Tot het moment dat de tumor in zijn hersenen zich openbaarde, kende iedereen Elliot als een slimme, aardige man die verstandige beslissingen nam. Elliot moet een jaar of 35 geweest zijn toen de hoofdpijn begon. Zijn werkprestaties gingen achteruit, en toen zijn arts ontdekte dat het gezwel in Elliots hoofd zo groot als een kleine sinaasappel was, werd hij onmiddellijk geopereerd. Het stuk hersenen boven zijn oogkassen, waar de tumor zich bevond, werd verwijderd.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Na de operatie was Elliot Elliot niet meer. Hij was opeens onbetrouwbaar en gedroeg zich onverantwoordelijk. Hij kon zijn tijd niet meer goed indelen en liet zich af en toe volledig in beslag nemen door details. Het lukte hem niet meer om nog langer goede beslissingen te nemen. Zijn huwelijk ging kapot, hij trouwde opnieuw, en al snel liep zijn tweede huwelijk ook op de klippen. Elliot verloor zijn baan en joeg al zijn geld erdoorheen.

De neuroloog die Elliot onderzocht, constateerde dat Elliot nog even intelligent, vriendelijk en welbespraakt was als voorheen, maar dat met het wegsnijden van dat ene stuk hersenen iets essentieels was verdwenen: Elliot was zijn wijsheid kwijtgeraakt.

Voor wie op zoek is naar de wortels van wijsheid, is het geval Elliot zeer interessant. Want stel nu eens dat onze wijsheid zich bevindt in dat ene plekje boven onze oogkassen? ‘Nou, dat zou wat al te simpel zijn’, relativeert Warren Brown. Brown, neuropsycholoog te Californië, bestudeert al enige tijd het begrip wijsheid: wat het is, hoe het ontstaat en hoe je kunt leren om wijs te worden. Door precies na te gaan welke hersenfuncties bij welke hersenaandoeningen verstoord raken, hoopt hij meer aan de weet te komen over de hersenprocessen die nodig zijn voor wijsheid. ‘Wat we inmiddels wel weten, is dat mensen als Elliot een emotionele schakel missen die noodzakelijk is om in de praktijk van alle dag goede belissingen te kunnen nemen. Als je wijze mensen vraagt om in een praktijksituatie een besluit te nemen, vertonen ze vlak voor hun besluit een verhoogde huidrespons, wat duidt op een onbewuste emotionele reactie. Met behulp van die reactie zetten ze vervolgens hun denkapparaat in de goede richting. Mensen als Elliot hebben die emotionele respons niet, en daardoor lopen ze in zeven sloten tegelijk, ondanks hun goede intelligentie.’

Het Salomons oordeel

De onbewuste emotionele reactie die Elliot zo miste, zal vast niet het enige zijn wat leidt tot wijsheid. Wat is er dan nog meer nodig? Sinds Plato en Aristoteles hebben filosofen daar boeken over volgeschreven. Vandaag de dag staan er ook steeds meer psychologen op die zich met wijsheid bezighouden, zoals de bekende neuroog Robert Sternberg (zie kader). Het meest in het oog springende psychologische onderzoek naar wijsheid komt momenteel uit Duitsland. Daar, bij het Max-Planck-Institut in Berlijn, verdiepen Ursula Staudinger en Paul Baltes zich al enkele jaren in de verschillende aspecten van wijsheid. Zij definiëren wijsheid als ‘expert knowledge in the fundamental pragmatics of life’. Dat klinkt tamelijk abstract, maar ze bedoelen ermee dat een wijs persoon zeer veel weet over hoe hij in allerlei situaties in het leven het best kan handelen. De proefpersonen aan wie Baltes en Staudinger vroegen wat wijsheid is, bleken het daar roerend mee eens te zijn. Volgens hen grossieren wijze mensen in allerlei mooie eigenschappen: ze kunnen goed luisteren, evalueren en advies geven, hebben goede intenties voor zichzelf en anderen, reageren niet impulsief, maar met een goede balans tussen verstand en gevoel, houden rekening met de voorgeschiedenis en de consequenties van een probleem, en zijn in staat om problemen in hun context te plaatsen.

Baltes en Staudinger onderzochten niet alleen wat mensen verstaan onder wijsheid, maar gingen ook op zoek naar ‘wijs gedrag’. Daartoe ontwikkelden ze een model waarin ze veronderstellen dat wijsheid bestaat uit de volgende vijf componenten: grote feitenkennis, grote kennis over hoe het er in het leven aan toegaat, een scherp bewustzijn van de context waarin je verkeert, het bewustzijn van en het omgaan met onzekerheid, en het kunnen relativeren. In het Duitse model wordt wijsheid bepaald door persoonlijke eigenschappen (zoals cognitieve vaardigheden, creativiteit en evenwichtigheid), ervaring (met betrekking tot sociale processen en levensproblemen) en beroep (scholing, praktijk- en leiderschapservaring).

Iemand die drieduizend jaar geleden al het belang van dit model liet zien, is de joodse koning Salomon, beroemd geworden om zijn wijsheid die ‘zo groot als het zandige strand aan de zee’ zou zijn. Zijn oordeel over de zaak waarin twee vrouwen vochten om een baby, was slim en creatief: ‘Hakt het levende kind in tweeën, en geeft ieder de helft!’ Deze uitspraak is gebaseerd op inzicht in sociale situaties, was waarschijnlijk nooit in zijn hoofd opgekomen als hij geen ervaring als rechter en leider had gehad, en leidde tot de informatie waar het Salomon om ging: de waarheid over wie de echte moeder van het jongetje was. Alleen zij had het er voor over afstand te doen van haar zoontje als hij in ruil daarvoor mocht blijven leven.

In de wijsheidsexperimenten die ze de afgelopen jaren uitvoerden, hebben Baltes en Staudinger ook naar verschillen gezocht tussen wijze en niet wijze mensen. De proefpersonen kregen zogenaamde ‘levensproblemen’ voorgelegd (zie pagina 56), met de vraag hoe ze zouden reageren in die situaties. De antwoorden werden aan de hand van de vijf wijsheidscomponenten door een team van onafhankelijke beoordelaars gescoord op hun wijsheidsgehalte. Opmerkelijk genoeg bleken de meeste proefpersonen niet te beschikken over al te grote wijsheid; de onderzoekers wijten dit aan het feit dat ware wijsheid nu eenmaal een unicum is. Net zo opmerkelijk was dat oude mensen even wijs uit de bus kwamen als jonge mensen. Ten dele komt dit doordat de meeste wijsheid ontstaat tussen het 15de en 25ste levensjaar. Daarnaast is het zo dat voor het ontwikkelen van wijsheid allerlei condities aanwezig moeten zijn, waarvan langer leven er slechts één is. Echter, indien aan alle eisen is voldaan, dan blijken oudere mensen wél vaker de wijzeren te zijn. Dit heeft de wijsheidsonderzoekers tot de voorspelling gebracht dat de (nog onbekende) ‘wereldrecordhouder wijsheid’ iemand van ongeveer 65 jaar moet zijn en niet veel ouder, omdat daarna de hardware van de hersenen hard achteruit holt.

Twee weten meer dan één

Baltes en Staudinger ontdekten dat niet zozeer de leeftijd, maar veeleer andere aspecten invloed hebben op wijsheid. Zo blijken wijze mensen creatiever te zijn, beter te kunnen omgaan met onzekerheid, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en minder neurotisch en extravert te zijn dan niet wijze mensen. Ook behalen mensen die hun problemen met anderen bespreken een hogere wijsheidsscore dan individuen, conform het gezegde ‘Twee weten meer dan één.’

Wijsheid hangt dus vooral samen met je persoonlijkheid en de hoeveelheid inzicht en ervaring die je hebt met betrekking tot complexe levenssituaties. Hoe interessant ook, resultaten als die van Baltes en Staudinger lichten jammer genoeg slechts een tipje van de sluier op. Dat viel te verwachten, want ‘de juiste, hoogste, op inzicht en levenservaring berustende kennis en het handelen daarnaar’, zoals de Van Dale wijsheid omschrijft, ziet er in iedere situatie weer anders uit. Wijsheid laat zich nu eenmaal moeilijk specificeren. Het is moeilijk te zeggen wat je concreet moet weten en doen om wijs te kunnen zijn. Maar, als je daarentegen achteraf naar een situatie kijkt, kun je meestal wél beoordelen of iemand wijs heeft gehandeld of niet.

Hoe nu verder met het wijsheidsonderzoek, als wijsheid zo dun gezaaid blijkt te zijn en we slechts in abstracte termen kunnen aangeven wat je moet doen om wijs te worden? Gelukkig hebben we altijd nog de filosofie om op terug te vallen. Zoals het aforisme van de wijze Amerikaanse filosofe Nancey Murphy: Wisdom is living in accordance with the way things are. Zolang we haar woorden in gedachten houden bij alles wat we meemaken, kunnen we nog een heel eind komen in het leven. n

 

‘Wijsheid is de balans tussen belangen’

Psychologie Magazine sprak met professor Robert Sternberg, die zich in Amerika aan de Yale universiteit bezighoudt met onderzoek naar wijsheid.

Wijsheid is de laatste tijd een heel populair onderwerp in de wetenschap. Ook het algemene publiek raakt er steeds meer in geïnteresseerd. Hoe zou dat komen?

‘Ik denk dat mensen zich realiseren dat intelligentie niet alles verklaart. De laatste jaren is het iq van grote groepen mensen alleen maar gestegen, maar massamoorden, genocides en terrorisme zijn net zo hard toegenomen. Betere scholing blijkt geen antwoord te zijn; veel terroristen zijn vandaag de dag immers goed opgeleid en ze gebruiken hun opleiding om mensen te vermoorden. Wijsheid geeft een mogelijke oplossing voor haat en terrorisme. Wijze mensen haten niet en moorden niet.’

Waarom houden wetenschappers zich bezig met wijsheid?

‘Om wetenschappelijke en praktische redenen. Op wetenschappelijk niveau proberen we te begrijpen wat wijsheid is, hoe je het kunt meten, en hoe je het kunt ontwikkelen. Op praktisch niveau proberen we wijsheid in te zetten als een manier om veel van de misstanden in de wereld te bestrijden.’

Wat is uw persoonlijke affiniteit met het onderwerp wijsheid?

‘Ik heb veel slimme mensen gezien die niet wijs zijn. Ik heb net een boek geredigeerd met de titel ‘Waarom slimme mensen zo stom kunnen zijn’. Het gaat over slimme mensen die een rotzooitje maken van hun eigen leven en dat van anderen. Daarbij kun je denken aan allerlei mensen: Stalin, Nixon, Clinton, Saddam Hussein. De een is nog erger dan de ander. Ze zitten overal ter wereld, en ze zijn van alle tijden. Ze zijn allemaal slim, maar geen van allen wijs. Ik versta onder wijsheid het gebruik van je intelligentie en ervaring, met als doel het verwezenlijken van een gemeenschappelijk goed. Dit doe je door de juiste balans te vinden tussen je eigen belangen (intrapersoonlijke belangen), de belangen van anderen (interpersoonlijke belangen) en de belangen van grotere verbanden, zoals de maatschappij, de cultuur, of god (extrapersoonlijke belangen). Daarbij dien je dan ook nog overzicht te kunnen houden over de lange en korte termijn, en rekening te houden met de omgeving waarin je verkeert.’

Is het moeilijk om wijsheid wetenschappelijk te bestuderen?

‘Ja, wijsheid is moeilijk te vangen in een experiment. We hebben tests ontworpen waarin proefpersonen beoordelingsproblemen, conflictproblemen en adviesproblemen moeten oplossen. Achteraf kijken we dan met een team van beoordelaars of de proefpersonen wijze antwoorden gaven.’

Word je wijzer door wijsheid te bestuderen?

‘Ik denk van wel. Daarom hebben we onlangs op een aantal scholen ook het onderdeel ‘wijs denken’ geïntroduceerd bij het vak geschiedenis. De leerlingen wordt bijgebracht hoe ze wijs kunnen denken over geschiedenis. Ze leren historische gebeurtenissen vanuit het standpunt van verschillende mensen bekijken, en ze leren ook redeneertechnieken. Ze gaan zich hierdoor bijvoorbeeld realiseren dat wat de vs ‘pioniers’ noemde, door de indianen werd gezien als ‘indringers’. Of dat wat de vs ‘manifeste bestemming’ noemde, door de Mexicanen werd gezien als het stelen van hun land.’

Kunt u een voorbeeld noemen van iemand die u zeer wijs vond?

‘Dat is heel wat jaren geleden, toen ik jong was. Het ging erom of ik een vaste baan hier aan Yale zou krijgen. Ik realiseerde me dat ik er niet goed aan had gedaan om mijn werk ‘intelligentie-onderzoek’ te noemen, omdat die tak van onderzoek een laag aanzien heeft binnen de psychologie. Ik zei tegen Wendell Garner, mijn mentor, dat ik een fout had gemaakt en dat ik had gehoord dat mijn collega’s negatief tegenover mijn vaste aanstelling stonden. Die mensen hadden de vakgroep laten weten dat ze zich afvroegen hoe Yale zo onnadenkend kon zijn iemand een vaste baan te geven in zo’n onbetekenend onderzoeksgebied. Garner zei tegen mij dat hij begreep dat ik bang was dat het bestuderen van intelligentie mij mijn baan zou kunnen kosten. Hij zei dat ik gelijk had. Maar hij zei ook dat ik naar Yale was gegaan met de missie om intelligentie te bestuderen, dus dat dát was wat ik moest doen, ook al zou het mij m’n baan kosten. Eigenlijk zei hij dus dat het soms in het leven zo is dat we beslissingen nemen en daaraan vast moeten houden, niet vanuit opportunisme, maar omdat het de juiste beslissing is. Hij had gelijk.’

• Elliot is een schuilnaam van een patiënt van de Amerikaanse neuroloog Antonio Damasio.[/wpgpremiumcontent]