Op 8 april 1995 maakte een 51-jarige man uit Liverpool een einde aan zijn leven. Hij had altijd meegespeeld in de Staatsloterij. En altijd zette hij in op dezelfde nummers: 14, 17, 22, 24, 42 en 47. Behalve die ene week – toen was hij vergeten om zijn vijfweekse ticket te verlengen. En net op die avond zag hij op de televisie precies die zes nummers voorbijkomen. Door een stommiteit was de hoofdprijs van twee miljoen pond aan zijn neus voorbijgegaan.

Eigenlijk een heel raar verhaal. De man was ­immers niet rijk vóór die fatale avond, en naderhand was hij het nog steeds niet: zijn situatie is objectief dus niet veranderd. De enige reden tot spijt is dat hij zich zo goed kon voorstellen dat hij miljonair had kunnen zijn, als hij nou maar dat stomme ticket had verlengd. Deze manier van denken wordt counterfactual thinking genoemd, letterlijk: contrary to the facts.

In ons dagelijks leven produceren we continu counterfactuals, met spijt tot gevolg: ‘Had ik nou toch maar die andere rij voor de kassa genomen,’ of: ‘Als ik mijn studie had afgemaakt, had ik nu niet dit rotbaantje’. Vooral bij gebeurtenissen die uitzonderlijk zijn, produceren we heel makkelijk counterfactuals. Dan kunnen we ons

namelijk heel makkelijk voorstellen dat het anders was gelopen. Dat maakt het geval van de man uit Liverpool ook zo schrijnend: hij deed iedere week mee, en speelde ook nog eens jarenlang dezelfde nummers – alleen deze keer toevallig niet. Ook bij gebeurtenissen die voor ons gevoel nét wel of nét niet zijn gebeurd, komen de counterfactuals heel snel in ons hoofd op.

Deze manier van denken kleurt onze oordeelsvorming, zo laat het volgende experimentje zien. Proefpersonen kregen een verhaal voor­gelegd: de familie Jansen is drie maanden op vakantie. Halverwege hun afwezigheid wordt er ingebroken in hun huis, en veel waardevolle spullen worden gestolen. Hoe erg is dit misdrijf, en hoeveel straf zou de dief moeten krijgen? Een andere groep proefpersonen kreeg hetzelfde verhaal te lezen, maar in deze versie vond de inbraak plaats op de laatste avond voordat de familie weer terug zou komen. Het bleek dat proefpersonen in dit laatste geval het misdrijf erger vonden, en de dief ook een ­hogere straf gaven. Niet erg rationeel, want de ernst van het delict is in beide gevallen precies hetzelfde – puur omdat men zich in het laatste ­geval makkelijker kan voorstellen dat het niet was gebeurd.

Succesvolle ondernemers

Over de man die zelfmoord pleegde, zou je kunnen zeggen dat counterfactual thinking hem fataal werd. Zou het dan niet het beste zijn dit soort gedachten zo veel mogelijk te beperken? Zou een leven zonder spijt niet veel prettiger zijn?

Integendeel, zegt de Amerikaanse onderzoeker Neal Roese: spijt is juist goed. ‘Spijt is net zo essentieel voor een gezond leven als eten,’ schrijft hij in zijn nieuwe boek If only. How to turn regret into opportunity. Omdat counterfactuals alternatieve manieren laten zien waarop een probleem voorkomen had kunnen worden, kunnen mensen stappen nemen om iets dergelijks in de toekomst te vermijden. Door spijt krijg je dus een beter inzicht in wat er gebeurd is, je leert van je fouten, en je kunt je beter ­wapenen tegen gelijksoortige ellende in de toekomst.

En net zoals bij eten, zegt Roese, kun je er te veel en te weinig van hebben. Mensen die met te veel spijt op hun leven terugkijken, blijven hangen in het verleden. Maar mensen die hun gevoelens van spijt onderdrukken, blijven steeds opnieuw dezelfde fouten maken. Uit recent onderzoek onder succesvolle ondernemers blijkt dat deze mensen meer dan gemiddeld intense spijt ervaren. Als ze een fout gemaakt hebben, rekenen ze dit zichzelf heel sterk aan. Maar ze komen er ook weer snel overheen en vervolgens richten ze zich op het herstellen van het probleem en het genereren van nieuwe oplossingen. In een onderzoek naar piloten die ternauwernood aan een ongeluk waren ontsnapt, bleek dat degenen die meer bezig waren met hoe hun eigen acties het bijna-ongeluk hadden kunnen voorkomen, ook meer benadrukten welke lessen ze geleerd hadden en hoe ze deze konden toepassen in toekomstige vluchten.

Er zijn twee soorten counterfactuals, en van de upward counterfactual leren we het meest. Hierbij vergelijk je je situatie met een beter alternatief: had je die kleinere auto maar gekocht, had je die grote liefde maar niet laten gaan, was je nou maar niet die straat overgestoken toen het stoplicht rood was… dan was je nu veel rijker/gelukkiger/gezonder geweest. Bij de andere soort, de downward counterfactual, bedenk je hoe je ook slechter af had kunnen zijn. Downward counterfactuals dienen als troost. Upward counterfactuals daarentegen maken je ontevreden, maar zetten je daarmee ook aan tot actie.

Het verschil tussen de twee kan ons gevoel soms op verrassende manieren beïnvloeden, zo kun je opmaken uit de reacties van atletiek-­medaillewinnaars op de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Gek genoeg waren de bronzen medaillewinnaars blijer dan zilveren medaillewinnaars, louter omdat de winnaars van het zilver meer gefocust waren op de upward counterfactual – ‘als ik net wat sneller was ­geweest, had ik goud kunnen hebben’ – en de bronzen winnaars meer op de downward counterfactual – ‘als ik een paar seconden langzamer had gelopen, had ik helemaal geen medaille gehad!’

24 soorten jam

In onze meerkeuzemaatschappij moeten we continu beslissingen nemen – welke spijkerbroek, politieke partij, partner of carrière kies je, welk toetje, broodbeleg of bier? Door het grote aantal keuzes hebben we ook meer last van spijt. Je kunt maar een beperkt aantal dingen kiezen, en alle andere opties worden per definitie counterfactuals.

Neal Roese haalt het voorbeeld aan van een bevriend echtpaar uit Amsterdam dat verhuisde naar Chicago, en helemaal gechoqueerd was door de overweldigende keuze in de supermarkten. ‘Na een simpel bezoekje om inkopen te doen voor het avondeten, was dit echtpaar totaal ­uitgeput en apathisch, omdat het zoveel concentratie kost om de subtiele variaties te onderscheiden in het overweldigende aanbod.’ (Maar te weinig keuze kan ook weer stress oproepen, zo ontdekte Roese toen hijzelf verhuisde van Chicago naar Vancouver: in de simpeler supermarkten kreeg hij last van ware ontwenningsverschijnselen.)

Een overdaad aan keuzemogelijkheden leidt tot meer spijt, blijkt uit een onderzoek waarin mensen moesten kiezen uit heel veel verschillende chocolaatjes. Mensen vonden het wel prettig om veel keuze te hebben, maar vonden het tegelijkertijd heel frustrerend om te kiezen. Het idee dat er nog zo veel chocolaatjes waren die ze nooit zouden proeven, leidde tot meer spijt.

Een teveel aan alternatieven leidt er ook toe dat mensen maar helemaal geen keuze meer maken. In een grote supermarkt in Californië liet men klanten verschillende soorten jam proeven. Het ene uur had men de keuze uit 24 soorten, het volgende uur uit 6 soorten. Na een dag bleek dat de 24 soorten wel veel meer nieuwsgierige klanten trokken (60 procent van de klanten kwam kijken, tegenover 40 procent als er minder keuze was), maar dat de mensen die stopten om te proeven, tien keer zo vaak jam kochten wanneer ze slechts een beperkte keuze hadden (30 procent tegenover 3 procent). Bovendien waren deze mensen achteraf veel tevredener met hun keuze.

Kiezen is verliezen

Om spijt van een beslissing te voorkomen, zou je denken dat je alle opties van tevoren heel goed moet bestuderen voordat je je keuze maakt. Maar dat is niet waar, zo ontdekte de Tilburgse spijtonderzoeker Marcel Zeelenberg. Mensen die zich bijvoorbeeld bij het kopen van een auto van tevoren heel erg verdiepen in verschillende opties, krijgen vaak meteen nadat ze een keuze hebben gemaakt al spijt. Was die Citroën toch niet beter geweest dan die Peugeot? Opeens lijkt de Citroën veel aantrekkelijker dan hij was voordat je de keuze had gemaakt. Dat komt doordat je door al het dubben en overwegen gehecht bent geraakt aan de verschillende opties. Je voelt je al eigenaar van de Citroën; je bent er in gedachten al mee naar Frankrijk gereden. En een keuze voor de Peugeot voelt dan als een verlies: choosing is losing. Van tevoren dus niet al te lang wikken en wegen, lijkt het devies.

We baseren onze keuzen op ‘geanticipeerde spijt’: we stellen ons voor hoe veel spijt we straks zullen krijgen als we de ene optie laten lopen. Hoezeer geanticipeerde spijt onze beslissingen beïnvloedt, blijkt uit onderzoek van Zeelenberg naar meespelen in de loterij. Als je niet meedoet in de Staatsloterij en daardoor wellicht een prijs misloopt, is dat jammer. Maar stel dat je niet meedoet met de Postcode Loterij en de prijs valt net op jouw postcode? Dan wint je buurvrouw wél heel veel geld en jij niet! Alleen al bij het idee trek je je de haren uit het hoofd, en dat is het geheim van de Postcode Loterij. ‘De Staatsloterij keert meer geld uit’, zegt Marcel Zeelenberg, ‘dus uit rationele overwegingen zou je daarin moeten meespelen. Maar daar houden mensen zich niet zo mee bezig.’

Slimme truc

Met al die counterfactuals en geanticipeerde spijt is het een wonder dat we überhaupt nog wel eens een keuze maken, en dat we niet continu rondlopen met spijt in ons hart. Dat komt doordat ons brein heel flexibel omgaat met spijt. Als we onze keuze achteraf betreuren, kunnen we twee dingen doen: als het enigszins mogelijk is, veranderen we de situatie. Maar als dat niet lukt, zijn we er heel handig in om dan maar onze gedachten te veranderen. Met behulp van een downward counterfactual bedenken we dat we eigenlijk nog helemaal niet zo slecht af zijn, en vinden we wel een reden om onszelf te overtuigen dat we toch de beste keuze hebben gemaakt. ‘Zo werkt ons brein,’ zegt Neal Roese, ‘tenminste, bij de meeste mensen, het grootste deel van de tijd.’ En het is een enorm bevrijdend idee om je te realiseren: wát je ook beslist, uiteindelijk kom je er even tevreden uit.

Grote dromen

Op de korte termijn – in de afgelopen twee weken – hebben mensen iets meer spijt van dingen die ze hebben gedaan (52%) dan nagelaten (48%). ‘Ik heb te veel gezegd tijdens een gezellige avond,’ of: ‘Ik ben onaardig geweest tegen mijn partner.’

Maar kijken we op de lange termijn terug op ons leven – na maanden of jaren – dan krijgen we juist meer spijt van de dingen die we hebben nagelaten (66%) dan van de dingen die we hebben gedaan (34%). Veel mensen betreuren het dat ze hun grote liefde niet hebben gestrikt: ‘Dertig jaar geleden heb ik mijn ware liefde niet gevolgd. Daarna bleef ik mijn man altijd vergelijken met “hem”, met pijn en verdriet in mijn hart.’ Andere mensen hebben de baan van hun dromen niet aangenomen: ‘Ik was toegelaten tot de koninklijke luchtmacht voor de opleiding tot piloot. Ben niet gegaan,’ of: ‘Ik heb mij door een vrouw de kans op een leuke baan laten ontnemen. Dat is tussen ons in gaan staan: zij is uit mijn leven en mijn werk is daarna lang blijven kwakkelen.’

Dit opmerkelijke verschil tussen spijt op de korte en lange termijn werd eerder gesignaleerd door de Amerikaanse sociaal-psychologen ­Gilovich en Medvec, en zij hebben verschillende verklaringen. Op korte termijn vallen onze handelingen meer op. Daarom kunnen we ons gemakkelijk voorstellen dat we iets niet hadden gedaan en dat het dan beter was afgelopen. Op korte termijn hebben we dus meer spijt van onze acties. Maar juist daarom doen we ook meer om de pijn te verlichten. We proberen onze acties ongedaan te maken, of we rationaliseren ze: ‘Eigenlijk was het nog niet zo slecht, want…’ Daardoor slijt de spijt van acties sneller.

Bovendien ken je de uitkomst van een handeling die je beter niet had kunnen doen: het is slecht afgelopen, jammer, zand erover. Maar dingen die je niet gedaan hebt, kunnen je de rest van je leven achtervolgen. Er zijn namelijk eindeloos veel mogelijkheden die je wellicht had kunnen bereiken, als je maar… Van je ex ken je al zijn rottige eigenschappen, maar die jeugdliefde die je nooit je liefde hebt durven bekennen, was vast veel attenter, hij had je meegenomen naar tropische oorden, en zag er nu op zijn vijftigste vast nog prachtig uit.

Wat ten slotte ook nog meespeelt, is dat we op den duur de beweegredenen vergeten waarom we iets indertijd niet hebben gedaan. Onze angsten lijken futiel, de hindernissen worden weggewuifd: ‘Waarom heb ik hem toen niet gewoon opgebeld?’ Achteraf lijkt dat immers een fluitje van een cent.

Spijt van seks

Mannen en vrouwen verschillen niet in de mate waarin ze spijt ervaren, noch in de levensgebieden waarover ze spijt hebben, zo blijkt uit tientallen eerdere onderzoeken. Maar in de liefde zouden ze achteraf wel verschillende keuzes maken. Mannen hebben zoals verwacht meer spijt van de dingen die ze hebben nagelaten dan van de dingen die ze wel hebben gedaan, wanneer ze terugkijken op hun liefdes­leven. Zoals de respondent uit ons onderzoek, die verzuchtte: ‘Had ik maar meer initiatief getoond jegens het meisje waar ik stapelverliefd op was.’ Vrouwen daaren­tegen hebben juist vaker spijt van de dingen die ze wél hebben gedaan, zeker op seksueel gebied. In de Ame­rikaanse onderzoeken zeiden mannen dingen als: ‘Ik heb spijt dat ik zo weinig seks heb gehad in mijn studententijd!’ Terwijl vrouwen, geheel volgens het stereotype, aangaven: ‘Ik wou dat ik gewacht had met seks tot ik wat volwassener was’, of: ‘Had ik maar minder one night stands gehad!’

Om te kijken of dit fenomeen ook opgaat in ons verlichte Nederland, legden we onze lezers de uitspraak voor die in Amerikaans onderzoek het grootste sekseverschil liet zien: ‘Ik zou meer mijn best gedaan moeten hebben om seks te hebben met een bepaald persoon.’ En inderdaad: van de mannen herkent één op de drie deze vorm van spijt. Bij vrouwen is dat een stuk minder: één op de vijf.

Marga Laan, 41 jaar ‘Ik heb spijt dat ik de liefde van mijn leven heb laten lopen. Dat ik nooit heb gezegd: je moet voor mij kiezen. Ik was veel te bang hem daarmee kwijt te raken. Achteraf denk ik: als ik hem eerder het mes op de keel had gezet, was het misschien anders gelopen.

Hij was getrouwd, en ik dacht dat hij uiteindelijk wel bij haar zou weggaan. Ik gooide soms wel een balletje op, maar hij bleef de beslissing voor zich uitschuiven. Eerst de zaak verkopen, eerst dat en dat. Aan die strohalm klampte ik me dan vast. Ik wilde hem niet opjagen.

We spraken iedere dag af, we leefden bijna als man en vrouw. We konden ontzettend goed met elkaar praten, hij is een hele warme persoonlijkheid. Maar in de weekenden en tijdens de feestdagen heb je hem niet. Dit is acht jaar zo doorgegaan, tot ik erachter kwam dat hij nooit de moed zou vinden om zijn vrouw te verlaten Ik ben door een heel diep dal gegaan, wilde niet meer leven. Maar ik moest voor mezelf en mijn dochter kiezen.

Ik heb acht jaar van mijn leven weggegooid, zo voelt het. Hij heeft zelf ook spijt dat hij me zo lang heeft laten wachten. We zijn nog steeds vrienden, en hij blijft de liefde van mijn leven. Ik hoop dat ik ooit nog een andere grote liefde tegenkom, maar ik geloof er niet in. (Marga heet in werkelijkheid anders)

Miranda Vos, 38 jaar ‘Ik heb spijt dat ik na mijn middelbare school niet ben gaan studeren. Dan was mijn leven wel wat makkelijker verlopen. Ik kwam van de havo, ik was 17 en had geen idee wat ik wilde. Ik deed een secretaresseopleiding en kon daarna meteen aan de slag, want secretaresses werden overal gevraagd.

Op mijn 32ste ging ik een jaar op wereldreis, en daarna ging ik pas goed nadenken over wat ik eigenlijk wilde met de rest van mijn leven. Toen kwam ik erachter dat ik graag had willen doorleren. Ik heb toen een gigaspurt gemaakt in bijscholing: ik heb alle cursussen gedaan die je kunt bedenken, en daarna nog een tweejarige opleiding.

Als ik na school meteen was gaan studeren, had ik een lekker studentenleventje gehad, maar nu moest ik het allemaal ’s avonds doen naast mijn fulltime baan. Jarenlang heb ik nauwelijks een sociaal leven gehad, ik had altijd tentamens als er een verjaardagsfeestje was. En op je 34ste leer je niet meer zo soepel. Vroeger studeerde ik bijvoorbeeld altijd met de radio aan; dat hoef je op die leeftijd niet meer te proberen. Uiteindelijk ben ik met veel moeite wel bijgeschoold, en nu heb ik een eigen bedrijf met acht man personeel. Dus via een omweg ben ik er ook gekomen. Maar de spijt blijft. Dan denk ik: had ik toch niet beter psychologie kunnen gaan studeren?

Wouter Vuijk, 55 jaar ‘Ik heb spijt dat ik geen kinderen heb. Nu ik wat ouder ben, word ik er steeds vaker mee geconfronteerd. Vrienden praten de hele tijd over hun kinderen: “Mijn zoon gaat studeren,” “Mijn dochter zit in Nieuw-Zeeland.” Dan ervaar ik een gemis. Kinderen geven plezier. Ik zie het bij de dochter van mijn vrouw: als zij thuiskomt, is het vrolijk in huis. De jeugd brengt toch vernieuwing: je ziet de energie die je vroeger zelf had, terug in je kind.

Toen ik jong was, had ik nooit gedacht dat kinderen het leven compleet zouden maken. Nu merk ik pas wat ik mis. Liefde, warmte, uitwisseling. Er ontbreken stukjes van mijn levenspuzzel.

Ik ben nu 25 jaar samen met mijn vrouw. Zij had al een dochter, dus ze had geen haast met kinderen. Ik had een eigen bedrijf en werkte tachtig uur per week. Ik dacht altijd: het komt later wel. Mijn vrouw nam nooit de stap om echt naar de dokter te gaan om haar spiraaltje te laten verwijderen, en ik liet het een beetje sluimeren. Toen ze 39 was, heb ik wel tegen haar gezegd: laten we nu een kind maken. Maar toen wilde ze niet meer. Ik heb nu spijt dat ik het toen niet heb doorgedrukt: een kind of ik ga weg. Het lukt me niet echt het te vergeten. Het zou in theorie nog kunnen bij een andere vrouw. Of als ik in de krant zie dat een lesbisch paar een donor zoekt, dan denk ik: God, zal ik reageren? Die twijfel blijft.

Lessen uit onderzoek

1) Bij twijfel: doen! Als u dubt of u iets moet doen of moet laten: altijd doen! Als het verkeerd afloopt, blijft het je niet eeuwig achtervolgen. Maar op de lange termijn krijg je wel vaak spijt van dingen die je niet hebt gedaan, omdat je het idee houdt dat je een oneindig aantal kansen hebt laten liggen.

2) Bedenk hoe het erger had kunnen zijn Uit onderzoek blijkt dat we vaker upward counterfactuals produceren – we bedenken hoe het beter had kunnen zijn. Denk bewust vaker downward: het had ook slechter kunnen aflopen. Downward counterfactuals geven een goed gevoel en relativeren de situatie.

3) Houd de topvier van spijt in gedachten. Vijftien jaar onderzoek heeft een lijstje opgeleverd met risicogebieden voor de meeste spijt: opleiding, carrière, relaties, ouderschap. Beschouw dit als een waarschuwing. Identificeer gebieden in uw leven die het meest kwetsbaar zijn voor spijt achteraf, en neem voorzorgsmaatregelen.

4) Vertrouw niet op de eerste ingeving. ‘Het eerste antwoord dat in je opkomt bij een proefwerk of test is altijd het beste, bij twijfel moet je niet switchen’, wordt altijd gezegd. Fout! Uit onderzoek blijkt dat het meestal beter is om wel van antwoord te veranderen. Het misverstand is zo hardnekkig, omdat we die keren dat we goede antwoorden in foute hebben veranderd veel beter onthouden – en daar dus meer spijt van hebben.

5) Kies ervaringen boven spullen. Als u uw geld maar één keer kunt uitgeven, en u moet kiezen tussen iets materieels (kleren, een nieuwe tv) of een ervaring (een vakantie of een concert), kies dan de ervaring. Uit onderzoek blijkt dat ervaringen langer blijven hangen in ons geheugen, dat we daar op lange termijn meer plezier aan beleven en dat we er minder spijt van krijgen.[/wpgpremiumcontent]