Exotisch en sensueel. Dat staat in zwarte letters geschreven op de tube douchegel die ik in mijn handen heb. Terwijl ik onder de warme waterstralen sta om wakker te worden, peins ik over de betekenis van die woorden. Als ik de plastic dop van de tube draai, ruik ik een frisse bloemengeur. Maar of dat exotisch is? Daarbij denk ik toch vooral aan wuivende palmen en zacht wit zand. En dat beeld staat in schril contrast met een koude badcel op een druilerige dinsdagochtend.

Basistraining

Begrijp je hoogsensitieve kind

  • Leer je hoogsensitieve kind begrijpen
  • Krijg tips die je helpen bij de opvoeding
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

En sensueel? Het witte schuim voelt lekker zacht aan, maar of dit het predicaat ‘sensueel’ verdient is lastig te beoordelen. Want wat is sensualiteit eigenlijk? Het roept de smaak op van een koel glas witte wijn op een zwoele zomeravond. Of die van fluweelzachte frambozen op je lippen. Het is Otis Redding met Sittin’ on the dock of the bay. En het gevoel van een ontspannende massage met warme olie, of een fijne vrijpartij…

Wat is sensueel?

Als je ‘sensualiteit’ intikt op Google krijg je tientallen pagina’s voorgeschoteld waarop cursussen tantraseks of striptease aan de man worden gebracht. Heeft sensualiteit dan voornamelijk met seks te maken? Niet per se, zeggen psychologen. Seksualiteit en sensualiteit zijn niet onlosmakelijk met

elkaar verbonden. Sensualiteit betekent volgens hen namelijk: genieten met je zintuigen. Het is plezier beleven aan alles wat je ruikt, voelt, hoort, proeft en ziet. Seks biedt daar natuurlijk een uitstekende gelegenheid voor – want wat is er fijner dan de aanraking of geur van je geliefde? Maar in principe kan iedere ervaring sensueel zijn.

Neem bijvoorbeeld de route die je naar je werk of naar de supermarkt wandelt. Je kunt natuurlijk met een iPod in de oren en de blik op oneindig doorstappen. Maar je kunt er ook een sensuele ervaring van maken. Je staat dan stil bij de warmte van de zonnestralen op je huid, je snuift de geur op van het pasgemaaide gras van de buren, je geniet van de aanraking van de zachte vacht van de poes die op de motorkap van een geparkeerde auto zit te spinnen.

Zonlicht in de bomen

Het beste van zo’n sensuele ervaring is dat het ons in het hier en nu brengt, meent de Amerikaanse psychologe en auteur Stella Resnick. Zij schreef een boek over geluk en wijdde daarin een hoofdstuk aan sensualiteit. ‘Als we uit het raam kijken en ons verbazen over het spel van het zonlicht in de bomen, genieten we van wat er dát moment gebeurt. De levendigheid van die ervaring haalt ons uit onze hoofden en brengt ons weer in contact met ons lichaam.’

Daarbij is een flinke dosis sensualiteit gezond. Het is niet voor niets dat de zaken die het belangrijkst zijn voor onze overleving – seks en eten – ons een hoop zintuiglijk genot kunnen opleveren. Door deze sensaties fijn te maken, zorgt de natuur ervoor dat we ons voortplanten en in leven houden. Onze zintuigen zijn er dus zeker niet alleen om ons te vertellen wanneer we een drukke weg kunnen oversteken, of om te bepalen of dat pak melk dat al een week in de koelkast staat bedorven is of niet.

Behalve seks en eten zijn ook andere fijne sensaties goed voor ons, laat wetenschappelijk onderzoek zien. Zo ontdekten onderzoekers dat patiënten die vóór, tijdens of na een chirurgische ingreep naar muziek luisteren, minder pijn en angst voelen. Bovendien hebben ze minder medicatie nodig en herstellen ze sneller.

Ook daalt onze bloeddruk sneller als we naar een aquarium met mooie vissen kijken dan wanneer we naar een witte muur staren. Verder zijn kantoormedewerkers die een maand lang tweemaal per week kort worden gemasseerd beter in het oplossen van wiskundige problemen dan degenen die niet van aanraking hebben genoten.

Lammetjes aaien

Hoewel sensualiteit en seksualiteit niet synoniem zijn, heeft ons seksleven er baat bij als we beter naar onze zintuigen luisteren. De Amerikaanse onderzoeker en klinisch psycholoog Louis Janda bundelde verschillende psychologische tests, waaronder een sensualiteittest.

Deze test bestaat uit stellingen als ‘Ik vind het een fijn gevoel als een kat me kopjes geeft’, ‘Ik hou van geurkaarsen’ en ‘Als ik naar een schilderij kijk, bestudeer ik het nauwkeurig’, en is ontwikkeld door Jerry Fulk, destijds een van Janda’s studenten. Volgens Fulk ontbrak een test die sensualiteit meet in de wetenschappelijke literatuur over seksualiteit.

Janda was in eerste instantie sceptisch toen zijn student de test samenstelde: wat heeft een voorliefde voor katten, geurkaarsen en schilderijen immers te maken met een goed seksleven? Maar al snel bleken zijn bezwaren ongegrond. Hij en Fulk ontdekten dat hoe hoger iemand op de sensualiteitschaal scoort, hoe vaker diegene seks heeft. Ook duurt een vrijpartij langer en geniet hij of zij meer van strelingen en aanraking.

Janda: ‘Voor mensen die niet erg sensueel zijn, is seks vooral een manier om seksuele energie te ontladen. Hun seksuele ontmoetingen zijn daarom relatief kort. Sensuele mensen zijn echter meer geïnteresseerd in het seksuele proces dan in het eindresultaat. Zij vinden aanraking net zo fijn als een orgasme en willen daarom dat hun vrijpartij zo lang mogelijk duurt.’

Wie op zoek is naar een sensuele partner doet er volgens Janda goed aan om een potentiële geliefde mee te nemen naar een restaurant, kinderboerderij, museum of concert. Kijk vervolgens of hij of zij de lammetjes aait, zijn ogen sluit tijdens een muziekstuk of zichtbaar geniet van een slok goede wijn. Janda: ‘Hun reacties kunnen veel zeggen over hoe ze zich gedragen tijdens meer intieme gelegenheden.’

Zintuigelijk genot

Er zijn dus genoeg redenen om van onze zintuigen te genieten. Jammer genoeg halen veel mensen hun dagelijkse dosis sensualiteit niet, meent psychologe Resnick. ‘We nemen niet meer de tijd om stil te staan bij hoe goed iets ruikt of voelt, waardoor we continu de mogelijkheden tot sensueel genot missen.’

Soms zijn daarvoor volgens Resnick goede redenen. Vooral in steden is veel sensorische informatie die we liever mijden. ‘Uitlaatgassen ruiken niet lekker, en de blik van angst en verdriet in de ogen van een dakloze zien we misschien liever niet.’ Maar, zegt Resnick: ‘Als we onze ogen sluiten voor pijn, sluiten we ze ook voor potentieel plezier.’

Als baby’s zijn we volgens Resnick ontzettend sensueel. We zijn gefascineerd door alles wat om ons heen gebeurt. ‘We houden van zoete smaken en nieuwe geuren. Terwijl we in slaap vallen aaien we onze teddybeer en zingen onze ouders een liedje voor ons.’ Al snel leren we volgens Resnick dat het niet gepast is om openlijk te genieten van sensuele ervaringen.

De psychologe meent dat sensualiteit snel wordt gezien als óf iets seksueels óf iets kinderlijks. Zeg nu zelf: misschien heb je wel heel veel zin om tijdens een diner de restjes ijs uit je schaaltje te likken. Net als dat kleine meisje dat aan het tafeltje naast je zit. Toch is de kans erg klein dat je dat zult doen.

Verschil in behoefte

Wil je meer sensualiteit in uw leven? Wacht dan even voordat je je huis vol geurkaarsen zet of jezelf en je partner opgeeft voor een massagecursus, zegt de Amerikaanse professor Winnie Dunn van University of Kansas Medical Center. Hoewel sommige psychologen sensualiteit zien als een vast concept – wie sensueel is, geniet bijvoorbeeld van aanraking en prikkelende geuren – heeft het volgens Dunn voor iedere persoon een andere invulling.

Iedereen kan van zijn zintuigen genieten. Maar wat voor de een een sensuele ervaring is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Dunn geeft als voorbeeld: ‘Stel dat ik je vraag om over een plezierige zintuiglijke ervaring te vertellen. Dan beschrijf je misschien een dag op het strand. Je vertelt hoe fijn je het vindt om met je blote voeten door het koele zand te lopen. Maar voor iemand anders is dat wellicht helemaal geen sensuele ervaring. Die vindt al dat zand tussen zijn tenen niet koel, maar plakkerig.’

Volgens Dunn hangt het dus van het individu af of iets sensueel of juist onplezierig is. ‘Ieder van ons heeft een andere hoeveelheid prikkels nodig om optimaal te functioneren. Mensen verschillen in hoe snel hun brein zintuiglijke informatie opmerkt. Iemand die veel prikkels nodig heeft, raakt misschien mensen aan terwijl hij tegen ze praat en voegt kruiden aan zijn eten toe. Iemand die minder behoefte heeft aan sensorische input, houdt juist afstand van zijn gesprekspartner en eet iedere week hetzelfde.’

Naast de hoeveelheid prikkels die we fijn vinden, verschillen we volgens Dunn ook in hoe we met die prikkels omgaan. Sommige mensen hebben een actieve strategie, zij zorgen er zelf voor dat ze meer of juist minder zintuiglijke input binnenkrijgen. Ze fluiten of zingen bijvoorbeeld om meer geluid te genereren, of ze mijden expres winkels waar de muziek hard staat.

Andere mensen hebben een meer passieve tactiek: ze laten prikkels eerst binnenkomen en reageren er dan pas op. Ze merken het bijvoorbeeld direct op als iemand het geluid van de stereo plotseling harder zet en ergeren zich daaraan. Een andere passieve reactie is het niet eens opmerken wanneer er iets in de hoeveelheid prikkels verandert.

Zoeken of vermijden?

Op basis van deze verschillen onderscheidt Dunn vier sensorische types. Het eerste type noemt Dunn zoekers. Zoekers hebben veel prikkels nodig en kunnen geen genoeg krijgen van zintuiglijke ervaringen. Ze gaan er dan ook actief naar op zoek. Ze willen méér: ze stoppen kruiden in hun eten, schilderen hun huis in felle kleuren en zetten graag muziek op. Ook omstanders kunnen veel prikkels verdragen. Zij zoeken die prikkels echter niet zelf op.

De reden? De meeste zintuiglijke informatie gaat langs hen heen. Ze zullen niet snel erg hebben in sensaties die anderen afleidend zouden vinden, zoals een prikkend kledinglabeltje of een televisie die hard aanstaat. Soms is dat handig; ze zijn niet snel afgeleid. Maar ze missen ook veel fijne sensaties.

Vermijders hebben juist weinig prikkels nodig en beperken actief de hoeveelheid zintuiglijke informatie die ze binnenkrijgen. Zo zullen ze niet snel een druk concert ­bezoeken of de muren van hun woonkamer oranje verven. Tot slot heb je voelers. Ook zij pikken zintuiglijke informatie snel op, maar ze gaan die niet actief uit de weg. Wel weten ze precies wat ze luid genoeg, zacht genoeg of helder genoeg vinden. Ze zijn erg kieskeurig wat hun zintuiglijke input betreft en zullen bijvoorbeeld commentaar leveren op het volume van de tv of de hoeveelheid parfum die iemand draagt.

‘Als je naar deze vier patronen kijkt, kun je je voorstellen dat wat sensueel is voor ieder type verschilt,’ laat Dunn desgevraagd weten. Of we een zoeker, vermijder, voeler of omstander zijn kan bovendien ook nog per zintuig verschillen. Zo zijn we misschien dol op aanraking en vlijen we ons het liefst dicht tegen onze partner aan (zoeker). Maar zullen we onze slaapkamer absoluut niet volzetten met geurkaarsen (vermijder). Of weten we precies welk gerecht we sensueel vinden (voeler), maar moet onze partner ons erop wijzen dat hij of zij een zwoel nummer heeft opgezet (omstander).

Op de vraag of mijn douchegel het label ‘sensueel’ verdient of niet, moet ik je dus het antwoord schuldig blijven. Voor een geurzoeker als ik zeker wel, maar je zult het toch echt zélf moeten uitproberen.

Meer lezen?

  • The pleasure zone; Why we resist good feelings & how to let go and be happy, Stella Resnick, Conari Press, € 17,99
  • Living sensationally; Understanding your senses, Winnie Dunn, Jessica Kingsley Publishers, € 22,99[/wpgpremiumcontent]