Natuurlijk weten we dat het gras elders altijd groener lijkt en dat we onszelf niet met anderen zouden moeten vergelijken. Toch steekt het als die vriendin die in hetzelfde jaar is afgestudeerd een bloeiende carrière heeft, terwijl je je nog steeds afvraagt welke baan het beste bij je past. En ook al wil je het niet, je kijkt met een schuin oog naar die jongere collega die net met zijn partner een prachtig vrijstaand huis heeft gekocht, terwijl je nog steeds in een benauwd appartement bivakkeert.

Statusangst noemt filosoof Alain de Botton het: de angst dat je je op een te lage sport van de sociale ladder bevindt of op het punt staat naar beneden te tuimelen. De angst dat je niet voldoet aan wat door de maatschappij als succesvol wordt gezien, waardoor je verstoken blijft van erkenning, aandacht en liefde.

Daarom zijn we stiekem blij als ons leven gunstig afsteekt bij dat van anderen; daarom pronken we met onze verworvenheden om te laten zien dat het goed met ons gaat. Dat doen we niet alleen met een mooie keuken of een dure auto, maar ook met onze culturele en intellectuele bagage, zoals de verre reizen die we maken

Log in om verder te lezen.