heb je misschien weinig als je kind waterpokken krijgt tijdens een deadline, terwijl de buurvrouw dan meteen aanbiedt om op te passen.

Voor elkaar zorgen

Door de oefening op de vorige pagina te doen, krijg je een eerste indruk: is je sociale vangnet sterk genoeg of zou je wat meer steun kunnen gebruiken? Misschien heb je wel een gezellige vriendengroep, maar zit er een ‘gat’ bij de praktische steun. In dat geval kan het geen kwaad om de volgende keer toch even tijd te maken voor dat praatje met de buurvrouw, die misschien wel heel goed blijkt in gootstenen ontstoppen. Of om iemand rechtstreeks om hulp te vragen.

Psychiater Christiaan Vinkers over stress en burn-outs

Als we de media moeten geloven, loopt half Nederland met burn-outklachten. Maar volgens onderzoeker ...

Lees verder

Voelt dat wel heel berekenend, alsof je de ander gebruikt? Dat is onterecht, want niet alleen hulp krijgen, maar ook hulp geven vergroot je veerkracht. Zo bleek uit een Amerikaans onderzoek dat mensen die een stressvolle periode hadden doorgemaakt – met bijvoorbeeld een echtscheiding of financiële problemen – in de jaren daarna 30 procent meer kans hadden om te overlijden, tenzij ze veel tijd hadden besteed aan het helpen van anderen. Compernolle: ‘Sociale steun werkt vaak twee kanten op: wie investeert in anderen, krijgt daar meestal ook veel voor terug. Door voor elkaar te zorgen, maak je elkaar uiteindelijk stressbestendiger.

Hoogleraar Theo Compernolle is expert in stress en het brein.

Oefening: je netwerk in kaart

1 Denk terug aan de situaties die je de afgelopen week stress bezorgden en noteer de belangrijkste. Schrijf daarnaast de namen op van mensen bij wie je in die stresssituatie steun vond. Noteer achter elke naam hoe belangrijk die bron van steun in het algemeen voor je is: de belangrijkste bronnen geef je het cijfer 5, de minst belangrijke een 1. Geef in de laatste kolom aan of de steun vooral emotioneel of praktisch was.

2 Ga nu na waar nog gaten zitten. Is er een belangrijke stressfactor zonder een goede bron van steun? Heb je vooral praktische steun, maar weinig emotionele? Of is je bron van steun steeds dezelfde persoon?  Als je bijvoorbeeld alleen terecht kunt bij je partner, maakt dat heel kwetsbaar op het moment dat hij of zij (tijdelijk) wegvalt door een ruzie, ziekte of scheiding. Beschrijf eventuele gaten in je schema.

Bijvoorbeeld: ‘Als ik ruzie heb met mijn partner, kan ik daar eigenlijk met niemand over praten.’ ‘Als mijn kind onverwacht opgevangen moet worden, is mijn buurvrouw de enige bij wie ik terecht kan.’

3 Wie kun je nog meer vragen? Op welke mensen zou je een beroep kunnen doen in situaties waarbij je er nu alleen voor staat of weinig steun hebt?