Wat doet stress met ons lichaam en brein?

  • 1901 woorden
  • leestijd is
  • 10 minuten
Geen leven zonder stress, zoveel is wel duidelijk. Maar waarom is de een veel stressgevoeliger dan de ander? En waarom ontstaan sommige stresskippen al in de dop? Alles wat je altijd al wilde weten over stress, maar waarvoor je te druk was om het te vragen.

We zijn al laat voor een belangrijke afspraak en lopen vervolgens hopeloos vast in de file. We krijgen meer verantwoordelijkheden op het werk, waardoor onze to do-lijst elke dag harder groeit dan krimpt. Naast een drukke baan worden we geconfronteerd met de zorg voor een demente ouder. Stress!

TEST
Doe de test »

Wat is je huidige stressniveau?

Sinds de introductie ervan in de jaren veertig van de vorige eeuw is het begrip stress zo gemeengoed geworden, dat iedereen intuïtief begrijpt wat het inhoudt. Toch kan de wetenschap het nauwelijks eens worden over een bevredigende definitie. Daardoor maken veel onderzoekers zich er schaamteloos van af door stress te omschrijven als ‘omstandigheden die de meeste mensen stressvol zouden vinden’.

Die definitie kan scherper. Vanuit biologisch oogpunt kun je stress zien als de reactie op een bedreigende situatie. Maar wat is bedreigend? Grotduiken of een lezing houden voor vijfhonderd mensen is voor de een ontspanning of een interessante uitdaging, voor de ander een regelrechte nachtmerrie. Of iets stressvol is, hangt volgens psychologen dan ook af van de vraag hoe iemand een situatie inschat – is dit schadelijk/bedreigend of niet? – én van de middelen waarover iemand beschikt om met de situatie om te gaan.

Zodra er sprake is van een stressvolle situatie zet ons brein twee systemen in werking. Het sympathisch zenuwstelsel zorgt bijna onmiddellijk voor de ‘vecht- of vluchtreactie’, die ons lichaam klaarstoomt voor actie. Onze spieren spannen zich aan en onze bloeddruk en hartslag gaan omhoog, waardoor je je hart voelt bonzen in je borstkas. De pupillen verwijden zich. Het bloed wordt onttrokken aan onze organen en naar de spieren gestuurd.

De spijsvertering gaat op een laag pitje (wat het ‘vlinders in de buik’-gevoel veroorzaakt). We beginnen te zweten, zodat het lichaam na explosieve actie weer afkoelt. Het systeem is zo afgesteld dat het liever te vaak afgaat dan één keer te weinig: we schrikken ons liever tien keer het leplazarus van een tuinslang in het gras dan dat we één keer te laks reageren op een echte slang.

Na enkele minuten treedt een tweede systeem in werking. De hypofyse, een kliertje onder in ons brein ter grootte van een erwt, geeft onze bijnieren de opdracht cortisol te produceren. Hoewel cortisol als stresshormoon een slechte naam heeft, is het wel degelijk nuttig. Het laat de bloedsuikerspiegel stijgen en de stofwisseling een tandje bijzetten. Daardoor komt er meer energie vrij om met de stressvolle situatie om te gaan.

Is stress slecht voor je?

Beide stresssystemen zijn bijzonder nuttig, omdat ze ons in staat stellen om in noodsituaties adequaat te handelen. Het probleem is dat ons mensenbrein de stresssystemen niet alleen activeert wanneer we een leeuw tegenkomen, of, relevanter voor de moderne mens, wanneer we niet goed uitkijken met oversteken en er een bus op ons af dendert. Nee, dankzij ons bewustzijn reageren we ook op bedreigingen van meer psychische aard.

En daar staan we dan met haast in de file, perfect voorbereid op explosieve actie, terwijl we geen kant op kunnen. Of voor een zaal met vijfhonderd man, gespannen, zwetend en met bonzend hart, maar vluchten is meestal geen optie. In de woorden van de beroemde stressonderzoeker Robert Sapolsky: ‘Stressgerelateerde ziektes ontstaan voornamelijk doordat we zo vaak een fysiologisch systeem activeren dat geëvolueerd is om te reageren op acute fysieke noodsituaties. Wij schakelen het daarentegen maanden achter elkaar in, wanneer we piekeren over hypotheken, relaties en promoties.’

Onderzoek door de Amerikaanse psychologen Suzanne Segestrom en Gregory Miller laat zien dat Sapolsky een punt heeft. Ze namen dertig jaar onderzoek naar de relatie tussen stress en het immuunsysteem onder de loep en zagen een patroon. Lijkt een stressfactor op de acute vecht- of vluchtsituaties waarmee onze evolutionaire voorouders werden geconfronteerd, dan versterkt de stressreactie het immuunsysteem als voorbereiding op mogelijke verwondingen en infecties. Maar hoe meer de stressreactie chronisch wordt geactiveerd, hoe harder ons immuunsysteem juist achteruitholt.

Zoals gezegd regelt het stresshormoon cortisol dat er meer energie vrijkomt. Die energie moet wel ergens vandaan komen. Is het cortisolniveau chronisch verhoogd, dan beknibbelt ons lichaam op het onderhoud aan het immuunsysteem. Daardoor worden we op den duur kwetsbaarder voor ziektes. Daarnaast kunnen een chronisch verhoogde hartslag en bloeddruk schadelijk zijn voor hart en bloedvaten.

Stress laat ook zijn sporen na in het brein.

De hippocampus – een hersengebied dat belangrijk is voor leren, onthouden en navigeren – functioneert normaal gesproken als een soort uitknop voor de stressreactie. Het gebiedje merkt verhoogde cortisolspiegels op, en schroeft de aanmaak van dat hormoon vervolgens terug. Chronische stress beschadigt de hippocampus echter, waardoor het cortisolniveau hoog blijft, waardoor de hippocampus nog meer beschadigt – een vicieuze cirkel. Bij ouderen (gemiddeld 74 jaar) die vijf jaar lang werden gevolgd, bleken hoge cortisolniveaus gepaard te gaan met een 14 procent kleinere hippocampus, en dus een slechter geheugen en meer moeite om de weg te vinden door een doolhof.

Naast de hippocampus beïnvloedt stress ook de amygdala, een hersengebiedje dat continu een oogje in het zeil houdt voor gevaar. Onderzoekers van het Nijmeegse Donders Instituut legden vorig jaar 29 vrouwen in een hersenscanner en lieten hen kijken naar foto’s van boze, bange en blije mensen. De helft zag van tevoren bij wijze van stressor een fragment van een extreem gewelddadige film, de andere helft zag een neutrale film.

Wat bleek: bij de gestreste vrouwen reageerde de amygdala veel heftiger op de foto’s. Bovendien maakte het gebiedje geen onderscheid meer tussen blije gezichten en boze en bange, terwijl het na een neutraal fragment alleen nog oog had voor de boze en bange gezichten. Wie flink gestrest is, ziet blijkbaar overal dreiging in.

Leidt acute stress al tot een overgevoelige amygdala, uit dierexperimenten blijkt dat wanneer stress drie weken aanhoudt, de uitlopers van hersencellen in de amygdala beginnen te groeien. De zenuwcellen in de prefrontrale cortex, helemaal voor in het brein, krimpen juist – terwijl net dát hersengebied de amygdala in bedwang kan houden.

"Wie flink gestrest is, ziet blijkbaar overal dreiging in."

-

Waarom schiet de een snel in de stress en de ander helemaal niet?

Een stresskip kan al in de baarmoeder ontstaan. Experimenten met ratten, muizen en primaten laten zien dat stress bij de moeder, vooral tijdens de laatste fase van de zwangerschap, invloed heeft op de afstelling van het stresssysteem van de kinderen. Over het algemeen vinden onderzoekers dat het grut van gestreste moeders een hogere cortisolspiegel heeft in rust, én een grotere cortisolproductie in reactie op stress. Die gevoelige afstelling van het stresssysteem zou evolutionair gezien weleens nuttig kunnen zijn: moeders die een kind baren in een stressvolle omgeving bereiden hun kind zo optimaal voor op wat hun te wachten staat.

Stress bij de moeder beïnvloedt ook de hersenontwikkeling van haar kind. Zwangere resusapen die telkens onverwacht werden blootgesteld aan herrie baarden nakomelingen met een kleinere hippocampus. Aangezien dat hersengebied niet alleen belangrijk is voor het geheugen, maar ook functioneert als uitknop voor stress, zou dat kunnen verklaren waarom de stressreactie van de kinderen niet alleen heviger is, maar ook langer aanhoudt.

Ook bij mensen is gekeken naar de effecten van verschillende soorten prenatale stress bij de moeder: angst, waaronder angst voor het baren van een gehandicapt kind, depressie, ernstige life events (zoals de dood van een partner), en rampen zoals de aanslagen op 11 september 2001. De resultaten variëren weliswaar, maar komen meestal overeen met het dieronderzoek: gestreste moeders bevallen van kinderen met een actiever én heftiger reagerend stresssysteem.

Na de geboorte kunnen vroege ervaringen heel bepalend zijn voor de afstelling van het stresssysteem. Een moederrat die haar pups goed bij elkaar houdt en intensief likt, zorgt ervoor dat ze een levenlang minder heftig op stress reageren dan jongen van een moeder die het moederschap wat minder serieus neemt. Onderzoek laat zien dat zo’n gevoel van veiligheid zelfs prenatale stress kan bestrijden.

Extreme of chronische stress tijdens de eerste vier levensjaren maakt mensen kwetsbaar voor latere stressoren. Wie nu echter denkt dat het zaak is om kinderen zoveel mogelijk te pamperen, komt bedrogen uit. Stressvolle ervaringen die uitdagend zijn maar niet overweldigend, maken kinderen later juist weerbaarder. Wanneer doodshoofdaapjes drie tot zes maanden oud zijn, worden ze door hun moeders af en toe alleen gelaten om zelf eten te zoeken. Hoewel dat aanvankelijk een hoop stress en gepiep oplevert, wennen ze er langzaam aan.

Samenwerkende onderzoeksgroepen uit de VS en Zwitserland ontdekten dat deze opvoedtechniek er later toe leidt dat de aapjes minder angstig zijn, meer op onderzoek uitgaan in onbekende situaties en lagere cortisolspiegels hebben. Hersenscans wezen uit dat zulke aapjes later een beter ontwikkelde prefrontale cortex hebben – en dat gebied kan de stressreactie afremmen door het onderdrukken van activiteit in de amygdala, die constant alert is op gevaar. Op dezelfde manier blijken volwassenen beter te kunnen omgaan met het verlies van hun partner, ziekte en ongelukken, wanneer ze als kind stress hebben ervaren en wisten te hanteren.

Wie zijn grotere stresskippen, mannen of vrouwen?

Ziektebeelden als angst, depressie en posttraumatische stressstoornis worden in de psychiatrie tegenwoordig beschouwd als het resultaat van een verstoord stresssysteem. Alle drie komen ze twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen, dus ligt het voor de hand te veronderstellen dat vrouwen de dubieuze eer hebben de ‘grootste stresskip’ te zijn. Maar mannen zijn weer vatbaarder voor infectieziekten, hoge bloeddruk, agressie en alcohol- en drugsmisbruik, zaken waarbij stress een van de boosdoeners kan zijn. Dus hoe zit het nou?

Kijken we naar de hormonale stressreactie, dan reageren mannen heftiger op stress dan vrouwen, met meer cortisol en adrenaline, in ieder geval wanneer het gaat om stressoren waarbij ze moeten presteren, zoals spreken voor een publiek, rekentaken of tentamens. Vrouwen reageren soms heftiger op stressoren van interpersonele aard, zoals sociale afwijzing. Een relatief recent idee is dat de klassieke vecht- of vluchtreactie vooral een mannenzaak is. Vrouwen, die de fysieke kracht missen om een aanvaller af te slaan of te ontvluchten, zouden er een andere strategie op nahouden: tend-and-befriend. Zij houden zich meer bezig met verzorgen en het vormen en onderhouden van sociale banden, en kijken liever of de aanvaller tot vreedzaam gedrag te bewegen is.

Hersenonderzoek onder leiding van de Amerikaanse neurowetenschapper JiongJiong Wang ondersteunt dat beeld. Bij mannen leidde stress vooral tot een actieve rechter prefrontale cortex, betrokken bij negatieve emoties en waakzaamheid; bij vrouwen lichtte vooral het limbisch systeem op, hersengebieden die ook geactiveerd raken bij moederlijke en romantische liefde. De rechter prefrontale cortex speelt ook een belangrijke rol bij het reguleren van emoties, doordat dit gebied de activiteit remt van de amygdala en de cingulate cortex, een hersengebied dat betrokken is bij piekeren.

De onderzoekers zagen dat bij vrouwen, die het zonder de remmende werking van de rechter prefrontale cortex moesten stellen, de cingulate cortex ook na de stress hardnekkig actief bleef. Dat komt weer mooi overeen met de rol van dat gebied bij ‘rumineren’, malen – in dit geval over de symptomen, oorzaken en gevolgen van de stress zelf. En piekeren is iets waar vooral vrouwen een handje van hebben.

Kort en goed lijkt het er dus vooral op dat mannen en vrouwen ‘anders’ reageren op stress, en dat die verschillende reacties elk hun eigen problemen en ziektes met zich mee kunnen brengen. Mannen reageren doorgaans met een acute, heftige stressreactie, wat kan ontsporen in onder meer agressie en hoge bloeddruk. Het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen tempert aan de ene kant de stressreactie, maar maakt helaas ook dat ze langer aanhoudt. In combinatie met hardnekkige activatie van de cingulate cortex, en het bijbehorende gepieker, lopen vrouwen meer kans op onder meer depressies.

Ik ben een stresskip. Wat nu?

Voor de stresskippen onder ons is het natuurlijk leuk en aardig om te lezen hoe ze zo geworden zijn. Maar biedt de biopsychologie misschien ook oplossingen en adviezen? Ja. Een belangrijke les die uit onderzoek valt te trekken is dat het effect van stress op lichaam en brein sterk afhangt van hoe we met die stress omgaan, onze ‘copingstrategie’.

Grofweg zijn er twee categorieën copingstrategieën: probleemgerichte of actieve coping, en emotiegerichte of defensieve coping. Bij de eerste vorm pakken we direct het probleem aan: draait de buurman harde muziek? Dan gaan we meteen aanbellen. Onder de tweede vorm vallen strategieën als vermijden (ik ga de deur uit), ontkennen (ik hoor geen harde muziek), en pogingen om onze emoties te beïnvloeden (best leuke muziek eigenlijk, zo erg is het niet).

De probleemgerichte aanpak heeft duidelijk de voorkeur. Mensen die problemen zeer actief te lijf gaan, vertonen nauwelijks een stressreactie, zowel in hun sympathisch zenuwstelsel als wat betreft de productie van cortisol. Defensieve coping, vooral wanneer die bestaat uit vermijden, ontkennen, of het onderdrukken van emoties, leidt juist tot een grote en langdurige stressreactie. Voor wie erin slaagt negatieve emoties buiten de deur te houden, kan defensieve coping op de korte termijn nuttig zijn – vooral als er niets aan het probleem te doen is. Mensen die deze strategie succesvol toepassen, hebben lage cortisolspiegels; maar ook hoge niveaus van het stresshormoon noradrenaline en een hoge hartslag en bloeddruk. Op de lange termijn kan dat weer problemen veroorzaken.

Naast een actieve aanpak is het raadzaam om steun te zoeken bij vrienden, familie of collega’s. Sociale steun leidt zowel tot een lager cortisolniveau als tot minder angst. Dat stressbeschermende effect van sociale steun is waarschijnlijk het gevolg van een verhoogde afgifte van het hormoon oxytocine. Zoals The Beatles al zongen: I get by with a little help from my friends.

auteur

Reinoud de Jongh

Hoe komt het dat zwangere vrouwen zo vergeetachtig zijn? Waarom winnen kinderen zo vaak als je Memory met ze speelt? Breinexpert Reinoud de Jongh beantwoordt vragen over de ontwikkeling van het brein.

» profiel van Reinoud de Jongh

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Puntje voor de roker

Lees verder
Branded content

6 leefstijladviezen voor een opgewektere stemming

Een gezonde leefstijl zou een depressie tegen kunnen gaan, aldus Amerikaanse psycholoog Stephen Ilar...

Lees verder
€ 0,49 Artikel

Hoe herinneringen steeds veranderen

Forensisch psycholoog Julia Shaw legt uit hoe ons geheugen werkt, en hoe we zelfs een overtuigende h...

Lees verder
Artikel

4 vragen (en antwoorden) over microcefalie

Lees verder
Kort

Au, een afwijzing

Lees verder
Recensie

3 redenen om dit boek te lezen

Lees verder