Waarom contact met vreemden ons gelukkig maakt

  • 2338 woorden
  • leestijd is 12 minuten
  • Foto: Getty Images
Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag zien we ze nauwelijks. Terwijl vluchtige gesprekjes op straat ons leven juist verrijken, betoogt neuropsychologe Elke Geraerts.

Toen ze achttien jaar werd, vond Lidewij Nuitten uit het Kempense stadje Lier dat het tijd was om de wijde wereld in te trekken. Ze nam de trein naar Brussel, stapte uit op het Centraal Station en was meteen verkocht. ‘Als verliefd worden op een verkeerde man,’ zou ze later zeggen. Het was de ruwheid, de vuilheid en de eerlijkheid die haar aantrokken. Hier, in de anonimiteit van de Europese hoofdstad, zou ze zich kunnen ontplooien, haar eigen weg kunnen vinden.

"Het begroeten van vreemden is mogelijk belangrijker voor ons mentale welzijn dan intieme relaties"

-

Een jaar later staarde ze vanaf haar balkon naar de straat waar ze ondertussen woonde. Op een steenworp afstand van de plaats waar zij in haar theekopje stond te roeren, voerde de politie op dat moment een klopjacht op de enige nog levende verdachte van de terreuraanslag in Parijs. Het was eind 2015. Terwijl ze de deuren en ramen van haar straat in Schaarbeek bekeek, besefte Lidewij dat ze van geen enkel raam wist wat zich daarachter afspeelde, van geen enkele deur welke verhalen erachter schuilgingen. Misschien zat de terrorist Abdeslam daar wel ergens? Of misschien ook niet. Misschien woonden er allemaal vriendelijke mensen die zelf ook weleens naar buiten staarden op een regenachtige zondag en zich afvroegen wie zich

achter de andere deuren in de straat schuilhield.
Er was maar één manier om erachter te komen: aanbellen. En precies dat deed Lidewij in de volgende maanden: ze belde en klopte aan bij alle 860 buren uit haar Schaarbeekse straat en maakte er de meest hartverwarmende reportagereeks over die Vlaanderen sinds lang op tv heeft gezien: Mijn straat. De grote finale bestond uit een straatfeest waarop al haar buren waren uitgenodigd.
‘Het zijn nu niet meer mijn buren. Het zijn vrienden geworden. Allemaal.’

Wie zijn spreekwoorden kent, weet natuurlijk al langer dan vandaag dat je beter een goede buur kunt hebben dan een verre vriend. Toch blijft het voor velen moeilijk om die kennis ook in praktijk te brengen. Internationaal onderzoek wijst uit dat meer dan de helft van de stedelingen zijn buren niet kent. Van diegenen die hun buren wel kennen, heeft bijna een kwart een hekel aan ze.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen steden, wijken en straten, maar het fenomeen van de strangers next door is in de hele westerse wereld algemeen bekend. Niet alleen in de steden, maar ook in de dorpen. Onderzoek in de Nederlandse provincie Groningen wees uit dat de vereenzaming in dorpen de afgelopen decennia zodanig is toegenomen dat ze vandaag bijna op hetzelfde peil staat als die in steden.
Sociaal psychologen proberen al lange tijd vat te krijgen op dit fenomeen, op de oorzaken en gevolgen van de vervreemding. Het is complexe materie, die psychologische vorsers tot ver buiten hun comfortzone haalt. Er vallen veel verbanden te trekken: de straatcultuur is sterk afgenomen sinds de intrede van de televisie (hoewel velen nu op pad gaan om digitale Pokémons te vangen), er is een gebrek aan publieke ontmoetingsruimtes zoals buurthuizen en parochiezalen, we brengen lange uren door op het werk.
Vanuit psychologisch oogpunt is een van de belangrijkste verklaringen voor het feit dat we onze buren niet meer kennen het fenomeen dat psychologen stimulus overload noemen. Doordat onze omgeving zoveel aandacht opeist, is ons brein genoodzaakt op drukke momenten prikkels te blokkeren. Een typisch moment voor stimulus overload is het moment dat we van de ene taak naar de andere overschakelen en dat valt doorgaans samen met het moment waarop we onze buren zien. Bijvoorbeeld wanneer we vanaf ons huis naar het werk vertrekken en wanneer we van het werk terug naar huis gaan. Laat dat nu precies de momenten zijn waarop de kans groot is dat je je buren tegen het lijf loopt.
Je kent het wel: ’s morgens sta je de auto in te laden of probeer je je dochter te leren hoe ze veilig van de oprit de straat op fietst, en op dat moment komt de buurman naar buiten. Zelfs als je hem gezien hebt, zal een vluchtige zwaai moeten volstaan. ’s Avonds kom je thuis met een knorrende maag, een hoofd vol dingen die je zeker niet mag vergeten, en net op dat moment komt de buurvrouw haar deur uit. Een teveel aan prikkels zorgt ervoor dat je op dat moment gewoon liever doet alsof je haar niet ziet.
Stimulus overload speelt niet alleen een rol in het (gebrek aan) contact tussen buren, maar is nog veel sterker op plaatsen waar veel mensen elkaar kruisen. Aan de schoolpoort staan elke ochtend dezelfde ouders met hun kinderen, op het werk zie je elke ochtend dezelfde gezichten, bij de bakker ontmoet je elke ochtend dezelfde dorpsgenoten. Je ziet elkaar elke dag, maar toch begroet je elkaar niet. Hoe meer mensen aanwezig zijn, hoe meer onze hersenen zich genoodzaakt voelen alle prikkels te blokkeren. Als je één collega of ouder begroet, moet je dat immers bij de rest ook doen, en dan ben je je concentratie natuurlijk helemaal kwijt.
Dit verklaart onder meer waarom in studies wordt vastgesteld dat het aantal begroetingen in een straat daalt naarmate er meer mensen wonen, in plaats van omgekeerd.

Een andere verklaring voor het feit dat we onze buren niet meer kennen vinden we in onze angst om vreemden te begroeten. We zijn letterlijk bang om ‘hallo’ te zeggen vanwege een op hol geslagen theory of mind – het uniek menselijke vermogen om in te zien dat andere mensen een eigen geest hebben en iets anders kunnen denken dan jij.

Evolutionair psychologen gaan ervan uit dat we dit talent te danken hebben aan de grootte van onze leefgroepen: hoe meer mensen in onze kudde, hoe groter de kans dat iemand iets anders zal denken, verlangen of geloven dan wijzelf. De theory of mind slaat op het vermogen om je theoretisch voor te stellen hoe iemand anders iets ziet. Het eenvoudigste voorbeeld is levensbeschouwelijke tolerantie. Een atheïst gelooft niet in God, maar kan zich er wel iets bij voorstellen dat een gelovige dit doet. Omgekeerd kan een gelovige begrijpen hoe een atheïst zonder God door het leven gaat.
Ons vermogen om het perspectief van een ander te zien is niet hetzelfde als empathie, maar vormt er wel de basis voor. Je moet immers eerst kunnen inzien dat iemand anders iets anders voelt of op een andere manier ervaart om zijn emoties te begrijpen. Een theory of mind hebben betekent dus niet dat je empathisch of tolerant bent, maar wel dat je daar een mogelijkheid toe hebt.
De theory of mind stelt ons ook in staat om in te schatten wat anderen denken en hoe ze zullen reageren. Alleen zijn we in die inschattingen niet altijd correct. Uit onderzoek bij studenten blijkt bijvoorbeeld dat de belangrijkste reden waarom ze elkaar niet aanspreken níét is dat ze dat zelf niet willen, maar dat ze denken dat anderen niet in hen geïnteresseerd zijn. Ongetwijfeld is dit herkenbaar voor veel stedelingen: uit vrees dat je begroeting niet beantwoord wordt, kies je ervoor om niets te zeggen, zodat je je tenminste niet belachelijk maakt.
Maar we vrezen niet alleen dat mensen ons zullen negeren. We zijn ook bang dat we als we vriendelijk ‘hallo’ zeggen, onze buurman dat zal interpreteren als een uitnodiging om een gesprek aan te knopen of – nog moeilijker – elkaar beter te leren kennen. Ook dit is bijna altijd een misvatting: de meeste mensen zullen een ‘hallo’ beantwoorden met een hoofdknikje of een korte wedergroet en je zeker geen uren aan de praat houden.
Ons inlevingsvermogen is dus een tweesnijdend zwaard: enerzijds stelt het ons in staat intensief te verbroederen met onze medemens, tegelijkertijd houdt het ons tegen om diezelfde medemens te begroeten op straat. Vooral in steden is het niet ondenkbaar dat je jarenlang iemand voorbijgelopen bent zonder ooit naar hem op of om te kijken, terwijl diezelfde persoon de liefde van je leven blijkt te zijn. In het geval van een ongeluk of misdrijf is degene die je te hulp schiet en misschien wel je leven redt iemand die je elke dag gezien hebt zonder hem ooit een blik waardig te keuren. En het verhaal van twee Belgen die elkaar ontmoeten bij een Japanse tempel en daar ontdekken dat ze eigenlijk buren zijn, is ook niet uit de lucht gegrepen.

Begroetingsangst is zodanig ingeburgerd in onze cultuur dat het moeilijk kan zijn om daar als individu verandering in te brengen. Niet iedereen heeft de tijd en de energie om zoals Lidewij in Schaarbeek op elke deur in de straat te kloppen en een gesprek aan te knopen met de buren. Wat je wel kunt doen, al is het maar uit puur zelfbehoud en egoïsme, is af en toe je vaste routine doorbreken.

Ook zonder dat je de ambitie koestert om je medemensen op meer sociale gedachten te brengen, valt de kracht van een simpel ‘hallo’ niet te onderschatten. Niet alleen de persoon die je begroeting ontvangt, voelt zich onmiddellijk blij, zelf word je er (blijkens onderzoek) ook gelukkiger en mentaal sterker van. Een experiment in het openbaar vervoer in Chicago wees bijvoorbeeld uit: proefpersonen die het aandurfden om medepassagiers aan te spreken in de metro, voelden zich achteraf beduidend beter dan degenen die dit niet hadden gedaan. Studies in Groot-Brittannië wezen uit dat mensen die meer interacties hadden met onbekenden, doorgaans sterkere cognitieve vaardigheden hadden dan zij die zulke interacties niet hadden.
Het effect van een begroeting bestaat niet alleen op het niveau van het individu, maar wordt nog groter in een groep. Om die reden wordt sinds enkele jaren een strikt begroetingsbeleid gevoerd bij Google. In 2012 wilde het bedrijf het geheime recept van succesvolle teams achterhalen. Het zette daartoe een grootschalig onderzoeksproject op, dat de codenaam ‘Aristoteles’ kreeg. Vier jaar lang bogen sociologen, psychologen en economen zich over het geheim van een succesvol team. Aan het eind van de rit was het antwoord duidelijk: sterke teams zijn teams waarin alle leden elkaar begroeten en de nodige vriendelijkheid aan de dag leggen.

Niet alleen voor ons succes is ‘hallo’ een magisch woord. Een van de meest opmerkelijke vaststellingen die tot nu toe uit stoepstudies naar voren is gekomen, is dat het begroeten van vreemden mogelijk belangrijker is voor ons mentale welzijn dan intieme relaties.

Die hypothese werd voor het eerst vooropgesteld door psychologiestudente Elizabeth Dunn, toen ze vaststelde dat haar vriend Benjamin in haar bijzijn steevast een slecht humeur had, maar opfleurde wanneer hij in contact kwam met volslagen vreemden. Zij wilde wel eens weten hoe dit kwam en nam samen met Harvard-professor Michael Norton de proef op de som. In het sociaal laboratorium zette ze proefpersonen samen met volslagen onbekenden enerzijds en hun levenspartner anderzijds. Vervolgens ging ze na hoe gelukkig ze zich voelden. Zo stelden Dunn en Norton vast dat het ‘Benjamin-effect’ vrij algemeen was: doordat we de neiging hebben om onszelf in contact met vreemden vrolijker voor te doen dan we zijn (we lachen meer en zijn optimistischer), worden we er vanzelf blijer van. Blijer dan we worden van contact met onze partner.
Deze bevinding was zodanig contra-intuïtief en tegengesteld aan alles wat sociaal psychologen tot dan toe hadden geloofd (namelijk dat de meest hechte sociale relaties de belangrijkste zijn voor ons geluk) dat Dunn het onderzoek voortzette. Zo bouwde ze een indrukwekkende hoeveelheid bewijzen op rond de psychologische voordelen van contact met vreemden.
Een greep uit haar resultaten: zowel extraverten als introverten voelen zich beter op dagen wanneer ze sociale interacties hebben met meerdere personen, ongeacht of het bekenden of onbekenden zijn. Klanten in een koffiebar zijn achteraf gelukkiger wanneer de bediening traag, maar informeel (met een kort gesprekje) verloopt dan wanneer de bediening snel en formeel is.
Efficiëntie, concludeert Dunn, wordt schromelijk overschat. De rode draad in al die studies was dat de proefpersonen steevast het omgekeerde ervoeren van wat ze verwacht hadden. Bijna iedereen ging ervan uit dat het begroeten en aanspreken van vreemden een negatief effect zou hebben op hun gemoedstoestand, terwijl ze zich bijna in alle gevallen beter voelden na sociaal contact.
Inmiddels zijn de meeste onderzoekers het erover eens dat contact met onbekenden essentieel is voor het welbevinden van de mens. Waar geen onderzoeker zich op dit moment aan waagt is te zeggen dat dat belangrijker is dan intieme relaties, ook al werd dit in het onderzoek van Dunn wel gesuggereerd.
Maar zelfs wanneer je zover niet wilt gaan, zijn de implicaties van deze onderzoeken groot. Zo zou je je kunnen afvragen welke effecten de digitalisering en automatisering hebben op ons mentale welbevinden. In een wereld waarin caissières steeds meer vervangen worden door computers en loketbedienden door geautomatiseerde boodschappen, daalt het aantal sociale interacties per dag zienderogen. Moeten de stedelijke overheden, die vermoedelijk toch ook het psychologisch welzijn van hun inwoners willen vergroten, in zo’n wereld niet op zoek gaan naar manieren om het aantal ontmoetingen van de inwoners op peil te houden? Landelijke campagnes die promoten dat mensen elkaar begroeten op straat zijn zeker een stap in de goede richting.
Ook bedrijven doen er mijns inziens goed aan deze bevindingen in het achterhoofd te houden wanneer ze er bijvoorbeeld over denken om over te schakelen op geautomatiseerde dienstverlening. Zoals blijkt uit onderzoek, verkiezen mensen een onpersoonlijke aanpak enkel in theorie (omwille van een verkeerde inschatting, zoals ik hierboven al uitlegde), maar in de praktijk keren ze terug naar de zaak die hun het beste gevoel heeft gegeven. En dat is de zaak waar ze een fijn contact hebben gehad.
Hoe je het ook wendt of keert, de conclusie is duidelijk: door vreemden te begroeten doe je zowel jezelf als hen een groot plezier. Een simpel ‘hallo’, een glimlach of een kort gesprekje met een vreemde kunnen je mentaal weerbaarder maken. Zijn volslagen onbekenden op dit moment te hoog gegrepen voor je, begin dan met je eigen buren. De eerste stap is aan jou.

Auteur Elke Geraerts is gepromoveerd neuropsychologe. Dit artikel is een bewerkte versie van het hoofdstuk ‘Leer je buren kennen: De geheime kunst van hallo’ uit haar onlangs verschenen boek Het nieuwe mentaal (Uitgeverij Lannoo, € 19,99). Eerder publiceerde Geraerts Mentaal kapitaal, over burn-out en veerkracht.

Het nieuwe mentaal, hoe lef je op weg zet naar geluk en succes
Boekentip

Het nieuwe mentaal, hoe lef je op weg zet naar geluk en succes

Elke Geraerts
auteur

Elke Geraerts

» profiel van Elke Geraerts

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Help: mijn vriend wil samenwonen

Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag z...
Lees verder
Artikel

Waarom contact met vreemden ons gelukkig maakt

Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag z...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Ik vind niks meer leuk

Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag z...
Lees verder
Artikel

Leren luisteren

We horen wel wat een ander zegt, maar luisteren we ook werkelijk? We hebben ons oordeel eigenlijk al...
Lees verder
Advies

Mijn man reageert zijn frustraties af op mij

Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag z...
Lees verder
Verhaal

‘Dat heb ik nou ook…’

Goed luisteren is moeilijk. Tijdens gesprekken raken we snel afgeleid en we voelen ons veel beter al...
Lees verder
Artikel

Op bezoek bij de Kindertelefoon: eindelijk iemand die luiste...

De meeste volwassenen komen meteen met adviezen aan, of ze beginnen over hun eigen jeugd. Dus bellen...
Lees verder
Advies

Help: ik ben getrouwd en verliefd op een ander

Vage kennissen in de supermarkt, de overbuurman die net naar buiten komt: in de drukte van alledag z...
Lees verder