Je weet dat je goed moet slapen omdat je de volgende dag iets belangrijks te doen hebt. Je zegt tegen jezelf: ‘Nu niet aan denken’, maar juist dan beginnen gedachten aan morgen door je hoofd te malen en kun je de slaap niet meer vatten. Veel van onze gedachten in het dagelijks leven betreffen dingen die we eigenlijk niet willen of mogen denken. Fantasieën over een wilde nacht met de partner van je beste vriendin, het eten van die dikmakende chocoladereep terwijl je die zojuist hebt afgezworen, of hoe je je irritante collega graag aan de haaien zou willen voeren. We proberen dergelijke onwerkbare gedachten uit ons hoofd te zetten, maar desondanks doemen ze steeds weer op.

Het lijkt erop dat gedachtenonderdrukking een onmogelijke opgave is voor ons brein. Sterker nog: gedachtenonderdrukking blijkt een averechts effect te hebben. Dat ontdekte de psycholoog Daniel Wegner al in 1987. In zijn klassieke experiment gaf hij studenten de opdracht om vijf minuten niet aan een witte beer te denken. Dit bleek echter onmogelijk: de beer dook gemiddeld één à twee keer per minuut op. Groene konijnen blijken al even onuitroeibaar als we ze eenmaal in ons hoofd hebben toegelaten. Vroeg Wegner studenten om een

halve minuut niet aan een kopje koffie te denken, dan bleken ze dit juist vaker te doen dan deelnemers die de opdracht hadden gekregen wél aan dat kopje koffie te denken.

Projectie

Eric Rassin is hoogleraar psychologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en expert op het gebied van gedachtenonderdrukking. Hij legt uit dat het onderdrukken van gedachten niet alleen een tegenovergesteld effect heeft, maar dat er ook een zogenaamd ‘rebound-effect’ optreedt vanaf het moment dat je ophoudt met onderdrukken. ‘Dit effect houdt in dat de ongewenste gedachte zich vaker en krachtiger opdringt dan wanneer je hem niet eerst zou hebben onderdrukt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het onderdrukken van stereotiepe gedachten. Zo kregen proefpersonen tijdens een experiment een foto van een skinhead te zien. Ze moesten onbevooroordeeld een dag uit het leven van deze jongen beschrijven en slaagden er inderdaad in hun stereotiepe denkbeelden in toom te houden. Vervolgens moesten ze plaatsnemen in een rij stoelen waarvan op een van de leuningen de jas van de skinhead lag die later zou aanschuiven. Het bleek dat deze proefpersonen verder verwijderd van die jas gingen zitten dan degenen die niet eerst hun stereotypen hadden moeten onderdrukken.’

Een vergelijkbaar fenomeen treedt op wanneer we niet aan onze slechte eigenschappen willen denken en ze daarom projecteren op mensen in onze omgeving. Rassin: ‘Op het moment dat we een gedachte willen onderdrukken, gaan we op zoek naar afleiding. Neem die witte beer. Om daar niet aan te denken nemen we andere objecten, bijvoorbeeld een boek of een auto, in gedachten. Wat er gebeurt, is dat we een associatie leggen tussen het afleidingsobject en de ongewenste gedachte. De afleider wordt een ‘reminder’: elke keer dat we in het vervolg dat boek of die auto zien, zien we ook die witte beer weer voor ons geestesoog verschijnen.’ Zo denken we, ironisch genoeg, ook weer aan onze slechte eigenschappen als we de mensen ontmoeten waarop we ze ooit projecteerden.

Kwellende schuldgevoelens

Het rebound-effect is volgens Daniel Wegner het gevolg van een tweede, onbewust proces. Terwijl we bewust op zoek gaan naar een afleider, houden we tegelijkertijd onbewust in de gaten of de verboden gedachte niet toch opkomt. Zodra we stoppen met afleiding zoeken, gaat het onderhuidse proces gewoon door. ‘Dit kan leiden tot een preoccupatie met de gedachte die we juist zo hard proberen weg te drukken’, aldus Rassin.

Wie wil stoppen met roken, kan dus maar beter niet elke gedachte aan die sigaret de kop indrukken. Diëten? Niet meteen uitbannen die chocoladereep, anders krijg je dubbel zoveel gedachten aan lekkernij te verwerken. Dat het water ons bij de verbeelding van die overheerlijke reep in de mond loopt, moeten we maar voor lief nemen: even afzien is de meest effectieve denkwijze.

Aangezien onze gedachten in nauw verband staan met onze emoties, zijn emotioneel geladen gedachten extra opdringerig. Vooral negatieve of schokkende gedachten zijn hardnekkig. Filmfragmenten van auto-ongevallen of grizzlyberen die mensen verslinden, blijven ons achtervolgen wanneer we ze trachten te verdringen. Komische of neutrale beelden laten zich makkelijker wegdrukken, zo bleek in het verleden al uit meerdere onderzoeken.

Ook in het dagelijks leven zijn het vooral de negatieve gedachten die zich er niet onder laten krijgen. Niet voor niets blijven zaken waar we ons ellendig of schuldig over voelen, ons zo lang kwellen. Uit een Amerikaans onderzoek kwam dan ook naar voren dat mannen en vrouwen die een buitenechtelijke affaire hebben gehad, vaker worden geplaagd door gedachten over deze relatie dan over andere, niet-geheime relaties, juist omdat ze die ‘verboden’ gedachten alsmaar willen onderdrukken.

Aantasting van het immuunsysteem

Niet alleen blijven ongewenste gedachten ongevraagd in ons hoofd rondspoken, onderdrukking kan ook een directe invloed hebben op ons lichamelijk welbevinden. Zo leidt het blokkeren van seks-gerelateerde gedachten tot grotere lichamelijke opwinding dan het niet-blokkeren, en zelfs pijn wordt heviger als je probeert er niet aan te denken. Rassin: ‘Dit is onderzocht door proefpersonen hun hand een minuut in ijskoud water te laten houden. Voor de mensen aan wie vooraf expliciet wordt gevraagd pijngedachten te onderdrukken, is dit pijnlijker dan voor degenen die dat verzoek niet krijgen.’

Ook de gezondheid heeft direct te lijden onder onze pogingen om gedachten in bedwang te houden. Het bestaan van psychosomatische klachten, vooral als reactie op stressvolle gebeurtenissen, was al bekend. Maar volgens een onderzoek van de Amerikaanse psycholoog James Pennebaker en collega’s leidt zelfs het onderdrukken van onschuldige, neutrale gedachten al tot een afname van het aantal witte bloedcellen en dus tot het slechter functioneren van ons immuunsysteem.

Dwanggedachten

Volgens Wegner bestaan er grote individuele verschillen in de manier waarop mensen met ongewenste gedachten omgaan. Zo zouden fobici meer angstgedachten hebben omdat ze die aldoor proberen te onderdrukken. Daarom vinden veel therapeuten de zogeheten ‘confrontatietherapie’ vaak een betere behandeling tegen angstgedachten dan urenlange sessies op de divan waarbij de patiënt over allerlei onderwerpen mag praten.

Het devies is de angst recht in de ogen te kijken. Anders krijgen we misschien te maken met een obsessie, die volgens Wegner niets anders is dan het gevolg van falende onderdrukkingspogingen. Paul Emmelkamp, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, denkt ook dat obsessies vaak voortkomen uit ‘verboden’ gedachten die terugkeren. ‘Veel voorkomende dwanggedachten zijn bijvoorbeeld die van moeders die erover nadenken hun baby om te brengen, of die van zeer religieuze mensen die ‘zondige’ gedachten hebben. Daar willen ze niet aan denken, maar vervolgens denken ze er juist vaker aan.’

‘Voorheen werden mensen met een obsessie nota bene behandeld met gedachtenstop-therapie’, vertelt Eric Rassin. ‘Pas sinds Wegner heeft aangetoond dat dit contraproductief werkt, is men overgegaan op andere behandelingen.’

Ook mensen met een depressie zouden meer depressieve gedachten hebben als gevolg van pogingen om deze uit hun hoofd te zetten. Dit gaat Paul Emmelkamp wat te ver. ‘Depressieve patiënten zijn vaak zo futloos dat ze niet in staat zijn om mentale controle uit te oefenen, laat staan om hun gedachten te onderdrukken.’

Wat betekent dit alles voor Freuds stokpaardje, de verdringing, nu blijkt dat aangrijpende gebeurtenissen zich niet zomaar laten afschepen? Emmelkamp: ‘Er is een belangrijk verschil. De klassieke verdringing van Freud is een proces dat onbewust plaatsvindt. Gedachtenonderdrukking is iets wat we actief en bewust doen.’ n[/wpgpremiumcontent]