‘Rust nemen’ – ooit gold het als panacee voor alle klachten, maar sinds een paar jaar is in beweging blijven het toverwoord. Hernia? Vooral niet plat gaan liggen! rsi? Gewoon aan de slag! Maar dat zelfs tegen werknemers die met een burn-out kampen, wordt gezegd dat ze naar hun werk moeten gaan – dat is relatief nieuw.

Training

Voorkom een burn-out

  • Vind balans tussen veerkracht en draaglast
  • Stel prioriteiten en leer 'nee' zeggen
  • Functioneer optimaal met een gezonde dosis stress
bekijk de training
Nu maar
€ 65,-

Sinds begin dit jaar om precies te zijn is ‘activering’ ook bij deze patiënten officieel beleid. De Richtlijn Werk en Psychische Klachten, die de overheid en de beroepsvereniging van psychologen begin dit jaar publiceerden, schrijft voor dat mensen met psychische klachten zo snel mogelijk weer richting werkplek gedirigeerd moeten worden. Ook – juist – wanneer die klachten met hun baan samenhangen.

Nieuwe richtlijn

Het was een aanbeveling die voortvloeide uit diverse recente onderzoeksuitkomsten, onder andere van psycholoog en tno-medewerker Ronald Blonk. Mensen herstellen eerder wanneer ze dat wat ze tijdens een therapie leren ­direct op hun werk in praktijk kunnen brengen, ontdekte Blonk.

Of de nieuwe richtlijn al overal is doorgedrongen, is overigens de vraag, zegt psychologe Wills Brouwer. Brouwer is vestigingsmanager bij de hsk Groep, een organisatie die gespecialiseerd is in behandeling van werkgerelateerde psychische problemen. Zij ziet in de praktijk nog geregeld mensen die maanden thuis hebben gezeten. ‘Dan zijn ze bij een therapeut beland die helemaal niet naar de werksituatie heeft geïnformeerd en diep ging graven in plaats van gericht cognitieve therapie te geven.’ En daar schieten deze mensen weinig mee op, weet ze: ‘Als ze dan weer aan de slag gaan, is er op hun werk én in hun werk­attitude niets veranderd. Bovendien is in één keer terugkeren erg heftig. Je moet het gedoseerd opbouwen, anders zit je zo weer thuis.’

Zelfs bedrijfsartsen zijn nog niet allemaal alert op uitval door psychische oorzaken, stelt psychologe Ineke de Graaf. Bij haar werkgever Arbo­Unie is iedereen inmiddels getraind in het herkennen en begeleiden van psychisch verzuim. Maar, zegt ze, ‘elders wordt vaak nog afwachtend gehandeld. Ergens begrijpelijk, want burn-outpatiënten zijn fysiek ook behoorlijk ontregeld; die gun je hun rust. Maar uit alles blijkt dat een activerende aanpak beter is. Al was het maar omdat de drempel om weer aan het werk te gaan, hoger wordt naarmate je langer thuiszit.’

7 tips voor reïntegratie

Al met al komt het er voor burn-outpatiënten vaak nog op neer dat ze zelf vorm moeten geven aan hun reïntegratietraject. Waar moet je dan op letten? Zeven tips van deskundigen.

1. Houd contact

Zelfs al moet je daar direct na je ziekmelding niet aan dénken. Je raakt namelijk makkelijk in vergetelheid. ‘Op een gegeven moment zijn je taken door anderen overgenomen en wordt er niet meer naar je gevraagd,’ waarschuwt Arno Engers, directeur van reïntegratiebedrijf in:concreto. ‘Zo valt er een prikkel tot terugkeer weg.’ Zorg dus dat je je collega’s blijft zien. ‘Al is het in het begin maar door geregeld koffie met ze te drinken,’ zegt Engers. ‘Dan hoef je straks ook minder uit te leggen.’

2. Neem snel weer taken op je

Desnoods klussen die niet tot je pakket behoren. ‘Het moet wel heel ernstig zijn wil je niets kunnen,’ zegt Elly Zeef, directeur van reïntegratiebedrijf Mind at Work. ‘Begin met een paar uur per week, dat lukt echt wel. Zolang het je collega’s maar duidelijk is dat je niet op andere klussen aangesproken kunt worden.’

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Wees daarbij vooral ook duidelijk tegenover uzélf. Accepteer dat de lat even wat lager ligt. ‘Dat mensen burnt-out raken, komt onder andere doordat ze hoge eisen aan zichzelf stellen,’ zegt Wills Brouwer van de hsk Groep. ‘Maar wie bij de marathon is uitgevallen, hoeft als hij opgekrabbeld is echt niet meteen weer de marathon te lopen. Die moet eerst conditie opbouwen.’

3. Vertel collega’s wat je scheelt

Anders dan bij een gebroken been, is een burn-out niet zichtbaar. ‘Zo voorkom je scheve blikken als ze je tijdens werkuren op een terrasje zien zitten,’ zegt Engers. ‘Ze moeten niet denken: “Is dat ziek?!” maar: “Die is goed bezig met herstellen”.’

Komen collega’s met vragen die je liever niet beantwoordt? Het onlangs verschenen gidsje Weer aan de slag na een burn-out adviseert dan vriendelijk te zeggen: ‘Aardig dat je ernaar vraagt. Maar weet je, die vraag is echt niet een-twee-drie te beantwoorden.’

Overigens heeft Brouwer de ervaring dat de meeste mensen best over hun burn-out kunnen praten zodra ze zelf goed begrijpen waardoor ze ziek zijn geworden: ‘Dat gaat dan in termen van “goede eigenschappen waarin ik ben doorgeschoten”. Oefen dat voor uw terugkeer desnoods even in een rollenspel.’

4. Zoek je zwakke punten

Ga op zoek naar de eigenschappen die je gevoelig maken voor een burn-out. Vaak speelt het bijvoorbeeld een rol dat iemand geen nee kan zeggen, weet Brouwer. ‘Vraag je eens af waarom je daar moeite mee hebt. Ben je bang dat anderen je onaardig vinden? Is dat terecht? En is het érg om onaardig gevonden te worden? Of mag je geen nee zeggen van jezelf omdat je vindt dat je alles moet kunnen? Waarom is dat zo?’

Maak anderen deelgenoot van je bevindingen, adviseert Zeef. ‘Als je kunt toegeven dat je zelf ook een aandeel hebt gehad in je ziekte, krijgt je omgeving beslist meer respect voor je.’

5. Formuleer nieuwe gedragsregels en oefen daarmee.

‘Geregeld pauzeren, vaker je kamerdeur sluiten… Je kunt er eindeloos over praten, maar het komt er vooral op aan dat je het ook dóét,’ zegt Brouwer. ‘Alleen al daarom is het belangrijk dat je je therapie combineert met werkhervatting.’

Het gaat niet alleen om een nieuwe manier van doen, maar ook om een nieuwe manier van dénken. Brouwer: ‘Besluiten dat je vaker pauze neemt is niet genoeg. Je moet die pauze wíllen, ervan overtuigd zijn dat die goed is voor je. Dan wegen eventuele negatieve reacties ook minder zwaar.’

Het is ook altijd goed om te gaan sporten, zegt Engers. ‘Maar wel op een gezonde manier. Burn-outpatiënten zijn vaak perfectionistisch, ook als het om sport gaat. Probeer eens te sporten zonder zulk competitief gedrag.’

6. Leer je stress-signalen herkennen en verbind er consequenties aan.

‘Burn-outpatiënten voelen vaak slecht aan wanneer het ze te veel wordt,’ weet Brouwer. ‘Ik laat mijn cliënten daarom hun eigen stress-signalen benoemen: vastzittende schouders, buikpijn, slaapproblemen… Dat lijstje van waarschuwingstekens moet bij wijze van spreken op hun bureau komen te staan, inclusief bijbehorende tegenmaatregelen. Dus: “Als ik merk dat ik hoofdpijn krijg, ga ik even naar buiten.”’

7. Stel een duidelijk opbouwschema op en houd je daaraan.

‘Zelfs als dat tegennatuurlijk voelt,’ zegt Engers. ‘Als het weer beter met je gaat kan de verleiding groot zijn meer op je te nemen, maar dat is niet verstandig. Andersom: als het níét goed gaat, is het ook belangrijk om je aan je opbouwschema te houden. Zo weten je collega’s en leidinggevende ook waar ze aan toe zijn.’

Heb je om welke reden dan ook het gevoel dat het reïntegratieschema wringt, dan moet het natuurlijk aangepast worden. Maar doe dat niet te snel, waarschuwt Zeef: ‘Het is soms goed om te kijken wat er gebeurt als je over je grens gaat. Dat is namelijk de enige manier om te groeien.’[/wpgpremiumcontent]