Trypofobie is een irreële afkeer voor objecten met veel kleine gaten, zoals sponzen en koffie met bubbeltjes aan de oppervlakte. Er werd pas in 2013 voor het eerst over deze fobie gepubliceerd. Of de angst voor gaatjes veel voorkomt is nog onduidelijk.

Nuttige angst voor kleine gaatjes?

Engelse psychologen wisten echter een paar honderd zelfverklaarde trypofoben te verzamelen voor nader onderzoek. Dat leidde tot het inzicht dat trypofobie net als langer bekende fobieën een zekere evolutionaire logica kent. In essentie gaat het om een nuttige reactie, alleen wordt ze overdreven.

In het geval van trypofobie gaat het volgens de onderzoekers om een ‘overgegeneraliseerde respons’ op de ronde vlekjes die horen bij besmettelijke ziektes als pokken en mazelen, of bij nare beestjes als teken en schurftmijt. Dat maakt het meteen begrijpelijk dat de plaatjes eerder walging dan angst oproepen: gillend wegrennen is bij ziekmakende vlekjes niet nodig, afstand houden wel.

Disgusting clusters: trypophobia as an overgeneralised disease avoidance response, Cognition and Emotion, nog te verschijnen