Spiritualiteit is een behoefte die diep in ons verankerd zit, zo lijkt het. Ook al zijn steeds minder mensen actief lid van een religieuze gemeenschap, toch gelooft de meerderheid van de Nederlanders dat er ‘iets hogers’ bestaat. Dat bleek enkele jaren geleden uit het onderzoek God in Nederland van het tv-programma Kruispunt.

Spiritualiteit kan zich op vele manieren uiten. Bijvoorbeeld in het bezoeken van een kerk of moskee en het geloven in een God. Maar ook in een zoektocht naar een diepere laag achter de direct waarneembare werkelijkheid, of naar een manier om aan je eigen ik te ontstijgen. Het komt allemaal voort uit dezelfde hang naar het hogere. Maar waar komt die hang toch vandaan?

Spiritueel knooppunt

Daar is de afgelopen jaren heel wat onderzoek naar gedaan. Want ook al gaat het om contact met een ongrijpbaar iets, de wetenschap blijkt er wel degelijk enige vat op te kunnen krijgen.

Leg een spiritueel persoon bijvoorbeeld maar eens in een breinscanner, dan zie je een ander brein dan bij iemand die niets met het hogere opheeft. In het spirituele brein blijken meerdere hersengebieden anders te functioneren. Vooral delen van de frontale, temporale en pariëtale kwabben en van het limbisch systeem, die onder meer regelen dat we goed met mensen kunnen omgaan en andermans emoties kunnen aanvoelen en interpreteren. Bij spirituele mensen blijken deze gebieden gemiddeld actiever. Vrij logisch als je bedenkt dat dit de eigenschappen zijn die je bij religie en spiritualiteit het meest intensief gebruikt.

Neurowetenschappers die onderzoek doen naar spiritualiteit denken dat een van de belangrijkste spirituele knooppunten in het brein de rechter temporaalkwab is, aan de zijkant van ons hoofd. De Canadese onderzoekers Beauregard en Paquette voerden een mooi experiment uit om dit te laten zien. Ze vroegen nonnen uit de orde der karmelietessen plaats te nemen in de hersenscanner en zich hun meest mystieke ervaring te herinneren. Daarop bleek het middelste deel van hun temporaalkwab een veel hogere activiteit te vertonen dan wanneer ze opdracht hadden gekregen zich het moment voor de geest te halen waarop ze zich het meest intens verbonden hadden gevoeld met een ander mens.

De rechter temporaalkwab speelt een belangrijke rol in het geheugen, en de opvallende activiteit ervan tijdens de ‘mystieke conditie’ zou volgens de onderzoekers kunnen verklaren hoe het komt dat spiritueel ingestelde mensen hun goddelijke ervaringen als realiteit ervaren: ze boren er gewoon veel meer geheugenassociaties bij aan.

Beloningsstofjes

Behalve de temporaalkwab ging bij de zusters karmelietessen ook de nucleus caudatus harder werken. Deze hersenkern zorgt in het algemeen voor gevoelens van geluk en liefde. Daarbij speelt het boodschapperstofje dopamine een grote rol, weten we uit eerder onderzoek. Hoe meer er van dit ‘beloningsstofje’ door het brein wordt gepompt, hoe liefdevoller en gelukkiger we ons voelen.

Maar dopamine blijkt niet het enige boodschapperstofje dat betrokken is bij spiritualiteit en gelovig zijn. Er komen meer stofjes aan te pas. De voornaamste daarvan is serotonine, het stofje dat bekend is geworden doordat depressieve mensen er een tekort aan hebben in hun brein.

Onderzoekers kwamen erachter dat mensen spiritueler zijn naarmate ze meer serotoninereceptoren in hun brein hebben. Dat de serotoninehuishouding invloed heeft op onze spiritualiteit valt ook te zien aan mensen die geestverruimende middelen gebruiken. Drugs als mescaline, lsd en paddo’s werken allemaal in op het serotoninesysteem, en wekken dan ook vaak mystieke en spirituele ervaringen op.

Kort samengevat luidt het antwoord op de vraag ‘Kun je aan iemands brein zien of hij gelovig is?’ dus ‘ja’.

Het ‘Gods-gen’

Maar dat roept wel meteen de volgende vraag op: worden mensen met een ‘gelovig’ brein geboren, of ontwikkelt je brein zich zo onder invloed van de ervaringen die je in de loop van je leven opdoet?

De wetenschap weet daar nog niet het fijne van, maar vooralsnog is de conclusie dat ons brein spiritueel wordt door nature én nurture. Psycholoog Thomas Bouchard van de universiteit van Minnesota, beroemd vanwege zijn onderzoek naar eeneiige tweelingen die apart zijn opgegroeid, is in dit opzicht met een interessante bevinding op de proppen gekomen. Hij concludeert dat de neiging tot spiritualiteit wél is aangeboren, maar het regelmatig bezoeken van een kerk niet. Dat laatste wordt volgens Bouchard vooral bepaald door de omgeving en cultuur waarin je opgroeit.

De hang naar het hogere kan volgens Bouchard dus wel in de genen zitten. Waar dan precies? Daarvoor moeten we weer bij een andere onderzoeker zijn, Dean Hamer. Deze Amerikaanse geneticus stelt in zijn boek The God gene: How faith is hardwired into our genes een van de bepalende genen gelokaliseerd te hebben. Het is vesiculaire monoamine transporter 2, kortweg vmat2. Dit ‘gods-gen’ zou regelen dat mensen meer boodschapperstoffen in hun brein aanmaken die hun stemming beïnvloeden, waardoor ze gevoeliger worden voor spiritualiteit.

Overigens houdt Hamer wel een slag om de arm. Mensen met een genetische aanleg voor spiritualiteit geloven volgens hem niet altijd in God; ze hebben alleen eerder de neiging religieus te worden. ‘Spiritualiteit is een gevoel, een gemoedstoestand; religie is een vorm waarin je dat gevoel kunt gieten,’ aldus Hamer. Hij voegt eraan toe dat er waarschijnlijk nog veel meer genen zijn die bepalen hoe spiritueel we zijn. Honderden, misschien zelfs wel duizenden.

Ontspannen door gebed

Het is waarschijnlijk niet voor niets dat we breingebieden en genen hebben gekregen die ons vatbaar maken voor spirituele ervaringen. In het verleden is immers wel gebleken dat het allerlei voordelen biedt wanneer mensen zich verenigen in een religieuze groep. Zowel voor ieder aangesloten individu als voor de groep als geheel.

Hoe zit het bijvoorbeeld met bidden – heeft dat een positief effect? Ja, maar vooral op degene die bidt zelf, zo blijkt. Dat je met bidden voor elkaar kunt krijgen dat het anderen beter gaat of dat bepaalde dingen al dan niet gaan gebeuren, daarvoor heeft de wetenschap namelijk nooit een bewijs gevonden.

Welke positieve effecten heeft bidden dan wél? Dat is een hele lijst. Net als door yoga en meditatie kun je door bidden leren je beter te concentreren, krijg je er een meer ontspannen lichaam van, daalt de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol in je bloed erdoor, en doet het de hoeveelheid van het slaaphormoon melatonine in je lichaam toenemen. Bidden werkt zelfs bij ongelovigen, bleek onlangs uit een experiment van Nederlandse en Amerikaanse psychologen: wanneer ongelovigen die boos waren gemaakt over iets, werd gevraagd voor een ander te bidden, lieten ze hun boosheid eerder varen.

Minder eenzaamheid

Zijn gelovigen daarmee ook gezonder? Ja, daar lijkt het wel op. Uit diverse onderzoeken kwam naar voren dat ze gemiddeld langer leven doordat ze minder hart- en vaatziekten hebben, een lagere bloeddruk en een beter functionerend immuunsysteem. Ze zijn ook optimistischer, waardoor ze minder last hebben van stress, angst en eenzaamheid. Daarnaast hebben ze vaak een positiever zelfbeeld en voelen ze zich zelfverzekerder. Het geloof leidt er bij veel mensen toe dat ze minder doodsangst ervaren, en het geeft velen ook zin aan hun leven omdat de ‘grote’ vragen waar we geen antwoord op hebben, voor hen worden beantwoord.

Overigens bleek onlangs uit onderzoek in de Verenigde Staten wel dat trouwe kerkgangers daar beduidend vaker aan obesitas lijden dan niet-kerkgangers. Maar, voegden de onderzoekers eraan toe: kerkgangers roken wel minder en hebben een betere geestelijke gezondheid.

Is een betere geestelijke en lichamelijke gezondheid nou een gevolg van het feit dat de onderzochte mensen geloven? Vermoedelijk niet. Psychologen gaan ervan uit dat het vooral een gevolg is van het gedrag dat hoort bij actief zijn in een religieuze gemeenschap. De steun die uitgaat van dat sociale netwerk heeft een positieve invloed op lichaam en geest. De gezamenlijk beleefde religie creëert een wij-gevoel. Je wordt geholpen en getroost in tijden van nood, en doordat er op je wordt gelet, leef je ook gezonder. Een religieuze gemeenschap biedt veiligheid en een doel in het leven, en geeft je vriendschappen waarop je kunt bouwen.

Moord en doodslag

En welk groepsvoordeel biedt spiritualiteit? Ook daar moeten we het volgens wetenschappers meer in de indirecte gevolgen zoeken. Spiritualiteit leidt tot religie, stellen evolutionair psychologen, en religies op hun beurt brengen normen en waarden met zich mee. Daarmee heeft spiritualiteit uiteindelijk tot gevolg dat mensen in een bepaalde groep niet alleen hun eigenbelang nastreven. Het remt diefstal, moord en doodslag.

Oké, natuurlijk leidden verschillen in godsdienst en religieuze twisten ook geregeld tot oorlog, maar per saldo – zo stellen de evolutionair psychologen – is religiositeit toch beter voor de overleving van onze soort.[/wpgpremiumcontent]