‘Het belangrijkste wat je doet achter het raam is niet het binnenlokken van klanten, maar goed screenen wat er voorbijloopt,’ zegt ex-prostituee Mariska Majoor. Zelf is ze al tientallen jaren ‘uit het leven’, maar vanuit het Prostitutie Informatie Centrum op de Amsterdamse Wallen geeft ze voorlichting aan iedereen die meer wil weten over raamprostitutie. ‘Na verloop van tijd heb je aan één blik op een groep mensen genoeg om te zien wie er een klant is en wie niet. Of dat ook jouw klant is, dat is een tweede.’

Basistraining

Van angst naar lef

  • Leer je angsten overwinnen
  • Krijg tips om meer lef te ontwikkelen
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Hoe bepaal je of je ‘met iemand wilt werken’, zoals Majoor het noemt? ‘Als sekswerker boeit het niet of iemand aantrekkelijk is – als hij maar veilig is om mee te werken. Dronken types, ruwe kerels en lastpakken die zeuren over geld wil je niet binnen hebben. Je wordt goed in het inschatten of iemand je een beetje gentle zal behandelen, en hoe een man zal zijn op seksueel gebied. Ben je niet geïnteresseerd, dan kijk je langs hem heen of je wimpelt met je hand dat hij moet doorlopen. Als je er eentje hebt gespot die wel geschikt is voor jou, dan begint het spelletje. Pas dan maak je oogcontact en gooi je je eigen lichaamstaal in de strijd: knipogen, lachen, wenken om hem naar de deur te krijgen.’

In principe zijn raamwerkers eigen baas: ze bepalen zelf hun prijs, en kiezen zelf hun klanten. ‘Maar wie om vier uur ’s nachts de huur nog niet bij elkaar heeft, wordt natuurlijk minder kritisch.’ Bovendien werkt een deel van de prostituees op de Wallen onder dwang, al is onduidelijk hoeveel: de officiële schattingen lopen uiteen van 8 procent (volgens een anonieme enquête) tot liefst 90 procent (volgens hulpverleners). Volgens hetzelfde onderzoek in opdracht van de gemeente heeft een groot deel van de meiden een pooier die een deel van de opbrengst vangt.

En hoe zit het met het cliché van de onbegrepen man die alleen maar even binnenkomt voor een knuffel en een gesprekje? ‘Onbegrepen mannen: 99 procent. Maar mannen die verder niets hoeven: misschien een half procent,’ lacht Majoor. ‘Was het maar waar, zeg; dan zou ik zo het vak weer ingaan.’

Veel toeristen vandaag

‘Les één is: vooral niet kijken naar wie niet interessant is. Van groepen toeristen die voor je raam hangen heb je alleen maar last als je zit te werken. Daar moet je dus ook geen oogcontact mee zoeken, daar kijk je langs.’

Aandachttrekkers? Gewoon negeren

‘Stag party’s, daar heb je helemaal niks aan. Het cliché is dat zo’n vrijgezelle jongen nog even naar binnen geduwd wordt bij een meisje, maar dat gebeurt haast nooit. Ze gaan wel naar de Bananenbar, maar niet naar de meiden.’

Een goed uitzicht is het halve werk

‘Ik heb nooit in smalle steegjes willen werken; dan loopt het publiek veel te snel voorbij. Een brede straat of plein geeft je rustig de tijd om je klanten te beoordelen.’

Kijk eens, een wandelaar

‘Een klant of “wandelaar”, zoals ze zichzelf noemen, is te herkennen aan het kuierende loopje en de gefocuste blik op de dames achter het raam. Vaak hebben ze een vaste route en lopen ze een paar keer heen en weer. Ze isoleren zich van de rest van de omgeving; je ziet meteen dat ze niet bij een groepje horen.’

Die heb ik snel weer buiten

‘Wat oudere klanten zijn vaak makkelijker: minder macho en vlot tevreden. Raamprostitutie gaat om de snelle contacten, dus je wilt geen al te lastige of ruige types. Of iemand moet wel héél leuk zijn – dan heb je zelf ook een keertje lol.’

Ben ik veilig bij deze man?

‘Mannen met een arrogante of agressieve uitstraling, daar vermijd je ook contact mee. Soms zit dat in de gezichtsuitdrukking, soms in de lichaamshouding. Groot maken, hoge schouders, macho-loopje… Dat zou er bij mij niet inkomen.’

Bron: Bureau Beke, Kwetsbaar beroep. Een onderzoek naar de prostitutiebranche in Amsterdam, onderzoek in opdracht van de Directie openbare orde en veiligheid, gemeente Amsterdam, 2010