Mijn tafeltje aan het raam keek uit op een pittoresk bruggetje. Er stonden daar altijd een paar mensen selfies te maken.

Als je verslaafd bent aan selfies nemen

Nee het is geen grap, wetenschappers hebben voor het eerst onderzoek gedaan naar wat ze ‘selfitis...

Lees verder

Telkens wanneer ik opkeek van mijn tekst, waren ze vervangen door anderen. Alsof ze nooit vertrokken, maar continu metamorfoseerden.

De selfiemakers op de brug voeren een vorm van theater op. Meestal beelden ze geluk en zelfvertrouwen uit: ze maken vreugdesprongen, met beide armen geheven, of ze tonen een brede lach, borst vooruit, buik ingehouden. Zakt de telefoon, dan wordt ook de pose losgelaten en staan daar twee heel gewone mensen fronsend over een schermpje gebogen.

Geërgerde fietsers slingeren bellend en vloekend om hen heen als ze zonder te kijken een paar stappen achteruit nemen voor een betere kadrering.

De Amerikaanse fotograaf Diane Arbus werd in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw bekend om haar indrukwekkende straatportretten. Dames in bontmantels, identieke tweelingen, opgedofte jongelui, vaak met iets geks of kwetsbaars in hun blik. Daar was Arbus ook naar op zoek.

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Leer een positieve kijk op jezelf creëren
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Wat ze wilde vastleggen, zei ze zelf, was ‘the gap between intention and effect’: de kloof tussen bedoeling en resultaat. Arbus is beroemd omdat ze mensen zo wist te fotograferen dat ze iets van zichzelf lijken bloot te geven 
– alsof ze betrapt worden op een onbewaakt moment, en hun publieke masker een beetje is losgekomen. Hoe uitbundiger dat masker, hoe groter de ontmaskering.

Had Arbus nog geleefd, dan had ze de momenten rondom selfies prachtig gevonden. Ook de toeristen op het bruggetje voeren immers een intentie op, en ook bij hen is het effect niet helemaal wat ze bedoeld hadden.

Misschien zien ze een Arbus-achtige ontmaskering op hun zelfportretten terug, maar ontmaskering is alleen leuk om te zien bij ­anderen. En dus moeten de selfies heel vaak opnieuw: een hogere sprong, een bredere lach.

Hoe harder ze hun best doen, hoe meer ik vanuit mijn uitkijkpost iets anders zie dan het bedoelde geluk en zelfvertrouwen: onzekerheid bijvoorbeeld, of groeiende teleurstelling.

Als ik mijn blik dan eindelijk van de brug naar mijn laptop heb verplaatst, is die in de tussentijd in sluimerstand gegaan. Het zwarte scherm toont mijn eigen spiegelbeeld: hoe ik gebogen en met open mond heb zitten staren.

Onwillekeurig recht ik mijn rug, fatsoeneer mezelf in het kader. En dan zie ik mezelf even met de ogen van Arbus: het masker gaat af, het masker gaat op. Ik hoef mezelf er niet eens voor op de foto te zetten.