Wat vinden we mooi?

Waarom zien angstige mensen liever een portret dan een abstract schilderij? Wat is het geheim van Mondriaans lijnenspel, en waarin schuilt de kracht van een Picasso? De psychologische wetten van de schoonheid.

Al vijftien jaar hangt dit schilderij van August Macke in mijn slaapkamer. Correcter: de poster van dit schilderij van deze Duitse expressionist. Türkisches Café II heet het en het is al drie keer meeverhuisd naar een andere woning, maar steeds kwam het weer aan het voeteneind van mijn bed te hangen. Ik kijk er graag naar voor ik in slaap val. Vooral ’s winters, als het buiten grauw is.

Macke maakte het werk in 1914 in Tunesië en je ziet dat hij genoot van de lichtval en de kleurenpracht in dat land, van de zinderende hitte en de loomheid. De muur van zijn Turkse koffiehuis is hemelsblauw, achter de deuropening gloeit een intens oranje vlak op en onder de bladerrijke boom voor het huis zit, in een houding die diepe rust suggereert, een figuurtje in felgroene djellaba met een rode fez op zijn hoofd.

Tenminste, ik denk dat het felgroene figuurtje onder de boom zit. Helemaal zeker weet ik dat niet, want Macke doet vreemde dingen met het perspectief. Het mannetje lijkt namelijk tegelijkertijd als een Egyptisch reliëf tegen de cafémuur geplakt te zitten, en het tafeltje voor hem lijkt op twee pootjes boven de drempel van het

koffiehuis te balanceren. De stoel ernaast oogt ook al vreemd, driedimensionaal en platgeslagen tegelijkertijd.

Dat irriteert me soms, als ik half slapend naar het schilderij lig te kijken. Alsof Macke me een puzzel voorhoudt: waar zat de schilder, waar zijn model? Maar het is een aangename irritatie, zoals een Thaise curry aangenaam kan irriteren – en dus mag Macke steeds weer mee naar nieuwe slaapkamers.

Schoonheidswetten

Is ‘mijn’ Macke mooi? Ik vind van wel, maar smaak is natuurlijk subjectief en niet iedereen houdt van expressionistische kleurexplosies.

Toch valt er wel een aantal objectieve redenen aan te wijzen waarom het naar dit schilderij fijn kijken is, als ik Vilayanur Ramachandran mag geloven. Deze Amerikaanse hersenonderzoeker, directeur van het Center for Brain and Cognition in San Diego, stelt dat onze zin voor esthetiek een neurologische basis heeft. Het afgelopen decennium formuleerde hij rond dat uitgangspunt een aantal ‘universele kunstwetten’. Hij begon in 1999 met zeven wetten; inmiddels heeft hij er in totaal tien vastgesteld. Volgens Ramachandran werden en worden deze wetten overal ter wereld door kunstenaars toegepast om ons brein aangenaam te prikkelen. Dat zouden ze onbewust doen, niet omdat ze geleerd hebben dat ze met een bepaald trucje bij de kijker een bepaald effect kunnen oproepen, maar omdat de betreffende mechanismen diep in de biologie van het menselijk brein ingebakken zitten.

Neem Ramachandrans ‘wet van de groepsformatie’. Onze hersenen leggen graag verbanden tussen losse elementen. Schuif willekeurige voorbijgangers een plaatje van twaalf vrijstaande kegels onder ogen (zie het kader hieronder) en ze zien er meteen een morgenster in – de gepinde bol waarmee middeleeuwers elkaar de hersenen insloegen.

Dat gegeven is op zich niet nieuw: de vroeg-twintigste-eeuwse Gestaltpsychologie, die zich sterk bezighield met onze visuele waarneming, stelde het al vast. Maar Ramachandran gaat verder, zegt Paul Hekkert, hoogleraar vormtheorie aan de Technische Universiteit Delft. ‘Hij vraagt zich ook af waaróm ons brein dergelijke informatie zo gretig groepeert. Zijn antwoord luidt: Omdat het onze overlevingskansen vergroot. Het was voor jagers en verzamelaars heel belangrijk om snel objecten te herkennen. Ik voel me wel aangetrokken tot die evolutionair-psychologische verklaring. Een brein dat heel snel en economisch patronen herkent in de chaos, heeft een voorsprong.’

Patroonherkenning

Die voorsprong is in het voorbeeld van de morgenster natuurlijk meteen duidelijk. De middeleeuwse marskramer die als eerste zag dat het geval dat daar uit de bosjes stak een dodelijk wapen was, had de grootste kans een aanval door struikrovers te overleven. Maar de wet van de groepsformatie zou er dus ook voor zorgen dat je zelfs in je bed nog op patroonherkenning ingesteld bent. Van tussen de kussens houd ik ’s avonds als het ware mijn over­levingsvaardigheden op peil door mijn Macke visueel af te tasten op samenhangende elementen: hier een groen ovaal, daar een groen ovaal, dat duidt op een bladerdak; twee schuin omhoog stekende rode strepen met een horizontale rode streep erboven, dat maakt een tafeltje.

En bij elke ontdekking slaakt mijn brein een juichkreetje. Want, zo vervolgt Ramachandran: onze visuele breingebieden zijn verbonden met onze emotionele centra, en dat is niet voor niets. Juist omdat gevoeligheid voor omgevingsinformatie voor ons van levensbelang is, geeft het ontdekken van groepsformaties ons zo’n prettig gevoel – oftewel: een esthetische ervaring.

Hoe verheven onze hang naar kunst ook mag lijken, volgens Ramachandran is het in wezen dus van dezelfde orde als onze eetlust of paardrift. ‘Ons gevoel voor esthetiek is in feite iets heel primitiefs,’ zegt ook Paul Hekkert. Ons visuele brein maakt geen verschil tussen de vaststelling dat die gele vlekken in het struikgewas samen een leeuw vormen en de vaststelling dat de fez van het mannetje voor Mackes café net zo rood is als het tafeltje naast hem. Het zit nou eenmaal in onze biologie ingebakken dat we voortdurend zulke verbanden leggen. Vandaar ook, stelt Ramachandran, dat we zo graag een sjaal dragen waarin nét dat blauw zit dat ook al in onze broek voorkomt. Het levert een kloppend totaalplaatje op en dat kietelt ons brein.

Aha!-gevoelens

Zo rolt Ramachandran door naar zijn ‘wet van de visuele kiekeboe’. De mens puzzelt graag, stelt hij, omdat de bedrading tussen onze visuele en emotionele centra maakt dat alleen het zoeken naar een oplossing al voldoening geeft. Elk klein stapje richting antwoord levert reeds ‘aha!’-gevoelens op. Waarmee in het geval van Türkisches Café II is verklaard waarom ik mijn blik zo vaak langs de zigzagvorm rechts op het werk laat glijden: het zijn welbeschouwd maar een paar groene penseelstreken, er is geen lichaamsdeel herkenbaar, maar in combinatie met de felrode vlek op de plek waar een hoofd doorgaans zit, realiseer ik me steeds weer blij: zittend mannetje met fez ontdekt!

En ook de uitbundige kleuren van mijn slaapkamerstuk passen in de evolutionair-psychologische kunsttheorie. Hemelsblauw naast gloeiend oranje, felrood boven felgroen – Macke schuwde de kleurcontrasten niet. Het visuele systeem houdt van zulke tegenstellingen, stelt Ramachandran. Zowel de cellen in het netvlies als in de visuele cortex reageren namelijk hoofdzakelijk op veranderingen in helderheid en op kleurovergangen, en dat is omdat belangrijke informatie eerder te vinden is bij dergelijke overgangen dan in homogene vlakken.

Ronde borsten

De allerbelangrijkste ‘wet van Ramachandran’ is echter die van de peak shift ofwel piekverschuiving. ‘Alle kunst is karikatuur,’ zo vat de neurowetenschapper deze wet samen, en die uitspraak baseert hij op dieronderzoek waarin het peak shift-effect als eerste werd vastgesteld.

Als we bijvoorbeeld een rat leren onderscheid te maken tussen vormen die op zich weinig van elkaar verschillen, dan zullen ze de verschillen díé er zijn uitvergroten. Een laboratoriumrat die heeft ontdekt dat er bij het vierkant nooit voedsel ligt maar bij de rechthoek wel, zal daarna niet alleen een voorkeur hebben voor rechthoeken, maar ook nog eens voor het minst vierkante exemplaar dat hij kan vinden; ‘hoe rechthoekiger, hoe beter’, lijkt zijn redenering.

In de vrije natuur valt dit effect ook vast te stellen. Zo weet een meeuwenjong direct uit het ei al dat het voor eten bij de snavel van de moeder moet wezen. Die spuwt voedsel in het bekje van haar jong zodra dat jong op de punt van haar snavel pikt. Maar, ontdekte etholoog Niko Tinbergen halverwege vorige eeuw: houd een kleine meeuw iets voor wat lijkt op de gele snavel met de rode punt van de moedermeeuw en het pikt daar ook op. Een lange gele stok met een rode verfstip voldoet al. Maar het állerliefst – liever nog dan op een echte moederbek – tikken meeuwenjongen op een lange gele stok met drie rode stippen.

Bizar gedrag? Nee, zei Ramachandran in 2003 in een lezing voor de bbc-radio; immers, ‘het doel van het gezichtsvermogen is om zo min mogelijk werk te verrichten voor de klus waarmee je bezig bent – in dit geval het herkennen van je moeder. En door miljoenen jaren van evolutie heeft het meeuwen­kuiken de wijsheid verworven dat de enige keer dat het een lang geel ding met een rode vlek zal zien, is wanneer er een moeder aan vastzit.’ Kortom, het meeuwenjong is geboren met een breincircuit dat, heel efficiënt, een esthetische voorkeur heeft voor lange gele dingen met rode stippen erop. En één stip is dan mooi, maar drie nog beter. Zo’n stok met drie stippen noemt Ramachandran een ‘superstimulus’.

Ook het zoogdier mens, stelt de neurowetenschapper, is uiterst ontvankelijk voor superstimuli. Ook ons brein verkiest onbewust karikaturen boven het origineel. Neem de manier waarop de Indiase godin Parvathi eeuwen geleden werd uitgebeeld (zie de foto op de pagina hiernaast). Haar borsten zijn ronder dan die van Lara Croft, haar taille is smaller dan die van Scarlett O’Hara: een karikatuur van de vrouwelijke vorm.

Of – andere illustratie – de vrouwelijke naakten van barokschilder François Boucher. Zo rozig als in zijn werken zul je geen echte vrouw vinden. Maar de schilder wílde ook helemaal geen realistische vrouwenfiguur neerzetten, hij wilde ons bewust of onbewust een superstimulus voorschotelen! En gezien het feit dat de vrouwenhuid gemiddeld dunner en gladder is dan de mannenhuid, leidt ‘piekverschuiving’ al snel tot een klapkauwgomkleur. Boucher was niet de enige die vrouwen zo afbeeldde, ook bij andere schilders ogen vrouwen steevast rozer dan mannen. Zodat het geen kijker kan ontgaan: Dit Is Een Vrouw.

Meeuwenmusea

Kortom, kunst is volgens de evolutionaire psychologie niet bedoeld om de buitenwereld op realistische wijze onze binnenwereld in te halen. Kunst is een uitvergroting van aspecten van die buitenwereld, bedoeld om ons visuele systeem nog een graadje ­intenser te prikkelen dan de realiteit al doet. Die prikkeling beschouwen we als aangenaam, en we betitelen haar als ‘esthetische ervaring’.

Toch blijf ik met een vraag zitten. Hoe verklaren de ‘kunstwetten’ van Vilayanur Ramachandran het feit dat de mensheid in de afgelopen eeuw van semi-realistische kunst is overgestapt op half- tot volledig abstracte kunst? Waarom zouden we bijvoorbeeld graag kijken naar een vrouw met twee neuzen en ogen achter op haar hoofd?

Op die vraag heeft Ramachandran nog geen bevredigend antwoord gevonden, zoals hij in zijn bbc-lezing zelf ook toegeeft. Maar hij speculeert dat de oplossing schuilt in een hyperactivering van bepaalde neurale circuits.

Picasso’s veelneuzige vrouwenportretten zouden onze gezichtsherkenningsneuronen bijvoorbeeld net zo’n superstoot geven als de drie­stippige stokken de snavelherkenningsneuronen van een meeuwenjong. En daarom zouden wij net zo dol zijn op Picasso als meeuwenjongen op driestippige stokken. Als meeuwen musea hadden, zegt Ramachandran, dan hingen die beslist vol met zulke stokken. Niet dat ze zelf ook maar bij benadering zouden begrijpen waaróm, maar ze zouden ze aanbidden, die stokken.

Nadenken

‘Tsja,’ zegt Paul Hekkert, ‘híér zit Ramachandran er voor mijn gevoel toch naast. Zo’n kubistische Picasso roept volgens mij niet zozeer esthetisch plezier bij ons op als wel interesse.’ En dat zijn twee heel verschillende dingen, stelt de hoogleraar vormtheorie. ‘Interesse is een emotie. Esthetisch plezier is dat niet. Dat is slechts een bijproduct van de functie van onze zintuigen, een primitieve respons – al kan die natuurlijk wel een emotie tot gevolg hebben. Maar sinds de achttiende eeuw verwachten we van kunst meer dan alleen een aangename prikkeling. We willen ook geráákt worden. Kunst moet ons intrigeren.’ Dat is volgens Hekkert primair wat Picasso doet met zijn kubistische vrouwenportretten. ‘Picasso zet mensen aan tot nadenken over hun waarneming.’

En dat kan volgens Hekkert ook verklaren waarom ‘mijn’ Macke na vijftien jaar nog altijd in mijn slaapkamer hangt. Als het alleen aangenaam om te zien – lees: esthetisch – was, had ik het waarschijnlijk al lang vervangen door een ander affiche. Maar Macke raakt me ook emotioneel, doordat hij me steeds weer aan het denken zet over hoe je diepte schildert, hoe je standpunten weergeeft. ‘Dat verstoort misschien je esthetische plezier,’ zegt Hekkert, ‘maar het intrigeert je wél. En dat is ook iets wat we in kunst zoeken.’n

De tien universele kunstwetten

Aan alles wat het zoogdier mens in de afgelopen millennia aan kunst voortbracht, liggen volgens de Amerikaanse hersenonderzoeker Vilayanur Ramachandran de volgende tien basisprincipes ten grondslag:

1. Piekverschuiving. Kunst is karikatuur; ze probeert de werkelijkheid niet na te bootsen, maar vergroot kenmerkende details uit. Zo krijgt de kijker een visuele ‘superstimulans’.

2. Groepsformatie. ?Ons brein is altijd ?op zoek naar ?visuele verbanden.

3. Contrast. De cellen in ons netvlies en de visuele schors reageren voornamelijk op licht-donkerverschillen en kleurovergangen. Homogene kleurvlakken worden snel saai gevonden.

4. Isolatie. Ons visuele systeem kan geen oneindige hoeveelheid prikkels tegelijk verwerken. Daarom leiden kunstenaars onze aandacht door bijvoorbeeld alleen contouren weer te geven, en onbelangrijke details weg te laten.

5. Puzzelen. Ons brein houdt ervan ambigue taferelen te ontleden en knapt af op al te expliciete afbeeldingen.

6. Symmetrie. De meeste voor de mens belangrijke objecten (roofdieren, prooidieren, potentiële partners) zijn symmetrisch. Daarom trekken symmetrische dingen onmiddellijk onze aandacht.

7. Algemeen gezichtspunt. Ons brein houdt niet van ‘verdachte toevallen’. Een foto waarop de geportretteerde een schoorsteen op haar hoofd lijkt te hebben, wordt als lelijk ervaren omdat hij onwaarschijnlijk is; hij kan namelijk maar uit één bepaald standpunt gemaakt zijn.

8. Herhaling, ritme en 9. Balans. Ons brein houdt van ‘kloppende plaatjes’ en stelt dus prijs op een zekere orde en regelmaat.

10. Metafoor. De beste kunstwerken zijn mede zo prettig om naar te kijken omdat ze ook een symbolische betekenis hebben: een schedel staat bijvoorbeeld voor vergankelijkheid. Zo wordt in één beeld een heel complex van betekenissen neergezet, waardoor ons brein zijn schaarse neuronen economischer kan inzetten.

Wat is de echte Mondriaan?

Meer dan 70 procent van de kijkers kan op zijn gevoel aanwijzen welke van de schilderijen hierboven een echte Mondriaan is en welke een pseudo-Mondriaan. En u? Probeer het voor u verder leest.

Ze zien er misschien simpel uit, de schilderijen van Mondriaan, maar de maker kon weken, zo niet maanden over een doek doen. Hij veranderde ook regelmatig nog wat aan reeds voltooide schilderijen. Volgens een tijdgenote gaf dat wel aan hoe geweldig gevoelig hij was voor de proportiewetten.

Eind vorige eeuw maakte de Britse psycholoog Chris McManus met behulp van een computerprogramma steeds twee afleidingen van 25 echte Mondriaans: een licht gemanipuleerde versie en een meer afwijkende. Vervolgens kreeg een groep proefpersonen steeds twee werken tegelijk te zien: ofwel een origineel plus een van beide pseudoversies ervan, ofwel de twee afwijkende versies. ‘Wat is de echte?’, luidde de vraag. Meer dan de helft van de deelnemers bleek daarop het juiste antwoord te geven. Vooral het verschil tussen een echte en een onechte Mondriaan werd aardig aangevoeld. Waarmee lijkt aangetoond dat Mondriaan zeker niet ‘zomaar wat deed’.

De scores verschilden wel behoorlijk per schilderij. Van bovenstaande Compositie met rood en zwart wist 71 procent van de kijkers wat de echte was (de linker). Gemiddeld was echter maar 54,1 procent van de antwoorden goed – nog steeds boven kansniveau, maar een stuk minder indrukwekkend.

De Australische kunstenaar en filosoof Alan Lee deed in 2001 aan Flinders University een vergelijkbaar onderzoek. Zijn namaak-Mondriaans waren niet afgeleid van echte schilderijen, maar gegenereerd door een computerprogramma dat lukraak zwarte lijnen en kleurvlakken over een witte rechthoek verdeelde. Lee had verwacht dat vooral kunstenaars en kunstkenners echt en namaak makkelijk van elkaar konden onderscheiden. Tot zijn verbazing scoorden zijn proefpersonen echter niet beter dan kansniveau.

Lee trok uit deze onverwachte uitkomst de conclusie dat Mondriaan helemaal geen hoogontwikkeld gevoel had voor ‘de juiste verhoudingen’, maar dat we dat alleen maar dénken omdat Mondriaan daar met zijn theoretische geschriften en gewetensvolle manier van werken aanleiding toe gaf. ‘Het probleem waar Mondriaan mee worstelde bij het componeren van zijn schilderijen was niet te wijten aan de intensiteit of complexiteit van het werk,’ oordeelde Lee keihard. ‘Het had simpelweg te maken met het feit dat er geen esthetisch verschil was tussen de verschillende mogelijkheden waaruit hij kon kiezen.’ Oftewel: Mondriaan dééd maar wat.

De Mondriaan-test van Alan Lee is te vinden op www.sfgate.com (zoekopdracht “mondrian test” – ‘search Full Archive’).

Doodsangst maakt conservatief

Abstracte kunst – je houdt ervan of niet. Puur een kwestie van smaak. Toch?

Volgens de Amerikaanse sociaal-psycholoog Mark Landau ligt het subtieler. In een in juni 2006 gepubliceerd onderzoek liet hij een groep studenten een aantal abstracte schilderijen zien en vroeg ze aan te geven hoe aantrekkelijk ze die vonden. Een deel van de studenten had eerst moeten opschrijven welke gevoelens ze hadden bij de naderende examens; de andere proefpersonen was gevraagd op te schrijven hoe ze zich voelden als ze aan hun eigen dood dachten en wat ze verwachtten dat er na hun dood met hun lichaam zou gebeuren.

Wat bleek? De groep die op laatstgenoemde manier was ‘voorbewerkt’, reageerde veel negatiever op de abstracte werken dan de eerste groep. Het besef van onze sterfelijkheid wakkert volgens Landau onze behoefte aan zingeving en houvast onbewust zó aan, dat kunst die niet direct te plaatsen valt ons tegen de borst stuit.

In een vervolgonderzoek zag Landau deze uitleg bevestigd: werden abstracte kunstwerken zonder hun titel vertoond, dan was de afkeer van de ‘doodsbange’ kijkers groter dan wanneer ze de titel van het werk te horen kregen.

Meer lezen

– Robert Solso, The psychology of art and the evolution of the conscious brain, MIT Press, € 34,75

– Lamberto Maffei en Adriana Fiorentini, Beeldende kunst en onze hersenen, Veen, 1999, niet meer verkrijgbaar

auteur

Anne Pek

Gezondheid is zoveel meer dan niet ziek zijn. Het is ook lekker in je vel zitten, zin hebben in dingen, ermee kunnen omgaan als het even tegenzit. Als wetenschapsjournalist volg ik gretig het onderzoek naar alles wat ons geestelijke en fysieke welzijn beïnvloedt, en al sinds 2005 schrijf ik voor Psychologie Magazine over gezondheid in die brede zin.

» profiel van Anne Pek

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

In 6 stappen naar een beter lichaamsbeeld

Mensen met een negatief lichaamsbeeld hangen vaak onrealistisch veel op aan hun uiterlijk. Ze denken...
Lees verder
Artikel

In 6 stappen naar een beter lichaamsbeeld

Mensen met een negatief lichaamsbeeld hangen vaak onrealistisch veel op aan hun uiterlijk. Ze denken...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Recensie

Motivatie van Dan Ariely – 3 redenen om dit boek te le...

3 redenen om dit boek te lezen.
Lees verder
Recensie

Motivatie van Dan Ariely – 3 redenen om dit boek te le...

3 redenen om dit boek te lezen.
Lees verder
Artikel

Hulp voor hoge hakken

Waarom zien angstige mensen liever een portret dan een abstract schilderij? Wat is het geheim van Mo...
Lees verder
Artikel

Schoonheid komt van binnen

Waarom zien angstige mensen liever een portret dan een abstract schilderij? Wat is het geheim van Mo...
Lees verder
Kort

Zwarte babyface scoort

Waarom zien angstige mensen liever een portret dan een abstract schilderij? Wat is het geheim van Mo...
Lees verder
Artikel

Frédérique van der wal

Ze was zeventien toen ze kort na elkaar haar beide ouders verloor. Toch wist Frédérique van der W...
Lees verder
Column

Een nieuw lichaam

Waarom zien angstige mensen liever een portret dan een abstract schilderij? Wat is het geheim van Mo...
Lees verder
Artikel

Maakt liefde blind?

Vrouwen zijn zwak, schoonheid werkt in je voordeel en met de seks is het na je vijftigste wel afgelo...
Lees verder