Leraar Vincent stapt in zijn korte broek de kring in en loopt met gebogen rug en slappe armen rond. ‘Wat ben ik nu?’ vraagt hij de groep. ‘Verdrietig,’ roept een jongetje. ‘Verlegen,’ zegt een meisje. Weer een ander: ‘Teleurgesteld.’ ‘En nu?’ zegt Vincent terwijl hij rechtop gaat staan, zijn borst vooruitduwt en zijn armen breed langs zijn lichaam houdt. ‘Trots,’ weten de kinderen. Dan doet Vincent voor hoe hij in de eerste houding met een klein zetje omvergeduwd kan worden, terwijl hij in zijn trotse houding niet om te krijgen is. De kinderen gaan in tweetallen aan de slag. ‘Stel je voor dat je een ballonnetje bent, je hebt het gevoel dat je op wilt stijgen.’ Dan mag het ene kind het andere een zetje in de rug geven. De ander vliegt naar voren. Vervolgens moet iedereen stevig staan, de handen op de buik leggen en diep ademhalen.  ‘Je bent een oeroude boom,’ zegt Vincent. ‘Een grote zware eik. Voel je wortels stevig in de grond. Je stam wordt steeds dikker. Al word je gepest en zijn kinderen vervelend, je kunt de hele wereld aan. Niemand kan jou van je plek krijgen.’ Als de kinderen nu weer een duwtje krijgen, merken ze dat ze veel steviger staan.

TEST
Doe de test »

Hoe groot is je zelfvertrouwen?

Leuk, Corvee

Op het eerste gezicht is Sterkamp een doodgewoon vakantiekamp voor kinderen van 8 tot 12 jaar in een boerderij op het Gelderse platteland: ontbijten aan een lange tafel, stapelbedden in aparte jongens- en meisjeskamers. Buiten wordt op een grasveldje wat gevoetbald met een begeleider. Maar deze kinderen komen hier omdat ze onzeker zijn, beter willen leren omgaan met grenzen, gepest worden, niet voor zichzelf durven opkomen, moeilijk vriendjes maken of houden, of buiten de groep vallen. Hun onzekerheid uit zich in teruggetrokken of juist provocerend gedrag. Een week lang krijgen ze elke dag oefeningen in beweging, theater en spel om meer zelfvertrouwen te krijgen. Ook is er een pedagogisch blok, met uitleg over hoe je bijvoorbeeld je emoties onder controle leert houden, en een mentoruur om aan je persoonlijke doelen te werken. Dat klinkt best zwaar, maar alles is hier verpakt in plezier. Negativiteit is uit den boze. Zelfs het opruimen en afwassen is door de organisatie heel slim van ‘corvee’ omgedoopt in ‘corfeest’, zodat alle kinderen er nu voor staan te dringen.

De organisator, Stichting De Ster, werd in 2005 opgericht door orthopedagoge Lieve van Geldorp en Fleur Termijtelen, die een kinderevenementenbureau had. ‘We wilden kinderen een steuntje in de rug geven op een zo leuk mogelijke manier,’ vertelt Termijtelen. Van Geldorp: ‘Plezier staat centraal, en bij elk onderdeel denken we telkens: hoe maken we dit nóg leuker?’ Maar achter alle plezierige activiteiten zitten serieuze psychologische en pedagogische technieken. Die worden toegepast in alle kampen. Want naast Sterkamp voor 8- tot 12-jarigen en het vervolg Maankamp, is er ook een Startkamp voor kinderen van 7 en 8 jaar, een ‘Sterk ID-kamp’ voor kinderen uit groep 8 en een Stay Strong-kamp voor middelbare scholieren. Alle kampen hebben vijftien zorgvuldig gescreende begeleiders: psychologen, pedagogen, bewegingsdeskundigen en acteurs, die allemaal vrijwillig meedoen.

Complimentjes uitdelen

De ochtend begint vandaag met bewegen. In deze les, gegeven door een sportpsycholoog en een leraar, leren de kinderen hun eigen lichaam kennen en vertrouwen op elkaar. Ook ervaren ze wat het effect van lichaamshouding is. Soms is het doel van een spelletje niet meteen duidelijk, maar het is juist de bedoeling dat ze op een indirecte manier iets leren. Zo speelt de groep even later moordenaartje. Twee kinderen in de groep kunnen anderen ‘vermoorden’ door ze een knipoog te geven: het leren maken van oogcontact is een van de doelen van deze oefening. Het nadoen en uitvergroten van elkaars bewegingen helpt kinderen zichzelf te durven laten zien.

Aan het eind van het speluur wordt herhaald wat de begeleiders allemaal goed vonden gaan. Er worden ‘Stermomentjes’ uitgedeeld. Complimentjes, bijvoorbeeld voor Dennis, die had aangeboden te helpen de muziek aan en uit te zetten. En voor Jeffrey, die eerst helemaal niet wilde meedoen maar die dat tóch heeft gedaan. Je ziet hun gezichten oplichten als ze een button mogen uitkiezen.

Zes jaar buitengesloten

Als iemand wordt aangemeld voor Sterkamp, vindt er eerst een gesprek met het kind en de ouders plaats. Ook vullen de ouders een aantal psychologische vragenlijsten in. Op grond van die intake wordt bepaald of het kamp geschikt is voor het kind. Als er bijvoorbeeld sprake is van ernstige psychische problemen die niet met Sterkamp kunnen worden verholpen, kan het kind niet mee. ‘Dan verwijzen we het door,’ zegt Ulrike Insam, die Van Geldorp inmiddels is opgevolgd als orthopedagoog.

Tijdens het volgende onderdeel van de dag leiden twee psychologen een groepje van zes kinderen. De opdracht is om niet naar elkaar te luisteren. Terwijl het ene kind iets vertelt, moet de ander dit compleet negeren. Daarna worden er oplossingen besproken. Een paar jongens luisteren iets te goed níét; de begeleiders doen voortdurend hun best om hen bij de les te houden.

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

‘Hoe kun je ervoor zorgen dat een ander wél naar je gaat luisteren?’ vraagt psycholoog Mariken Jansen. ‘Ik ga altijd wat anders doen,’ zegt Mark, die met zijn stoere outfit en wilde haardos helemaal niet overkomt als een jongetje naar wie niet wordt geluisterd. ‘Vragen of hij naar je wil luisteren?’ antwoordt de kleine Louise zachtjes. Elkaars tips kunnen ze opschrijven in hun Sterboek, dat ze later thuis weer tevoorschijn kunnen halen als dat nodig is. ‘Zijn jullie weleens buitengesloten?’ vraagt de psycholoog even later. ‘Ja,’ klinkt het unaniem. ‘Heel vaak,’ zegt Michel. ‘Ik ben zes jaar buitengesloten,’ zegt Odette. Ze is het enige kind aan de tafel aan wie je echt kunt zien dat ze wordt gepest. Haar houding is als die van een geslagen hond, haar stem nauwelijks hoorbaar. Ze hangt aan de begeleiders, bij wie ze zich blijkbaar het veiligst voelt. Even krijgen we een glimp te zien van de treurige verhalen van de kinderen, maar er wordt nu niet op ingegaan. Het is tijd voor weer een spelletje. Als Michel niet wil meedoen en nukkig aan tafel blijft tekenen, wordt duidelijk hoe anders hier wordt omgegaan met lastig gedrag. Het kind krijgt geen negatieve aandacht; het wordt alleen op een positieve manier gestimuleerd mee te doen. De begeleiders laten Michel even. Korte tijd later, als hij ziet dat de anderen het leuk hebben, doet hij uit zichzelf weer mee.

Nieuw gedrag, oude omgeving

Op basis van de psychologische-vragenlijsten maakt het pedagogisch team koppels van kinderen die wellicht iets van elkaar kunnen leren. Zulke duo’s of trio’s hebben samen een mentor. Tijdens de mentormomenten wisselen ze ideeën uit voor het omgaan met lastige situaties. Ook is er dan uitgebreid de tijd voor persoonlijke verhalen. Lieve van Geldorp: ‘Als volwassene kun je nog zo veel tips geven, pas als een ander kind uit eigen ervaring vertelt hoe je een probleem kunt oplossen, komt de boodschap aan. Ze houden elkaar tijdens het kamp heel goed in de gaten. Ik zag een keer hoe een meisje met een blinddoek door twee andere kinderen de trap af werd geleid. Ik schrok en dacht meteen aan de verzekeringen, maar toen ik vroeg wat ze deden, zeiden ze: “Ze vertrouwt niemand.” Hadden ze zelf een oefening bedacht hoe ze kon leren vertrouwen op anderen.’Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam analyseerden de vragenlijsten die kinderen en hun
ouders zes weken voor, zes weken na en een halfjaar na het kamp invulden. Zes weken na Sterkamp blijken kinderen minder angstig te zijn in sociale situaties, meer zelfvertrouwen te hebben en minder teruggetrokken gedrag te vertonen. Ook ervaren ze meer acceptatie door anderen.

Na een halfjaar zijn die effecten nog groter. ‘Dat de langetermijneffecten groter zijn, komt doordat de kinderen de gelegenheid hebben gehad te experimenteren met nieuw gedrag,’ zegt orthopedagoog Ulrike Insam. ‘Na het kamp is een kind enorm opgefleurd, maar het komt dan wel terug in zijn oude omgeving waarin niets is veranderd. Het moet dan nieuw gedrag uitproberen en het kan een tijdje duren voordat het werkt. Daarom hebben we nu ook een follow-up-gesprek in het leven geroepen, waarin we samen met het kind gaan oefenen met de dingen die nog niet lukken.’

Zelfwaardering

Dat follow-up-gesprek vindt na het kamp plaats op kantoor, met ouders en kind. Ouders krijgen dan suggesties voor de omgang met het nieuwe gedrag van het kind en hoe het daarin gesteund kan worden. Bovendien kunnen ouders nog een jaar lang een beroep doen op de psychologen van De Ster.

Het onderzoek laat zien dat de angsten en onzekerheden van deelnemers na Maankamp, dat een verdieping vormt op het Sterkamp, opnieuw sterk zijn afgenomen. En een jaar later nog meer. ‘Zelfs schoolvaardigheden worden beter, terwijl daar niet direct aan is gewerkt,’ zegt Insam. ‘Als andere vaardigheden verbeteren, kan er waarschijnlijk ook meer aandacht en concentratie zijn voor school.’ Inmiddels zijn er al zo’n vijfduizend kinderen geholpen, en is er ook een pilotonderzoek gedaan naar Stay Strong, het kamp voor middelbare scholieren.

In dat onderzoek was er nog geen controlegroep die niet op kamp ging, maar is er een voor- en nameting gedaan. Insam: ‘Daaruit bleek dat de tieners na het kamp meer zelfwaardering hadden. Ze hadden betere sociale vaardigheden, waren minder depressief, somber, angstig of juist druk, en vertoonden minder gedragsproblemen. Na het kamp ervaren deze kinderen meer steun van hun vrienden – wat laat zien dat de vaardigheden die ze opdoen in het kamp zich dus ook vertalen naar het normale dagelijks leven.’

Schouderworp

Bij Sterkamp begint de judoworkshop van een echte judoka. De kinderen zitten in hun judopakjes op matrassen op de grond. Ze moeten eerst in duo’s elkaars grote teen proberen te pakken. Stoeiend rollen ze over de matten. Dan leren ze van de instructeur een echte schouderworp. Ze doet nog een paar spectaculaire worpen voor en dan mogen de kinderen vragen stellen. ‘Ben je weleens onzeker voor een wedstrijd?’ vraagt een meisje. ‘Jazeker,’ antwoordt ze. ‘Ik ben vaak zenuwachtig. Daar moet je mee leren omgaan.’

Het lijkt erop dat de kinderen de les meteen op hun persoonlijke situatie betrekken. ‘Hoe kun je het beste winnen als iemand op straat met je vecht?’ vraagt een dik meisje. De judoka benadrukt dat judo een verdedigingssport is en dat je nooit zelf moet beginnen met vechten. ‘Maar als je wordt aangevallen, kun je de schouderworp doen die je net hebt geleerd.’
Judo is heel goed voor je ontwikkeling, vertelt ze.

‘Je krijgt er zelfvertrouwen van. Vroeger was ik heel onzeker, ik werd veel buitengesloten. Maar ik heb me eroverheen gezet. Ik ben heel goed geworden in judo en nu kunnen ze me niks meer maken.’ De kinderen hangen aan haar lippen. ‘En wat doe je als je bang bent?’ vraagt een kleine jongen. ‘Je gaat een beetje acteren,’ zegt de judoka. ‘Heel stevig staan en iemand recht aankijken. Dat helpt al.’ Op het gras wordt intussen een tent opgebouwd voor de goochelworkshop. Naast de boerderij staan begeleiders in verkleedkleren. In de verte klinkt het kamplied: ‘Sterkamp, vet cool!’ Iemand van de organisatie loopt voorbij met schuimklodders in zijn haar. De afwas was weer een corfeest.

[/wpgpremiumcontent]